Wat Vitesse vandaag dreigt te overkomen, gebeurde in 2011 ook bij profclub RBC. De Roosendaalse club ging toen failliet en kwam onderaan de ladder in het amateurvoetbal terecht. Na een gestage opmars dromen supporters inmiddels van een terugkeer in het betaalde voetbal.
schrijft voor de Volkskrant over voetbal en tennis.
Alsof een familielid was overleden. Zo hard kwam in 2011 het faillissement van RBC Roosendaal bij Paul Kuipers aan. Zijn hele leven kwam de supporter al bij de club waar hij als kind door zijn vader mee naartoe was genomen. Plots viel dat weg. ‘Je staat erbij en kijkt ernaar. Compleet machteloos.’
De gedachten van Kuipers gaan de laatste dagen regelmatig terug naar die gitzwarte periode nu hetzelfde lijkt te gebeuren met Vitesse. De club uit Arnhem vecht donderdag in een kort geding tegen de KNVB voor zijn laatste kans om niet uit het betaald voetbal te verdwijnen, maar de kans op succes lijkt minimaal.
De licentiecommissie van de KNVB trok de proflicentie van Vitesse in en ook de onafhankelijke beroepscommissie van de voetbalbond oordeelde dat de op een na oudste profclub van Nederland (1892) zijn licentie voor het spelen van betaald voetbal terecht is kwijtgeraakt. De rechter toetst tijdens het kort geding alleen of de KNVB de juiste procedures heeft gevolgd.
‘De pijn die wij als supporters hebben gevoeld gun je niemand’, zegt Kuipers, die ook de hoogtijdagen van de bescheiden Brabantse club heeft meegemaakt. RBC promoveerde in 2000 naar de eredivisie en speelde in totaal vijf seizoenen op het hoogste niveau. In het jaar dat het doek viel eindigde de noodlijdende club als 17de in de eerste divisie.
Een paar maanden nadat het vonnis was geveld ging de telefoon van Kuipers. Of hij wilde plaatsnemen in het nieuwe bestuur om een doorstart van RBC bij de amateurs te realiseren. Kuipers, in het dagelijks leven werkzaam voor het ministerie van Financiën, twijfelde geen moment.
RBC kon aanvankelijk in de hoofdklasse (tegenwoordig vierde divisie) beginnen, redelijk bovenaan de ladder van het amateurvoetbal. Maar al snel bleek dat in de praktijk niet mogelijk: de club had binnen zes dagen weliswaar een nieuwe selectie, maar een locatie om te voetballen ontbrak.
Het stadion was in handen gekomen van de gemeente, die garant stond voor de hypotheek die RBC niet meer kon betalen. Zij gaf de club geen toestemming er als amateurclub te spelen. Bovendien had de leverancier het kunstgrasveld eruit gehaald omdat het nog niet was afbetaald. Andere amateurverenigingen uit de stad waren niet happig om RBC ruimte te bieden op hun sportpark.
Het gevolg: RBC ging definitief failliet en verdween uit het voetbal. Althans, voor een seizoen. Op de achtergrond bleven het bestuur en tal van vrijwilligers met een oranje-wit hart stug doorwerken aan een nieuwe vereniging onder dezelfde naam. Al betekende het wel dat RBC in de vijfde klasse, het laagste niveau in het amateurvoetbal, moest instromen.
‘RBC mocht gewoon niet ophouden te bestaan’, zegt Arthur Verbraak als voorzitter van de supportersvereniging. Om de nieuwe club op gang te helpen, doneerden de supporters nieuwe ballen, zodat er in elk geval weer kon worden getraind op de velden van amateurclub Rimboe, in het naastgelegen dorp Wouwse Plantage.
Verbraak was een van de supporters die elke zondag steevast langs de lijn stonden, ook al was het voetbal soms niet om aan te gluren. Verbraak: ‘Als je Ajax en Feyenoord als tegenstanders hebt gehad, was dit wel even wat anders. Maar uiteindelijk overwint de liefde voor de club.’
Dat gold niet voor iedereen, merkte Kuipers al snel. Veel sponsoren die RBC in het betaald voetbal financieel hadden geholpen, waren teleurgesteld. De meeste voelden er weinig voor de club opnieuw te ondersteunen bij het plan om van de vijfde klasse terug te keren aan de top van het amateurvoetbal; eerst zien, dan geloven.
Het gebrek aan financiële slagkracht was een van de redenen dat RBC na het kampioenschap in de vijfde klasse lange tijd in de vierde en derde klasse bleef dobberen. Het duurde zelfs zo lang dat een fusie met het veel hoger spelende en naastgelegen Halsteren werd overwogen. ‘Als dat was gebeurd, was ik nooit meer gaan kijken’, zegt Verbraak. ‘Dan was het mijn club niet meer geweest.’
Wat hielp: RBC voetbalt inmiddels weer in het oude stadion. De broer van de voormalige voorzitter, die eveneens was bevangen door het RBC-virus, had het stadion van de gemeente gekocht en verhuurde het voor een schappelijke prijs aan de club die hem zo lief was. ‘Het heeft een enorme aantrekkingskracht. Amateurvoetballers vinden het heel gaaf om in het stadion te spelen’, aldus Kuipers.
In de gangen van het complex hangen nog altijd grote canvassen uit het verleden. Spelers van RBC vechten daarop verbeten duels uit met PSV-aanvoerder Mark van Bommel en Ajax-middenvelder Wesley Sneijder. De doeken hingen er al toen RBC nog een profclub was en zijn nooit weggehaald door de gemeente toen zij het stadion in beheer had.
De tijden van weleer zijn nog ver weg voor RBC, toch heerst er weer volop optimisme bij de club die de laatste jaren grote stappen maakte op de ladder van het amateurvoetbal. Parallel aan de promotie naar de tweede klasse liep de terugkeer van de voormalig commercieel manager Hans van der Ende. Hij wist in no time het aantal sponsoren van dertig naar tweehonderd te laten groeien.
Zo kwam er weer budget om de selectie een kwaliteitsimpuls te geven, waardoor RBC de laatste jaren telkens wist te promoveren en dit seizoen uitkomt in de derde divisie, het vierde niveau van Nederland. Tijdens de promotiewedstrijd begin juni tegen XerxesDZB was het stadion met 4.300 toeschouwers voor het eerst sinds 2011 weer uitverkocht.
‘Dat was mooier dan welke eredivisiewedstrijd dan ook die ik hier heb gezien’, zegt Verbraak. Hij merkt dat de club weer leeft. ‘RBC is weer het bindmiddel voor Roosendaal dat het voorheen was, ook al spelen we bij de amateurs.’ Zelf heeft hij er nooit een moment aan gedacht om de club de rug toe te keren. ‘Ik denk dat ik een van de weinige supporters in Nederland ben die hun club van de hoogste tot de laagste klasse hebben gevolgd.’
Kuipers volgt de uitspraak van de rechter in de zaak van Vitesse donderdag met bijzondere belangstelling. Bestuursleden van RBC werden de afgelopen week al door meerdere supporters uit Arnhem gebeld. Die wilden vooral weten hoe het RBC is gelukt om als een feniks uit zijn as te herrijzen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat Vitesse dat ook kan’, zegt Kuipers.
Hij wijst op de grote achterban die de club uit Arnhem nog altijd heeft. Vorig seizoen zaten er om de week achttienduizend toeschouwers in het Gelredome. ‘Dat zijn echte supporters. Daar zitten genoeg mensen met kennis en kunde tussen, en andere goedwillende vrijwilligers, die bereid zijn de schouders er samen onder te zetten, want dat is nodig.’
Hij kan het weten. Veertien jaar na het faillissement durft Kuipers te stellen dat de teloorgang van zijn geliefde club ergens goed voor is geweest. ‘RBC is nu een club die gedragen wordt door en voor echte RBC’ers. Zeker in de eerste jaren was het moeilijk. Een lange adem is vereist. Maar als je ziet waar we nu staan, dan is dat supergaaf.’
De doelstelling voor het komende seizoen is handhaving in de derde divisie. Maar stiekem droomt Kuipers ervan ooit terug te keren in het betaald voetbal. ‘Maar niet ten koste van alles. We hebben geleerd van het verleden. Deze club gaat niet nog een keer omvallen, dat durf ik wel te zeggen.’
Als Vitesse zijn proflicentie verliest, is het de zesde club die deze eeuw verdwijnt uit het betaald voetbal in Nederland. Naast RBC Roosendaal gingen deze vier clubs Vitesse voor.
HFC Haarlem (2010)
HFC Haarlem behoorde tot de oudste clubs in het Nederlandse betaald voetbal. De club werd in 1889 opgericht, maar ging in 2010 failliet. Het was de bedoeling dat de club onder de naam ‘Nieuwe Haarlemse Footballclub Haarlem’ als amateurvereniging zou verdergaan, maar zover kwam het niet.
De leden van de club gaven de voorkeur aan een fusie met HFC Kennemerland, dat uitkwam in de tweede klasse. Zo ontstond een paar maanden na het ter ziele gaan van profclub HFC Haarlem, die in 1946 eenmaal landskampioen werd, de nieuwe amateurvereniging Haarlem-Kennemerland.
De fusieclub speelt zijn wedstrijden op historische grond: op het oude complex van HFC Haarlem. Van het stadion is inmiddels weinig meer over: drie van de vier tribunes zijn afgebroken. Verder staan de lichtmasten er nog, zij het zonder lampen.
SC Veendam (2013)
Stadion De Langeleegte. Het is niet alleen een begrip onder voetballiefhebbers in Nederland. Het was vooral het onderkomen van de plaatselijke SC Veendam. De club speelde sinds 1954 betaald voetbal. Het grootste deel van die periode bovendien in de eerste divisie, voordat de club in 2013 failliet werd verklaard.
Drie jaar eerder had Veendam ook al te maken met een bankroet. Dat faillissement werd een paar weken later in hoger beroep van tafel geveegd. Maar in 2013 was er geen ontkomen meer aan. Ook een laatste poging om een reddingsplan op te stellen mislukte.
Amateurvereniging VV Veendam, die in 1894 werd opgericht en in 1974 was afgesplitst van de proftak, bestaat nog steeds. De club speelt zijn wedstrijden op sportpark De Langeleegte, waartoe ook het voormalige stadion van SC Veendam behoort. ‘VV Veendam zal het geel-zwarte gevoel met trots blijven uitdragen in het voetballandschap’, zo valt op de site te lezen.
AGOVV Apeldoorn (2013)
AGOVV keerde in 2003 na meer dan dertig jaar terug in het betaald voetbal. Bij die terugkeer vestigde één speler in het bijzonder alle aandacht op zich: Klaas-Jan Huntelaar. De jonge spits werd gehuurd van PSV en scoorde in het seizoen 2003-2004 26 keer in de eerste divisie.
Huntelaar was niet de enige speler die via AGOVV een mooie carrière zou krijgen. Ook Dries Mertens (PSV, Napoli) en Nacer Chadli (FC Twente, Tottenham Hotspur) zetten hun eerste stappen in het betaald voetbal bij de bescheiden club uit Apeldoorn.
Zelf verging het AGOVV minder florissant. De club ging in 2013 failliet. Daardoor kwam ook de amateurtak in financieel zwaar weer. Externe investeerders konden erger voorkomen. De amateurvereniging speelt zijn wedstrijden nog altijd op het prachtige Sportpark Berg & Bos.
Achilles ’29 (2018)
Achilles ’29 behoorde jarenlang tot de top van het amateurvoetbal toen het in 2013 de overstap maakte naar het betaald voetbal. In de eerste divisie verging het de club uit Groesbeek minder goed. Achilles ’29 eindigde in vier seizoenen twee keer als laatste.
Maar dat was niet het enige probleem. De club kampte met hoge schulden en er waren voortdurend interne conflicten. In 2018 ging de bv Achilles ’29, waaronder het eerste elftal en beloftenteam viel, failliet.
Een illusie armer ging Achilles ’29 verder als amateurvereniging, al zijn de successen van voor het profavontuur verder weg dan ooit. De club daalde de afgelopen jaren af van de tweede divisie naar de tweede klasse.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant