Het leven: wat dachten we, wie waren we en hoe is het allemaal zo gekomen? Als zoon van een arbeidsmigrant groeide politicus Ahmed Marcouch op met een romantisch beeld van Nederland. Hij droomde van school, van nuttig zijn, een goed leven leiden. Maar dat kwam met een prijs.
Naam: Ahmed Marcouch
Leeftijd: 59 jaar
Is: burgemeester van Arnhem sinds 1 september 2017.
Bekend van: stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Slotervaart, gemeenteraadslid in Amsterdam (PvdA) en Tweede Kamerlid (PvdA).
‘Ik ben vernoemd naar mijn overleden broer, Ahmed. Het was in die tijd gebruikelijk dat je werd vernoemd naar een broer of zus die jong was gestorven. Mijn geboorte is officieel niet aangegeven en ik heb de identiteit van mijn oudere broer overgenomen.
‘Dit is het huis waar ik heb gewoond tot ik op 10-jarige leeftijd naar Nederland kwam. De opa van mijn moederskant schonk dit stukje grond aan mijn ouders. Mijn vader was dakloos en heeft dit huis gebouwd. Ik kan me niet anders herinneren dan dat mijn vader arbeidsmigrant was in Nederland. Als gezin leefden we van het geld dat hij daar verdiende. Ik heb zestien broers en zussen. Mijn moeder kreeg tien kinderen. Mijn vader is later hertrouwd en kreeg nog zes kinderen.
‘Toen mijn moeder overleed, woonden we hier zonder ouders. In praktische zin waren we wees. We hadden een stukje land met een druivengaard, bomen, en we verbouwden zelf linzen en bonen. Op die manier waren we grotendeels zelfvoorzienend. Als kind leverde ik een serieuze bijdrage aan het huishouden. Water halen was een dagtaak. Op een ezeltje vulde ik containertjes bij een natuurlijke bron verderop, langs een ravijn, zonder wegen. Die ezel laadde ik dan vol. Ik kan nog steeds verdrietig worden als ik eraan denk hoe we ons ezeltje hebben overvraagd.’
Grote verwachtingen is een zomerrubriek van Volkskrant Magazine waarin bekende Nederlanders uit hun fotoalbum putten en praten over hun verwachtingen.
‘Dit is een pasfoto van mijn oma. Zij woonde naast ons en was heel betrokken. Ze was als een moederfiguur. Ik was 2 toen mijn moeder overleed. Ik weet niet hoe ze eruitzag, ik heb geen foto van haar. Als ik naar deze pasfoto kijk, denk ik: als ze op mijn oma leek, moet ze er ongeveer zo hebben uitgezien.
‘Als je in zo’n dorp ziek werd, ging je dood. De medische zorg, zeker voor zwangere vrouwen, was nul komma nul. Er waren alternatieve voodoorituelen, met kruidenmengsels die als medicatie dienden. Vrouwen trouwden heel jong, anticonceptie was niet beschikbaar en taboe. Bij de geboorte van haar laatste kind, mijn broertje, is ze niet meer hersteld. Wat ze precies had, weten we niet. Er was geen ziekenhuis, geen laboratorium, geen dokter.
‘Twintig jaar geleden heb ik haar een grafsteen gegeven. Ik moest altijd zoeken om te weten waar ze lag. Ik wilde dat mijn kinderen zouden weten waar hun oma ligt als ik er niet meer ben. Toen ik de grafsteen liet maken, moest ik haar geboorte- en sterfjaar achterhalen. Voor het eerst zag ik dat ze op 36-jarige leeftijd is overleden. Mijn moeder was een sterke vrouw. Het leven moet zwaar zijn geweest voor haar.’
‘De foto bovenaan dit artikel is gemaakt in het kader van gezinshereniging. Mijn vader was bezig met het voorbereiden van zijn dossier, zodat wij naar Nederland konden komen. We vonden het spannend om te worden gefotografeerd, zeker door een professionele fotograaf. In ons geboortedorp had niemand een camera, foto’s uit mijn jeugd zijn zeldzaam. Dit was mijn eerste pasfoto. We kregen geen eigen paspoort, onze foto’s werden toegevoegd aan het paspoort van onze vader.
‘Een half jaar later, in juni 1979, arriveerden we in Nederland. Ik wilde graag naar Nederland, ik droomde ervan om naar school te gaan. Ik wilde leren, ik verlangde naar kleurpotloden, stiften en mooie boeken. Als kind was ik al doordrongen van het feit dat we in ons geboortedorp aan het overleven waren. De droom was om hiernaartoe te komen – ik noem het de Hollandse droom. Want hier was het leven beter.’
‘Hier waren we net aangekomen in Nederland. We woonden op 45 vierkante meter: mijn vader, mijn tweede moeder en vijf kinderen. Het was een zeer vervallen appartement, maar voor ons voelde het als Alice in Wonderland. We vonden het een wonder dat er stroom was, we deden de lichtknop constant aan en uit. En er was een kraan waar water uitkwam. Dat vonden we prachtig. Maar ik vond het geen fijne periode. Ik kreeg heimwee en miste mijn vriendjes uit het dorp. We kwamen in juni aan en gingen pas in augustus naar school.
‘De pijn van de verveling van toen voel ik nog steeds. We mochten niet alleen naar buiten. Mijn vader vreesde voor de auto’s, in ons geboortedorp was geen verkeer. We zaten op elkaars lip en dat leidde tot spanningen. Wij dachten dat onze vader een gids kon zijn in de Nederlandse samenleving, maar hij kende die wereld zelf niet. Hij had meerdere banen en werkte van vroeg tot laat.
‘Onze komst was zijn eerste echte confrontatie met de Nederlandse samenleving. Pas toen kreeg hij te maken met scholen, rapportbesprekingen, Sinterklaas en grote inkopen doen. Dat was nieuw voor hem en gaf veel stress. We hadden de hereniging geromantiseerd. Er was veel te weinig nagedacht over hoe je zo’n hereniging sociaalpsychologisch vormgeeft.’
‘Ik kwam in klas vijf terecht op de vierde Montessorischool. Ik had nog nooit een pen vastgehouden, was volledig analfabeet en sprak geen woord Nederlands. Ik kreeg les van juf Herma. Voor mij belichaamt zij het belang van gepassioneerde onderwijzers. Ik kreeg telkens een stencil mee met Nederlandse woorden. Die leerde ik uit mijn hoofd, maar ik leerde ze zo snel dat ik het te traag vond gaan. Gelukkig nam juf Herma mij al snel mee naar de lokale bibliotheek. Dat vond ik het volgende wonder: dat je met een pasje gratis boeken kon lenen.
‘Ik las ontzettend veel en wist dat ik de taal goed onder de knie moest krijgen. Ik deed enorm mijn best om accentloos Nederlands te spreken. De nieuwslezer Fred Emmer was daarin mijn rolmodel, ik was gefascineerd door zijn mooie, zware mannenstem. Ik wist niet wat er allemaal mogelijk was, maar ik wist wel dat ik in het land van mogelijkheden was. Mijn vader zei ook: ‘Ik heb geen kansen gehad om te leren, jullie hebben die wel.’ Juffrouw Herma nam me mee naar de open dag van de lagere technische school, de lts. Toen ik op de houtbewerkingsafdeling kwam en die walm van hout rook, dacht ik: ik wil timmerman worden. Dus ben ik de opleiding tot timmerman gaan doen.’
‘Deze periode was ik erg bezig met mijn ontwikkeling in de islam. Ik was op zoek naar mijn identiteit. Met een groep studenten organiseerden we leeskringen, we lazen boeken, bespraken teksten over de islam en organiseerden conferenties met islamistische intellectuelen in moskeeën. Ik leerde over het denken, de geschiedenis, de ideologie en de groeperingen van islamistische bewegingen en luisterde naar cassettebandjes en lezingen van predikanten, filosofen en andere intellectuelen. Je zou het mijn radicaliserende periode kunnen noemen. Dit was mijn hobby, mijn verenigingsleven.
‘Tegelijkertijd deed ik dus de opleiding tot timmerman en daarnaast had ik een krantenwijk voor de Volkskrant. Ze hebben mij echt uitgebuit, haha. Later las ik hoe slecht krantenjongens betaald kregen, maar ik vond het hartstikke mooi werk. Ik heb het een jaar of zeven gedaan, in de Czaar Peterbuurt in Amsterdam. Allemaal linkse mensen, die hadden natuurlijk de Volkskrant. Ze waren altijd goed voor me. Met Nieuwjaar kreeg ik een envelopje met 5, soms 10 gulden. Zelf had ik geen geld om abonnee te worden, maar op deze manier kon ik toch de krant lezen. Daardoor kon ik mijn taal en algemene ontwikkeling verbeteren. Ik heb altijd een intrinsieke motivatie gehad om te leren.’
‘Als kind was ik erg gecharmeerd van de politieserie Starsky and Hutch. In ons dorpscafé stond de serie vaak op. Als kinderen keken we af en toe stiekem naar binnen. Toen leek het me al wat: een stoere politieagent worden. In 1987 solliciteerde ik bij de politie, maar ik had nooit eerder gesolliciteerd en werd afgewezen. Na mijn opleiding tot timmerman ging ik een opleiding doen tot ziekenverzorger. Daarna heb ik drie jaar in een papierfabriek gewerkt. Ik was zoekende.
‘Toen ik het jaren later opnieuw bij de politie probeerde, werd ik aangenomen. Op de foto zie je mijn eerste uniform. Je ziet de trots in mijn ogen. Dit was een moment van verandering, mijn droom bleek mogelijk. Onze mentor Frank zei: ‘Fijn dat je er bent Ahmed, maar je hebt twee problemen. Je etnische achterban gaat je uitmaken voor verrader en je collega’s gaan je niet accepteren.’ Ik wilde het tegendeel bewijzen en organiseerde een studieclubje met andere agenten met een migratieachtergrond. We haalden zulke hoge cijfers dat medestudenten dachten dat we werden voorgetrokken.’
‘Ik was 19 toen mijn oudste zoon werd geboren. Ik kom uit een conservatieve omgeving, waar relaties buiten het huwelijk not done zijn. Ik had geen verkering, ik ging niet scharrelen, ik ging trouwen. Vier jaar later, tijdens mijn politieopleiding, werd mijn tweede zoon geboren. Tegelijkertijd volgde ik de lerarenopleiding. Want stel dat Frank gelijk zou krijgen, dan moest ik een plan B hebben.
‘Na tien jaar met veel plezier bij de politie te hebben gewerkt, solliciteerde ik om woordvoerder te worden. De commissie concludeerde: ‘Je bent de beste kandidaat, maar sorry, Amsterdam is nog niet klaar voor een Marokkaans gezicht.’ Toen Theo van Gogh in 2004 werd vermoord door Mohammed B, werkte ik bij de gemeente als coördinator Jeugd en Veiligheid. Ik had veel kennis over de islamitische bewegingen en ging me bemoeien met het debat. Mede door die zichtbaarheid werd ik benaderd met de vraag of ik lijstrekker wilde worden voor de PvdA in Amsterdam-Slotervaart. De rest is geschiedenis.’
‘Heb ik mijn dromen en verwachtingen waargemaakt? In alle eerlijkheid: ik heb nog geen tijd gehad om goed te reflecteren op wat ik nou precies heb gewild. Ik wilde het goed doen, een goed leven leiden. De droom was nuttig zijn, op het calvinistische af. Dat kreeg ik mee van mijn vader: niets doen is tijd verdoen. De prijs daarvoor is hoog geweest.
‘Vrije tijd kende ik niet. Vakanties waren gevuld met bijbaantjes – ik was kamermeisje, postbode, schoonmaker. Maar voor mijn werk als burgemeester van Arnhem is dat de beste vorming in maatschappijkennis geweest. De kern van mijn verhaal is dat ik dankbaar ben voor de mogelijkheden en kansen die ik in Nederland heb gehad. Maar je moet het wel zelf doen. Zoals Hazes het mooi zegt: met bloed, zweet en tranen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant