Militair geweld tussen Thailand en Cambodja wakkert in beide landen het nationalisme aan. Langs de grens bouwen dorpelingen bunkers. ‘Maar als ik hierna een Cambodjaan tegenkom, zeg ik gewoon hallo.’
Al bijna twee weken wacht de 57-jarige Thaise Noosorn Boonlueng in een tijdelijk opvangcentrum voor vluchtelingen langs de grens met Cambodja. Ze zit op de vloer van een tempel, voor een gouden boeddhabeeld, en kauwt gelaten op een licht opwekkende betelnoot. ‘Ons dorp ligt een kilometer van de grens met Cambodja – twee huizen raakten beschadigd door granaten en een koe werd gedood – dus we zijn snel hierheen gevlucht. Wie een auto had, nam zoveel mogelijk mensen mee.’
Nu wacht Noosorn samen met honderden dorpelingen op het sein veilig van de regering. ‘Mijn man mag overdag heen en weer om onze varkens en koeien te voeren. Hopelijk mogen we volgende week allemaal weer terug.’
Langs de Cambodjaanse grens in het noordoosten van Thailand heerst een gespannen sfeer. Gehelmde militairen – M-16-geweer voor de borst – bemannen checkpoints langs de provinciale wegen; kloosters en schoolgebouwen zijn veranderd in evacuatiecentra of militaire commandoposten met rupsvoertuigen voor de deur. Tot tien kilometer van de grens graven dorpelingen bunkers en loopgraven naast hun huis, voor het geval er nog meer raketten inslaan vanuit Cambodja.
Aan de andere kant van de grens gebeurt volgens lokale media min of meer hetzelfde. Tegelijkertijd onderhandelen beide landen in buurland Maleisië over voortzetting van de broze wapenstilstand die op 28 juli werd bereikt.
Donderdag maakten de onderhandelaars bekend dat beide landen buitenlandse waarnemers uitnodigen om toezicht te houden op de naleving van het staakt-het-vuren. Eerst door de militaire attachés van Asean, het bondgenootschap van tien Zuidoost-Aziatische landen, later gevolgd door een volwaardige waarnemersmissie onder leiding van Asean. Wanneer die moet beginnen, is nog niet bekend.
De waarnemers brengen mogelijk rust langs de 817 kilometer lange grens, maar bieden geen structurele oplossing voor het sluimerende conflict dat af en toe uitbarst. Het geweld dat na 24 juli uitbrak, was echter extreem: beide landen zetten zware wapens in, zoals raketartillerie en F-16-jachtvliegtuigen, met als gevolg tientallen doden onder militairen en burgers, honderden gewonden en honderdduizenden evacués. De precieze aantallen hangen sterk af van wie je het vraagt.
‘Kijk, hier kwam een raket neer, en daar nog een en daar nog een’, zegt het 32-jarige parlementslid Nasawat Poungponsri, die vier districten vertegenwoordigt langs 150 kilometer landsgrens. Hij wijst op een krater in de grond te midden van drie verwoeste huizen in het dorpje Bu Pueai. ‘Waarom schiet Cambodja op het huis van de conciërge van de dorpsschool?’ Dat er maar één bedlegerige bejaarde is gestorven na een salvo van 57 ongeleide BM-21-raketten is volgens Nasawat te danken aan de snelle evacuatie van bijna alle bewoners. ‘We hadden daarop geoefend.’ Langs de hele grens sloegen volgens hem meer dan driehonderd raketten in, tot tientallen kilometers in Thailand, waarbij onder meer een 7-Eleven-minisupermarkt werd geraakt (acht doden) en een provinciaal ziekenhuis (zwaar beschadigd).
De jonge parlementariër trekt zijn kogelwerende vest uit en zoomt in op een landkaart op een laptop. ‘Negeer deze grenslijn op Google Maps, daar klopt dus niks van!’ Hij wijst met zijn vinger een paar honderd meter zuidelijker, langs de rand van een steile klif. ‘Kijk, daar loopt de waterscheiding tussen beide landen en daar loopt dus officieel de grens. Thailand ligt hoog en Cambodja zit laag.’ Het Cambodjaanse leger weigert die officiële afspraak volgens hem te accepteren, en bouwt heimelijk loopgraven, bunkers en bevoorradingswegen tot boven op de rand. ‘En dan bouwen ze een dorp op Thais grondgebied!’ Met een tevreden glimlach laat de politicus een recent filmpje zien van een militaire bulldozer die houten woningen met de grond gelijkmaakt. ‘Dit Cambodjaanse dorp is weer voor 80 procent verdwenen.’
Oude landkaarten en een waterscheiding, dat zijn de oorzaken van het slepende conflict dat Thailand en Cambodja in zijn greep houdt. Toen het Franse koloniale bewind in Cambodia in 1907 onderhandelde met het koninkrijk Siam (sinds 1939 Thailand) over de grens, lag er een nogal onnauwkeurige kaart op tafel. Beide partijen spraken een natuurlijke grens af: de waterscheiding in het Dângrêk-gebergte, dat beide landen van elkaar scheidt. Enkele belangrijke tempelcomplexen uit de 11de eeuw, magnifiek gelegen op de klifrand, vielen volgens de Franse kaart binnen Cambodja. Pas toen Thailand na de Tweede Wereldoorlog zelf militaire kaarten ging produceren, op een schaal van 1:50, bleek dat de Fransen er hier en daar honderden meters naast zaten.
Na de onafhankelijkheid van Cambodja in 1953 ontstond er al snel een conflict over de Preah Vihear-tempel, de indrukwekkendste van alle betwistte tempelruïnes. Na een jarenlange procedure bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, werd het tempelcomplex in 1962 toegewezen aan Cambodja. De rechters stelden niet vast aan welke kant van de waterscheiding de tempel staat, maar oordeelden dat de klagende partij (Thailand) te lang had gewacht met bezwaar maken. Ook een zwart-witfoto uit 1930 van een Thaise edelman die de tempel bezocht en toen geen probleem maakte van de wapperende Franse vlag aldaar speelde een rol tijdens dat proces. In 2013, na een vuurgevecht rond de tempel waarbij ten minste vijftien militairen sneuvelden, bevestigde het Internationaal Gerechtshof die beslissing en gelastte het bovendien het Thaise leger het terrein rond de tempel te verlaten.
De Thai accepteren de jurisdictie van het Hof allang niet meer en pleiten voor bilaterale onderhandelingen op basis van moderne landkaarten. De Cambodjanen houden echter vast aan hun Franse kaart uit 1907.
Toeristen die de Preah Vihear-tempel willen bezoeken, merken normaliter niks van het conflict. Zij mogen vrijelijk de duizend jaar oude trappen beklimmen, de rijk gedecoreerde poorten bewonderen en genieten van het uitzicht over de Cambodjaanse laagvlakte. De gewapende militairen die rond de ruïne op wacht staan, vormen slechts een extra attractie.
Maar nu versperren die militairen de weg naar de tempel. Het naastgelegen uitzichtpunt boven op dezelfde klif blijkt nog wel bereikbaar. Waar normaal toeristen uit de hele wereld langs de reling selfies maken en picknicken aan tafeltjes onder een parasol, slentert nu een eenzame aap tussen nieuwe bunkers gemaakt van zandzakken en met netten eroverheen tegen vijandelijke drones. Kogelhulzen op de grond en nieuw prikkelband op de klifrand doen vermoeden dat hier onlangs is gevochten. Op een naastgelegen heuveltop, een paar honderd meter verderop, wappert de Cambodjaanse vlag.
‘We werkten altijd prima samen; we aten samen, we kennen elkaar goed’, zegt een Thaise grenswacht die niet met zijn naam in de krant wil. Zijn eenheid verloor in één klap dertien voertuigen door Cambodjaans vuur. ‘We hebben ons enorm laten verrassen.’ Nu ondersteunt hij het leger rond de tempel en wacht hij de ontwikkelingen af. ‘Er is nu militaire spanning, maar als dat voorbij is, ga ik gewoon weer samenwerken met mijn Cambodjaanse collega’s. Dat weet ik zeker.’
Veel bewoners zijn het wel gewend dat er af en toe wordt geschoten langs de grens. Maar dat er raketten zijn geland op meer dan 20 kilometer afstand, is voor velen een schok. Zo herinnert een geblakerde 7-Elevenminisuper langs de provinciale weg 221, waar acht burgers omkwamen die daar wat kochten na het tanken, passanten eraan dat iedereen zomaar de klos kan zijn. De 24-jarige caissière Dao Kanlailuck rouwt om de slachtoffers, in het bijzonder om haar 18-jarige collega Pink. Met een snik in haar stem: ‘Ze was nieuw, net van school en ze was heel grappig.’ Pink kon perfect, vertelt Dao, rare dingen zeggen, terwijl ze haar gezicht perfect in de plooi hield. Met een boze blik: ‘Ik kan het de Cambodjanen niet vergeven, en nu liegen ze ook nog dat wij zijn begonnen.’
Die vraag houdt ook veel diplomaten en deskundigen bezig: wie loste het eerste schot? En waarom laait dit honderd jaar oude conflict nu zo op? Volgens politicoloog en voormalig overheidsadviseur Panitan Wattanayagorn (tot voor kort hoofddocent aan de Chulalongkorn Universiteit) is het best mogelijk dat Thailand als eerste een waarschuwingsschot heeft gelost. ‘Cambodja wilde ons provoceren en dat is ze gelukt. Alles wijst erop dat het deze aanval lang had voorbereid, zodat het op vele plekken tegelijkertijd kon aanvallen. Thailand heeft de afgelopen maanden zitten slapen’, concludeert de analist, die in de Thaise hoofdstad Bangkok woont.
Cambodja heeft volgens Panitan veel baat bij escalatie en bij een mogelijke internationale interventie. ‘Hun leger is veel kleiner, maar zij kunnen zich wel beroepen op de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof.’ Daar komt volgens hem bij dat met de Cambodjaanse economie ook het Cambodjaanse zelfvertrouwen is gegroeid. Tot slot, stelt hij, is er het ego van de Cambodjaanse oud-premier Hun Sen. Die schoof na 38 jaar dictatorschap weliswaar zijn zoon op de premiersstoel, maar de facto leidt hij nog altijd het land. Zo dook de 73-jarige oud-generaal afgelopen weken op in de Cambodjaanse media als de grote leider die de strijd persoonlijk aanvoert. ‘Hun Sen is bezig met zijn nalatenschap.’
De schade voor Thailand is groot, stelt de politicoloog. Niet alleen omdat het land een half miljoen arbeidsmigranten uit Cambodja dreigt te verliezen; rijke Cambodjanen geen medische zorg meer inkopen in Thailand; toeristen hun reis omboeken naar bijvoorbeeld Vietnam en buitenlandse investeerders wellicht op zoek gaan naar een stabielere vestigingsplaats voor hun bedrijf, maar ook omdat Thailand nu buitenlandse inmenging moet accepteren. ‘Dat is het laatste wat Thailand wil: buitenlandse mogendheden die zich bemoeien met hun beleid. Maar Cambodja heeft Maleisië zo ver gekregen om te bemiddelen, waarbij ook de superpowers de Verenigde Staten en China mogen aanschuiven.’ Hun Sen, stelt Panitan, heeft het slim gespeeld. ‘Hij liep steeds drie stappen voor.’
Onderzoeker Eugen Mark van het onafhankelijke Iseas-Yusof Ishak Instituut in Singapore houdt in het midden wie is begonnen. Hij signaleert dat de Thaise regering is verzwakt en daarom minder controle heeft op militair avonturisme door de legertop. Anderzijds ondervindt de Cambodjaanse regering volgens hem veel kritiek vanwege de vele scamfabrieken – callcenters voor online- oplichting – in dat land. ‘Oplaaiend nationalisme biedt haar een welkome afleiding’, mailt Mark desgevraagd. Kern van het probleem blijft volgens de analist de onenigheid over de exacte ligging van de grens op tientallen locaties. ‘Demilitariseer die flashpoints, stel bilaterale bufferzones in en wacht totdat een gezamenlijke commissie het eens wordt over de grensscheiding.’
In de schuiltempel langs de grens geloven de evacuees het allemaal wel. De 28-jarige rubberplanter Thanawat Sriratee zette het twee weken geleden op een lopen toen hij explosies hoorde. Nu wacht hij rustig af met zijn vrouw en hun drie maanden oude baby op een kleedje op de vloer. ‘Ik begrijp niet waarom er bommen zijn gevallen. Ik zie nu veel haat en dreigementen op sociale media, maar daaraan doe ik niet mee. Ik ben niet boos op alle Cambodjanen, ik heb vrienden daar.’
Dorpsgenoot Noosorn die even verderop kauwt op haar betelnoot: ‘Dit is iets tussen onze leiders, wij hebben daar niks mee te maken. Als ik hierna een Cambodjaan tegenkom, zeg ik gewoon weer hallo.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant