Ingeborg Elzevier 1935-2025 Ingeborg Elzevier wist altijd de perfecte balans tussen uitdagend spel en gespeelde onschuld te vinden. Maar veelzijdig als ze was, blonk ze ook uit in andere genres dan het blijspel.
Actrice Ingeborg Elzevier (89) was sinds haar eerste optreden verbonden aan zo goed als alle belangwekkende Nederlandse gezelschappen.
Het was 1958. Actrice Ingeborg Elzevier behaalde op haar 22ste haar diploma aan de Amsterdamse Toneelschool. Op 31 mei gaf zij een „Openbare Demonstratie van de Dramatische Kunst” in de Amsterdamse Stadsschouwburg, dat was gebruikelijk destijds. Behalve haar diploma sleepte ze ook de Top Naeff Prijs in de wacht, een aanmoedigingsprijs voor veelbelovende studenten. Haar presentatie viel op door ongekende veelzijdigheid: ze speelde scènes uit Othello, Yerma van Federico García Lorca en Intimiteiten van Noel Coward.
Deze veelzijdigheid, variërend van tragedie tot zedenschets, is kenmerkend gebleven voor haar indrukwekkende toneelcarrière. In datzelfde jaar, 1958, debuteerde zij bij Toneelgroep Theater uit Arnhem in Orpheus daalt af van Tennessee Williams. Na dit grandioze begin stond Ingeborg Elzevier tot in 2015 zo goed als onafgebroken op de planken. Ze werd op 20 februari 1935 in Amsterdam geboren en volgde het Montessorilyceum. Deze week overleed ze op 89-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam, maakte theaterproducent Stuurmanskunst donderdag bekend.
Een van haar laatste rollen was in La Paloma (2014) van Gerardjan Rijnders, samen met Kitty Courbois en Sigrid Koetse. In deze humoristische reünie kwamen de drie Grande Dames van het Nederlandse toneel nog één keer samen. In 2017 ontving Elzevier de Blijvend Applaus Prijs in de categorie toneel, televisie en film om haar „toegewijde, integere en zuivere toneelspel”, aldus de jury. „Het knappe van Ingeborg Elzevier is dat ze telkens opnieuw belangwekkende en vaak jonge, nieuwe tegenspelers weet te vinden en ook nieuw publiek aan zich weet te binden.”
Ingeborg Elzevier was sinds haar eerste optreden verbonden aan zo goed als alle belangwekkende Nederlandse gezelschappen, waaronder de Nederlandse Comedie, Haagse Comedie, Ensemble, Toneelgroep Centrum, Toneelgroep Amsterdam en tot slot bij Theaterbureau Hummelinck Stuurman. Elzevier was onmiskenbaar een comédienne die altijd de perfecte balans wist te vinden tussen uitdagend spel en gespeelde onschuld. Haar genre was het lichtgetinte, soms pikante blijspel. Maar ook in grote, meer dramatische rollen blonk ze uit, zoals in Een soort Alaska (1982) van Harold Pinter, Hersenschimmen (1986) van Bernlef, Kwartet (1987) van Heiner Müller en in de vooruitstrevende montagevoorstelling Bakeliet (1987) van Gerardjan Rijnders, de beide laatste door Toneelgroep Amsterdam.
Van begin af aan trad ze op voor televisie en in film. Met haar komische tv-rol in Beschuit met muisjes (KRO, 1972-1973) verwierf ze grote bekendheid. Voorts speelde ze gastrollen in Baantjer, Medisch Centrum West en de komedieserie Bergen Binnen. In de veelbekeken televisieserie De stille kracht (1974) was ze te zien als de verveelde vrouw van dokter Van Doorn.
Van haar vader mocht Elzevier niet naar de Amsterdamse Toneelschool, die in de vroege jaren vijftig een „slechte faam” had, zoals heel het toneel, aldus de jonge, aankomende actrice in een mooi en vooral zelfbewust interview uit 1958, het jaar van afstuderen. Volgens haar vader was toneel een „hoerenberoep”. Ze was toch naar het theater gegaan en daarna „kwamen de ruzies. Ik ben ook meteen het huis uitgegaan want je verstoort er, als je er blijft, doordat je in een heel andere sfeer gaat werken, de goede gang van zaken.”
Die trots op haar vak en haar getemperde zelfbewustheid heeft ze haar hele leven behouden. Daar kwam haar grote belangstelling voor het theater bij. Tot op hoge leeftijd gaf ze altijd bij premières in de Stadsschouwburg of DeLaMar Theater acte de présence. In 1994 speelde ze in de muzikale komedie De vrouw van de zanger van Paul Haenen. Voor het eerst moest ze zingen in een microfoon.
„Ik houd van veranderingen”, zei ze destijds in een interview voor NRC. „Ik ben bijvoorbeeld zeker 25 keer verhuisd. Dat was soms vanwege scheidingen, maar ook omdat ik uitgekeken raak als ik ergens een tijdje zit. In mijn werk wil ik zoveel mogelijk dingen doen die ik nog nooit heb gedaan.”
Na haar vaste verbintenis aan de repertoiregezelschappen koos ze in het begin van de jaren negentig voor vrije producties. Die beslissing heeft haar leven verrijkt, vond ze. Ze speelde vanaf dat moment voorstellingen waarin ze niet hoefde te improviseren of verhalen te vertellen over haar eigen leven, die dan dienden als materiaal voor haar spel.
In het begin van Elzeviers loopbaan vormden de blijspelen van Molière en Shakespeare zo ongeveer het enige lichte repertoire dat niet verboden was. Op het blijspel werd neergekeken. En het was juist dat genre waar Elzevier talent voor had. Ongetwijfeld had dit met aanleg te maken, aldus de actrice zelf, „maar nog meer met gevoel voor humor. Zonder gevoel voor humor kun je geen komische rollen spelen.”
Dat ze aldoor een „typische blijspelactrice” werd genoemd, hinderde haar niet. Juist hierin wilde ze uitblinken. In de tijd dat ze verbonden was aan de Haagse Comedie, tussen 1964 en 1969, trad ze op met de groten van het toneel, onder wie Ko van Dijk, Ida Wasserman en Paul Steenbergen, de broer van haar toenmalige echtgenoot acteur Lou Steenbergen.
Het repertoire van die jaren liet zien dat het Haagse gezelschap naast serieuze stukken van G.B. Shaw en Dylan Thomas ook toneel bracht met lichtere toets, zoals werk van Friedrich Dürrenmatt en John Osborne. Hierin vond Elzevier haar eigen stem en stijl.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC