Beeldende kunst Bouke de Vries raakt met zijn schervenkunst gevoelige snaren. Keramiekmuseum Princessehof laat in een overzichtstentoonstelling zien hoe hij dat voor elkaar krijgt.
Bouke de Vries: War & Pieces, 2012. (110 x 1.000 cm.) Courtesy Bouke de Vries, Galerie Ron Mandos, Amsterdam.
Beeldende kunst
Bouke de Vries: Unbroken. T/m 16/8/2026 te zien in Keramiekmuseum Princessehof, Leeuwarden. Info: princessehof.nl
De tentoonstelling Unbroken begint met een citaat: „Er is iets ongerijmds aan het feit dat zo’n gebroken object, dat met dezelfde kunde is gemaakt als een onbeschadigd exemplaar, zo gemakkelijk in de prullenbak belandt.”
De vraag die daarachter schemert, ‘waarom doen we dat toch?’, is op te vatten als een centrale vraag in het werk van beeldend kunstenaar Bouke de Vries. De Vries, van oorsprong Nederlander maar al jaren woonachtig en werkzaam in Londen, is geen keramist maar werkt wel met keramiek.
Hoe dat zit, is op de grote overzichtstentoonstelling van De Vries in het Princessehof in Leeuwarden meteen bij het eerste werk te zien. Naast het bovenstaande citaat staat een beeld van een paard. Dat heeft door de eeuwen heen zijn houten benen verloren, maar is door De Vries van nieuwe voorzien die zijn gemaakt uit keramiekfragmenten. De hoeven zijn ondersteboven geplaatste kopjes. De verschillende elementen, het ruwe aardewerk van het oorspronkelijke paard en de geglazuurde en kleurrijke fragmenten die zijn toegevoegd, werken wonderbaarlijk goed bij elkaar. In plaats van de afzonderlijke delen te zien als rotzooi die weg kan, staat hier een fabelachtig mooi dier, heel geworden vanuit alle kapotte delen samen.
Na eerst te hebben gewerkt in de modewereld, maakte Bouke de Vries (Utrecht, 1960) in de vroege jaren negentig de overstap naar het vak van restaurator van keramieken objecten. In dat vak, dat zich vooral bezighoudt met het zo perfect mogelijk repareren van gebroken keramiek, ontwikkelde hij juist een fascinatie voor imperfecties. „Ik vond altijd dat juist de fouten in handgemaakte voorwerpen ze zo fascinerend maken”, zei hij ooit.
The conversation 2, 2016. (46 x 47,5 cm.)
Memory Vessel with wax seals, 2020. (46 x 23,5 cm.)
Deconstructed Neolithic Machang, 2019. (Neolithisch (600–1000 v.Chr.) Chinees aardewerk op bronzen sokkel en gemengde media, 50 x 55 cm.)
Hij kreeg daardoor ook een sterke drang zelf met keramiek – of de overblijfselen daarvan – kunstobjecten te maken. Daarbij laat hij met opzet de geschiedenis van objecten zien: de schade die ze hebben opgelopen door de jaren heen. Hij ‘repareert’ die schade zichtbaar, zoals met kintsugi, een 15de-eeuwse Japanse techniek waarbij breuken met goudlak worden hersteld – wat in Japan wordt gezien als een toevoeging aan de schoonheid van het object.
Een mooi voorbeeld hiervan is Reconstructed Han Vase (after Ai Weiwei) (2015). Geïnspireerd door de performance van de Chinese kunstenaar, die opzettelijk een eeuwenoude vaas kapot liet vallen, zette De Vries een Han-vaas weer in elkaar met goudlak.
Nog fraaier wordt het als De Vries de breuken de breuken laat, zoals bij Deconstructed Neolithic Machang (2019), een duizenden jaren oude pot waarvan hij met een staalconstructie de afzonderlijke delen ogenschijnlijk los van elkaar laat zweven – alsof de pot aan het ontploffen is en De Vries die explosie heeft stilgezet in de tijd.
Het creëren van nieuw werk met oude scherven is een prachtige manier om de nadruk te leggen op de drang naar perfectie in de westerse wereld. Wanneer is iets perfect, en waarom zou dat (altijd) moeten? Juist keramiek, die met kleine beschadigingen al snel – vaak letterlijk – haar glans verliest, is bij uitstek geschikt om deze boodschap over te brengen.
De Vries raakt daarbij opvallend vaak een gevoelige snaar, zoals met zijn Memory Vessels, waar in het Princessehof een hele zaal aan gewijd is. De prachtige objecten zijn volgens een eenvoudig idee gemaakt: een in scherven gevallen pot of vaas wordt in glas precies gereconstrueerd, waarna in die glazen kopie de kapotte stukken van het origineel worden ‘bewaard’.
In de coronaperiode zagen mensen over de hele wereld daarin een verwijzing naar hun herinneringen en ervaringen: gebroken van binnen, heel maar wel fragiel van buiten. Sommigen lieten daarom zelfs een afbeelding van een Memory Vessel op hun lichaam tatoeëren, waarvan foto’s te zien zijn naast de grote vitrine met de echte Vessels. Maar je kunt er ook een proces van rouw of verdriet in zien: wie is er niet soms gebroken van binnen, met een dun pantser aan de buitenkant dat de boel bij elkaar moet houden?
In ander werk laat De Vries steeds meer de scherven zelf het verhaal vertellen, zoals in het adembenemende War and Pieces (2012, voor deze expositie aangepast), een gedekte tafel vol witte scherven die samen een feestbanket vormen met als middelpunt een atoomwolk samengesteld van figuurtjes variërend van Christusbeeldjes tot poppenkopjes, van dierfiguurtjes tot een huilende engel bovenop. Het werk, zo’n tien meter lang en bij de atoomexplosie ruim een meter hoog, is een griezelige verwijzing naar de traditie van enkele eeuwen geleden om aan de vooravond van een veldslag een groot feestbanket aan te richten. De borden aan tafel hebben een afbeelding van een V2-raket, de heften van het bestek zijn kalasjnikovs.
Aan de muur erbij een van De Vries’ recentste werken: een V2-raket samengesteld uit een Meissenservies dat in de Tweede Wereldoorlog sneuvelde door de explosie van zo’n zelfde raket. Porcelain Vengeance (2024) is daarmee een uiterst ironische, en daardoor wrang genoeg ook grappige, aanklacht tegen oorlog.
No No No, 2009. (Porselein en glas, 43 x 27 cm.)
Daddy, 2010. (31 x 21 cm.)
The grande Tulipiere, 2024, 270 x 60 cm
Source: NRC