Eerst was er de wereldwijde hit The Worst Person in the World van Joachim Trier. Nu is er ook Sex, Dreams, Love, bekroond drieluik van Dag Johan Haugerud over seks en relaties in Oslo. Hoe verklaart hij de plots ongekende populariteit van de Noorse film?
is filmredacteur van de Volkskrant.
Oslo is – of was – eigenlijk geen filmstad. Of, zoals Dag Johan Haugerud (60) het elegant formuleert: geen stad die zich ‘veel heeft geleend voor fictie’; alsof hij zijn woonplaats niet op de ziel wil trappen. ‘Er zijn wel romans natuurlijk, maar Oslo is niet gefictionaliseerd zoals New York en Parijs. Als je denkt aan Fellini, aan dat moment waarop Anita Ekberg zich baadt in de Trevi-fontein, dan voel je meteen een verbintenis met Rome. Die fontein uit La dolce vita bestaat nu in fictie én in de realiteit. Ik geloof niet dat Oslo zo’n plek kent.’
De Noorse cineast en romanschrijver kijkt uit over de hoofdstad vanaf het dakterras van het imposante museum Nasjonaalmuseet. Stijlvol hoog opgetrokken blauwe Adidassokken onder zijn linnen korte broek; het is een zomerse dag. Culturele referenties zat in de nabije omgeving. Een verdieping of wat lager hangt een van de originele (en ooit gestolen) versies van De schreeuw, hier in Oslo ontsproten aan de geest van schilder Edvard Munch tijdens een late avondwandeling.
Een paar straten verderop, eveneens te bezoeken, is het appartement waar toneelreus Henrik Ibsen zijn laatste dagen doorbracht. En hier pal beneden aan de kade stapte de platzakke protagonist van Honger op de boot, al is het laat-19de-eeuwse Kristiana, de toenmalige naam van Oslo, uit de roman van Knut Hamsun lang geleden al platgewalst ten behoeve van de stadsvernieuwing.
Noorse schilders en Noorse schrijvers, veelal van existentialistische snit, lieten hun sporen na. Maar filmmakers? Terwijl Denemarken en Zweden al vroeg hun plek innamen in de filmgeschiedenis, met de diep in de psyche gravende giganten Carl Theodor Dreyer en Ingmar Bergman, bleef de Noorse cinema ver achter.
En toen werd het 2025. Afgelopen februari werd Haugeruds Dreams als eerste Noorse speelfilm ooit bekroond met de hoofdprijs op een van de grote filmfestivals: de Gouden Beer van Berlijn. Het drama vormt het derde deel van zijn trilogie Sex, Love, Dreams waarin verscheidene personages uit Oslo hun seksualiteit en relaties heroverwegen.
Iets later, in mei dit jaar, won landgenoot Joachim Trier de Grand Prix (ook wel tweede prijs) op het festival van Cannes met zijn in Oslo gesitueerde vader-dochters-komedie Sentimental Value – ook die trofee ging nooit eerder naar een Noorse film.
Dat er in Noorwegen (of Oslo) iets bijzonders gaande was, werd de wereld in 2021 al duidelijk met Triers instantklassieker en dertigersdilemma’s-komedie The Worst Person in the World. Mét de doorbraak van de Noorse actrice Renate Reinsve, die ook te zien is in het later dit jaar in Nederland uit te brengen Sentimental Value.
‘Ik geloof dat geluk een rol speelt’, zegt Haugerud over de ‘Noorse golf’. ‘Al is het waarschijnlijk ook wel een gevolg van de culturele politiek van de afgelopen twintig jaar: de door de Noren gekoesterde wens om ook hier iets van een filmindustrie te ontwikkelen. Een soort cultureel idealisme, dat heb je wel nodig. Misschien plukken we daar nu de vruchten van. Zoiets heeft tijd nodig.’
