Het vervelendste aan politieke campagnes zijn de uitroeptekens. Van: knettergek! Tot: huichelaar! Via: doe zelf normaal! En: mieter ze het land uit!
Vanuit de politicus geredeneerd zijn die uitroeptekens goed te begrijpen, want iedereen die over twaalf weken een gooi wil doen naar het premierschap, heeft nu eenmaal meningen nodig die snel, hard, stellig en ongenuanceerd zijn, omdat die het goed doen op plekken waar de ruimte beperkt is en de aandacht schaars. Dat betekent dat je voor of tegen bent, links of rechts, zwart of wit, goed of fout, en dat je al die standpunten bovendien bestendigt met een teken dat vastberadenheid en volume uitstraalt.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar vanuit ons bezien, de kiezer, is de opmars van het uitroepteken een kleine ramp, want hoe vaker een politicus het gebruikt, hoe minder ruimte er overblijft voor inhoud. Daarnaast zijn uitroeptekens vrijwel altijd een teken van grove onderschatting: de schrijvers ervan hebben blijkbaar zo weinig vertrouwen in zowel hun eigen woorden als hun publiek dat ze iets extra’s nodig hebben om alles kracht bij te zetten.
Daarmee zijn uitroeptekens, zoals columnist Kees Fens ooit schreef, net zo vervelend als een klap op je schouder van iemand door wie je liever niet wordt aangeraakt. Ze zijn als die collega die tijdens de kerstborrel veel te dichtbij je komt staan; meestal stinken ze ook een beetje uit hun mond.
Bijkomend probleem is dat al die uitroeptekens de ruimte innemen van andere, veel waardevollere leestekens. Zo kreeg iedereen op de Volkskrant-redactie onlangs een mail met daarin het verzoek voortaan minder gedachtestreepjes (–) te gebruiken. De em dash, het streepje dat ongeveer net zo lang is als de M, werd zelfs helemaal verboden, omdat steeds meer lezers daarin een bewijs zien dat een tekst door AI is geschreven (ChatGPT-achtigen baseren zich vooral op Engelse teksten, waarin ultralange streepjes vaak voorkomen).
Ik vind dat een rampzalige ontwikkeling, aangezien ultralange gedachten er niet alleen voor zorgen dat ik (een columnist die per woord betaald krijgt) straks op vakantie kan, maar vooral omdat ze een ideaal medicijn vormen tegen de oprukkende moderniteit en het daarbij horende concentratieverlies — hoe langer men doorgaans op een gedachte broedt, hoe beter.
Zo mogelijk nog tragischer is het naderende einde van de puntkomma. Een paar weken geleden bleek uit een Brits onderzoek dat het gebruik daarvan in Engelse boeken de afgelopen 25 jaar is gehalveerd. De meeste ondervraagden vonden de puntkomma nodeloos ingewikkeld en bovendien pedant, omdat het volgens hen vooral wordt gebruikt door mensen die willen laten zien hoger te zijn opgeleid.
De puntkomma is, met andere woorden, veel te elitair. Sterker nog: door de structurele weigering te kiezen wat het is – een punt of een komma – is de puntkomma ook nog eens non-binair, waarmee het tevens het ultieme woke leesteken is. Weg ermee dus!
Ik pleit hier graag voor het tegenovergestelde, want waar het uitroepteken alle twijfel de nek omdraait, roept de puntkomma juist op tot traagheid, nuance en verbinding; het verstaat als geen ander de kunst twee gedachten aan elkaar te koppelen. En is dat niet bij uitstek een kunst die we juist nu nodig hebben?
Wantrouw iedereen die het zeker weet, daarover bestaat bij mij geen twijfel. Daarom gaat mijn stem straks naar de politicus die de komende twaalf weken de minste uitroeptekens gebruikt, en de meeste gedachtestreepjes en puntkomma’s.
De enige uitzondering op de regel: Dilan Yesilgöz die een ;–) twittert!
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant