China is wereldkampioen dammen bouwen, des te groter des te beter. Nu moet de Yarlung Tsangpo-rivier in Tibet eraan geloven. Onlangs ging de eerste spade de grond in voor een controversiële megadam die Zuid-Aziatische buurlanden zenuwachtig maakt.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
De grootste dam staat al in China. Gebouwd aan het begin van deze eeuw heeft deze Drieklovendam de capaciteit om net zoveel stroom te genereren als vijftien voluit draaiende kerncentrales. Het gewicht van de 40 miljard kubieke meter water en slib in het stuwmeer vertraagt het draaien van de aarde met 0.06 microseconden per dag, omdat het zwaartepunt van de mondiale gewichtsverdeling door de dam richting de Chinese provincie Hubei is verlegd.
Deze Drieklovendam met zijn duizelingwekkende statistieken is echter een ukkie vergeleken bij de betonkolos die China vorige week is begonnen te bouwen in de Tibetaanse Himalaya. De moeder van alle dammen, die na oplevering in 2030 drie keer meer energie opwekt dan de Drieklovendam, komt in de Yarlung Tsangpo-rivier.
Die maakt vanaf de bron in een bergmeer een bocht om de Namjagbarwa-berg (7.782 meter hoog) en stort zich in het district Medog 2 kilometer naar beneden in een kloof. Daarna passeert de Yarlung Tsangpo de grens met India, waar de rivier zich als Brahmaputra bij de Ganges voegt om vervolgens via Bangladesh onder de naam Jamuna naar de Golf van Bengalen te stromen.
Dit water wordt door vier tunnels van 20 meter lang dwars door het gebergte richting de turbines van een cascade van waterkrachtcentrales gedwongen. Dit technische hoogstandje kost 167 miljard dollar en levert jaarlijks 60 tot 70 gigawatt aan stroom.
De dammen-obsessie van Chinese communisten gaat terug tot Mao Zedong, de eerste pleitbezorger van de Drieklovendam. China heeft slechts één vrij stromende rivier over. Alle anderen zijn verlamd door dammen, gedempt, leeggezogen voor landbouw of opgedroogd tot beddingen vervuild slib.
Met de nieuwste dam denkt Beijing meerdere vliegen in een klap te slaan. Net als de Drieklovendam en andere waterbouwkundige megaprojecten die zijn neergezet in tijden dat de economie een opkikker nodig had, is de bouw goed voor de economie. Met de hoeveelheid beton alleen al zou een tweebaansweg die de aarde vijf keer rond gaat kunnen worden aangelegd, dus de dam is kassa voor cementproducenten in een slappe periode wegens een aanhoudende vastgoedcrisis.
Bovendien ketent de dam de bij vlagen opstandige Tibetaanse regio economisch en politiek steviger aan de rest van China. Dammen in Tibet, als stroomgebied van acht belangrijke Aziatische rivieren de watertoren van Azië genoemd, dragen het beleid van de Chinese president Xi Jinping om met peperdure hoogspanningslijnen stroom uit het westen naar het oosten te brengen. Daar kunnen metropolen en industriegebieden elke megawatt gebruiken, terwijl de relatief arme bevolking van Tibet, net zoals andere westelijke berggebieden die de afgelopen decennia zijn volgeplempt met dammen, die stroom niet nodig heeft. Op termijn moet de beschikbaarheid van elektriciteit overigens wel allerlei stroomverslindende bedrijvigheid, bijvoorbeeld datacentra, naar het westen lokken.
Een andere belofte is een snellere overgang naar duurzame energie. China, nu voor 60 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen, wil in 2060 klimaatneutraal zijn. Waterkracht lijkt de oplossing daarvoor, maar draagt juist weer bij aan klimaatverandering door methaangas dat vrijkomt uit plantaardig materiaal dat in stuwmeren verrot.
Acuut is het gevaar van aardbevingen in het bouwgebied, waar twee tektonische platen tegen elkaar botsen. Bouwactiviteiten en het enorme gewicht van dammen en stuwmeren vergroten de risico’s in seismisch actieve gebieden.
De nieuwe dam ligt ook gevoelig wegens de fragiele ecologie in Tibet. De Chinese heerschappij over Tibet voorziet niet in inspraakprocedures. Toen vorig jaar in een door Tibetanen bevolkt gebied in de provincie Sichuan werd gedemonstreerd tegen een dam die een klooster en het leefgebied van zo’n vierduizend mensen zou verzuipen, werden die protesten keihard neergeslagen.
Dat de natte dromen van Chinese waterbouwkundigen uitkomen met de dam in de Yarlung Tsangpo-rivier maakt India en Bangladesh zenuwachtig. China beslist wat er in de bovenloop gebeurt van rivieren die door Tibet lopen, waar 1,8 miljard mensen in China, Zuid- en Zuid-Oost Azië afhankelijk van zijn. Landen die nu al last hebben van Chinese dammen in de bovenloop van bijvoorbeeld de Mekong hebben gemerkt dat Beijing slechts met de grootste moeite tot internationaal overleg te bewegen is. Beijing beschouwt zeggenschap over de bovenloop als een kwestie van nationale soevereiniteit en doet niet mee aan conventies van de Verenigde Naties over samenwerking bij waterbeheer van internationale rivieren.
India vreest dat Beijing water als politiek wapen gebruikt bij andere kwesties, nadat de Chinese staat na schermutselingen bij de grens met India in 2017 geen informatie over het waterbeheer van gemeenschappelijke rivieren deelde. Vietnam, Laos en Cambodja moesten data over de Mekong-rivier, die in China Lancang heet en vol ligt met dammen, min of meer afdwingen.
Daarom versnelt New Delhi nu eigen projecten voor dammen net over de grens met China, zodat India tenminste niet overvallen door te veel of juist te weinig rivierwater als gevolg van de Chinese megadam. Kind van de rekening wordt Bangladesh. Dat land zit straks met veranderingen in de waterhuishouding, en een tekort aan sedimenten die landbouwgronden vruchtbaar houden. Dat mineraalrijke slib bezinkt in de toekomst nutteloos in dode stuwmeren achter Chinese en Indiase dammen.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant