Home

Europees treinen blijft behelpen omdat het geen prioriteit heeft

Internationale treinreizen zitten in de lift, maar het wordt de reiziger niet makkelijk gemaakt. Het boeken van een treinkaartje is vaak lastig, terwijl een vliegticket zo gekocht is. Bovendien is een kaartje voor de trein vaak nog veel duurder.

Wie tegenwoordig door Europa reist, merkt dat er vooruitgang is geboekt. "De Europese treinverbindingen zijn vergeleken met vijftig jaar terug flink verbeterd", zegt Bert van Wee, hoogleraar Transportbeleid aan de TU Delft. "Maar het gaat wel erg langzaam allemaal."

Reizen per trein door meerdere Europese landen blijft ingewikkeld. Dat komt doordat dienstregelingen, boekingssystemen en infrastructuur lang niet altijd goed op elkaar aansluiten. Waar vliegtickets wereldwijd met één muisklik te verkrijgen zijn, moeten treinreizigers vaak langs meerdere websites. Ook krijgen ze te maken met onduidelijke of onvolledige informatie.

Als er iets misgaat, bijvoorbeeld bij vertragingen of gemiste aansluitingen, zijn luchtvaartmaatschappijen wettelijk verplicht hun passagiers te compenseren. In het internationale treinverkeer is dat lang niet altijd het geval.

Dat komt doordat internationale treinverbindingen in veel landen nog steeds geen prioriteit zijn. "In Nederland is het binnenlandse spoor veel belangrijker voor de spoorwegbedrijven. Dat geldt voor veel Europese landen", zegt Van Wee. "Internationaal treinverkeer is een bijzaak. Dat is een van de redenen dat het zo traag gaat."

Toch groeit het aantal internationale treinreizigers. In 2019 maakten ongeveer vier miljoen Nederlanders een internationale treinreis, 13 procent meer dan een jaar eerder. Vorig jaar groeide het aantal internationale treinreizen tot naar schatting zes miljoen tickets. Volgens de NS zijn vooral korte, rechtstreekse verbindingen populair, zoals Antwerpen, Brussel, Londen en Parijs.

Ondertussen proberen commerciële spelers een plek te veroveren op het Europese spoor, bijvoorbeeld met goedkopere nachttreinen. Als zulke initiatieven slagen, kan het aanbod groeien en de prijs dalen, legt Van Wee uit.

Toch blijft vliegen voorlopig veel populairder dan reizen met de trein. In 2024 vlogen 76,2 miljoen passagiers van en naar Nederlandse luchthavens. Dat is ruim twaalf keer zoveel als het aantal internationale treinreizigers dat jaar.

"De aantallen zijn nog moeilijk te vergelijken", zegt Van Wee. "Maar vliegtickets zijn de afgelopen tijd wel duurder geworden. Dat zal zeker effect hebben op het aantal reizigers dat met het vliegtuig en de trein reist. Maar ondanks de prijsstijgingen zijn vliegtickets nog steeds relatief goedkoop."

Volgens de hoogleraar ligt daar precies het probleem. "Er wordt vaak gezegd dat de trein beter kan concurreren als er subsidie op komt. Maar het is niet verstandig dat te doen. Het probleem is niet dat treintickets te duur zijn, maar dat vliegtickets te goedkoop zijn. Zolang vliegen structureel wordt bevoordeeld door belastingvrijstellingen, blijft het voor de trein ontzettend moeilijk een gelijk speelveld te krijgen."

Luchtvaartmaatschappijen betalen geen btw op internationale tickets en kerosine is vrij van accijns. Spoorwegbedrijven betalen daarentegen wel belasting over stroom en tickets. Zolang deze ongelijkheid blijft bestaan, is het voor treinen vrijwel onmogelijk om op prijs te concurreren met het vliegtuig.

Toch is er reden voor optimisme. Het is volgens Van Wee nog te vroeg om de trein als serieuze optie af te schrijven. "De trein heeft de wind mee als het gaat om het klimaat." De trein wordt steeds meer gezien als de groene optie, en de Europese Unie werkt aan betere reisinformatie.

Onder druk van Frans Timmermans, de toenmalige vicevoorzitter van de Europese Commissie, kwam de Europese Unie met strengere regels. In 2026 moet er een centraal boekingsplatform komen waarmee reizigers met één ticket door meerdere landen kunnen reizen. Dat zou het plannen en boeken van internationale treinreizen eindelijk een stuk eenvoudiger kunnen maken.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next