Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft het Hooggerechtshof verzocht om tijdelijk een rechterlijk bevel buiten werking te stellen dat immigratiestops in Zuid-Californië aan banden legt. Het verzoek volgt op een eerdere uitspraak van rechter Maame E. Frimpong, die oordeelde dat federale agenten alleen mensen mogen aanhouden als er een redelijke verdenking is dat zij zich illegaal in het land bevinden. Volgens haar is er overweldigend bewijs dat de werkwijze van immigratiediensten de Grondwet schendt.
Frimpong stelde expliciet dat arrestaties op basis van ras, afkomst, het spreken van Spaans of een accent, de locatie van een persoon of diens beroep, niet zijn toegestaan. Ze benadrukte dat zulke criteria niet voldoen aan de eisen van het Vierde Amendement, dat burgers beschermt tegen willekeurige fouilleringen en arrestaties. De uitspraak legt strenge beperkingen op aan de manier waarop immigratiehandhaving mag plaatsvinden.
De regering-Trump vindt dat dit besluit het werk van immigratieambtenaren onredelijk belemmert. In het ingediende verzoek schrijven overheidsadvocaten dat ICE-agenten nu onder dreiging van sancties niemand meer mogen aanhouden puur op basis van deze signalen, zelfs niet op plekken die al vaker zijn gecontroleerd op illegale arbeid.
Hoewel de overheid erkent dat kenmerken als taal of beroep niet automatisch verdacht zijn, benadrukt zij dat deze signalen in sommige gevallen wel degelijk kunnen bijdragen aan een bredere beoordeling. "In veel situaties kunnen zulke factoren - afzonderlijk of gecombineerd - het aannemelijk maken dat iemand onrechtmatig in de VS verblijft", aldus het verzoekschrift. De zaak ligt nu bij het Hooggerechtshof, dat moet bepalen of de beperkingen tijdelijk worden opgeschort.
Source: Fok frontpage