Home

Je hoeft gelukkig geen miljonair te zijn voor een fatbike

Ja, mensen, al die kinderen op hun fatbikes, de maaltijdbezorgers op hun e-bikes, de moeders en vaders op hun e-bakfietsen, de ouden van dagen met batterijen op hun bagagedrager – dat racet en raast maar over paden en wegen, iedereen ergert zich kapot en eist maatregelen om de ánder aan banden te leggen. Verbied dit! Verplicht dat!

Een lezer stuurde me een verslag van de raadsvergadering van 20 mei 1896 in Amsterdam, waarin het ook al over anarchistische wielrijders ging en hoe die in bedwang te houden. Tienduizend waren het er toen, op een half miljoen inwoners, en regels waren er nauwelijks. Tienduizend wielrijders uit de gegoede klasse. De duurste modellen kostten driehonderd gulden en een arbeider verdiende zeven á acht gulden per week.

Waar maakte de raad zich druk over? Dat er te hard gereden werd. Volgens de Politieverordening mocht je niet sneller dan een paard „in matigen draf”, 13,5 kilometer per uur, maar met een beetje trappen zoefde je er zo voorbij. En remmen waren niet verplicht. Fietsbellen ook niet. Je ziet het voor je. Voetgangers, nog nergens aan gewend, schrikken zich belazerd als er een fietser passeert. En wie moet voor wie uitwijken? En dan al die karren in de stad, moeten die aan de kant voor wielrijders? Of toch andersom? En moet dat in een regel worden vastgelegd?

Welnee, zei burgemeester Sjoerd Vening Meinesz, een conservatieve liberaal die zijn loopbaan was begonnen als hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad. Een man van de strakke hand, maar met die karren en fietsers, meende hij, zou het vanzelf wel goedkomen. Natúúrlijk week de wielrijder uit, want die had aan „een kleine beweging” genoeg en een „man met een zware vracht” niet. Een „schel” of een „koehoorn” op elke fiets vond hij ook „onwenschelijk”, laat staan een „mechanische inrichting” waardoor er de hele tijd „een zacht schellend geluid” zou klinken om voetgangers te waarschuwen. „Dat zou voor den rijder wel een beetje vervelend zijn.” Toch was Vening Meinesz niet helemaal van het laissez-faire. Wie zich misdroeg moest hard gestraft worden, en niet met een geldboete, daar maalden overtreders volgens hem niet om. Fiets afpakken!

Nu zijn er in Amsterdam 881.000 fietsen op 934.000 inwoners. Plus 220.000 auto’s. Plus jaarlijks 24 miljoen toeristen, van wie een deel zich voor de real Amsterdam-experience graag op een fiets hijst. Nog een wonder dat er niet meer dan vijftien dodelijke ongelukken per jaar zijn. Vijftien te veel, maar een halve eeuw geleden waren het er meer dan honderd. Dus ja, maatregelen helpen wel.

Maar dan het plezier, mensen. Het enorme plezier van die kinderen en hun fatbikes. Vorig jaar rond deze tijd was ik vaak in de Bijlmer, waar mijn oudste broer toen nog woonde. Hij begon terminaal ziek te worden en terwijl hij binnen op de bank hing, was buiten iedereen aan het picknicken en kletsen in de avondzon. Prachtig weer, die dagen. Twee jongens van een jaar of twaalf zoefden avond aan avond op hun fatbikes langs de flatgebouwen, met achter zich aan een enorm sliert kinderen op skateboards. Ze hielden elkaar bij de schouders vast en gilden van het lachen. Een fatbike is niet gratis, nee, maar je hoeft er geen miljonair voor te zijn. Ook kinderen in de Bijlmer kunnen er een hebben. Lijkt mij vooruitgang.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Source: NRC

Previous

Next