Het vertrouwen in de authenticiteit van nieuwsfoto’s staat onder druk. Schrijnend beeld van de hongersnood in Gaza leidde onherroepelijk tot discussie. Werd bijvoorbeeld het hele verhaal wel verteld?
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Op donderdag 24 juli werd de complete voorpagina van de papieren Volkskrant gevuld met een foto, iets wat niet vaak voorkomt. Onder de kop ‘Massale hongersnood in Gaza’ zien we hoe een vrouw haar naakte, duidelijk uitgehongerde kind op haar arm draagt. De ribbenkast en de bungelende benen spreken voor zich.
Het onderschrift luidt ‘Een Palestijnse vrouw houdt woensdag haar ondervoede, 2-jarige zoontje vast in vluchtelingenkamp Al-Shati bij Gaza-Stad’. Fotograaf is Omar al-Qattaa, die in Gaza van dag tot dag de oorlog volgt voor persbureau AFP.
De fotoredactie van de Volkskrant ziet al wekenlang hongerfoto’s uit Gaza binnenkomen en de foto van Al-Qattaa was zeker niet de enige die werd overwogen. Fotochef Rowin Ubink benoemt de ‘rauwe’ kwaliteit van het beeld, dat hem opviel naast de meer esthetisch verfijndere foto’s in het aanbod. ‘Veel foto’s zijn net iets te mooi voor het verhaal dat hier wordt verteld. Uit de serie van Al-Qattaa van moeder en kind werd gekozen voor een foto waar ook zijn dunne beentjes te zien zijn.’
Hij had het gevoel dat dit voor dit moment de juiste foto was. Al-Qattaa is bovendien een fotograaf die al vaker in de krant heeft gestaan, en die via AFP een van de belangrijkste leveranciers is van het beeldverhaal uit Gaza.
Het was een foto die voelde als passende illustratie bij de urgentie van de massale hongersnood, onderwerp van een groot verhaal verderop in de krant. In de dagen daarna dook de voorpagina op bij een aantal Gaza-demonstraties, als een soort instant protestaffiche.
Andere media maakten die week andere fotokeuzes, van andere fotografen. Kranten als The New York Times, The Guardian en de Daily Express kozen voor foto’s uit een serie van fotograaf Ahmed Jihad Ibrahim al-Arini, gemaakt op 21 juli. Ook een moeder-en-kindbeeld, met een 1-jarige en zo te zien uitgemergelde jongen, Muhammad Zakariya Ayyoub al-Matouq, in de handen van zijn moeder.
In een interview met de BBC verklaarde de fotograaf dat hij de foto’s had genomen ‘om de rest van de wereld te laten zien dat kinderen in Gaza honger hebben’. En hij wijst erop dat de jongen een vuilniszak als luier draagt, ook al een bewijs voor het feit dat de logistiek van noodzakelijke goederen stilligt.
Om te zeggen dat foto’s uit Gaza onder een loep liggen, is een understatement. Vanuit het kamp dat de Israëlische oorlog steunt, worden cijfers over omgekomen Palestijnen of de omvang van de hongersnood, zoals ze worden verspreid door het Palestijnse ministerie van Gezondheid, gezien als pro-Hamas-propaganda. Dit ongeacht hoeveel internationale én Israëlische hulporganisaties de ernst van de situatie onderschrijven en bevestigen.
De foto van Al-Arini werd snel na publicatie het middelpunt van een heftige discussie. Critici wezen erop dat de fotograaf had moeten vertellen dat de jongen ook lichamelijk gehandicapt was, zodat het fotopersbureau dat aan het bijschrift had kunnen toevoegen. Veranderde dat het hongerscenario? Wel in de ogen van pro-Israël-activisten, die westerse media verweten met het plaatsen van de foto’s van Al-Arini een kritiekloos werktuig van Hamas te zijn geworden.
Merel Bem schreef afgelopen zaterdag in haar fotorubriek Beeldvormers over deze kwestie: ‘Dat Muhammad lijdt aan een hersenverlamming die zijn toestand verergert, wil niet zeggen dat het jongetje geen honger heeft.’
The New York Times, die een van de foto’s plaatste, meldde daags daarna in een ‘Editor’s Note’ dat ze inmiddels contact gelegd met een dokter in Gaza die meldde dat er sprake was van onderliggende gezondheidsproblemen bij het gefotografeerde kind. De krant meldt dat als ze dit hadden geweten deze informatie hadden toegevoegd. De krant schrijft: ‘Zijn gezondheid ging snel achteruit de afgelopen maanden, terwijl het steeds moeilijker werd om voedsel en medische zorg te vinden.’
De Duitse journalistenvakbond DJV (Deutscher Journalisten-Verband) ging een stuk verder met een op Instagram geplaatst advies aan zijn leden om je niet om de tuin te laten leiden door ‘pogingen tot manipulatie’, vooral als het foto’s betreft of van kinderen die ziek waren, maar kennelijk geen honger hadden. De DJV hoort op zijn account over het algemeen weinig terug, maar kreeg over deze stellingname een vloedgolf aan kritiek over zich heen – ‘Seid ihr verrückt geworden!’, was nog een van de mildere opmerkingen.
Neemt niet weg dat de combinatie van recente verhalen over de mogelijkheden om met AI foto’s te manipuleren en discussies zoals rond de foto van Muhammad ook bij lezers van deze krant heel wat losmaken. Ubink antwoordde een lezer (een uit meerderen) die zich zorgen maakte over de kwetsbaarheid van de krant, en de ‘doelbewuste desinformatie’ die via de fotoredactie zou kunnen binnenkomen.
Wat te doen als tegenover een dagelijkse en eindeloze stroom van intens schrijnende foto’s van de grote fotopersbureaus een lezer voor zijn laptop vaststelt dat iedereen er ‘weldoorvoed’ uitziet? Ubink in een antwoord aan een van die lezers: ‘Wij vinden het zorgelijk dat de authenticiteit van een beeld als dit zo snel in twijfel wordt getrokken, temeer omdat er dagelijks hartverscheurende beelden opduiken die het schrijnende niveau van ondervoeding en honger in Gaza bevestigen.’
Fotopersbureau Getty heeft inmiddels het bijschrift van de foto van Al-Arina uitgebreid. Er wordt vermeld dat Muhammad van negen naar 6 kilo is afgevallen, en daarmee een derde van zijn lichaamsgewicht is verloren. De ondervoeding werd vastgesteld door artsen die ook de onderliggende gezondheidssituatie bij de jongen hadden vastgesteld. Getty laat voedingsdeskundige Suzan Marouf van het plaatselijke ziekenhuis aan het woord, die bevestigt dat de ernstige gewichtsafname te maken heeft met ondervoeding en niet met de handicaps van Muhammad.
Fotograaf Omar al-Qattaa werkt ondertussen door. In de eerste week van augustus plaatst hij een aantal foto’s van kinderen in Gaza-Stad die linzensoep aan het eten zijn, uitgedeeld door een lokale hulporganisatie. In dezelfde week maakt deze krant melding van de laatste officiële cijfers over de gebrekkige en gevaarlijke voedseldistributie in Gaza. Sinds het begin van de oorlog zijn er 181 mensen de hongerdood gestorven, onder wie 94 kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant