Alles verwerken wat ze nog verwerken moet, dat is het doel dat Eva Crutzen zich heeft gesteld voor haar Zomergasten-aflevering. Ze brengt het grappend, interviewer Griet Op de Beeck lacht hartelijk mee. ‘Anytime’, antwoordt ze, ‘we gaan het er nog meer over hebben, heb ik het gevoel.’
Dat blijkt te kloppen. Het ‘het’ waar Op de Beeck op doelt is het overlijden van Crutzens moeder, op haar 11de. De innemende actrice en cabaretière, bekend van Klikbeet en Promenade, maakte in 2023 al een semi-autobiografische serie over rouw, het geweldige Bodem, bekroond met een Gouden Kalf. De aanloop naar Zomergasten was zwaar, vertelt Crutzen, het cureren van haar televisieavond betekende het omwoelen van dingen die ze dacht te hebben geaccepteerd. ‘Kunst is geen luxe, maar ook een vorm van overleven’, zegt ze mooi, de emotie ligt zondagavond dan ook behoorlijk aan de oppervlakte.
Tranen vloeien bij een fragment uit de jeugdserie Hoofdzaken, waar kapper Marko een vroegwijs meisje interviewt over haar vader die een herseninfarct heeft gehad, ‘een ontploffinkje in zijn hoofd’. Meer emoties bij de documentaire Young@Heart, over een koor dat uit hoogbejaarden bestaat en daarom voor Crutzen een confrontatie met vergankelijkheid betekende.
Keuzes recht uit het hart, dat is duidelijk, maar uitleggen waarom Crutzen deze fragmenten meenam, lukt niet zo goed. Het gebeurt vaker, dat de emoties het vertellen moeilijk maken, dat ze aarzelt. Na ruim een uur breekt Crutzen uit haar rol, ze vraagt de mensen achter de schermen of ze éven stil kunnen zijn, ze kan zich niet concentreren.
Door naar de ijsberen uit een natuurdocumentaire, Crutzen zag ze tijdens haar eerste XTC-trip en vindt ze daarom memorabel. Op de Beeck kan er weinig mee, ze dacht dat het over klimaatverandering zou gaan. ‘Eindelijk, het engagement gaat beginnen!’, grapt Crutzen. Maar nee, alles wat van het hoogstpersoonlijke afwijkt, slaat dood.
Dat Crutzen wat hapert is koren op de molen van Op de Beeck, zelf therapeut, die het gesprek graag terugbrengt naar Crutzens moeder, want dan lukt het praten wel, met vragen die weeïg zijn en tegen het damesblad-achtige aanschuren – ‘Geloof jij dat liefde lang kan duren?’ – of soms zo warrig-poëtisch geformuleerd dat Crutzen om verduidelijking moet vragen. ‘Wanneer iemand er niet meer is, bevriest de liefde dan in de tijd, of evolueert deze ook?’
Ik heb talent voor het leven, antwoordt Crutzen wanneer Op de Beeck vraagt of dat het geval is, ‘maar de dood overschaduwt dat’.
Na een Zomergasten die vooral een therapiesessie was (want oprecht, liefdevol en ontwapenend, maar ook herhalend en warrig), neemt Op de Beeck afscheid van haar cliënt met een slotzin die ik niet eens ga proberen te overtreffen: ‘Ik heb je hevig zien voelen, ik zie je geworstel, maar ook de gretigheid om het leven te omarmen. En ik denk: het gaat helemaal goedkomen met die vrouw.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant