Pommelien Thijs is pas 24 jaar, maar toch al de grootste popster van Vlaanderen. Haar overtuigingen komen terug in alles wat ze doet – van videoclips tot liedteksten en van engagement tot een zelfgemaakte jurk van mos. ‘Ik probeer de ongrijpbaarheid van de politiek die ik ervaar te vatten.’
Door Els de Grefte
Fotografie Nick Helderman
De grootste Vlaamse popster van dit moment kan eindelijk even bijkomen. Pommelien Thijs (24) zit vrolijk op een balkonnetje in een luxe hotel in haar woonplaats Antwerpen. Thuis afspreken gaat niet, want ze woont gewoon ‘op kot’ en wil haar huisgenoten niet lastigvallen met haar interviews, fotoshoots en andere ster-gerelateerde zaken.
De avond voor ons interview trad ze nog op in de badplaats Westende, voor opnames van het muziekprogramma 10 Om Te Zien. Thijs speelde de afgelopen maanden onder meer op Rock Werchter, Concert At Sea, Pinkpop en Dauwpop. Vlak voor de festivalzomer stond ze liefst negen keer achter elkaar in een uitverkocht Ancienne Belgique in Brussel. In het voorjaar kon een Nederlandse clubtour er ook nog wel vanaf.
Tussendoor nam ze het derde seizoen van de VRT/Netflix-serie Knokke Off op, waarin ze een hoofdrol speelt. De Gossip Girl-achtige dramaserie over rijke families in hun zomerverblijven in Knokke is te zien op Netflix en is ook in Nederland populair.
Thijs brak bij het Vlaamse publiek door met haar rol in de VRT-serie LikeMe. Ook daarin vertolkte ze van 2019 tot 2023 de hoofdrol: die van de ietwat verlegen scholier Caro. De serie is een soort SpangaS met High School Musical-elementen: iedere aflevering zong de cast twee Nederlandse of Franstalige liedjes. Naast de opnames van die show trad de cast door heel het land op met de liedjes, soms wel honderdtwintig shows in een jaar. De vier seizoenen als Caro zetten Thijs definitief op de kaart als actrice en zangeres.
Zo kwam zanger Jaap Reesema in 2020 bij haar uit om met hem mee te zingen op zijn grote hit Nu wij niet meer praten. Het werd een nummer 1-hit in Nederland en België. Toen ze in datzelfde jaar de titelsong schreef en zong voor de film De Familie Claus (waar ze ook in speelde), zag platenmaatschappij Sony Music wel brood in een zangcarrière voor haar.
‘Mijn manager zei: oh, dus je kan ook schrijven? Laten we dan dertig studiosessies doen om de opvolger van Nu wij niet meer praten te maken’, zegt Thijs. ‘Absoluut de hel vond ik dat. Ik wist niet wat ik wilde maken, ik kon helemaal nog niet schrijven. Achteraf gezien waren die sessies nuttig, maar ik heb me daar een maagzweer van gestrest. Elke avond kwam ik thuis met een demo die niet als mezelf voelde, of iets wat al tachtig keer was gedaan, en dan ook nog slecht. Het werd pas weer leuk toen ik wat beter werd in schrijven en ik met teksten naar de studio kwam. Toen kon ik mijn van huis uit meegekregen liefde voor poëzie en kleinkunst erin stoppen. De druk van ‘de opvolger van Nu wij niet meer praten’ ging eraf, dat was fijn. Dat was een grote hit, die ik niet zelf had geschreven. Ik ben dankbaar dat ik hiermee mijn eerste stappen in de muziekwereld mocht zetten, maar het is niet mijn genre of sfeer.’
De emotionele ballad is inderdaad ver verwijderd van de grotendeels opgewekte popmuziek die Thijs maakt. Diep doordachte, Nederlandstalige teksten, die bij vlagen doen denken aan het werk van Froukje, drapeert ze over popliedjes die variëren van ongecompliceerd tot stevige poprock. In Vlaanderen leverde haar dat al zes nummer 1-hits op, ook in Nederland beklimt ze gestaag de hitlijsten.
‘Haha, wat leuk! Dat heb ik niet gelezen. Ik weet niet hoe dat kan. Ik maak nooit iets voor een specifieke doelgroep, ik denk dat dat helpt. Vaak heb ik het gevoel dat je als artiest kleur moet bekennen: of je bent een commerciële act, of je bent een alternatieve act. Ik heb hard geprobeerd mijn plek daarin te zoeken, maar die zoektocht heeft me nooit iets gebracht. Er zijn schrijfsessies geweest waarbij ik dacht: oké, nu gaan we die radiohit maken. Maar daar komt zelden iets fijns uit. Dus heb ik het losgelaten, dat heeft me rust gebracht.
‘Soms word ik geïnspireerd door alternatieve artiesten, soms wil ik iets heel simpels vertellen. Ik ben blij met hoe ik word ontvangen als artiest, maar ik kan het niet goed verklaren.’
‘Ja, dat is waar. Maar dat is vooral omdat ik voor mijn eerste album nog moest leren om muziek te schrijven. Op dat moment had ik behoefte aan mensen die een duidelijk idee hadden over liedstructuur. Voor mijn tweede album heb ik ook andere songs gemaakt. Mijn muziek loopt steeds verder uiteen qua stijl, omdat ik zoveel dingen leuk vind. We gaan kijken of dat werkt op een plaat, als Gedoe uitkomt in oktober.
‘Misschien dat ik als kind dit soort dingen ben gaan doen vanuit een behoefte om te worden gezien. Maar die drijfveer is niet houdbaar, op een gegeven moment gaat de aandacht weer naar de volgende. Al moet ik zeggen dat het natuurlijk wel leuk blijft dat mijn single Atlas het ook in Nederland goed doet. Het is tof als de dingen die je maakt een breder publiek krijgen.’
Thijs draagt een zachte, wijde blauwe trui waarvan ze de mouwen heeft opgestroopt, donkerblauwe spijkerbroek en donkerrode sneakers, een simpele outfit die desondanks een gevoel voor mode verraadt. Als ze haar water bij schenkt, doet ze dat consequent ook voor de interviewer.
‘Elk jaar pakken we het wat rustiger aan’, zegt Thijs. De opnames van gister zijn daar een goed voorbeeld van. ‘Mijn manager zat daar in de buurt met zijn gezin in een huisje aan zee. Daar ga ik dan ook heen, even optreden en daarna lekker terug naar huis. Op deze manier kan ik veel dingen doen terwijl het behapbaar blijft. Ik heb sinds een tijdje een regel dat ik minimaal één dag vrij heb per week. Ik heb ook periodes gehad dat het alleen maar doorging, dan wordt het moeilijk vol te houden.’
‘Ik wil graag mijn familie en vrienden zien op mijn vrije dag, maar ik ben ook vaak iets aan het maken. Ik maak veel kleren zelf, ook voor op het podium. Ik heb een haat-liefderelatie met mijn eigen podiumkleding maken. Ik vind het ongelofelijk leuk om te doen, maar er zijn bijna geen interessante kledingstukken die echt comfortabel zijn. Dan vind ik het materiaal heel tof, maar dan sta ik erin te zingen en denk ik: gadverdamme, wat een slecht idee was dit. Ik droeg deze zomer een topje van rubber van House Of Rubber, dat is bijvoorbeeld heel zwaar. Ik hou daar tijdens het maken totaal geen rekening mee. Maar podiumkleding dient een doel en dat doel is niet comfort. Daarom draag ik in mijn vrije tijd alleen maar heel comfortabele kleding.
‘De laatste tijd soldeer ik glas-in-loodwerkjes. Ik heb ongeveer elke maand een nieuwe hobby. Mijn zangcarrière is een goed excuus om al mijn hobby’s uitvoerig uit te oefenen. Voor mijn nieuwe plaat wilde ik een boom van staal lassen voor op de hoes. Mijn labelmanager Lotte en ik zijn laslessen gaan volgen en hebben er maanden aan gewerkt, uiteindelijk zijn we geholpen door een klas van De Leerexpert, een school voor speciaal onderwijs. Een andere kunstenaar heeft de boom behangen met rubberen lusjes. Zo lopen die dingen heerlijk uit de hand.’
‘Van vrouwelijke artiesten wordt verwacht dat je elke show iets nieuws aan hebt. Ik probeer alles tweedehands te kopen, voor grote of belangrijke dingen probeer ik zelf iets te maken. Maar door het acteren heb ik daar vaak de tijd niet voor. Op mijn clubtour vorig jaar droeg ik allemaal witte kleren, die heb ik voor dit jaar blauw geverfd zodat ik ze weer kon dragen. Echt grote statement-pieces zijn lastig opnieuw te stylen, maar ik zou ze nooit wegdoen. Daarom zit ik nu met een groot opslagprobleem.
‘Merchandise is ook lastig om ethisch te doen. Allemaal shirts laten maken is niet duurzaam, dus printen wij een opdruk op tweedehandsshirts die mensen zelf meenemen. Dat is logistiek veel werk, het is meer een passieproject dan dat we daaraan verdienen.’
‘Omdat duurzaamheid voor mij belangrijk is, die norm wil ik op alle vlakken doortrekken. Ik wil niet met mijn vinger wijzen en zeggen dat iedereen op een bepaalde manier moet leven. Iedereen probeert het op zijn manier goed te doen, sommigen hebben op dit moment überhaupt niet de capaciteit om over duurzaamheid na te denken.
‘Ik ben begonnen met kleding maken omdat ik als 10-jarige niet de mooie kleren kon kopen die ik wilde. Ik kon nog niet naaien, maar leerde het mezelf. Stoffen zijn duur als je ze eerstehands koopt, dus begon ik met de gordijnen van mijn moeder, later ging ik naar tweedehandswinkels voor lakens of oude kleren. Pas toen ik het naaien onder de knie had, kwam ik erachter hoe vervuilend de modeindustrie is.’
‘Dat zeg je mooi, maar het was pure koppigheid. Ik had gewoon geen zin in les. Zo pak ik dingen nog steeds aan. Ik heb erg het ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’-gen. Bij nader inzien waren naailessen nuttig geweest.
‘Geen enkel kledingstuk is geworden hoe ik van het van tevoren had bedacht, er gaat altijd wel iets mis. Als dat gebeurt denk ik inmiddels: oké, hier is dan de hobbel. Dat het er daardoor anders uitziet is niet per se slecht. Ik heb het met alles: met koken bijvoorbeeld kan ik ook geen recept volgen.’
‘Ik denk het wel, het gaat vanuit buikgevoel. Mijn eerste album heet Per Ongeluk, omdat de start van mijn zangcarrière zo voelde.
‘Ook met muziek kom ik steeds die hobbel tegen. Ik bel vaak met mijn nicht, die kunstenaar is. In onze banen lopen we tegen dezelfde dingen aan. We kwamen tot de conclusie dat dit gewoon het maakproces van iets creatiefs is: op een gegeven moment extreem gefrustreerd raken omdat het niet lukt en pas achteraf kunnen zien dat die frustratie tot een hele toffe uitkomst heeft geleid.’
‘Ik kom uit een gezin waar veel poëzie en muziek was. Mijn ouders zongen in koren, mijn vader is op latere leeftijd zelfs dirigent geworden. Mijn moeder is leerkracht Nederlands, die luistert veel naar kleinkunst. In hun huis liggen veel dichtbundels en er hangen overal posters met poëzie. De dingen die ik deed op televisie en bijvoorbeeld de musical Annie waar ik in speelde, voelden voor mij als het verlengde van mijn hobby’s. Al mijn vrienden gingen naar scouting, ik deed televisie- of theaterproducties.
‘Eigenlijk was mijn zus Kaat de zangeres thuis, niet ik. Het leek logischer dat zij een zangcarrière zou krijgen. Zij zat in het Studio 100-koor, dat meezingt bij K3-shows enzo. Door haar ben ik daar later ook bij gegaan. Toen Kaat succes kreeg als zangeres, hoefde het van haar niet meer. Zij wilde dat het zingen een hobby bleef, de lol ging eraf toen het te professioneel werd. Op mijn eerste album heb ik een lied geschreven voor haar, die hebben we samen ingezongen, Kleine Tornado. Ik vind Kaats mindset geen slechte om mee te nemen in mijn werkveld: als het geen plezier meer oplevert, is het zinloos.’
‘Als kind zeker, tussen die producties door was het rustig. Pas de laatste jaren is mijn dagelijkse ervaring anders dan die van leeftijdsgenoten. Toen mijn vriendinnen gingen studeren, ging ik met ze op kot. Jullie zeggen ‘op kamers’ zeker? Ik ga met die vriendengroep ook op vakantie, zoals binnenkort naar Mexico. Ik heb zelfs een semester biologie gestudeerd, toen het in het eerste covid-jaar na de middelbare school nog niet zo hard ging met zingen en acteren. Misschien ga ik ooit weer studeren, ik denk het wel eigenlijk.’
‘Ik heb nooit iets van een kunstopleiding gedaan. Op de middelbare school deed ik de richting wetenschappen-wiskunde, de bèta-vakken interesseren me. Ik vind biologie mega interessant en voor kunst ook inspirerend. Ik heb maandenlang mos doorgevoerd als visueel thema bij mijn muziek, dat ben ik nu kotsbeu. Ik had een mos-jurk, een mos-microfoonstatief, een mos-podium, alles was mos.
‘Voor de clip van Zilver had ik een jurk gemaakt van levend mos, die stonk enorm. Voor de dansers maakte ik van gesmolten plastic een soort harnassen. Ik vind dat contrast tussen natuurlijk en plastic heel tof. Die mos vergaat binnen een paar maanden, dat plastic blijft. Zilver gaat over klimaatverandering, dan vind ik het mooi om dat ook visueel te vertellen. Het zijn kleine beetjes die meehelpen in het vertellen van een verhaal.’
‘Als ik iets schrijf zie ik al gauw dingen voor me. De artiesten van wie ik fan ben, besteden ook veel aandacht aan het visuele, die creëren een eigen wereld. Angèle doet dat bijvoorbeeld heel goed, zij brengt die vrolijke absurditeit in haar muziek en visuals heel goed over. Of Stromae, die hele dansstijlen ontwikkelt voor zijn muziek. De combinatie van muziek en acteren speelt ook mee. Ik sta supergraag op een set, kijk graag hoe de mensen daar beeldtaal gebruiken om dingen over te brengen. Er zijn zoveel banen die ik nog graag zou beoefenen: van bioloog tot regisseur, of kostuumontwerper. Maar ik moet een beetje oppassen dat ik niet alles oppak. Ik heb de clip van mijn single Atlas geregisseerd. Dat was superleuk, maar ook veel werk. Ik moet keuzes maken in wat ik doe.’
‘Soms vanuit mijn eigen ervaring, soms vanuit fictie. Het hoeft niet 100 procent van mij te zijn. Ik moet het wel voelen, het moet iets met me doen. Dat betekent niet dat het altijd de zwaarste teksten hoeven te zijn, het mag me amuseren of entertainen. Dat vind ik ook waardevol. Ik vind het belangrijk dat mijn teksten niet verlammend werken. Het mag best over heftige thema’s gaan, maar er moet wel iets van hoop in zitten. Muziek moet mij motiveren en aanzetten tot iets.’
‘Ik schrijf al een paar jaar muziek met producerduo The Companions, Stefan van Leijsen en Sasha Rangas. In het begin zeiden zij nog vaak over mijn teksten: dat kun je echt niet doen in een popsong, dat snappen mensen niet. Zij zijn nogal pop-gericht. Dat werd een soort gevecht in de studio: ik wilde die politieke thema’s wel expliciet bespreken. Op een gegeven moment zeiden ze: oké, maar als ze niet meezingen, hebben wij het je gezegd. Na mijn eerste plaat zeiden ze: boeien, ze zingen het mee, ze vinden het leuk, ga je gang maar! Voor mijn tweede plaat, die dit najaar uitkomt, kon ik dus volledig schrijven over wat ik wilde.
Er wordt de jeugd van tegenwoordig verweten dat ze vervelend en ondankbaar zijn en niets van politiek weten. Maar ik zou ook niet weten waar the fuck ik zou moeten beginnen met politiek snappen, hoor. Dus ik schrijf die teksten niet vanuit het idee dat ik wél politiek geëngageerd ben, want ik weet het ook allemaal niet. Ik probeer de ongrijpbaarheid van politiek die ik ervaar te vatten.’
‘Dat vind ik dubbel. Het is niet dat ik twijfel of ik die boodschap wil overbrengen, dat weet ik zeker. Ik ben daarmee bezig, dus het zou niet eerlijk zijn om dat niet door te laten sijpelen in mijn muziek en show. Ik zoek alleen nog naar de manier waarop ik dat het beste kan doen.
‘Daar ligt ook een verschil tussen mij als persoon en mij als artiest. Persoonlijk ben ik niet de luidste in de kamer, of iemand die haar gedachten aan anderen wil opdringen. Zeker niet over deze onderwerpen. Ik vind het als artiest wel belangrijk om me uit te spreken en wil het graag doen, maar op een manier die goed voelt voor mij. Het laatste wat ik wil is dat het performatief aanvoelt, dan komt het ook niet binnen bij mensen.
‘Je kunt naar mijn show komen kijken, even alles uitzetten, goed dansen en niet met de buitenwereld bezig zijn als je dat niet wil. Maar als je goed luistert, kun je er veel politiek uit halen. Dat is mijn stijl, ik open liever een zacht gesprek dan dat ik luid ga roepen wat ze moeten denken. De dingen die ik het meest onthoud, zijn de conclusies waartoe ik zelf ben gekomen.’
‘Ja. Als mijn hele zangcarrière nul escapisme had, zou ik het zelf als heel zwaar ervaren. Nu kan ik ervan genieten en dat is ook waardevol. Op mijn eerste plaat heb ik veel nagedacht over de rol van entertainment. Wat maak ik eigenlijk, is het nuttig of waardevol?
‘Terwijl ik entertainment bij andere artiesten heel waardevol kan vinden. Bijvoorbeeld Suzan en Freek: twee artiesten die altijd heel lieve pop maken met hoopvolle teksten. Het staat bij mij thuis niet vaak op, maar ik luisterde het weleens. Toen zag ik ze optreden op Concert At Sea, hun eerste show sinds Freek een diagnose van ongeneeslijke longkanker kreeg. Door dat hele verhaal kwamen al die puur lieve, hoopvolle teksten zo hard binnen. Zij zijn een uitzondering, want zij gaan hier publiekelijk doorheen. Maar in het publiek staan misschien nog honderd mensen die ook een geliefde verliezen aan ziekte. Daardoor kwam bij mij het besef hoe waardevol elk soort liedje kan zijn.
‘Soms schrijf ik zelf een gewoon liefdeslied en denk ik: zegt dit wel genoeg? Maar oh my, mensen hebben het zo hard nodig. Niet ieder liedje hoeft scherp of kritisch te zijn, soms hebben mensen juist behoefte aan iets luchtigs. Hoop en vrolijkheid kunnen even waardevol zijn als maatschappijkritiek.’
4 april 2001 Geboren in Kessel
2010 Tv-debuut bij Ketnet Kookt
2011 Een van de vijf reporters bij Ketnets De Zoo-reporters
2012 Speelt de rol van de jonge Karen Damen in de liveshow K3 in concert: Live in Ahoy
2012-2013 Deelname en winst Op zoek naar Annie, resulterend in een hoofdrol in de musical Annie
2013 Presentatrice VTM-programma Jij Kiest!
2014 Rol in film Labyrinthus
2019-2023 Hoofdrol in musicalserie LikeMe
2020 Rol en titelsong in familiefilm De Familie Claus
2020 Nummer 1-hit Nu wij niet meer praten met Jaap Reesema
2021 Platencontract bij Sony Music
2021 Eerste solo-single Meisjes van honing
2022 Wint drie Music Industry Awards (Mia’s)
2023 Coach bij The Voice Kids
V.a. 2023 Hoofdrol in VRT/Netflix-serie Knokke Off
2023 Debuutalbum Per ongeluk
2023 Wint vijf Mia’s
2024 Wint vier Mia’s
2025 Negen shows in een uitverkocht Ancienne Belgique
De Belgische muzikanten en geliefden Sylvie Kreusch (33) en Maarten Devoldere (35), alias Warhaus, gingen na twee albums uit elkaar, ook muzikaal. Beiden brachten onlangs een knap nieuw album uit en: Kreusch is te horen op dat van Warhaus. ‘Het is niet zo romantisch als mensen denken.’
Het terrein van Pinkpop is flink op de schop gegaan, en dat is geen overbodige luxe met deze hoge temperaturen. Op de podia is de eerste dag al veel energieke pop te horen – het belooft een interessante editie te worden.
Toen de vader van Sarah Janneh overleed in Sierra Leone, liet hij haar achter met existentiële vragen. Wie was hij? En wie is zijzelf? In haar voorstelling Brabo Leone gaat ze op zoek naar antwoorden. ‘Mijn vader moest dealen met een dorp dat niet zat te wachten op zwarte mensen.’
Source: Volkskrant