Invoerheffingen China en de Verenigde Staten verlengen de pauze in hun handelsoorlog met nog eens 90 dagen. China staat sterk ten opzichte van de VS. Dat maakt het voor Trump moeilijk om het land tot een deal te bewegen.
Een koerier voor het douanekantoor in Shanghai. De VS en China hebben besloten het overleg over wederzijdse handelsheffingen met negentig dagen te verlengen. Foto ALEX PLAVEVSKI / EPA
Na weken onzekerheid hebben de Verenigde Staten en China maandag afgesproken de wederzijdse invoerheffingen voorlopig niet te verhogen. Ze verlengen de pauze in hun handelsoorlog met 90 dagen, tot de nieuwe deadline van 10 november.
De bevestiging van die afspraak kwam maandag van Donald Trump. De Amerikaanse president had daarmee gewacht tot de allerlaatste dag voordat een eerdere overeenkomst tussen beide landen zou aflopen. Het Chinese handelsministerie bevestigde deze dinsdag de pauze. Die zou goed zijn voor beide partijen en ook „voor de stabiliteit van de wereldeconomie”.
Voor Trump is China het moeilijkste land om aan zijn economische strategie te onderwerpen. Anders dan veel andere landen, die Amerika’s importheffingen snel accepteerden, deed China dat niet. De tweede economie ter wereld was relatief goed voorbereid op de Amerikaanse maatregelen, en niet bang om met gelijke munt terug te betalen.
In Trumps presidentiële decreet staat dat China „significante stappen” heeft gezet om de Amerikaanse zorgen over oneerlijke handel weg te nemen. De verwachting is dat beide landen de komende maanden gebruiken om te onderhandelen over een bredere economische deal. Vorige week zei Trump dat hij „voor het eind van het jaar” de Chinese president Xi Jinping wil ontmoeten als het lukt zo’n deal te sluiten.
Voor president Trump, die importheffingen als strategie ziet om staatsinkomsten te verhogen en productie terug naar Amerika te halen, is de economische relatie met China een geval apart. Hoe complex en belangrijk die is voor de wereldeconomie, is alleen maar duidelijker geworden sinds Trump handelspartners onder druk zette met de hogere importheffingen die hij op ‘Liberation Day’ afkondigde.
China en de VS raakten verzeild in een spiraal van actie en reactie waarbij de wederzijdse importheffingen zo hoog opliepen dat de handel tussen China en de Verenigde Staten de facto was stilgelegd. In mei spraken beide landen af te de-escaleren en tijdelijk terug te gaan naar 10 procent. De afspraken die toen in Genève werden gemaakt, zijn nu verlengd. De wederzijdse heffingen liggen op bepaalde producten wel hoger dan die 10 procent omdat eerdere heffingen, deels nog uit de handelsoorlog tussen de VS en China in Trumps eerste ambtstermijn, intact zijn gebleven.
Een van de redenen dat China assertief kon zijn, is dat de handel met VS niet cruciaal is voor zijn economie. Na de eerdere handelsoorlog probeerde China minder afhankelijk te worden van Amerika. Dat lijkt gelukt: waar de handel met de VS in 2017 20 procent van de totale Chinese handel uitmaakte, was dat vorig jaar nog maar 14 procent. Daarnaast kwam China met nieuwe instrumenten om zijn handelspositie te versterken, zoals de exportcontroles op zeldzame metalen die het dit voorjaar invoerde.
Juist die stap helpt China in onderhandelingen, denken Chinese analisten. Wang Yong, hoogleraar internationale betrekkingen aan Peking University, sprak deze week van „een wederzijdse wurggreep” in een interview met het Chinees mediaplatform Phoenix News. „Amerika beperkt China’s technologische en industriële ontwikkeling via de restricties op halfgeleiders, en China gebruikt zeldzame metalen om terug te slaan. Op korte termijn zorgt deze wederzijdse afhankelijkheid voor een zekere balans.”
Hoewel het Chinese zelfvertrouwen tegenover Trumps economische dreiging is gegroeid, blijven er veel onzekerheden in de relatie. Bijvoorbeeld als het gaat om de Amerikaanse reactie op China’s economische steun aan Rusland. Vorige week verdubbelde Trump de invoerheffingen op producten uit India omdat het land olie uit Rusland importeert. Vicepresident JD Vance zei dit weekend dat zo’n stap ook voor China werd overwogen. Uit Chinese overheidscijfers blijkt dat China dit jaar tot nu toe 10 procent minder olie uit Rusland importeert dan vorig jaar. Die afname kan te maken hebben met de Amerikaanse druk.
Ook werd deze week bekend dat de recente Amerikaanse toezegging dat China weer bepaalde geavanceerde chips mag kopen, gebaseerd is op afspraken met chipproducenten Nvidia en AMD – die dan wel 15 procent over die omzet moeten afdragen aan de Amerikaanse staat. Die afspraak schokte Amerikanen vanwege de ongebruikelijk directe link tussen nationale veiligheid en commercie.
Resten dus weer negentig dagen voor een verder uitgewerkte deal over wederzijdse handel en andere economische pijnpunten. Belangrijke factoren daarbij zijn volgens professor Wang „de binnenlandse politiek in beide landen en Trumps persoonlijkheid en leiderschapsstijl”. Het beste wat China kan doen, concludeert hij, is blijven werken aan de weerbaarheid van de eigen economie.
Duidelijk is dat Trump een deal met China belangrijk vindt als maatstaf voor het succes van zijn economische strategie. Hij heeft het er vaak over, en ook maandag sprak hij tijdens een persconferentie positief over de Chinese president. „De band tussen president Xi en mijzelf is heel goed”, zei hij. „We gaan zien wat er gaat gebeuren.”
Tot die tijd weten de bedrijven in beide landen weer even waar ze aan toe zijn. Dat is belangrijk in deze periode, nu China veel kleding, speelgoed en elektronica naar Amerika uitvoert voor de decembermaand. „Neem snel contact op met je Amerikaanse klanten en grijp deze kans aan voor een goed Kerst-exportseizoen”, schreef een handelsblogger dinsdag op het Chinese platform Wechat.
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?
Source: NRC