Home

Drenthe is ‘officieel’ de natste provincie van Nederland, en een partytent levert geen party op

In het kamperende leven beland je soms op een punt dat het geen vakantie meer is, maar verandert in een verhaal. Een verhaal om later na te vertellen, als je weer in een stenen huis woont waar, bijvoorbeeld, droge dekens en kledingstukken aanwezig zijn.

Dat punt, dat je denkt: ooit is dit een verhaal, bereikte ik vorige week al na een dag

kamperen in Drenthe, officieel de natste provincie van Nederland. Ik weet trouwens niet echt of het officieel zo is, maar volgens mijn eigen onderzoek, zeer participerend, is het zo.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik zat in een kleine tent, de vriendin met wie ik kampeerde zat in de tent ernaast. Beide tenten hadden geen luifels, dus geen beschutting. Het belang van een luifel onderken je te weinig als je normaal gesproken in een huis van steen woont.

Op dag twee kochten we dus een partytent, zodat we de rest van de week ergens droog zouden kunnen zitten zonder de hele tijd slagregens in ons gezicht te krijgen. De term ‘partytent’ is misleidend, zeker als je hem in de regen gebruikt. De drie regels van partytent zijn: 1. De partytent stort zeven keer per dag in. 2. De partytent houdt geen regen tegen, want daar is hij niet voor bedoeld, en 3. De partytent levert geen party op, maar het tegenovergestelde van een party.

Een partytent is, zelfs in de blakende zon, een troosteloos ding om te zien, net als een statafel en een bierfiets. Objecten die bedoeld zijn voor feestelijkheden zijn vaak heel verdrietig.

Op een bepaald punt bij het regenkamperen ben je zo ver dat alles nat is, of in ieder geval klam. Je pakt een kledingstuk uit je tas en je denkt: hoera, deze broek is alleen maar heel klam!

Je droogt je af met handdoeken die volledig doorweekt zijn. Ik had, zoals elke

vakantie, een truitje meegenomen dat thuis net uit de was kwam, dus ter plaatse nog even zou moeten drogen. (Ik hou van reizen met natte was.) Dat truitje heeft de hele week hoopvol over een stoel onder de partytent gehangen, en aan het eind van de week pakte ik het natter dan ooit weer in.

Op de laatste dag, want dat hoort er ook bij, regende het het aller-allerergst. De paden van het kampeerterrein waren veranderd in diepe sloten. Alle afwasbakken liepen over. Het fatsoenlijke ‘ik maak de douche met een trekker schoon voordat de volgende erin gaat’ dat we op deze camping allemaal dagenlang hooghielden, lieten we gaan, want alles was modder: de douche was modder, de wc was modder, wij waren modder.

Met een auto vol nat, loodzwaar textiel reden we terug naar huis. Op dat moment ging de zon schijnen. Ook dat weet je van tevoren.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next