Theater programmeren Het is indrukwekkend hoe festival Noorderzon elk jaar een programma met nieuwe, internationale theatermakers van hoog niveau weet te presenteren. Mede dankzij programmeur Mark Yeoman: „Ik heb weinig geduld met wat ik zie als slecht of lui theater.”
Mark Yeoman, programmeur van festival Noorderzon. Foto Robin Marks
‘Het belangrijkste bij programmeren is dat een festival bezoekers een ervaring biedt die hun leven op een of andere manier markeert. Het is prettig als ze het festival fijn of goed vinden, maar dat is niet het belangrijkste. Het besef dat ze iets hebben meegemaakt, hier en nu, daar gaat het om.” Aldus Mark Yeoman, al bijna een kwart eeuw artistiek directeur en programmeur van Noorderzon, het internationale kunstenfestival in Groningen. De 35ste editie begint deze donderdag, 14 augustus.
Het elfdaagse festival positioneert zich als een „ietwat curieuze combinatie” van zomerfeest en avontuurlijke, internationale podiumkunst: „cutting-edge”, „trendsettend”, met „beloftevolle internationale makers en gezelschappen”. De nadruk ligt op theater, circus en dans, maar er is ook muziek, literatuur en beeldende kunst. Het festival speelt zich af door heel Groningen, met het vrij toegankelijke Noorderplantsoen als festivalhart, waar ook veel lokale makers optreden.
Het is knap hoe Noorderzon er al jaren in slaagt de ambities te verwezenlijken en experimenteel en spannend theater te presenteren van over de hele wereld. Yeoman en collega-programmeur (sinds 2022) Raydun Bolk nemen risico’s en het festival is daardoor nooit saai: je ergert je of raakt in extase over onbekende makers. Maar alle dadendrang staat onder druk, wil Yeoman als eerste kwijt bij een gesprek over de kunst van het programmeren, op het Noorderzon-kantoor, in december vorig jaar. Hij zet thee en steekt van wal. „We moeten ieder jaar de broekriem verder aantrekken, en inmiddels lijken we op Victoriaanse dames in korset. Covid was een killer, die we alleen dankzij het reddingsgeld van de overheid hebben overleefd. Maar sindsdien zijn alle kosten gestegen. Evenementen in de commerciële sector en festivals als Lowlands verhogen hun toegangsprijzen, maar dat kunnen wij niet doen. We hebben honderdduizend mensen die naar ons festivalpark komen, in een stad van tweehonderdduizend mensen. We zijn een people’s festival, het moet betaalbaar zijn.”
Tussen 2012 en 2019 schommelde het aantal voorstellingen in het hoofdprogramma tussen de 25 en 30. Dit jaar, zegt hij, 2024, waren dat er 15. Hij pakt er een bierviltje bij om de verschraling te schetsen. „We zijn gehalveerd. Dat is de consequentie van je riem aanhalen.”
Yeoman is somber over de toekomst. „De laatste vijftien jaar is er een verzwakking van de positie van vrijwel alle festivals opgetreden. Het idee lijkt te zijn dat festivals zich altijd wel redden.” Hij verwijst naar het Amsterdamse Over het IJ-festival, dat zichzelf heeft moeten opheffen. „Ze zullen niet de enige zijn die ten onder gaan.”
Noorderzon ontvangt rijkssubsidie, maar kreeg voor de periode 2025-2028 twee ton per jaar minder dan het aanvroeg. En nodig heeft, betoogt Yeoman. „Het is nu alsof we 10.000 euro krijgen met als voorwaarde een Rolls-Royce te kopen. Je zou die subsidie eigenlijk moeten teruggeven. Want het klopt niet.”
Zijn vrees is dat het festival vanaf 2026 in uitgeklede vorm verder moet. „Wat als we het park als locatie niet meer kunnen betalen? Daar moeten wij voor toekomstige edities een financiële oplossing voor vinden. Makkelijk zal het niet worden.”
Maakt gebrek aan geld programmeren moeilijker? „Goh, het was toch een sterk jaar. Veel goede pers, goede reacties van bezoekers. Veel kaarten verkocht, meer dan dertigduizend.”
Als we terugkijken, dan allereerst naar de voorstelling Catarina and the beauty of killing fascists van de Portugese theatermaker Tiago Rodrigues: een hoogtepunt van de 2024-editie van het festival. Publiek kwam schreeuwend in opstand tegen een giftige, rechtse speech van een personage. Stemt zo’n reactie de programmeur tevreden? „Zeker. We zijn opgevoed in een cultuur waarin ons geleerd wordt stil te zitten, te luisteren en de ander ruimte te geven. Maar de laatste verkiezingen, zoals in Amerika, vertonen geen basis van logica en rede. De basis is nu emotie, woede, angst. Het is mooi als harde, fascistische taal wordt blootgelegd, juist door de redelijke ander, in ons geval de theaterbezoeker.”
Daartegenover stond een slappe, gemakzuchtige satire als Glory Wall, van de Italiaanse maker Leonardo Manzan, over het vermeende gebrek aan impact van theater. Yeoman glimlacht bij de kritiek. „Zo slecht vond ik het niet. Het was entertaining, punky, speels. Het nam zichzelf serieus en ook niet zo serieus. Dus het splitste het publiek sowieso in tweeën.”
Glory Wall stond bewust naast Catarina, een gevaarlijk stuk met evidente impact, verklaart hij. „Ik vind het fijn dat je dat meemaakt en dat het verschil in opvattingen je wat doet.”
Tiago Rodrigues is directeur van het theaterfestival in Avignon en een maker van wie het werk de wereld over gaat. Is hij nog een ‘beloftevolle maker’ die je wil programmeren?
„Vijftien jaar geleden, als young kid maakte Rodrigues klein werk, met drie, vier spelers op het podium. Dat hebben wij gepresenteerd. Vervolgens werd hij artistiek directeur van het Nationaal Theater in Lissabon. Dat leek onmogelijk, zo’n linksdenkende man in een zeer rechtsdenkende politieke omgeving. Maar hij heeft er iets moois van gemaakt. Normaliter is Tiago niet meer te zien op Noorderzon. Zijn werk is niet meer zo vernieuwend. Dat is ook moeilijk als je theater maakt voor de grote zaal. Voor Catarina maakten we een uitzondering, vanwege de urgente inhoud. Na de draai naar rechts in de wereld, ook in Nederland, dacht ik: we moeten iets doen, dit stuk laten zien.
„Normaliter is theater niet zo urgent als dit. Hoeveel voorstellingen zie jij op jaarbasis die je echt ontroeren? Waarbij je denkt, mijn god, dit had ik nodig, dit moest gemaakt? Niet zo heel veel.”
Heb je al iets op het oog voor 2025?
De vraag ontlokt een gulle lach bij Yeoman. „We hebben een lange lijst, van ongeveer 25 makers.”
Nu al? Gemaakt tussen september en december?
„Programmeren is werk van de lange adem. Zo’n lijst ontstaat in de loop der jaren. Je houdt contact met makers over hun projecten. Mario Banushi bijvoorbeeld, een Griekse theatermaker, is een nieuw kid on the block. Hij is één van drie of vier makers in Europa die nu ieders aandacht heeft vanwege zijn vernieuwende werk. Hij is Albanees van oorsprong, wonend in Griekenland. In de covid-jaren heeft hij een trilogie gemaakt die onwaarschijnlijk goed is. Wat hij maakt, is heel beeldend, heel surrealistisch, vrij van vorm. Hij was in residence bij ons, in juli-augustus, als eerste try-out van ideeën voor een nieuwe voorstelling. Dan ben je al een jaar met elkaar in gesprek. We zijn coproducent geworden van die nieuwe voorstelling, die in februari uitkomt in Athene en in 2025 in ons openingsweekend te zien zal zijn.”
De voorstelling heb je dus nog niet gezien.
„Mensen denken dat je als programmeur op reis gaat, voorstellingen ziet en die aankoopt. Zo is het niet. Meestal niet. Soms zie je een voorstelling die je wil hebben. Maar meestal zie je een kunstenaar die je raakt. Dan ga je in gesprek en stel je vragen. ‘Wat ben je aan het doen? Wat heb je gedaan de laatste tien jaar? Wat zijn je plannen?’ Want een festival als Noorderzon probeert altijd actueel te zijn en het nieuwste te brengen. Het herhalen van succesverhalen van twee jaar geleden is niet mijn inzet. Daar zijn andere podia voor.”
In Nederland zijn dat ook weer niet zo heel veel plekken.
„Nederland is een raar land in dat opzicht. Het heeft een afslag gemist qua internationale programmering. In de jaren tachtig en begin jaren negentig was Nederland nog erg happening op dat vlak. Na de eeuwwisseling is het een andere richting ingeslagen. Behalve bij enkele gespecialiseerde festivals, zoals het Holland Festival, Spring in Utrecht en O in Rotterdam, bespeur ik weinig interesse voor theater uit andere culturen.
„Nederland lijkt timide, bang voor de grote wijde wereld. De Nederlandse scene is vooral gefocust op de eigen makers. De landelijke pers heeft veel aandacht voor beginnende makers hier, maar weinig interesse in wat elders gebeurt, in Frankrijk, Duitsland, of Scandinavië.”
Maar jij kan ons opvoeden?
„Nee, dat ga ik niet doen.”
Er is veel theater in de wereld. Hoe hou je dat bij?
„Toen ik begon, in de jaren tachtig en negentig, was internationaal programmeren een kwestie van belangrijke, grote gezelschappen boeken. Het ging erom contacten op te bouwen. Sindsdien is mijn werk fundamenteel veranderd.”
Yeoman wijst naar een kast met videobanden en dvd’s. „Kijk, zo deed ik vroeger mijn werk.” Maar vanaf circa 2010 ging registraties delen een stuk makkelijker, via online platform Vimeo of e-mail. „De wereld ging open, net toen Nederland ging bezuinigen op cultuur.”
Kijk je veel registraties op video?
„Ik krijg er vijfduizend per jaar met de vraag om ze te bekijken. Drieduizend zijn bij voorbaat niet relevant voor Noorderzon, want niet passend bij ons profiel. Van duizend kijk ik 10 seconden, en dan weet ik vaak al genoeg: ‘Dat laat ik aan anderen.’ Tussen de drie- en vijfhonderd kijk ik, maar niet negentig minuten. Daar is geen tijd voor, en het is ook verschrikkelijk om naar theater of dans op een klein scherm te moeten kijken. Video is alleen geschikt om een eerste indruk te krijgen. Uiteindelijk ga ik makers live zien en bekijk ik tussen de twee- en vierhonderd voorstellingen per jaar.”
Kun je schetsen hoeveel je reist?
„Ik heb toevallig net een lijstje moeten maken van waar ik dit jaar ben geweest: in New York, Santiago, Heidelberg, Florence, São Paulo, Maribo, Ljubljana, Correggio, Lausanne, Barcelona, Brussel, Brighton, Utrecht, Terschelling, Amsterdam, Venetië, Avignon, Athene, Epidaurus, Bøden, de Lofoten-eilanden, Glasgow, Parijs, Seoul, Tirana, Montreal, Girona, Hamburg. 32 reizen, twee à drie per maand.”
Uit Engeland, je eigen land, programmeer je niet.
„Weinig. Het is meestal boring theater! Heel conservatief. Afwijkende vormen vindt het publiek raar. Het is niet dat er niks is, maar in andere landen zie ik relevanter werk.”
Voor een programmeur die zoekt naar vernieuwend theater lijkt het me ingewikkeld om voortdurend te moeten bepalen of iets nieuw is. Zeker bij een zo matig gedocumenteerde, vluchtige kunstvorm.
„Ja, dat is moeilijk. Het aanbod is geëxplodeerd. In Frankrijk waren er in 1980 zeven dansgezelschappen op landelijk niveau gefinancierd. Dat zijn er nu zevenhonderd. Het idee dat je overzicht hebt, moet je loslaten. Ik zoek permanent naar dingen die bij me resoneren. Daar ga ik op af. Ik kan alleen mijzelf als maatstaf nemen.”
Kun je jezelf uitleggen in dat opzicht?
Yeoman lacht. „Niet zo makkelijk. Ik ben zeer snel verveeld. Ik heb weinig geduld met wat ik zie als slecht of lui theater. Theater maken vraagt enorm veel inzet en geld. Theater presenteren kost ook veel inzet en geld. Dus ik wil geen shit zien. ‘Goed genoeg’ is niet goed genoeg. Mooi theater, daar heb ik niks aan. Het is oké, maar het doet geen pijn. Het moet bijzonder zijn op een of andere manier.
„Dertig reisjes in een jaar maken, vraagt om een grote betrokkenheid. Weekenddagen, avonden weg. Ik krijg ervoor betaald, maar het vergt veel. Dus dan wil ik iets zien dat ik spannend vind. En uitzonderlijk. Iets waar ik trots op kan zijn.”
Heb je een voorbeeld?
„Op mijn lijstje voor 2025 staat weer El Conde de Torrefiel uit Spanje. Ze waren al twee keer eerder op het festival. Punky, anarchistisch, compromisloos. Een beetje anti-theater. Ik hou ervan, want mensen gaan het fantastisch vinden, maar het gaat mensen misschien ook kwaad maken.”
Hou je van anti-theater?
„Ja en nee. Als het niet goed is gemaakt, vind ik het verschrikkelijk. Want theater is ook heilig. Het theater is een belangrijke plek. Ik ben opgegroeid met punk: Future what future? Stop bullshitting me. Die energie. Wat zoek je hier eigenlijk? Dat is altijd een waardevolle vraag voor theaterpubliek.”
Heb je makers op het oog die je voor het eerst gaat presenteren?
„Onder meer een Catalaans gezelschap, Losinformalls. Ze zijn nog nooit buiten Catalonië geweest. Ze beginnen met zes minuten keiharde techno en dan gaan ze los: dingen gooien, dingen laten exploderen, heel wild. Noorderzon is een plek voor dat soort ruwe diamanten.”
Begin juli deelt Yeoman zijn vreugde over een compleet en volwaardig hoofdprogramma voor dit jaar: 18 voorstellingen. Onverminderd verwachtingsvol is hij over „wonderkind” Mario Banushi. En Mariana Bredow uit Bolivia gaat iedereen verrassen, denkt hij, net als Volker Gerling met zijn flipboekjes. Flipboekjes? Yeoman: „Dat vind ik fijn aan Noorderzon: dat we dingen kunnen presenteren die klinken als twee keer niks. Maar ik zweer het: het is magisch. Mensen gaan de volgende dag hun vrienden bellen.”
Source: NRC