Introductietijd In Leiden staan studenten in de rij voor een van de vele studentenverenigingen. „Verenigingen zijn heel aanwezig in het Leidse studentenleven.”
Bij de Leidse studentenvereniging Augustinus staan de aspirant-leden in de rij voor hun inschrijving. Foto Walter Herfst
Net voor de inschrijvingen voor de Leidse studentenvereniging Minerva opengaan, verzamelt een groep van tientallen nieuwe studenten zich voor de sociëteit aan de Breestraat. Aan de gevel van het pand hangt een groot donkerblauw doek met daarop een groene uil. ‘Gas erop’, staat er in groene letters onder. Om één over tien beginnen de studenten met rennen: ze mogen het gebouw binnen.
Velen hebben een plastic zak met daarin een kaasstengel of chocoladebroodje van de supermarkt in de hand. Het is verplicht om een snack en iets te drinken mee te nemen. De inschrijving kan namelijk een paar uur duren, staat op een uitgeprint velletje papier voor de ingang.
Verdere benodigdheden: een bewijs van inschrijving bij een studie, je zorgpas, het telefoonnummer van je huisarts en een pinpas met daarop minimaal tweehonderd euro inschrijfgeld.
Felix (19) uit Zeist steekt buiten nog even een sigaret op voor hij in de rij gaat staan. Hij is de hele week bij de introductieactiviteiten van Minerva en is nog „redelijk brak” van de avond ervoor. In september begint Felix, die niet met zijn achternaam in de krant wil, met een studie biologie. „Het corps, dat lijkt me gewoon mooi.” Veel meer kan hij niet zeggen voordat een lid van de studentenvereniging de verslaggever laat weten dat het „niet per se de bedoeling is” om met de aspirant-leden te praten.
Tijdens de introductieweek, in Leiden El Cid genaamd, kunnen studenten deze week niet alleen kennismaken met hun studie en hun toekomstige medestudenten. Ook kunnen ze zich aanmelden voor een studentenvereniging. Daarvan telt Leiden er meer dan dertig, waaronder een (bord)spellenvereniging, een duikvereniging en vier christelijke verenigingen. De meest populaire verenigingen zijn Minerva, Augustinus en Quintus, die ieder jaar honderden nieuwe leden verwelkomen.
Studentenverenigingen zijn populair in Leiden, ziet ook Simon Nammensma (21), bestuurslid bij de Plaatselijke Kamer van Verenigingen (PKvV) - een overkoepelend orgaan waar 25 verenigingen bij zijn aangesloten. „Verenigingen zijn heel aanwezig in het Leidse studentenleven. We zien een constante stijging van leden in de afgelopen vijftien jaar.”
Vorig jaar stonden ruim veertienduizend studenten ingeschreven bij een vereniging, blijkt uit cijfers van de PKvV. Dat is een kwart van de Leidse studentenpopulatie: vorig jaar telde de universiteit ruim 33.000 studenten en de hogeschool zo’n 12.000.
De inschrijvingen piekten vooral in de coronaperiode. Nammensma: „Juist in die jaren probeerden studenten om via verenigingen een sociaal leven op te bouwen.”
Wie lid wil worden van Augustinus, moet een handgeschreven motivatiebrief van vierhonderd woorden meenemen. Bij te veel aanmeldingen loot de vereniging. Foto Walter Herfst
Vrienden maken, feesten, een vaste borrelavond. Dat sprak aankomend psychologiestudent Julia Weiland (18) wel aan. De Rotterdamse heeft zich ingeschreven voor Augustinus en kreeg net nog een rondleiding door het pand. „Ik heb straks een plek waar ik altijd terecht kan om lekker te borrelen. Dan hoef je ook geen mensen te appen: kan je vanavond?”
Dat staat ook in haar handgeschreven motivatiebrief van vierhonderd woorden, die alle aspirant-leden van Augustinus bij hun inschrijving moeten meenemen. Ook bij Augustinus moeten ze in de rij staan, met snack. Als er te veel aanmeldingen zijn, zal de vereniging gaan loten. Vorig jaar was er plek voor 440 nieuwe leden , zegt voorzitter van de vereniging Jibbe Smalbrugge (23).
Hoeveel nieuwe leden er dit jaar bij kunnen komen, wil Smalbrugge niet delen. De handgeschreven motivatiebrief weegt overigens niet mee tijdens de loting. „We lezen ze voor ons plezier even door, of we doen er niets mee. Maar als je met tweehonderd woorden aankomt, vragen we wel of je er nog tweehonderd bij kunt schrijven.”
Een bijkomend voordeel voor leden van verenigingen als Minerva en Augustinus is dat ze kans maken op een studentenkamer in een van de verenigingshuizen. Daarvan zijn er in Leiden een paar honderd, volgens Nammensma van de PKvV.
In studentensteden is er een tekort van ruim 23.000 studentenkamers, blijkt uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. NRC berekende eerder dat het aantal studentenkamers op openbare websites in het tweede kwartaal met veertig procent is gedaald ten opzichte van een jaar eerder.
Ook het aantal verenigingshuizen in Leiden neemt af, signaleert de PKvV. De koepel hield afgelopen jaar een enquêėte waaruit bleek dat er komend jaar in Leiden driehonderd studentenkamers in vijftig studentenhuizen in handen van particulieren zullen verdwijnen.
Er is weinig aanbod in Leiden, merkte ook Juul Claassens (18) uit Venlo op toen ze in mei begon met het zoeken van een studentenkamer. „Ik ben al vroeg begonnen, maar ik ben maar bij twee hospiteeravonden geweest.” Bij haar tweede „hospi” was het al raak. „Ik heb echt heel veel geluk gehad. Anders moest ik elke dag vijf uur in de trein.” Ze komt te wonen in een gemengd huis, met veertien huisgenoten die allemaal lid zijn van verschillende verenigingen.
Claassens is zojuist samen met Weiland rondgeleid bij Augustinus. De twee hebben elkaar een dag eerder ontmoet, ze zitten samen in een groepje tijdens de introductieweek. Claassens twijfelt nog, maar kiest waarschijnlijk toch voor een lidmaatschap bij vereniging Quintus.
Weiland hoopt dat haar lidmaatschap bij Augustinus het ook makkelijker zal maken om een kamer te vinden, maar voorlopig blijft ze nog even bij haar ouders in Rotterdam wonen. „Ik wil wel heel graag op kamers. Maar ik weet nog niet of ik dat red, financieel. De vereniging is ook al super duur. En ’s nachts gaan er gelukkig ook nog treinen naar Rotterdam.”
Juul Claassens (links) en Julia Weiland lieten zich rondleiden bij Augustinus. Weiland wil lid worden, op de sociëteit kan ze „altijd terecht om lekker te borrelen”. Foto Walter Herfst
Source: NRC