Hitte Daklozen – een groeiende groep in Frankrijk – lopen verhoogd risico tijdens hittegolven. „Het leven op straat is in elk seizoen zwaar.”
Een dakloze rust uit op een strecher in opvangcentrum Jean Moulin in Bordeaux. Het opvangcentrum wordt door de gemeente Bordeaux ter beschikking gesteld om onderdak te bieden aan daklozen tijdens de huidige hittegolf. Foto Romain Perrocheau/AFP
Natuurlijk zou Daluni Sipayak (59) het liefst elke dag even douchen. „Soms is er een douche voor ons, soms niet”, zegt de Thaise voormalige restauranthouder schouderophalend op een plein in het historische centrum van Bordeaux waar ze meestal in een portiek slaapt. „Ik heb wel eens twee weken niet gedoucht. Dan pak ik wat water uit een openbare kraan om me te wassen” – ze doet haar petje af om te laten zien hoe ze de straal dan over haar hoofd wrijft. De laatste dagen lukte dat niet: de douche van hulporganisatie Bubblebox die ze normaal gebruikt is dicht. Vervelend, vindt ze. „Het is zeer heet.”
Warm is het: deze dinsdag werd het 40 graden in Bordeaux – 12 graden meer dan de gemiddelde maximumtemperatuur van de afgelopen decennia op deze datum. Ook elders in Frankrijk was en is het bloedheet: dinsdag werd het 39 graden in Lyon en zelfs in het noordelijk gelegen Lille werd het 33 graden. En de hitte is nog niet voorbij: deze uitzonderlijk lange hittegolf zal het kwik in grote delen van Frankrijk nog tot en met zondag tot ruim boven de 30 graden laten stijgen.
In Franse media en in gemeentelijke hitteplannen is veel aandacht voor ouderen en kinderen omdat die extra gevoelig zijn voor de gezondheidsrisico’s van langdurige en extreme hitte: uitdroging, hyperthermie (waarbij de lichaamstemperatuur te hoog wordt) en hitteberoertes die zelfs tot de dood kunnen leiden. Maar ook daklozen lopen verhoogd risico, zegt Hoofd Noodhulp van het Franse Rode Kruis Florent Vallée telefonisch. „Dakloze mensen hebben minder mogelijkheden om verkoeling te zoeken en meestal minder toegang tot koud water. En ze hebben niet altijd een plek waar ze rust kunnen nemen – terwijl hitte het menselijk lichaam uitput.”
Het valt op in winkelstraat Rue Sainte-Cathérine, waar het opmerkelijk rustig is voor een dag midden in de zomervakantie. Terwijl niet-dakloze mensen de hitte ontvluchten in cafeetjes met airconditioning of simpelweg thuisblijven met de luiken dicht, zitten op verschillende plekken groepjes dakloze mensen op de warme straatstenen. Zoals Sipayak die met een aantal mannen en een lome hond in de schaduw van een gebouw hangt, elders zit een groepje getatoeëerde mannen zonder shirt. Ze lopen af en aan naar openbare kranen of pogen zich te verkoelen aan een koud blik bier of energiedrank. Dit zijn volgens de wetenschap overigens niet de beste methoden: cafeïne en alcohol worden afgeraden.
Hitte kan voor deze mensen zeer gevaarlijk zijn, zegt Vallée van het Rode Kruis. „Als er wordt gesproken over gezondheidsrisico’s voor daklozen gaat het meestal over kou, maar een langdurige en heftige hittegolf kan net zo gevaarlijk zijn.” Het is extra zorgelijk omdat het aantal dakloze mensen in Frankrijk toeneemt: volgens de Fondation pour le Logement, een stichting die zich inzet voor de opvang van kwetsbare mensen, waren in 2024 zo’n 350.000 mensen dakloos in Frankrijk – meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2012. Bij een telling in Bordeaux afgelopen januari werden 392 mensen gevonden die op straat sliepen, plus nog eens 245 in kraakpanden of tentenkampen.
Voor zover bekend zijn tijdens de huidige hittegolf in Frankrijk nog geen dakloze mensen overleden door de hitte, wel kwam tijdens een eerdere zeer hete periode begin juli een dakloze man in Besançon om – zijn dood was volgens de gemeente „zeer waarschijnlijk” veroorzaakt door de hoge temperaturen. Het is niet uitgesloten dat er meer doden gelieerd aan de hitte zijn: bij veruit de meeste sterfgevallen van dakloze mensen wordt de doodsoorzaak niet opgehelderd. Volgens een telling van de stichting Morts de la Rue (Doden van de straat) overleden 850 daklozen in 2024.
In de winter is in Frankrijk op nationaal niveau een noodplan van kracht voor de bescherming van daklozen: in de koude maanden worden onder meer extra opvangplaatsen gecreëerd en meer maaltijden uitgedeeld. Maar zoiets bestaat niet voor de hete zomers. En dus moeten Franse steden zelf maatregelen nemen om hun dakloze inwoners te beschermen.
Zo heeft de gemeente Bordeaux het Centre Jean Moulin, een museum dat al jaren gesloten is voor werkzaamheden, overdag opengesteld voor daklozen. Op een bordje op de deur staat dat ze er niet mogen roken of drugs mogen gebruiken, binnen liggen tussen de dikke muren van het negentiende-eeuwse pand een handjevol mensen te rusten op stretchers. Een man slaapt diep, een ander ligt op zijn telefoon te scrollen, zijn gehavende slippers naast hem op de grond. Ook andere door de gemeente getroffen maatregelen kunnen daklozen helpen: parken en zwembaden blijven langer open en verspreid door de stad zijn vernevelaars en waterpunten geïnstalleerd.
Een vrijwilliger van het Rode Kruis maakt een douchecabine schoon in een vrachtwagen die ter beschikking is gesteld aan daklozen in Bordeaux vanwege de hittegolf. Foto Romain Perrocheau/AFP
De gemeente leunt, zoals in alle Franse steden, zwaar op hulporganisaties. Deze associations, die subsidies ontvangen maar grotendeels draaien op vrijwilligers, bieden maaltijden aan, dagopvang, juridische hulp en basale zaken als douches. Problematisch is hierbij echter dat deze in augustus leeglopen omdat de meeste Fransen dan op vakantie gaan. Het is in Bordeaux te merken: hoewel op het weidse Place de la Victoire een drietal jonge mensen maaltijden uitdelen, nemen de meeste hulporganisaties de telefoon niet op. De assos die dagopvang bieden zijn vrijwel allemaal gesloten. Ook het Rode Kruis kampt structureel met personeelstekorten in de zomermaanden, zegt Vallée, maar lukt het tot dusver daarop te anticiperen. Deze hete dagen delen vrijwilligers in heel Frankrijk extra water en eten uit.
Ook de met graffiti versierde zeecontainer van Bubblebox op het Place de la République staat er verlaten bij. In deze stalen doos kunnen normaal gesproken negen à twaalf dakloze en andere kwetsbare mensen per uur terecht om te douchen. „Het is heel vervelend maar juist deze hete week moesten we sluiten omdat we te weinig vrijwilligers hadden”, zegt oprichter Pierre Noro aan de telefoon. „Terwijl de nood hoog is: tijdens de vorige hittegolf kwamen er meer mensen dan ooit.”
Dat de douches niet beschikbaar zijn, is niet alleen vervelend omdat mensen meer zweten als het zo heet is en ze zich dus graag willen opfrissen, ook is er een gezondheidsrisico. „Een gebrek aan hygiëne kan leiden tot infecties, tot de verspreiding van ziekten als schurft – wat veel voorkomt in tentenkampen met dakloze migranten in Parijs”, zegt Noro. „En een douche is een moment van rust, veiligheid en tijd voor zichzelf.”
Sommige dakloze mensen maken zich boos over het wegvallen van steun in de hete zomer, maar de meesten ogen gelaten. „Het is logisch dat die vrijwilligers ook eens moeten uitrusten”, zegt de 42-jarige Johan R., een vriend van Sipayak met een bruin sikje die met trillende vingers een filmpje kijkt op zijn mobiel en enkel een initiaal als achternaam wil delen. „Het is jammer dat er minder maaltijden worden uitgedeeld en de douches dicht zijn, maar het lukt iedere dag wel om een ontbijtje te vinden. En hier in het centrum krijgen we genoeg te eten” – tijdens het gesprek steekt een jong stel het groepje een bakje frietjes en charcuterie toe, dat dankbaar wordt aangenomen.
Ook de 34-jarige Damien Attanasio, die verderop zit te bedelen met een vriend die op een gitaar pingelt, zegt dat hij „zich wel aanpast”. „Het is zoals met de kou: we moeten ermee leven, we hebben geen keuze.” Over de verkoelde opvangruimte van de gemeente heeft hij gehoord, maar hij gaat er niet heen. „In opvangruimten word je vaak bestolen, en soms breken er gevechten uit. Dus ik ben liever op straat.” Op het affiche op de deur staat dat de gemeente niet aansprakelijk is voor diefstal.
Mensen wandelen in Bordeaux waar een hittegolf heerst. Foto Ugo Amez/Sipa
Daluni Sipayak wacht tot het moment dat ze haar douche weer kan nemen. En omdat de noodopvang deze zomer te weinig plekken heeft, slaapt ze voorlopig in een portiek. Ook daarop past ze zich aan: ze knipte onlangs haar lange haar af en draagt wijde kleding zodat ze niet meteen herkenbaar is als vrouw en zo minder kwetsbaar is. „Ik woon daar, daar en daar”, zegt ze terwijl ze achtereenvolgens wijst naar een aantal stoepjes. „Het maakt niet uit welk seizoen, het leven op straat is altijd zwaar.”
Source: NRC