Toerisme Mallorca was het summum van massatoerisme, maar dit jaar zijn de bezoekersaantallen sterk gedaald. De toeristen zijn weggejaagd, zeggen sommigen.
Een man zit tijdens de zonsondergang bij strandtent Ballermann 6 op Mallorca. Clara Margais/dpa
Lege terrassen, volop parkeerplek en serveerders met vakantie – het klinkt als een situatie uit het laagseizoen, maar op Mallorca is dit sinds begin deze zomer realiteit. Op het traditioneel drukbezochte Spaanse eiland spreken ondernemers inmiddels van de slechtste zomer sinds Covid-19.
Toeristen blijven wel komen – vluchten zijn betaalbaar en het verblijfsaanbod groeit – maar hotels zijn minder bezet en bezoekers geven minder uit. In trekpleisters als Capdepera en Sóller daalt het aantal bezoekers fors. Restaurants in kustplaatsen als Port de Sóller, Sant Elm en Port d’Alcúdia verliezen tot 40 procent van hun klanten, terwijl het gemiddelde op het eiland op zo’n 5 à 6 procent ligt. Ook op de normaal bruisende Paseo Marítimo in Palma is de opkomst 20 procent lager dan vorig jaar.
Door hogere kamerprijzen (ruim 25 procent boven pre-pandemisch niveau) blijven hotels onder de 60 procent bezet. In 2024 sloten 370 horecazaken; dat aantal dreigt dit jaar te worden overtroffen als de cijfers zo blijven dalen, deelt Juanmi Ferrer, voorzitter van de lokale horecavereniging in Mallorca, met de Spaanse pers. Ook op het Spaanse vasteland, aan de Costa Brava en in Lloret de Mar, sluiten bars en clubs wegens teruglopende aantallen bezoekers.
In Spaanse steden als Valencia, Málaga en Bilbao zijn de bezoekersaantallen juist hoger dan ooit. Wat verklaart dat verschil? Is Mallorca tijdelijk over zijn piek heen, of is er sprake van een structurele omslag?
Er gaan verhalen rond dat de dalende bezoekersaantallen het gevolg zijn van de vele anti-toerismeprotesten van de afgelopen jaren, ook op Mallorca. Britse media suggereren luid dat Britten niet meer welkom zijn in populaire Spaanse bestemmingen, waardoor sommigen die regio’s mijden.
Hoewel deze berichten soms overtrokken zijn, richten protesten zich inderdaad regelmatig op Britse en Duitse toeristen, schrijft toerisme-expert Alfonso Vargas-Sánchez van de Universiteit van Huelva in een mail. „Dit heeft wel invloed op het gedrag van vakantiegangers”, concludeert hij. Het aantal Britten en Duitsers daalde inderdaad in Mallorca, de Costa Brava en Lloret de Mar. In navolging van andere experts meldde ook de voorzitter Pablo Riera-Marsa van de hotelvereniging Alcudia and Can Picafort hoteliers association uit Mallorca deze afname.
Daarnaast tast het anti-toerisme gevoel de waardeperceptie aan: toeristen geven minder uit op plekken waar ze zich niet welkom voelen.
Volgens hoogleraar en toerisme-expert Fernando Almeida-García (Universiteit van Málaga) is de impact van het sentiment echter minder groot dan Britse en Duitse media suggereren. Toeristen blijven komen, maar door hogere prijzen geven ze simpelweg minder uit.
Het type toeristen dat massatoerismeplekken als Mallorca aantrekt, maakt ze bijzonder kwetsbaar voor prijsveranderingen. En die veranderingen waren er: inflatie draagt eraan bij dat horecazaken meer vragen en omdat de eigen salarissen niet zo veel stijgen, zijn toeristen minder bereid om veel uit te geven. Daarnaast hebben toeristen in hun eigen land (vooral in landen als Duitsland of de VK) vaak al toegenomen kosten, waardoor minder geld overblijft op vakantie, denkt Vargas-Sánchez.
Wat niet helpt, is dat Mallorca afhankelijk is van chartertoerisme (georganiseerde reizen), vooral uit Duitsland en Engeland, en vaak verkocht als all-inclusivepakketten. Dit ontmoedigt lokale uitgaven, omdat maaltijden, drankjes en activiteiten vooraf zijn betaald, legt Vargas-Sánchez uit. Deze bezoekers reageren sterk op prijsstijgingen en dragen weinig bij aan sectoren zoals cultuur of erfgoed. Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar in Lloret de Mar, bekend om goedkoop jongeren- en feesttoerisme.
Daarnaast hebben de Balearen - – naast Mallorca de eilanden Ibiza, Menorca en Formentera – sterke beperkingen ingevoerd op kortetermijnverhuur, alcoholverkoop en nachtleven, deels om overtoerisme tegen te gaan. „Hoewel deze regels bedoeld zijn om bewoners te beschermen, veranderen ze ook het toerismeprofiel, waardoor bepaalde bezoekers wegblijven of minder besteden”, aldus Vargas-Sánchez.
De gevolgen van deze ontwikkeling zijn zichtbaar in de opkomst van zogeheten slow tourism – ook wel het fenomeen van de sandwichtoerist. Steeds meer toeristen kiezen ervoor om minder uit te geven aan horeca en bereiden liever zelf maaltijden in hun accommodatie. „Dit zie je vooral bij jongeren, die minder te besteden hebben en weinig interesse tonen in uit eten gaan”, legt Almeida uit. Zijn collega uit Mallorca vertelde hem dat het aantal supermarkten op Mallorca toeneemt – een teken dat toeristen vaker boodschappen doen en consumeren zoals de locals.
Ferrer, de voorzitter van Mallorca's horecavereniging, vertelt aan het lokale nieuwsblad Mallorca Bulletin dat menu’s worden aangepast met goedkopere opties om om te gaan met het verlies. „Er is een enorme inspanning geleverd om van Mallorca een eersteklas gastronomische bestemming te maken, maar als restaurants in toeristische gebieden zien dat er geen kwaliteitsgerechten worden geconsumeerd, zullen ze zich aanpassen aan wat klanten zich kunnen veroorloven.”
Andere regio’s zoals Baskenland, de Canarische Eilanden en delen van Andalusië trekken juist cultureel geïnteresseerde en kapitaalkrachtigere toeristen aan. Zij reizen flexibeler, besteden meer en dragen actiever bij aan de lokale economie. „Het zijn bestemmingen die minder afhankelijk zijn van volume en dus veerkrachtiger”, zegt Vargas-Sánchez.
Het toerismebeleid op Mallorca lijkt uitgeput en zoekt naar nieuwe vormen van toerisme. „Omdat we van een piek komen, was dit vroeg of laat te verwachten. Het ‘champagne-effect’ van na de pandemie is voorbij”, zegt Vargas-Sánchez. Hij benadrukt dat toerisme een cyclische sector is, beïnvloed door interne en externe factoren.
Een belangrijke oorzaak van de huidige terugval is het stagnerende en verzadigde aanbod. „Mallorca, Lloret de Mar en delen van de Costa Brava zijn ‘volwassen’ massabestemmingen, ontwikkeld sinds de jaren zestig tot tachtig, met een grote afhankelijkheid van zon- en strandtoerisme”, aldus Vargas-Sánchez. Toeristen kiezen vaker voor opkomende of vernieuwde bestemmingen. De concurrentie is wereldwijd. Beleidsmakers proberen hun bestemming te herpositioneren, maar dat vergt tijd.
Vargas-Sánchez benadrukt om deze reden dat er vaak iets verkeerd wordt begrepen bij de anti-toerisme bewegingen: de oorzaak vooral ligt bij gebrekkig toerismebeheer, niet bij toeristen zelf.
Toerisme-econoom aan de Katholieke Universiteit Leuven, Jan van der Borg, stelt dat massatoeristische bestemmingen dringend een duurzamere strategie moeten ontwikkelen. Volgens hem begint dat bij het afstemmen op de behoeften van de lokale bevolking, vóór die van de toerist. „Bestemmingen moeten een nieuw verdienmodel kiezen”, vindt hij. „Het moet een model zijn gebaseerd op kwaliteit en meerwaarde.”
Een plek als Mallorca moet ook aantrekkelijk zijn voor langdurig verblijf, wat duurzamer is dan korte bezoekjes. „Kwaliteitstoeristen blijven nu vaker weg, omdat het voor hen zo niet meer hoeft”, zegt Van der Borg, doelend op de overvolle toeristische plaatsen. „Plaatsen moeten authentiek en niche blijven om interessant te blijven.” Steeds meer mensen willen betalen voor unieke of authentieke ervaringen. „Als je dat de mensen niet aanbiedt, dan komen ze niet,” zegt hij.
Hoewel de daling van toeristische bestedingen als een probleem wordt gezien, hoeft dat niet per se negatief te zijn, denkt Almeida – „het is namelijk nodig om het debat te voeren over de vraag of bestemmingen elk jaar opnieuw recordaantallen toeristen moeten trekken”. De discussie over duurzaam toerisme loopt al decennia. „Duurzaamheid kan niet worden bereikt met recordaantallen toeristen, noch met een enorm reislustige bevolking binnen Europa.”
Source: NRC