En wellicht waren de wereld en Noorwegen zelf ook wel toe aan een ander beeld van het land. ‘Het cliché is toch dat het hier koud en donker is, dat de mensen melancholisch zijn. De hele Scandi-noir-televisieserietraditie is daarop gebouwd, in zekere zin. Maar het klopt niet echt. Misschien is het anders voor de Finnen, maar de meeste Noren, Zweden en Denen zien zichzelf niet zo. Het leven kan hier ook gepaard gaan met lichtheid. Veel meer dan wat je ziet in het werk van Hamsun en Munch. Er zit heus wat waarheid in de veelgenoemde hardheid en kilte van Scandinavië, maar het is niet de enige waarheid.’
Deze week gaat Love uit in de Nederlandse bioscopen, als de tweede film in Haugeruds thematisch verwante reeks, die zich ook in losse delen of in willekeurige volgorde laat kijken. In deze film volgen we arts Marianne, die twijfelt of ze iets moet beginnen met een pas gescheiden man. Ook is er collega en verpleegkundige Tor, die casual seks heeft met de mannen die hij via Grindr oppikt op de veerboot van en naar Oslo. En die zich, ook buiten het ziekenhuis, ontfermt over een mannelijke patiënt.
Sex draaide begin dit jaar al in de bioscopen, Dreams zal in het najaar uitgaan. Het is bovenal de dialoog die opvalt in de drie films; Haugeruds specialiteit. Zoals in de typische openingsscène van het drieluik, waarin twee schoorsteenvegers hun seksleven doornemen: de een worstelt met zijn mogelijk erotisch te duiden droom over David Bowie, de ander had onlangs voor het eerst – en onverwacht – seks met een man.
Aftastende gesprekken zijn het, tussen personages die zich soms meer blootstellen dan je zou verwachten en zonder dat het gekunsteld wordt. In plaats van te denken: zo praten mensen niet, denk je bij Haugerud eerder: waarom zouden mensen eigenlijk níét zo praten? Met Sex, legt de cineast uit, ‘probeer ik seksualiteit en ontrouw te beschouwen vanuit het perspectief van mensen die al vele jaren gehuwd zijn. Mensen met wat je een normale relatie zou noemen.’
Dreams, waarin een scholier haar ervaringen met een nét niet (of toch wel) grensoverschrijdende lerares op schrift stelt, ‘gaat over seksueel ontwaken en eerste liefde’. En Love onderzoekt een ‘bevrijde of niet-normatieve kijk’ op seks en liefde. ‘Hoe dat uitpakt als je minder begrensd bent door sociale normen.’
Wat opvalt aan uw drieluik is dat die mensen in Oslo aardig proberen te zijn voor elkaar. Vindt u dat belangrijk om te tonen?
‘Ja, absoluut. Het is ook een soort win-winsituatie, aardig zijn voor de ander. Dan doet die ander aardig terug.’
Die filosofie is momenteel niet heel populair onder wereldleiders.
‘Nee, duidelijk niet. Om die reden is het nóg belangrijker om te tonen. En niet op een banale, stichtelijke manier. Vriendelijkheid, ook in mijn films, is niet alleen iets puurs. Het heeft allerlei kanten, kan zich ook mengen met egoïsme. En dat je iets aardig bedoelt, betekent nog niet dat het aardig uitpakt. Ook dat zie je in de films. Mensen zijn nu eenmaal gecompliceerd.
‘Ik ben even benieuwd: is de eerste film in Nederland uitgebracht onder de titel Sex? Ja? O, dus jullie zijn niet bang voor seks? In Duitsland en de Verenigde Staten is de titel aangepast.’
In Nederland zal niemand ooit het woord seks uit een titel halen. Wat opvalt: er zit geen seks in Sex. De seks – een klein beetje maar – heeft u in Love gestopt.
‘Ja, maar waar het om gaat, denk ik, is dat er ook seks gaande is als we práten over seks. Seks is niet alleen je kleren uittrekken om te neuken. Seksualiteit begint al ver voor dat moment. Het begint in je verbeelding, het begint in een conversatie. Beelden van seks zijn tegenwoordig heel makkelijk en heel ruim beschikbaar, maar een gesprek hebben over seks is nog niet zo makkelijk.’
Haugerud ziet zichzelf in de eerste plaats als schrijver. Zijn romans Hva jeg betyr (‘Wat ik bedoel’) en het bekroonde Enkle atonale stykker for barn (‘Atonale muziek voor kinderen’) zijn in Noorwegen goed ontvangen. Beide titels zijn nog niet vertaald in het Nederlands. ‘Ik heb ondertussen meer films op mijn naam staan dan boeken, maar als kind wilde ik maar één ding: schrijver worden. Dus zo denk ik over mijzelf. Filmen is iets anders. Ik hóéf het niet te doen. Dat geeft me een soort vrijheid die ik als zeer prettig ervaar.
‘Overigens is het wel veel zwaarder om te falen als filmmaker dan als schrijver. Als je boek mislukt, wordt het stil, vaak verschijnt er niet eens een recensie. Als je film mislukt, wordt dat opgeblazen; iedereen hoort dat je onderuit bent gegaan. Ik denk overigens dat het veel moeilijker is om een goede roman te schrijven.’
Waarom is dat zo?
‘Omdat je bij een roman enkel de taal hebt. Jouw taal, dat is alles. En die taal moet dan literatuur worden. Daarmee wil ik niet zeggen dat literatuur mooier of beter is dan film. Het maken is alleen wel een zwaarder proces.’
Reageren Noren anders op uw films dan niet-Noren?
‘Ja. Niet-Noren vragen na afloop altijd of Noren écht op zo’n manier over seks praten. Terwijl Noren deze manier van praten wel gewend zijn. Noren raken liever niet in conflict tijdens een gesprek. Het kan heus wel eens hoog oplopen, maar het idee is toch dat je elkaar probeert te begrijpen. Zo van: we zijn het misschien niet helemaal eens, maar toch wel een beetje, genoeg om een conflict te vermijden. Ik denk dat dit een goede eigenschap is.
‘Tegelijk is het voor mij, juist omdat ik een Noor ben, gevaarlijk om allerlei zaken als typisch Noors te duiden. Juist als je ergens deel van uitmaakt, kun je het niet goed beoordelen: je staat te dichtbij. Ik heb een aantal jaar in Stockholm gewoond, en ik vond het makkelijker om de Zweden en de Zweedse cultuur te analyseren, veel makkelijker dan de Noorse. Ik denk dat jij beter dan ik kan zeggen wat nou zo typisch Noors is.’
Liv Ullmann is Noors.
‘Ja, en in Noorwegen is ze nooit een grote ster geweest, niet zoals in de rest van de wereld. Als je het haar vraagt, denk ik dat ze antwoordt dat de mensen haar hier als een buitenstaander zien (de zeer aan het oeuvre van regisseur Ingmar Bergman verbonden actrice is inmiddels 86, red.). Hier zien de mensen haar als een actrice die het soort cinema representeert dat het in Noorwegen nooit zo goed deed, de arthousecinema.’
Toen ik filmmakerJoachim Trier sprak in Cannes zei hij ook dat de Noren hem als een buitenstaander beschouwen: die ‘maker van Franse films in Noorwegen’. Komt u Trier weleens tegen?
‘Zeker, we kennen elkaar vrij goed. Je zou ons gelijkgestemden kunnen noemen. We wonen niet ver van elkaar vandaan hier in Oslo. De meeste Noorse filmmakers kennen elkaar wel, het is geen grote groep.’
In een zijstraat van de Karl Johan Gate, de grote winkelstraat van Oslo, zit boekhandel Norli, de plek waar hoofdpersonage Julie werkt in The Worst Person in the World. En waar ze een Notting Hill-waardige ‘meet cute’ heeft met Eivind, de man met wie ze eerder een nét niet overspelige nacht beleefde toen ze crashte op een huwelijksfeest. Om de dag vraagt er wel iemand naar de plek waar die scène werd gedraaid, zegt een van de verkopers in de winkel desgevraagd. ‘Dan willen ze daar op de foto.’
Misschien nog geen filmherkenningspunt van het kaliber Trevi-fontein, maar toch wel iets.
Haugerud, verrast: ‘O, maar dat is fijn om te horen! Dat wist ik niet. Misschien telt Oslo dan toch al wat plekken die óók bestaan in fictie. Dat is iets goeds. Ook voor de mensen die hier leven. Het is een begin.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant