Home

De erfenis van vlinderbroeder Frans

‘Wie vlinders wil zien moet rupsen verdragen.” De tekst staat op een bordje in de abdijtuin van Egmond-Binnen, half verscholen achter een paarse buddlejastruik. Guldenroede bloeit uitbundig naast koninginnekruid en wilde marjolein. Verderop, in de bakstenen abdij met het hoge zadeldak, wonen en werken elf Benedictijner monniken. Maar deze tuin is het domein van de vlinders – én van een groep bevlogen vrijwilligers.

Marian Zomerdijk bijvoorbeeld, die hier sinds eind 2009 wekelijks te vinden is. „Vroeger deden de monniken alles zelf. Toen dat niet meer ging hebben ze hulp ingeschakeld.” Nu is er een dinsdagploeg, een donderdagploeg én eens per maand een ploeg op zaterdag. „Snoeien, wieden, water geven: er is genoeg te doen.” In hoog tempo geeft ze een rondleiding langs de geneeskrachtige kruiden, het voedselbos en de bakstenen muur voor zandbijen. En de vlindertuin dus: een erfenis van wijlen broeder Frans, ‘de vlinderbroeder’. „Tot op het eind kwam hij hier in zijn rolstoel kijken, hij wist precies welke vlinder er op welke soort plant afkwam.”

Bruin zandoogje, blauwtje, gehakkelde aurelia, onlangs zelfs een kolibrievlinder: aan vlinders geen gebrek. „Toch merken we de achteruitgang door de jaren heen.” Daarmee staat de tuin niet op zichzelf: vorig jaar bleek uit onderzoek van het CBS en De Vlinderstichting dat de aantallen dagvlinders in Nederland tussen 1992 en 2003 met ruim 50 procent zijn afgenomen door versnippering, verdroging en mogelijk bestrijdingsmiddelen. Mógelijk, want om dat te beoordelen is meer onderzoek nodig.

Klinkt onschuldig, tot je leest dat een medewerker van diezelfde Vlinderstichting afgelopen week thuis een handgeschreven doodsbedreiging in de bus kreeg. De aanleiding: een vorige week gepubliceerd wetenschappelijk rapport waarin stond dat in Nederlandse Natura2000-gebieden tientallen pesticiden voorkomen. Op weg naar de abdijtuin belde ik met Kars Veling van De Vlinderstichting, die vertelde dat het rapport „na lang twijfelen” offline is gehaald, om de desbetreffende onderzoeker te beschermen. „Dat was ook een eis uit de brief.” Ferm: „Maar we gaan gewoon door met onderzoek. Dit was nog maar een tussenrapport, over een maand of zes komen we met een eindrapport, waaruit zal blijken in welke concentraties de pesticiden in rupsen en vlinders voorkomen en welke effecten dat heeft.”

De mond gesnoerd omwille van onwelgevallige resultaten: ook zo komt academische vrijheid onder druk te staan. Ja, wie vlinders wil zien moet rupsen verdragen, maar wie wetenschap bedrijft zou nooit dreigementen hoeven te tolereren. Het enige lichtpuntje is de aandacht voor het onderwerp die de anonieme brievenschrijver onbedoeld genereert. Het rapport van De Vlinderstichting is niet het enige dat aantoont hoe wijdverspreid bestrijdingsmiddelen zijn. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat pesticiden – inclusief illegale varianten – onder meer opduiken in huisstof en honing.

In de Egmondse vlindertuin zijn pesticiden en kunstmest verboden, zegt Marian. „Al die bloeiende rijkdom is te danken aan onze eigen compost.” Dan is het tijd voor de lunch. In de schaduw overlegt een monnik gemoedelijk met de vrijwilligers. Vlinders verbroederen: laat dat een les zijn voor de haatzaaiers.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next