Cabaretier Saman Amini wilde deze zomer terugkeren naar Iran voor inspiratie, maar de oorlog tussen Israël en Iran maakte dat onmogelijk. Daarop besloot hij het onderwerp van zijn nieuwe voorstelling te veranderen.
schrijft voor de Volkskrant over theater en podcasts.
Cabaretier Saman Amini (36) zou heel augustus naar Iran gaan om daar inspiratie op te doen voor zijn nieuwe voorstelling. De eerste elf jaar van zijn leven is hij in dat land opgegroeid, maar hij is al 25 jaar niet terug geweest. Het plan was om zijn wortels te onderzoeken, zijn familie te bezoeken en naar zijn oude school te gaan, om naar Iran te kijken met de westerse blik die hij in Nederland heeft ontwikkeld. Vanuit die ervaringen wilde hij vervolgens met een nieuw perspectief Nederland analyseren.
Toen brak in de nacht van 12 op 13 juni de oorlog uit. Israël voerde een luchtoffensief uit op Iran dat in strijd was met het internationaal recht; het land vormde volgens de Israëlische premier Netanyahu een dreiging omdat het op zeer korte termijn kernwapens zou kunnen produceren. Iran reageerde eveneens met luchtaanvallen. Na twaalf dagen, waarin 29 Israëliërs en minstens 900 Iraniërs de dood vonden (onder wie veel onschuldige burgers), werd er een wapenstilstand afgekondigd.
Amini kon niet meer naar Iran, dat was zeker. Maar de gebeurtenissen en de wijze waarop er in Nederland over gesproken werd, veranderden iets in hem. Zijn voorstelling moet er anders uitzien, besefte hij. Hij moet zijn pijlen richten op thema’s waarmee hij hier in Nederland echt iets kan betekenen: extremisme tegengaan en tegenwicht bieden aan beschrijvingen die bepaalde groepen ontmenselijken.
Amini maakt al jaren theater over zijn jeugd in Iran, over je ergens thuis voelen en over de positie van migranten in Nederland. Hij speelde rollen in onder andere The Nation (Het Nationale Theater, 2016) en betrad het podium met eigen werk, zoals het prijswinnende A Seat at the Table (2019) en de gelauwerde cabaretvoorstelling Saman Amini’s Integratieplan (2022). Afgelopen jaar maakte hij Onaantastbaar, over zijn wietverslaving en depressie.
Hoewel Amini in zijn voorstellingen zijn vizier richt op Nederland, volgt hij de geopolitiek al zijn hele leven nauwgezet. Afgelopen jaren zag hij de spanningen tussen Iran en Israël oplopen: vorig jaar nog bombardeerde Israël de Iraanse ambassade in Syrië en het verzwakt al een tijdje Irans militaire bondgenoten Hamas en Hezbollah. Nu zou Iran aan de beurt zijn.
Wat voelde je die eerste dagen toen de oorlog uitbrak?
‘Ik was lichtelijk verlamd, maar ook heel alert. Om te begrijpen wat er aan de hand was, volgde ik het nieuws obsessief. Zo probeerde ik eigenlijk controle te krijgen op een situatie waarin ik volledig machteloos ben.
‘Eerlijk gezegd was dit mijn grootste angst, dat Iran gebombardeerd zou worden. Het is mijn thuisland, ik ben er geboren en mijn familie woont er. Ik zag die dagen voor me wat er in het extreemste geval zou kunnen gebeuren: een oorlog die twintig, dertig jaar duurt. Kijk maar naar Afghanistan. Of naar Irak, waar 1 miljoen mensen na de illegale invasie van 2003 zijn vermoord. Er zou in Iran ook een burgeroorlog kunnen uitbreken waardoor chaos kan ontstaan. En ik zag ook meteen voor me dat de asielzoekerscentra hier in Nederland gevuld zouden raken met ontheemde Iraniërs.’
Was je er toen nog mee bezig dat je naar Iran wilde gaan voor je nieuwe voorstelling?
‘De gebeurtenissen zetten de boel in perspectief. Deze oorlog was het enige wat ertoe deed. Binnenkort begin ik met columns in Trouw, waar ik onder andere van plan was te gaan schrijven over tantra en seks. Nu dacht ik: who gives a fuck? Maar weet je hoe graag ik zou willen schrijven over tantra of een of ander Mickey Mouse-probleem? Dat is een luxe die ik me nu niet kan permitteren. Er zijn belangrijkere dingen om het over te hebben.
‘Al hou ik er helemaal niet van om me te uiten over geopolitiek – er zijn wetenschappers die dat veel beter kunnen. Maar als ik de berichtgeving en alle meningen over Iran zie van de afgelopen tijd, dan moet ik wel, denk ik.’
Wat viel je dan op in berichtgeving over Iran?
‘Ik zag er dubbele standaarden in terug: alles en iedereen keurde de illegale preventieve aanval van Rusland in Oekraïne af. Maar als Israël hetzelfde doet, verandert de toon en is zo’n aanval wel gerechtvaardigd.
‘Maar ook het gemak waarmee journalisten het hadden over een eventuele oorlog, de nonchalance waarmee ze praatten over de levens van Midden-Oosterlingen. Als migrant voel je altijd al dat je een tweederangsburger bent, dat je leven letterlijk minder waard is. Die verschillen zijn er al heel lang, kijk maar naar hoe vluchtelingen zijn opgevangen: Oekraïense vluchtelingen werden ontvangen in een hotel in De Pijp in Amsterdam, moslims uit Syrië moesten op de grond slapen in een gymzaal buiten de stad.
‘Of kijk naar Dilan Yeşilgöz, de leider van de VVD, die het opeens heeft over het bevrijden van vrouwen in het Midden-Oosten. Dat argument gebruikt ze om te rechtvaardigen dat een land waar 92 miljoen mensen wonen wordt gebombardeerd. Hoe kan zij tegelijkertijd achter asielbeleid staan dat vrouwen wil terugsturen naar Afghanistan, Irak of Syrië, omdat het daar zogenaamd veilig is? De oorlog was een nieuwe bevestiging van al deze dubbele standaarden.’
Wat kun jij betekenen in het tegengaan van dat soort dubbele standaarden?
‘Heb je weleens als kind gedroomd dat je iemand probeert te slaan, maar dat je armen het niet doen? Dat is een vertaling van je machteloos voelen.
‘Ik mediteer en tijdens die momenten communiceert mijn onderbewuste door middel van beelden met mij. Tijdens de oorlog deed ik mijn ogen dicht en ik zag een kind dat heel hard probeerde te stoten, maar die dat tegen de teen van een gigantische reus probeerde te doen. Dat heeft natuurlijk geen zin.
‘Het enige wat ik kan doen is schrijven, kunst maken. Comedy, sketches, cabaretvoorstellingen. Om een ander narratief aan te bieden van wat er gaande is. Door de oorlog besefte ik dat het mijn levensdoel is te strijden tegen extremisme en fascisme in Nederland, die de voedingsbodem scheppen voor die dubbele standaarden. Daar kan ik controle op uitoefenen; ik kan gedemoniseerde mensen humaniseren met behulp van humor.’
Wat wil je daarmee bereiken?
‘Het kan de mensen in de zaal inspireren hun werk anders in te richten. Dat zijn wel voornamelijk mensen die het met mij eens zijn, die zich al willen verplaatsen in een ander, maar via mij kunnen ze toegang krijgen tot nog veel meer perspectieven. Sommige toeschouwers zijn opiniemakers, werken bij de politie, in het theater of bij de media. Zij hebben macht in Nederland en kunnen dingen veranderen.’
Met dit soort thema’s ben je al langer bezig. Wat zal er dit keer anders zijn?
‘Ik wil me ook proberen te verplaatsen in mensen die mij mijn leven lang hebben gediscrimineerd en aan wie ik trauma’s heb overgehouden. Ik wil hen echt proberen te begrijpen.
‘Stel je voor dat je hier bent geboren en hebt gekeken naar Amerikaanse films waarin iemand zoals ik vaak een terrorist is. Je woont in een dorp met tweeduizend man waar opeens een asielzoekerscentrum komt voor vijfhonderd mensen. Ik snap dat jij autobanden in de fik steekt. Ik hoef het niet goed te keuren, maar ik begrijp het. Er zit iets magisch in het je echt kunnen verplaatsen in de ander, het heeft mij veel gebracht in het leven.’
Zoals?
‘Ik groeide op met een zwaar afwezige, getroebleerde vader en bekeek hem zwart-wit: hij was een dader en ik het slachtoffer. Op een gegeven moment begon ik me in te beelden hoe het zou zijn als ik op mijn 22ste mee zou moeten vechten in een oorlog. Toen snapte ik dat hij getraumatiseerd is en dat hij een oorlog in zijn hoofd voert die zijn gedrag overheerst. Hoe hij tegen mij deed, was niet persoonlijk. Sinds dat besef is mijn relatie met hem enorm verbeterd.’
Er is nu een wapenstilstand tussen Israël en Iran. Zou je niet alsnog naar Iran kunnen gaan en het oorspronkelijke idee van je voorstelling uitwerken?
‘Dat kan ik mijn familie hier niet aandoen. Stel je voor dat de bombardementen opnieuw beginnen en het internet weer uitvalt, dan gaan ze dood van ongerustheid. Dus voor nu heb ik afscheid genomen van dat idee.
‘Toen we hier op mijn 11de kwamen wonen, dacht ik dat het allemaal een nachtmerrie was en was teruggaan naar Iran het enige wat ik wilde. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat dat niet ging gebeuren. Toen heb ik Iran psychologisch afgesloten: als ik er niet heen kan, dan hoef ik er ook helemaal niet heen, rot op.
‘Sinds ik volwassen ben, heb ik een ander perspectief gekregen. Ik ben er klaar voor om terug te gaan naar huis. Het maakt me verdrietig dat dit nu niet kan, maar als je je een beetje bewust bent van de ellende op de wereld, dan is dit een relatief klein verdriet.’
Je wilde naar Iran om meer over jezelf te weten te komen. Kun je zo’n persoonlijke zoektocht nog wel uitvoeren als het nu je levensdoel is om te strijden tegen extremisme?
‘Ja. Als ik mezelf weet te verrijken met zo’n reis, zal dat in mijn woorden doorstromen naar het Nederlandse publiek. Dus ik hoop zeker nog op een dag naar Iran te gaan en de voorstelling te maken die ik aanvankelijk voor me zag.’
Amini’s nieuwe voorstelling Saman Amini’s Integratieplan #2: Alles is perspectief is vanaf 7/11 te zien door het hele land.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant