Kiezersstromen Van het verhaal dat de PvdA een deel van haar achterban aan de PVV verloren heeft, klopt weinig, laat onderzoek van Ipsos I&O zien. Linkse partijen leunen veel sterker op het oude electoraat van de PvdA.
Van de bewering dat PvdA-stemmers massaal zijn overgestapt naar de PVV van Geert Wilders (links) blijkt weinig te kloppen. Rechts naast Wilders zit Frans Timmermans (Groenlinks/PvdA).
Het is een „mythe die niet sterft”, schreef politicoloog Tom van der Meer (Universiteit van Amsterdam) onlangs op LinkedIn: het idee dat PvdA-kiezers – bij recente verkiezingen of in een verder verleden – massaal zijn overgestapt naar de PVV van Geert Wilders. Dat klopt niet, bevestigt nieuw, woensdag gepubliceerd kiezersonderzoek van onderzoeksbureau Ipsos I&O. Het aantal directe overstappers is juist heel laag. Wel is het zo dat PVV-kiezers relatief vaak uit een ‘rood nest’ komen: een derde van de PVV-stemmers geeft aan dat door hun ouders vroeger PvdA werd gestemd.
Ipsos I&O deed onderzoek naar de kiezersstromen tussen de PvdA en de PVV vanwege „ergernis” over misvattingen in het politieke debat, zegt onderzoeker Asher van der Schelde. „De critici bij de PvdA over de fusie met GroenLinks zeggen vaak dat de PvdA veel kiezers aan de PVV is verloren en terug naar het midden moet om die kiezers terug te winnen. Andersom zijn er mensen binnen de PvdA en GroenLinks die zeggen dat er nooit enige overstappers zijn geweest. Het is allebei onjuist.”
Rechtse partijen gebruiken dit frame om GroenLinks-PvdA aan te vallen. Zo zei VVD-leider Dilan Yesilgöz in het Kamerdebat over de val van het kabinet, in juni, tegen Frans Timmermans dat „GroenLinks-PvdA […] heel veel stemmen verloren heeft aan bijvoorbeeld de PVV. Heeft u zich één moment afgevraagd hoe dat kan?”
Die laatste claim klopt absoluut niet als je naar de laatste Kamerverkiezing kijkt. Van de PVV-kiezers uit 2023 stemden in 2021 maar 1 procent op de PvdA, terwijl 5 procent van de PvdA-kiezers uit 2021 naar de PVV ging. Een veel groter deel kwam van (centrum)rechtse partijen als de VVD (15 procent), JA21 (6 procent), het CDA (5 procent) en D66 (4 procent). De enige linkse partij die in dit rijtje past is de SP: 4 procent van de PVV-kiezers stemden in 2021 op de socialisten. Ook bij eerdere verkiezingen waren er volgens Ipsos I&O relatief weinig directe overstappers van de PvdA naar de PVV.
Kiezers kunnen ook een ‘indirecte’ overstap maken, waarmee wordt bedoeld dat PVV-kiezers in een verder verleden wel op de PvdA hebben gestemd. Op de vraag van Ipsos I&O op welke partijen zij in het verleden ooit hebben gestemd, antwoorden veruit de meeste PVV-kiezers de VVD (40 procent). Daarna volgen op enige afstand de LPF (19 procent) en het CDA en de PvdA (allebei 18 procent).
Die 18 procent is ook niet heel veel, zegt Van der Schelde. „Als je naar alle kiezers kijkt heeft 25 procent ooit op de PvdA gestemd. En je ziet dat linkse of progressieve partijen veel sterker leunen op het oude electoraat van de PvdA.” Zo stemde 50 procent van de Denk-kiezers ooit op de PvdA en is dit bijvoorbeeld ook bij de SP (39 procent), Partij voor de Dieren (36 procent), Volt (31 procent) en D66 (30 procent) een stuk hoger dan bij de PVV.
Is het dan inderdaad een mythe dat het PvdA-electoraat deels is uitgeweken naar de PVV? Niet als je het „intergenerationeel” bekijkt, zegt Van der Schelde. Als PVV-kiezers gevraagd wordt wat hun ouders vroeger stemden, geeft een op de drie PVV-kiezers (32 procent) aan dat bij hen thuis vroeger op de PvdA werd gestemd. Dat is praktisch gelijk aan het percentage bij alle kiezers (30 procent). Opvallend genoeg geven ook minder PVV-stemmers aan dat hun ouders vroeger op het CDA (27 procent) of de VVD (24 procent) stemden. Een andere opvallende uitkomst is dat kiezers die opgroeiden in een PvdA-nest nu net zo vaak op GroenLinks-PvdA als op de PVV stemmen en nog maar een minderheid (47 procent) op linkse of progressieve partijen stemt.
Deze cijfers laten zien dat linkse partijen, de PvdA voorop, moeite hebben om kiezers door de generaties heen vast te houden, zegt Van der Schelde. „Normaliter blijven kiezers die opgroeien in een gezin met een bepaalde politieke voorkeur in datzelfde blok, maar kiezers uit een PvdA-gezin vormen een uitzondering op deze regel.” Volgens Van der Schelde verklaart dit waarom het blok van linkse partijen langer geleden standaard 60 tot 70 zetels haalde en bij de laatste verkiezingen maar 47.
Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde
Source: NRC