Home

In autometropool Nairobi is fietsen een uiting van verzet. ‘Ik wil dat mensen zien: Kijk! Een vrouw op een fiets!’

Mobiliteit in Kenia In Nairobi vechten fietsers een barre strijd om hun bestaansrecht. De fiets is niet alleen voor arme, mannelijke Kenianen, vinden de deelnemers aan een maandelijkse fietskaravaan. „Als ik fiets, neem ik ruimte in die nooit voor mij bedoeld was.”

Fietsen door de straten van Nairobi tijdens een evenement van Critical Mass.

Frederick Awinyo sluit zijn ogen, vouwt zijn handen en verheft zijn stem. Langzaam sterven het zachte geratel van fietskettingen, het speelse gerinkel van kinderbelletjes en het gezoem van banden weg. Op de parkeerplaats naast het Nairobi Hospice, langs Ngong Road, een van de belangrijkste verkeersaders van de Keniaanse hoofdstad, vormen ouders en hun kinderen een kring om Awinyo. „Dank U dat we mogen fietsen op deze mooie dag”, begint hij. „Sta ons bij, bescherm ons onderweg. Denk aan onze veiligheid.” In Nairobi, de volgepakte metropool die ontworpen is voor de auto en waar veilige fietspaden ontbreken, zou elke fietsrit met een gebed moeten beginnen.

Over deze serie

In deze tijden waarin de geopolitiek zwaar op het gemoed drukt, gaat NRC op zoek naar dromers en doeners. Deel twee in een serie over een wereld die werkt.

Awinyo is een van de marshals die de maandelijkse fietskaravaan van Critical Mass Nairobi veilig door de stad moet loodsen. Wat in 2015 begon als een bescheiden groepsrit, groeide uit tot een populair platform voor inclusieve mobiliteit met maandelijks honderden deelnemers. Met de proteststoet wil de grassrootsbeweging letterlijk ruimte opeisen in een stad die fietsers stelselmatig over het hoofd ziet. Vandaag is de formule anders: deze iets intiemere rit is voor kinderen en gezinnen. De keuze voor zondag is allesbehalve willekeurig. Met de meeste mensen in de kerk luwt het doorgaans chaotische verkeer en hebben de allerjongste fietsers, begeleid door een ambulance en een politiewagen, de kans om zonder angst of haast door de stad te fietsen.

Vooraf hurkt Dorcas Bwosi naast haar jongste zoon, trekt de kinband van zijn helm aan, en veegt met haar duim wat stof van zijn voorhoofd. Ze kijkt op en glimlacht. Haar twee jongens, de negenjarige Shamman en de zesjarige Shawn, zijn vandaag in topvorm. De een is wat stoerder dan de ander, maar allebei zijn ze vergroeid met hun fiets dankzij hun moeder. „Ik wil hen iets memorabel meegeven, iets waardoor ze actief blijven, iets waarvan ze later zeggen: mama heeft haar best gedaan.”

Marshals en kinderen wachten tijdens een pauze op andere deelnemers alvorens ze door de straten van Nairobi rijden tijdens een Critical Mass-evenement.

Verkeershiërarchie

Dat moederlijke gebaar botst hard met de realiteit van Nairobi’s wegcultuur. Buiten de veilige kring van deze fietsgroep durft ze niet zomaar de straat op. Niet alleen de hobbels en smalle bermen houden haar tegen, zelfs met twee kinderen op de fiets telt ze nauwelijks mee in de verkeershiërarchie. Alleen op dagen als vandaag waagt ze zich eraan. „Anders is het te gevaarlijk”, vertelt ze later in het kielzog van het peloton dat zich door het stadscentrum slingert. Alleen de escorterende marshals in fluoriserende hesjes scheiden Bwosi van de voorbijdenderende auto’s en boda boda’s (motortaxi’s), waarmee ze de weg deelt. „Zichtbaarheid is onze manier om respect af te dwingen. We willen dat de stad ons omarmd, maar worden niet eens getolereerd”.

Want hoewel in Nairobi dagelijks zo’n 55.000 fietsritten worden gemaakt – iets meer dan één procent van alle verplaatsingen – blijft de realiteit voor fietsers weerbarstig. De zeldzame fietspaden houden abrupt op, worden slecht onderhouden of stap voor stap gekoloniseerd door auto’s, motorfietsen en zelfs kraamverkopers. De fietslobby voelt vooral politieke desinteresse voor het lot van de fietser. Hoewel sinds 2022 zo’n tien kilometer aan fiets- en wandelpaden is aangelegd, zijn fietsers vaak aangewezen op voetgangersinfrastructuur.

In Nairobi is de infrastructuur vooral aangelegd voor de auto.

Daarbovenop groeiden Nairobi’s stadsgrenzen in korte tijd tot acht keer hun oorspronkelijke omvang. Dat betekende langere reisafstanden door een heuvelachtige stad, wat fietsen minder aantrekkelijk maakte.

Fietsersclub Critical Mass probeert dat beeld te kantelen en strijdt niet alleen naar fysieke ruimte, maar ook voor bewustwording. Zo is de organisatie in gesprek met rijscholen zodat toekomstige automobilisten bestuurders leren hoe ze zich moeten verhouden tot fietsers op de weg, een aspect dat nu grotendeels ontbreekt in de opleiding.

Cyclists Lives Matter

Een ongewenste indringer. Zo voelt Hillary Nyangala zich wanneer hij met zijn racefiets door de straten van Nairobi flitst. Zijn wielershirt – blauw met rode accenten – zit strak om zijn bovenlichaam. Zijn rug draagt een eenvoudige boodschap: Cyclists Lives Matter. „Ik hoorde dat ze in Dubai hele wegen hebben uitsluitend voor fietsers”, vertelt Nyangala, zelf fietscoach voor kinderen en mensen met een beperking. „Ook in Nederland is fietsen een manier van leven. Daar zie je zelfs agenten op de fiets. Wij kunnen daar alleen maar van dromen. Hier krijgen we vooral haat over ons heen: van scheldpartijen tot automobilisten die ons bijna van de weg rijden. Ze denken dat ze de weg bezitten.” Nyangala zet zijn zonnebril af om oogcontact te maken en grijnst breed. „Maar wij zijn de wegrebellen.”

Als twaalfjarige verkocht Nyangala oud ijzer totdat hij vijfduizend shilling – omgerekend zo’n 35 euro – had gespaard om zijn eerste fiets te kopen. „Ik had rijke kinderen op mooie fietsen zien rondrijden. Dat verraste me. Sindsdien kon ik maar één ding denken: had ik er ook maar één. Voor mij ging het om status, ja. Maar ook om vrijheid. Ik wilde net als zij zijn.”

Tegenover zijn stadsverhaal staat de herinnering van Dorcas Bwosi, die ver van Nairobi haar eerste fietstochten maakte. Het waren wiebelige meters op de vlakke wegen buiten het zuidwestelijke Kisumu nabij het Victoriameer. Niet op een nette stadsfiets, maar op een onverwoestbaar plattelandsmodel. „We zwaaiden gewoon onze benen over het zadel. En dan was het een kwestie van overeind blijven. Maar vallen hoorde erbij. Je hebt een paar schrammen, huilt misschien even, en de volgende dag probeer je het opnieuw.”

Veilige fietspaden zijn er amper in Nairobi.

Buiten de stad was fietsen geen hobby of sport. Het was noodzaak. „Zelfs mijn moeder fietste. Ze had geen keus, we hadden geen auto, dus ging ze op de fiets voor boodschappen. Fietsen hoorde gewoon bij het leven. En als je vader een Black Mamba had, zo’n zware, gitzwarte fiets zonder versnellingen, dan was ’ie misschien wel de rijkste man van het dorp.”

Die herinnering staat niet op zichzelf. Volgens Dorcas Nthoki, mobiliteitsonderzoeker aan de Technische Universiteit Dortmund en co-auteur van het boek Cycling Cities: The Africa Experience past ze binnen een bredere socio-culturele realiteit. Meer dan in de stad is de fiets op het platteland onderdeel van het sociale weefsel, legt ze uit. „In rurale gebieden bleef de fiets nog lang populair, ook nadat de auto in de tweede helft van de vorige eeuw zijn opmars maakte als statussymbool. Daar is de fiets verbonden met trots, een vorm van culturele expressie. Er bestonden zelfs liefdesliedjes in het Luo [taal van een grote etnische groep in West-Kenia] waarin de fiets werd bezongen als symbool van genegenheid.”

Nu ontdekken steeds meer inwoners van Nairobi hun liefde voor de fiets. Als fietsverkoper was Charles Drileba de afgelopen tien jaar van dichtbij getuige van de groeiende fietscultuur in de hoofdstad. De Green Cycle Shop, verscholen tussen garages en bouwwinkels in Zuidwest-Nairobi, begon als „hobbyzaak met zo’n tien, vijftien vaste klanten”. Inmiddels is het uitgegroeid tot een lokaal begrip – „ruim tienduizend facebookvolgers” – onder liefhebbers „Fietsen krijgt weer voet aan grond. Ik heb klanten die zeggen: ‘Ik had een auto, maar met al dat verkeer is een fiets beter.’”

Koloniale erfenis

Drileba wijst op de bonte verzameling van glanzende racefietsen, robuuste mountainbikes en kinderfietsen die in de showroom hangen. „Mensen denken automatisch dat wie fietst arm is. De meeste mensen associëren rijkdom alleen met auto’s. Daarom schrikken ze als ze de prijzen horen: ‘Hoe kan een fiets duizend dollar kosten?’”

In Kenia heeft de fiets altijd al een sociale en politieke dimensie gehad, zegt mobiliteitsonderzoeker Dorcas Nthoki. Aanvankelijk nam iedereen de fiets, vertelt ze. Maar de erfenis van koloniale segregatie werkt tot op vandaag door, zowel in infrastructuur als in culturele beeldvorming. „Tijdens de koloniale periode was de fiets nauw verweven met het dagelijkse werk van veel Kenianen, bij het postkantoor, de spoorweg of andere overheidsdiensten. Omdat de Britten steeds vaker de auto namen, raakte de fiets geassocieerd met de arbeidersklasse.”

Hoewel sinds 2022 zo’n tien kilometer aan fiets- en wandelpaden is aangelegd, zijn fietsers vaak aangewezen op voetgangersinfrastructuur.

In de gespannen aanloop naar de Keniaanse onafhankelijkheid in 1963 werd de fiets nog meer een instrument van koloniale controle. De Britten beschouwden etnische minderheden als de Kikuyu, Embu en Meru als een veiligheidsrisico vanwege hun vermeende betrokkenheid bij de Mau Mau-opstand. Uit wantrouwen en de drang tot controle verplichtten de autoriteiten deze gemeenschappen hun naam en adres in grote letters in het frame van hun fiets te graveren. „Uit angst lieten steeds meer mensen de fiets staan.”

Onder de eerste president, Jomo Kenyatta, werd het matatu-systeem gepromoot: goedkoop, informeel openbaar vervoer dat goed aansloot bij de noden van de werkende klasse. De fiets werd nog meer naar de achtergrond gedrukt. Later stimuleerde zijn opvolger Arap Moi de nationale auto-industrie. „Auto’s werden voorgesteld als de toekomst, een symbool van succes. En weer kwam de fiets op een zijspoor terecht.”

Autonomie

Diezelfde fiets, ooit een symbool van uitsluiting, wordt vandaag teruggeëist. Vooral Keniaanse vrouwen kiezen – ondanks het razende verkeer, de slechte wegen en het misprijzen van voorbijgangers – bewust voor de fiets. Niet slechts als vervoersmiddel, maar als vorm van emancipatie. „Fietsen is onafhankelijkheid. Fietsen is verzet”, zegt Cyprine Odada, stedenbouwkundige en co-organisator van Critical Mass Nairobi. „Als ik fiets, neem ik ruimte in die nooit voor mij bedoeld was.”

In haar eigen onderzoek naar vrouwelijke fietsers in Nairobi en hun beweegredenen komt één thema steeds terug: autonomie. „Telkens opnieuw was het antwoord: Het maakt me onafhankelijk. Het biedt me vrijheid.”

Dat geldt ook voor Anne Wambui, een veertiger uit Nairobi met drie jonge zonen: Jason, Jabari en Jace. Zelf leerde ze pas vorig jaar fietsen, aanvankelijk op een hometrainer in de sportschool. Sindsdien rijdt ze elke maand mee met Critical Mass, waar ze haar kinderen „wil laten ervaren hoe het is om veílig op de weg te fietsen”.

Marshals in fluoriserende hesjes, kinderen en andere deelnemers fietsen door de straten van Nairobi tijdens een Critical Mass-evenement.

Maar terwijl zij leerde fietsen, ontdekte Wambui al snel dat de stad nog niet klaar voor haar was. Volgens Odada’s rapport wordt bijna driekwart van de vrouwelijke fietsers in Nairobi geconfronteerd met verbale of fysieke intimidatie. „Fietsen zou me vrijheid moeten bieden”, zegt Wambui. „Maar mijn eerste keer op de openbare weg was vreselijk. Ik kreeg nare opmerkingen. Dat vrouwen niet horen te fietsen. Of werd bespot, over wat ik aan had, hoe ik eruitzag. Het put me uit.”

Maagdelijkheid verliezen

De fiets is altijd al een spiegel geweest van de genderverhoudingen in Kenia, vertelt mobiliteitsonderzoeker Dorcas Nthoki. „En dat is nog steeds zo. Van oudsher was de fiets een mannelijk vervoermiddel. Vrouwen mochten hooguit achterop zitten, bij een mannelijke verwant of echtgenoot.”

Zelfs de zithouding van vrouwen op het bagagerekje was in het verleden onderwerp van een verhit debat. Horen ze met beide benen over het frame te zitten of juist zijdelings, met gesloten benen? „Het eerste, het zogeheten straddling, werd als onzedig beschouwd. ‘Houd je benen gesloten’, luidt een bekende uitdrukking in het Luo. In sommige gemeenschappen [In sommige conservatieve en streng-protestantse gemeenschappen in Nederland overigens ook] leeft zelfs het idee dat vrouwen hun maagdelijkheid verliezen door te fietsen.”

Ook tijdens Critical Mass-ritten zijn de vrouwen talrijk – zwanger, jong, oud – en zichtbaar, op felgekleurde fietsen en met de kin omhoog. „Ik draag expres roze. Mijn fiets is roze. Ik wil dat mensen zien: Kijk! Een vrouw op een fiets!” Alleen al die zichtbaarheid, zegt Odada, is politiek. Het doorbreekt het culturele stigma dat fietsen uitsluitend voor mannen, arme Kenianen of de elite is voorbestemd. „We laten zien dat fietsen ook iets is voor moeders, voor dochters, voor gewone vrouwen. Ja, we zijn nog altijd het zwakste vervoersmiddel op de weg. Maar we eisen ruimte. En dat is het begin van echte verandering.”

Wat in 2015 begon als een bescheiden groepsrit, groeide uit tot een populair platform voor inclusieve mobiliteit met maandelijks honderden deelnemers.

Source: NRC

Previous

Next