Franse literatuur Wat is het geheim van drie Franse zoetsappige bestsellers, waarvan er ook in vertaling miljoenen worden verkocht?
Onlangs was ik in Zuid-Frankrijk getuige van een pittige discussie tussen leden van een Franse leesclub. Ze hadden net het recentste boek gelezen van Miguel Bonnefoy, dat iedereen unaniem geweldig had gevonden. Maar voor de zomermaanden moest er eens ‘iets gemakkelijks’ op het programma staan, een bestseller. Daar was lang niet iedereen het mee eens: wat moesten ze met dommige, slecht geschreven boeken, waarin vrouwen smachtten naar een knappe vent? Dat ging in tegen hun feministische aard. Er was toch wel iets beters? Anderen waren het daar pertinent mee oneens: bestsellers konden heel goed zijn. Kijk naar Mélissa de Costa of Valérie Perrin. Ik moest bekennen dat ik nog nooit een titel van deze vrouwen had gelezen.
Onlangs publiceerde Livres Hebdo, het Franse tijdschrift voor de boekenwereld, een lijstje Franse titels die de grens van één miljoen exemplaren ruim hadden overschreden. Daarop stonden Al het blauw van de hemel van Mélissa De Costa, Vers water voor de bloemen van Valérie Perrin en een paar titels van Michel Bussi. Ik was benieuwd naar het recept voor het schrijven van een Franse roman die ook in vertaling miljoenen keren werd verkocht. Wat maakt die bestsellers eigenlijk tot een bestseller? Waarom staan er vooral vrouwelijke auteurs in de miljoenen top tien? Zo’n vijftienhonderd pagina’s vermoed ik wat zo veel lezers verleidt.
Wat de serie Emily in Paris doet voor de Franse hoofdstad, doet de Franse bestseller voor de campagne. Emile, de hoofdpersoon van Mélissa Da Costa, lijdt aan jong-alzheimer. Hij ziet niets in een lang ziekenhuistraject waar hij toch niet beter van zal worden en besluit zijn jongensdroom waar te maken voor het niet meer kan: een paar maanden door Frankrijk trekken, met rugzak en camper. Zijn roadtrip brengt ons naar de schitterende natuur van de Pyreneeën, watervallen en idyllische bergdorpjes. Valérie Perrin (vertalingen in 61 landen) neemt ons mee naar zo’n mooie, groene romantische begraafplaats waar je op het Franse platteland over struikelt. Bussi zoekt het in de Baskische kust en in de heuvels van de Auvergne. Wie ooit in Frankrijk is geweest – en wie is dat niet – krijgt meteen, als was het een Proustiaanse madeleine, de afwisselende Franse landschappen op zijn netvlies, het relaxte vakantiegevoel, de associatie met authenticiteit, puur natuur en gezond buitenleven. Je wordt gekatapulteerd naar een bestaan waar je gelukkig wordt van een vers geplukt bosje bloemen, een eenvoudige pasta en dat alles gewoon zittend op een klapstoel, naast een stromend beekje. Een eenvoudig leven kortom, mijlenver van de al dan niet virtuele chaos in de wereld.
In zo’n romantisch decor geen oorlog, uithongering en drone-aanvallen. Wel vind je er de ellende die de westerse mens als individu kan overkomen: ziekte, angst, dreiging, verlies, dood. In de drie bestsellers slaat het noodlot steeds in dezelfde vorm toe: iemand verdwijnt. Spoorloos. Een drama tegen de achtergrond van zo’n lieflijk tafereel. De zieke jongen verdwijnt uit het leven van zijn moeder zonder haar iets te zeggen over zijn roadtrip. Michel Bussi op zijn beurt laat een kind in zee verdwijnen, terwijl hij, als iedere ochtend, onderweg is naar de boulangerie om voor zijn moeder een croissantje te halen. Zij meent dat hij ontvoerd is, wordt paranoïa van verdriet en denkt hem tien jaar later ergens terug te zien. Valérie Perrin laat (om te beginnen) de echtgenoot van haar vertelster verdwijnen, de man van de vrouw die treurende mensen liefdevol ontvangt als ze een dierbare komen begraven. Maar die schuchtere vrouw is haar echtgenoot liever kwijt dan rijk.
In de vrouwen in deze bestsellers vergis je je in eerste instantie. Ze lijken eerst een beetje sullig en suffig, dommig en onderworpen. De beheerster van Perrins begraafplaats was eerst aangesteld als spoorwegovergangbediende. Haar man deed alleen dienst in bed en was overdag op andere rokken aan het jagen. Zij was het die in het holst van de nacht opstond om de slagboom te bedienen, zij bracht het geld binnen, haar man gaf het uit. De jonge, in het zwart geklede, broodmagere vrouw die meegaat als reisgenoot van de terminaal zieke jongeman van Da Costa, lijkt ze eerst niet allemaal op een rijtje te hebben. Maar in de loop van deze dikke pillen ontpoppen deze vrouwen zich tot sterke individuen; onverwacht voor de machomannen die hen ooit terroriseerden.
Zijn Mélissa Da Costa en Valérie Perrin de anti-AndrewTate-auteurs bij uitstek? Creëren ze een alternatieve, contra-wereld voor vrouwelijke lezers, waarin vrouwelijke hoofdpersonen het kwaad overwinnen en de mannelijke dominantie tackelen? Hebben ze daarom zoveel vrouwelijke lezers? Daarmee sluiten deze sellers naadloos aan bij de Franse literatuur in bredere zin, waar metoo, feminisme en ‘consent’ grote thema’s zijn.
Ook op andere punten bespreken deze succesboeken wat er hot of cool is. De jongeman op zijn roadtrip komt terecht in een ecodorp, met hutten van natuursteen. Zorg voor de aarde en voor elkaar staan er hoog in het vaandel. Er woont een herder, een reparateur van huishoudelijke apparaten, er wordt aan yoga gedaan en aan tai chi. Dat is beter dan de bullshitjobs die in Frankrijk zo gehaat zijn.
In alledrie vind je een spiritueel element, mindfulness of meditatie. Autisme is een thema en de vraag hoe je iemand een waardig levenseinde bezorgt. Bussi goochelt dan weer met reïncarnatie (‘een meerderheid van alle mensen op de wereld gelooft erin’), manipulatie en complottheorie.
Recent liet Claude het nog horen op het songfestival. L’amour toujours en clichés zijn waar. Een bestseller zonder liefdesgeschiedenis is ondenkbaar. Vooral de beheerster van de begraafplaats van Valérie Perrin is een onuitputtelijke bron van emotionele en ontroerende liefdesverhalen. Langzaam ontvouwt zich bijvoorbeeld dat van de zoon die de urn van zijn moeder op het graf van een voor hem volstrekt onbekende man moet plaatsen.
Wat deze bestsellers verder gemeen hebben is in ieder geval niet een grote aandacht voor literaire stijl. Volstrekt onverwachte wendingen zitten erin, net als fijne humor en een lichte spanningsboog. De auteurs strooien met aforismen; van denkers als Confucius (‘De ware reiziger is degene die een rondreis in zichzelf heeft weten te maken’), tegeltjeswijsheden (‘Het wezenlijke is onzichtbaar’) of grafopschriften (‘Huil niet om mijn dood. Vier mijn leven’). Een open einde is verboden, een happy end een must. En katten natuurlijk. Overal leuke, eigenwijze katten.
Wat zeg ik tegen de leden van die Franse leesclub, als ik ze straks weer zie? Het gaat in deze bestsellers vooral om de plot, en heftige emotie is nooit ver weg. We zitten eerder in de Romantiek dan in de Verlichting, eerder in Goethe dan in Diderot. Je hoeft niet tussen de korte regels door te lezen, op zoek te gaan naar diepere lagen tussen de huis-tuin- en keukentaal. De wijsheid die je als lezer moet oppikken staat gewoon handig cursief gedrukt. Om het in goed Frans te zeggen: what you see is what you get.
Maar de vrouwen in deze bestsellers zijn niet dom. Integendeel, ze vormen een legertje slimme, sterke vrouwen dat zacht doch volhardend zaagt aan de poten van de patriarchale dominantie – moedig en effectief.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC