De hier bejubelde Valentina Tóth waagt zich aan spelen op Edinburgh Fringe, bakermat van internationaal comedytalent. Haar debuutvoorstelling Wildbloei vormde ze om tot Fatal flower. Na een chaotische eerste week: ‘Het is echt geweldig en het is echt vreselijk.’
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur. Voor dit verhaal bezocht ze Valentina Tóth in Gent en Edinburgh.
‘Wanneer kom je ook alweer kijken?’, appt Valentina Tóth (31) vanuit Schotland, twee dagen voor het Edinburgh Fringe-festival begint. Zondagavond? ‘Haha, je zit dan samen met een recensent in de zaal en jullie zijn tot nu toe de enige twee bezoekers.’ Een emoji met handen voor de ogen. Er is plek voor 142 man.
Ze lacht erom, maar zenuwslopend is het wel. Bijna de hele maand augustus speelt cabaretier Tóth op wat heet ‘het grootste kunstfestival ter wereld’, 26 dagen achter elkaar. Het maximale aantal verkochte kaarten voor een avond is tot nu toe drie. Ze schiet al maanden heen en weer tussen ‘superveel zin in’ en ‘fuck, hoe ga ik dit doen?’.
Fringe staat bekend als de ultieme ontdekplek voor theatermakers en theaterliefhebbers. In Edinburgh hopen beginnende comedians gescout te worden door iemand die ze verder brengt en nemen gevestigde carrières soms een bizarre internationale vlucht.
Nanette van de Australische komiek Hannah Gadsby moet een van de succesvolste shows ooit op Fringe zijn geweest, samen met Fleabag van Phoebe Waller-Bridge. In de zaal waar Tóth te zien is, de creatieve broedplaats Summerhall, speelde Richard Gadd in 2019 zijn show Baby Reindeer – de latere Netflix-hit. Hans Teeuwen kon na zijn Fringe-ervaring op tournee in Engeland.
Het duizelingwekkende programmaoverzicht bevat drieduizend acts in drie weken, een vergaarbak van alles tussen geweldig en echt heel slecht in, opgevoerd in tenten, cafés, theaters en (soms geïmproviseerde) zalen. Makers kunnen rekenen op belangstelling van pers, programmeurs en bezoekers uit de hele wereld. Het afgelopen jaar werden er 2,6 miljoen kaartjes verkocht.
Speciaal voor Edinburgh maakte Tóth een Engelstalige versie van Wildbloei, het ‘overweldigende debuut’ (NRC) waarmee ze indruk maakte als ‘megatalent’ (de Volkskrant). Voor haar ode aan de hysterische vrouw kreeg ze vijf sterren in drie kranten en de prijs Neerlands Hoop voor de meest beloftevolle cabaretier.
Sinds de première in februari 2024 treedt ze overal op voor uitverkochte zalen. Ze verbluft met een combinatie van comedy, bombastische (opera)zang, een beetje burlesque en haar pianospel, nadat ze heeft verteld hoezeer ze haar verleden als ‘pianowonderkind’ uit Friesland haat.
Ze won met haar pianospel het Prinses Christina Concours, stond op haar 15de in de beroemde Carnegie Hall in New York en werd later huispianist bij tv-programma De tiende van Tijl. Na de opleiding klassiek piano aan het conservatorium van Brussel studeerde ze in 2018 af als actrice.
De over-de-toptypes die ze opvoert in haar voorstelling vormen samen een waaier van vrouwen die ‘te veel’ zijn in de ogen van zichzelf of anderen, en uiteindelijk een persoonlijk geladen commentaar op het cliché van de hysterische vrouw.
Zijn haar overheersende, veeleisende Russische pianolerares en de nerveuze meid die op de bonte avond van haar school zingt over een traumatische seksuele ervaring (iets met een kaars) écht dwaze aanstellers die zichzelf niet in de hand hebben? Of zijn ze in werkelijkheid aan het overcompenseren, tot wanhoop gedreven door een vrouwbeeld, een keurslijf, omstandigheden waaraan ze zelf niet schuldig zijn?
Na de zomer is Wildbloei nog een paar keer te zien in België. Daarna gaat Tóth werken aan een nieuwe voorstelling. Maar eerst speelt ze dus Fatal Flower, ingekort tot 75 minuten. Het is energie- en stemtechnisch nogal een krachtproef. Niet eerder heeft ze vaker dan vier avonden achter elkaar als Koningin van de Nacht de aria uit Mozarts Die Zauberflöte gezongen. In Edinburgh is er tussen 31 juli en 25 augustus geen dag rust – ze valt in de laatste weken van het festival ook nog in bij een andere voorstelling.
Vijf try-outs zijn er geweest, twee in Amsterdam en drie in haar woonplaats Gent. Daar vertelt ze in juli, tijdens de Gentse Feesten, dat ze Fatal Flower zo goed als helemaal in de vingers heeft. ‘Er zijn twee liedjes waarin ik nog de Nederlandse afslag wil nemen, maar ik ben er bijna, denk ik. Ik kan niet wachten tot we gaan. En ik vind het héél eng.’
Bij een ontbijt somt ze de ochtend na de laatste try-out op wat er allemaal eng is. Over haar Engels maakt ze zich weinig zorgen, maar zal de culturele vertaalslag werken die ze probeert te maken, door Johan Derksen ‘onze Piers Morgan, maar erger’ te noemen en de toeslagenaffaire te vergelijken met het Britse postkantoorschandaal?
Gaan mensen boos worden om accenten, of om hoe vaak een van haar personages met ‘cunt’ scheldt? ‘Ik weet niet zo goed wat daar gevoelig ligt. Iemand zei: cunt is daar best wel erg om te zeggen, hoor. Toen dacht ik wel: oei.’
Het spannendst: trekt haar stem het? ‘Ik denk dat ik in Edinburgh als een monnik moet gaan leven om het vol te houden.’
Of er mensen komen kijken, is ook een zorg. Ze is verwend met publiek dat vaak al gelezen of gehoord heeft dat Wildbloei een imposante voorstelling is. ‘Op Fringe ben ik natuurlijk... ja, niemand. Ik vind het een leuk startpunt, zo van: ik ga jullie laten zien dat ik wel iets kan, hoor. Het is goed om niet te veel zelfvertrouwen te hebben.’ Toch zou ze het balen vinden om de hele maand voor tien man te spelen. ‘Maar als dat gebeurt, heb ik wel een goed verhaal.’
Je moet het van mond-tot-mondreclame hebben, heeft ze van anderen gehoord. En van recensies; ze hoopt vurig dat de kwaliteitskranten langskomen, The Guardian en The Scotsman. ‘En het liefst niet pas in de laatste festivalweek, waardoor je nog drie uitverkochte dagen hebt.’
Het vertaalwerk deed ze zelf. Een Nederlandse theatermaker die al vijftien jaar in New York woont, keek vervolgens mee en hielp kiezen tussen soms wel tien opties voor één couplet.
Dit voorjaar reisde Tóth in haar eentje twee maanden door de Verenigde Staten, waar ze vijf keer meedeed aan een open mic om te wennen aan optreden in het Engels. ‘De eerste, in New York, ging legendarisch slecht. Die open mic is een van de engste dingen die ik ooit heb gedaan.’ In Chicago zong ze over Aldtsjerk, het dorp waar ze opgroeide. ‘Met het vertalen van dat liedje ben ik zes volle dagen bezig geweest.’
De nerveuze Limburgse vrouw Roxy-Ann die tijdens haar vrijgezellenfeest muzikaal wraak neemt op de vriendin die vreemdging met haar aanstaande, heeft in Fatal Flower een Amerikaans tintje gekregen. ‘De nieuwe versie is gebaseerd op een type vrouw dat ik veel tegenkwam in Nashville. Het is leuk dat ik nieuwe personages heb om van te houden. Pianolerares Tamara is Russisch, maar ook haar personage voelt anders, omdat ik vroeger les van haar had in het Engels. Ik kan nu nog iets makkelijker ‘in Tamara stappen’, als het ware.’
Ze is een paar keer als bezoeker op het festival geweest en zag er comedy die ze inspirerend vond, van onder anderen Jodie Mitchell, Sofie Hagen, Alison Spittle en Lara Ricote. De sfeer is ‘echt heel leuk’, vindt Tóth, ‘een soort Lowlands gemengd met Oerol, maar dan in een leuke oude stad, met bezoekers uit de hele wereld. Ik ging naar vijf voorstellingen per dag en at heel veel mac and cheese. Altijd dacht ik: het lijkt me zo leuk om hier ook eens te staan.’
Het leek haar niet iets dat ‘gewoon’ kon. Waar begin je? ‘Ik heb het weleens opgezocht, of ik mezelf ergens kon inschrijven. Het leek me heel veel regelwerk.’
Twee jaar geleden kwam ze iemand tegen van het Belgische theatergezelschap Ontroerend goed, dat in 2004 op Fringe doorbrak met de performance The Smile Off Your Face. Diegene vroeg of zij onder de vlag van hun Big in Belgium-programma mee wilde naar Edinburgh. ‘Eh, ja!’
Het ís heel veel regelwerk, weet Tóth intussen. En het stopt niet, nu ze met productieleider Sophie Claassen en technici Lore Verhoeven en Ralph Timmermans in Edinburgh is. Claassen vertelt er in een koffiezaak over de eindeloze mailwisselingen die ze achter de rug heeft met het Summerhall-team. In de zaal waar Fatal Flower elke avond om 9 uur is te zien staan doorlopend voorstellingen geprogrammeerd. Wat is haalbaar in een kwartier op- en afbouwtijd? Wat past er aan decor in de zaal? Wil je merchandise verkopen?
Een voorbeeld is de piano die ze moesten huren – een vleugel ging niet passen.
‘Op zoek gaan naar een piano voor de periode waarin iederéén in Edinburgh een piano wil huren is één ding’, vertelt Claassen. Vervolgens wil de verhuurder weten waar de piano gestald wordt, en hoeveel meter er iedere dag met de piano gelopen wordt. De zaal wil weten welke wieltjes eronder zitten, want die kunnen de balletvloer kapotmaken.
‘Ik denk zonder te dollen dat er minstens veertig mailtjes heen en weer zijn gegaan over alleen al de piano, de verrijdbaarheid, de temperatuur, veiligheid, het stemmen. En dan kom je dus hier, en blijkt de piano niet mooi van klankkleur. De plek waar de piano staat is koud en winderig, terwijl de zaal heet is, wat het geluid niet ten goede komt.’
De wieltjes blijken bovendien een bepaald rubbertje te missen, waardoor er van Summerhall houten platen onder moeten om de vloer te beschermen. De piano op die platen tillen is een extra klus in het toch al krappe opbouwkwartier, ‘en het is lelijk’, vindt Claassen.
De huur van de piano bedraagt 1.500 pond (ruim 1.700 euro) voor de hele maand. Eigenlijk zou het ding een keer in de week gestemd worden, maar omdat-ie niet mooi klinkt moet dat nu drie keer per week gebeuren. ‘Nou, huppakee, dat is weer 150 pond per week extra.’
De financiële kant is een dingetje. ‘Edinburgh Fringe kan artiesten roem bezorgen, maar geld is een ander verhaal’, kopte The New York Times vorige week boven een stuk over wie er eigenlijk verdient aan dit festival, en over de kosten die artiesten maken om op het Fringe-festival te spelen.
Het is een dure grap, beaamde Tóth in Gent al. Een uitverkochte voorstelling is nog geen garantie op quitte spelen, laat staan winst maken. Tel maar uit: je betaalt een behoorlijk bedrag voor deelname aan de locatie waar je speelt en reis- en verblijfkosten tikken flink aan. Ook de technici en het kleine productieteam dat Tóth meeneemt, moeten worden betaald.
Er was eerst een andere speelplek in beeld, vertelt Claassen, Zoo, maar die was een stuk duurder, rond de 15 duizend pond. Aan Summerhall betalen ze ongeveer een derde. De zaal regelt de kaartverkoop en de zaaltechnici en doet wat aan marketing, al is er ook nog een lokaal pr-bureau ingeschakeld.
Een deel van de ticketinkomsten staat ze af aan de zaal. Een kaartje kost 17 pond, net geen 20 euro. Tóth bekijkt het zo: ‘Ik heb een soort subsidie voor mezelf gecreëerd dankzij het succes van Wildbloei. Met mijn management heb ik afgesproken Fringe in financieel opzicht te zien als onderdeel van de hele Wildbloei-tournee. Dan maakt het minder uit, mocht dit een kwestie worden van verlies draaien. Ik wil het graag, dus ik vind het niet erg dat ik er veel geld tegenaan heb gegooid.’
Ze verblijft op vier verschillende plekken en slaapt een kleine twee weken met haar technicus Lore in één bed. ‘Het moest gewoon, anders werd het veel te duur.’
De kapstok uit het decor hebben ze uit de airbnb meegenomen – ze mogen ’m van de verhuurder de hele maand gebruiken.
Claassen is deze zondag door het dolle, want ze heeft zojuist gehoord dat er donderdag een recensent van The New Yorker in de zaal zit. ‘Crazy, toch?’ Dinsdag komt The Scotsman. De Britse theatersite The Stage gaf al vier sterren en beschreef Tóth als ‘a force as a performer, appealing and funny, and clearly immensely skilled’.
Daarnet heeft ze flyers uitgewisseld met iemand die ook koffie zit te drinken, zoals dat hier gaat. In al het mailgeweld hebben ze de posterdeadline van Summerhall gemist. Claassen: ‘De Summerhall hangt nu vol met Summerhall-posters, en wij hangen daar niet tussen. Dat is zo’n flater!’
Ze heeft op dag één in allerijl duizend flyers laten drukken. ‘Je hoeft niet te flyeren joh, zeiden mensen in Nederland, dat heeft geen zin. Maar het heeft absoluut zin. Iederéén staat hier te flyeren, op elke straathoek.’ Dus ze flyert zich rot, en deelt vrijkaarten uit. ‘Tegen zeventigplussers zeg ik: opera, Koningin van de Nacht! Tegen jonge vrouwen die eruit zien als feministen zeg ik: female rage, 75 minutes of skits!’
Een paar uur later zien vijftien mensen haar met een brede lach het podium oplopen. De airco zoemt randje irritant en de stoelen op de krappe tribune zitten voor geen meter, maar het is wel knus. De aangekondigde recensent van cultuursite The Skinny lijkt nergens te bekennen.
De eerste voorstelling, afgelopen donderdag, was een ramp, vertelt Tóth na afloop op het terras van Summerhall-pub The Royal Dick. Dat was ook een gevolg van een desastreus verlopen ‘techdag’ aan het begin van de week, toen ze een paar uur de tijd hadden om lichtstanden en decor te testen.
Op een openingsborrel van Summerhall waar ze vrijkaarten uitdeelde, zag ze later hoe iemand die had toegezegd zéker te komen kijken, haar gratis toegangsbewijs in de prullenbak gooien.
‘Ik heb vaker ongemakkelijke try-outs gespeeld, maar de eerste avond hier staat in mijn top twee van ergste voorstellingen ooit.’ Door een probleem met het licht keek ze recht in de uitgestreken gezichten in het publiek. Ze zag hoe twee vrouwen vooraan elkaar meermaals hoofdschuddend aankeken en grote ogen opzetten tijdens het gescheld van Roxy-Ann. ‘Ik liep het podium af en begon meteen te huilen.’
Kleine mental breakdown. Waarom wilde ze dit ook alweer? ‘Wat ik leuk zou vinden, is als ik na Fringe nog een paar keer in het Engelstalige gebied zou mogen spelen’, vertelde ze in Gent. ‘Ik zeg de hele tijd tegen iedereen dat ik gewoon hoop een vet coole, leerzame maand te hebben vol met spelplezier. De kans dat je als Nederlander doorbreekt in de Engelstalige wereld is klein, dat weet ik natuurlijk. Maar ik ga niet doen alsof ik daar helemaal niet over droom. Natúúrlijk hoop ik dat Fatal Flower internationaal wordt opgepikt.’
Dat voelde héél ver weg. ‘Een gut punch voor mijn ego.’ Optimistischer bekeken: ‘Een jaar geleden was ik na zo’n avond echt van slag geraakt. Nu was ik na twee minuten wel uitgehuild. Ik heb genoeg zelfvertrouwen om in mezelf te blijven geloven. Maar ik had er wel buikpijn van. Ik dacht: shit, straks moet ik dit 25 keer doen.’
Gelukkig ging het vrijdag stukken beter, en zaterdag was op Fringe spelen gewoon genieten. ‘Dan maakt het ook niet uit dat er maar dertig mensen zijn. Als je maar een beetje reactie krijgt en plezier in het spelen voelt.’
Vanavond was het weer wat stiller, dus sluipt er opnieuw wat onzekerheid in. Morgen gaat technicus Ralph Timmermans naar huis, en ook Sophie Claassen is er nog maar twee dagen. Als zij weg is, neemt Lore Verhoeven het flyeren over. Iedereen zit aan het bier, behalve Tóth.
Op maandag voorziet storm Floris in nieuwe slogans voor de onverzettelijke flyeraars in Princes Street. ‘Get out of the storm! Free comedy show!’ Tóth staat iets over vieren met haar Tóth-bag in de rij voor een chai latte. Ze werd vanmiddag pas om 1 uur wakker. ‘Ik lig vaak nog uren wakker nadat ik gespeeld heb, van de adrenaline. Normaal is dit mijn weekenddag, na vier dagen Wildbloei ben ik nooit iets waard. Nu moet ik dat instortmoment uitstellen tot eind augustus.’ Is even stil, begint dan te lachen: ‘Heftig, hè?’
Even later, met warme dranken en worteltaart aan een picknicktafel: ‘We zijn hier nog maar een week en twee dagen, maar het voelt zo lang geleden dat ik op de trein stapte.’ Naar een vriendin appte ze het volgende antwoord op de vraag hoe Fringe tot nu toe bevalt: ‘Het is echt geweldig en het is echt vreselijk. I love it.’
Ze had zich erop voorbereid dat het stressvol zou zijn, maar de eerste week was alsnog intenser dan ze dacht. Twee keer per dag ontvangt ze een update van het aantal verkochte kaarten. ‘Toen ik hier als bezoeker was, dacht ik alleen maar: wat is het hier gezellig, wat is Edinburgh een leuke stad. Nu ik andere performers ontmoet, voel ik ook een soort wanhoop in de lucht hangen. Het constante bedelen, ‘kom alsjeblieft naar mijn show!’, maakt Fringe ook een heftige bubbel.’
Ze probeert iedere dag even te sporten om het hoofd koel te houden. ‘Bizar toch, dat iemand van The New Yorker naar mij gaat kijken? Echt weird.’ Het alarm van haar telefoon: ‘O, sorry, ik moet even bubbelen.’ Ze zet de timer op twee minuten, steekt een slang in een fles water en blaast er stemoefeningen in – zo probeert ze vijf keer per dag haar vermoeide stembanden te ontspannen.
Meer dan ooit is ze bezig met het zo precies mogelijk toepassen van zangtechnieken, hoe ze bijvoorbeeld haar hoofd moet kantelen om haar stembanden ruimte te geven voor de hoge noten van de Koningin van de Nacht.
Hoe gaat ze de komende dagen in? ‘Toch wel met veel druk. Ik vrees een beetje voor mijn stem en energie. Het ergste wat kan gebeuren is dat ik ziek word of dat ik mijn stem kwijtraak. Dan zou ik zeker twee of drie shows moeten afzeggen om te herstellen.’
Ze moet er niet aan denken.
‘Ik ben Valentina en ik heb net mijn vijfde voorstelling op Fringe gespeeld.’ Technicus Lore Verhoeven filmt iedere avond na afloop hetzelfde riedeltje, ‘om de aftakeling in beeld te brengen’.
In The Royal Dick, net als gisteren met frietjes op tafel, is de euforische conclusie dat dit de beste en drukstbezochte avond tot nu toe was. Het publiek gaf mee, er werd gejoeld. Wat een geluk dat de recensent van The Skinny vanavond in de zaal zat in plaats van gisteren. Degene die Hans Teeuwen aan een Engelse tournee hielp, was er ook, begreep Sophie Claassen, die haar goed heeft geobserveerd. ‘Ze zat een paar keer keihard te lachen.’
In de kleedkamer moest Claassen net bijna huilen van trots, niet voor het eerst in de afgelopen dagen. Ze vertelt dat het haar ontroert hoe bescheiden Tóth is, hoe hard ze werkt, hoe goed ze het doet. ‘En er is nog geen Strepsil aan te pas gekomen, hè?’
Tóth is opgelucht en blij, maar ook gespannen over wat komen gaat. Hoeveel geweldiger en vreselijker kan Edinburgh Fringe worden? ‘Het is toch een heel gek idee dat ik dit over drie weken nog steeds aan het doen ben?’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant