Het Vissenasiel in Sliedrecht is het enige van Europa en vangt jaarlijks duizenden vissen op. Hier kunnen vissen worden afgestaan én geadopteerd. Tijdens de vakantieperiode is er een extra service: vissen kunnen een paar weken uit logeren.
Het Vissenasiel is net open als Fred (67) en zijn vriendin Diny (79) een boodschappenkratje naar binnen tillen. In twee transparante opbergboxen zwemmen vijftien goudvissen van een overleden familielid uit Hoek van Holland. Voorzichtig zet Fred de krat op de toonbank. ‘Gelukkig kunnen we er hier weer iemand anders gelukkig mee maken.’
De Leeghwaterstraat in Sliedrecht huisvest het enige vissenasiel van Europa. ‘Jaarlijks vangen we 12- tot 15 duizend vissen op’, zegt Jane van Houtum (50). Ze is vijf dagen per week als vrijwilliger actief. Elke dinsdag is schoonmaakdag, vertelt ze, dan worden de glazen van de aquariums geboend, wordt de bodem gestofzuigd en worden filters ververst. ‘Daarna zijn we de rest van de week open.’
Klotsend water, zoemende vijverpompen en een schouwspel van cirkelende karperachtige vissen verwelkomen de bezoekers op het buitenterrein. Binnen, in een industriële loods, bevindt zich een tropisch warme ‘bunker’: een ruimte vol stellingen met 340 aquaria. Zo zwemmen hier neonblauwe en -oranje malawi’s, zuigen zwartgrijze pleco’s als stofzuigertjes de algen van het glas en flitst een turquoise ‘green terror’ met rood fluorescerende vinnen voorbij.
Vissen kunnen hier worden afgestaan en ook weer worden geadopteerd. Voordat een vis mee naar huis mag, kijken asielmedewerkers of er een match is. ‘We vragen welke vissen er al in je aquarium zwemmen, hoe groot je bak is en kijken dan of de nieuwe vis erbij past’, zegt Van Houtum. ‘Bij een slecht gevoel geven we ze niet mee. We willen niet dat ze na een week weer terug zijn.’
Eva van Dijk (27) is uit Utrecht gekomen om te speuren naar nieuwe, vinnige vriendjes voor haar aquarium. ‘Ik koop liever geen vissen uit de dierenwinkel, omdat je niet weet waar ze vandaan komen. Misschien zijn ze illegaal gevangen, dat voelt niet ethisch.’ Haar keuze valt op vijf corydorassen, zwart met zilver glinsterende pantsermeervallen. ‘Het is een stukje rijden, maar ik ga met een goed gevoel naar huis.’
De voornaamste reden dat mensen vissen afstaan, is omdat ze verkeerd zijn voorgelicht, zegt Van Houtum. ‘Dierenwinkels vertellen lang niet altijd dat een guppie na een bevruchting vijf keer vijftig baby’s krijgt, of dat een vis veel te groot wordt voor je aquarium. Anders verkopen ze die soorten niet meer.’
En wat moet je met al die vissen aan?
In vakantieperioden worden er elk jaar goudvissen gedumpt in poelen en vennen, signaleert Ravon, de kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen. Volgens zoetwateronderzoeker Maarten Bruns doen mensen dit met goede bedoelingen, zonder zich te realiseren dat het vergaande natuurschade veroorzaakt.
Een handvol goudvissen vermenigvuldigt zich in normaal visvrije vennen al gauw tot in de duizend, waardoor de bedreigde kamsalamanders hun voortplantingswater verliezen, waarschuwt Bruns. ‘Als zo’n poel vol raakt met karperachtige goudvisjes, die de bodem omwroeten en allerlei plantjes, diertjes en amfibieëneitjes opvreten, dan help je het ecosysteem om zeep.’
Het Vissenasiel helpt ook vakantiegangers die thuis geen opvang kunnen regelen. ‘We houden negen bakken vrij voor logés’, zegt vrijwilliger Van Houtum. ‘Deze week zijn er drie bezet. Hier zitten mollies, maanvissen en goerami’s die al anderhalf jaar wachten tot het afgebrande huis van hun baasje in Gorinchem is herbouwd. Daar logeren citroentetra’s en algenetertjes uit ’s Gravenmoer, totdat ze met hun baasje meeverhuizen naar België. En in het bakje achter in de bunker passen we twee weken op de potloodvis en kardinaaltjes van Tiágo.’
Toch maken maar weinig aquariumhouders een ritje naar Sliedrecht. ‘Ze vinden het te ver’, zegt Van Houtum. Daarom biedt het vissenasiel een ophaalservice: elke maandag en vrijdag haalt een medewerker aquarium- en vijvervissen op aan huis, voor respectievelijk 15 of 75 euro plus benzinekosten. ‘We rijden geregeld het land af van Groningen tot Goes, zelfs over de grens vlak bij Frankrijk. Tot half september zitten we helemaal volgeboekt.’
Sommige vissen blijven langer spartelen. Zoals Harry, een oudere pauwoog met littekens na eerdere aanvaringen. ‘Hij is mijn maatje’, zegt Van Houtum. ‘Als ik ’s ochtends het licht aan doe, zwemt-ie meteen naar me toe om uit mijn hand te eten. Mensen nemen hem niet mee vanwege zijn uiterlijk.’ Toch blijft ze hoopvol. ‘Er komt vanzelf iemand die Harry een kans geeft.’
‘Dit asiel is een waanzinnig initiatief’, zegt Frits Spitzer (62), terwijl hij een tientje aftikt voor zebracichliden, tropische visjes met kronkelende zwart-witte schubben. ‘Hier krijgen ze een tweede kans voor een zacht prijsje, terwijl ze anders in de sloot belanden.’
Spitzer was hier drie weken ook al. Toen bracht hij zijn pauwenogen, sierlijke vissen met een ‘oogprintje’ op de schubben. Bij aankoop waren ze 4 centimeter lang, inmiddels 20. ‘Ik had me erop verkeken.’ Vandaag komt hij zijn voormalige vissen nog even gedag zeggen. De zebrachichliden die hij nu adopteert blijven een slag kleiner, wordt hem verzekerd.
Bij de tropische vissen laat Frank Blom (65) zijn ogen vallen op een 12 centimeter lange telescoopoog. Na twee weken quarantaine is deze vis klaar voor een nieuw huis. Van Houtum schept de zwarte sluierstaart met dopoogjes met een netje, laat hem in een met water gevulde maatbeker glijden en giet hem voorzichtig in een plastic zakje. Blom houdt het dichtgeknoopt tegen het licht. ‘Komende week kom ik weer buurten’, zegt hij. ‘Ik heb de volgende alvast gereserveerd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant