Marterachtigen Nadat hun moeder werd doodgereden, werden drie ottertjes dagen later onder een bramenstruik gevonden. In wildopvang de Fûgelhelling groeien ze nu op tot jagers die zelfstandig de natuur in kunnen. „En ze moeten mensenschuw blijven. Anders worden ze vervelend.”
Hetty Sinnema verzorgt de verweesde babyotters in de opvang.
In een grote bak onder een warmtelamp liggen tussen twee teddyberen en een walrusknuffel drie pluizige babyottertjes. Hoopvol proberen ze zichzelf op te richten, in afwachting van de fles warme puppymelk. Het lukt niet helemaal. Ze zijn zo klein en onbeholpen dat ze vooral wat wiebelen en weer omvallen.
„Kom maar”, zegt Hetty Sinnema (53) van wildopvang de Fûgelhelling, terwijl ze de grootste van de drie diertjes helpt met drinken. In de bak wordt gesabbeld en gekwispeld. Ja, ze zijn buitengewoon schattig, beaamt Sinnema, maar vergis je niet: „Ze hebben al tandjes.”
De ottertjes worden zo’n vijf tot zes weken oud geschat, maar hun gewicht loopt een week achter. „Dat klopt met hoelang ze alleen zijn geweest”, zegt Sinnema. Dit setje ottertjes is namelijk verweesd. Mama is, zoals zoveel otters, slachtoffer geworden van een verkeersongeval, op donderdag 31 juli op de Tukseweg in Steenwijk. Ze lacteerde op het moment van overlijden, wat betekent: zuigelingen.
Bijna een week is naar de drieling gezocht. Het scheelt dat ottertjes hun moeder roepen. „Ze piepen, heel hard. Dat geluid raakt je zo diep”, zegt Sinnema. De drie werden gevonden onder een bramenstruik. Het had niet veel langer moeten duren, zegt Sinnema. „Vliegen hadden al eitjes gelegd in hun vacht, dan weet je dat een dier erg verzwakt is.”
Een van de drie gevonden otters. Foto Saskia van den Boom
De Fûgelhelling heeft een terrein van twee hectare, in het klaverblad van de A7 bij Ureterp, in Friesland. Het is de grootste wildopvang van Nederland en herbergt jaarlijks zo’n 11.000 dieren. Er werken zo’n honderd mensen – betaald en vrijwillig – die reeën, egels, dassen, bevers, hazen, konijnen, vleermuizen en een keur aan vogels opvangen.Sinnema: „We zijn ook een ‘olievogelstation’, in het geval van een olieramp.”
Sinds otteropvang de RietNymf in 2022 stopte – die achtte het doel ‘de otter terughalen naar Nederland’ behaald en heeft zichzelf opgeheven – vangt de Fûgelhelling de meeste otters op. Veel zijn het er nog steeds niet, zegt Sinnema. „Afgelopen vijftien jaar hebben we zo’n 25 otters in de opvang gehad.”
Gemiddeld blijven dieren zo’n één tot twee maanden voor ze weer worden uitgezet in de natuur, maar het varieert. „Een jonge merel heeft acht weken nodig. Een ‘raamslachtoffer’ heeft slechts een beetje hoofdpijn en kan na een week vertrekken. Jonge uilen blijven zo’n honderd dagen – die zijn net een twaalfjarig kind: ze kunnen wel even alleen blijven, maar niet op zichzelf wonen”, vertelt Sinnema. De uitschieter is de weer in Nederland woonachtige Europese otter (niet te verwarren met de zeeotter). „Die blijven tot ze negen maanden zijn.”
In 1988 werd de laatste Nederlandse otter doodgereden, of, zoals De Groene Amsterdammer schreef: „Uit zijn lijden verlost.” Uit de autopsie bleek dat het gehalte pcb – schadelijke stoffen in het milieu – in zijn vetweefsel zo hoog was, dat de otter sowieso niet lang meer had geleefd. De soort stierf hier uit door de mens: jacht, verkeer en een vergiftige voedselketen.
Deze otter krijgt een fles warme puppymelk gevoerd. Foto Saskia van den Boom
Maar de Nederlander wilde de gezellige otter, die zijn hele leven blijft spelen, weer terug. In 2002, na ruim veertien jaar natuurherstel , werden de eerste otters opnieuw uitgezet in Overijssel, in natuurgebied de Weerribben-Wieden.
Het duurde lang voor de populatie, die geteisterd werd door verkeerssterfte en inteelt, daadwerkelijk groeide. Maar nu gaat het goed met de soort. Het dier is daarmee symbool gaan staan voor succesvol natuurherstel. Hoewel jaarlijks een derde van de populatie wordt doodgereden, is de otter ondertussen van de Rode Lijst gehaald. Volgens de laatste cijfers, uit 2022, leven er nu zo’n 450 otters verspreid over Nederland .
Waar de drieling uitgezet gaat worden is nog onbekend – en dat duurt ook nog even. Eerst moeten ze opgeleid worden tot „toppredatoren”. Want otters, carnivoren die een lengte van bijna anderhalve meter kunnen bereiken, hebben een hoog metabolisme en hebben dagelijks een vijfde van hun lichaamsgewicht aan voeding nodig.
Maar hoe leer je een jonge otter jagen? Door hun pluizige vacht blijven ze niet alleen drijven. Op jonge leeftijd hebben ze o watervrees, waar hun moeder hen normaliter vanaf helpt.
„Het scheelt dat ze met zijn drieën zijn, dan kunnen ze naar elkaar kijken. Want het zit er wel in hoor, dat jacht- en zweminstinct, ze moeten vooral vertrouwen krijgen”, zegt Sinnema. Daar zorgt haar dochter Jildau (23) voor. Zij is de marterdeskundige, de ottertjes zien haar als moeder. Zij zal ze stapje voor stapje het water in begeleiden en ze stimuleren zelfstandig te jagen. Daarbij oefenen ze niet alleen met vis, maar ook met de Amerikaanse rivierkreeft. „Een exoot die ze steeds vaker eten, een mooie bijkomstigheid.”
Tot die tijd is het, hoe moeilijk ook, belangrijk afstand te bewaren. De otters krijgen geen namen, maar een kleurtje – eentje heeft een roze gelakt nageltje, eentje blauw en eentje geen lak. „Een otter moet bang zijn voor de mens, anders worden ze vervelend”, zegt Sinnema. Er zijn wel eens vissers gebeten in been of teen. „Dat valt nog mee. Als otters op hun achterpoten staan komen ze tot kruishoogte, daar wil je geen ottertanden bij in de buurt hebben hoor.”
Deze otter wordt gewogen. Foto Saskia van den Boom
Source: NRC