De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Deze week is Diyaa Ghanem aan het werk in het HagaZiekenhuis.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
‘Zal ik even uitleggen wat er aan de hand is?’ De 58-jarige patiënt op de röntgentafel kijkt vragend naar Diyaa en steekt meteen van wal. ‘Ik was aan het nordic walken en hoorde ineens een knak in mijn voet.’
Met zijn houten wandelstok wijst de man aan waar het pijn doet. ‘Hier aan de zijkant voelde ik iets scheuren.’ Diyaa luistert geconcentreerd, vraagt hem zijn blote voet op de plaat onder het röntgenapparaat te zetten en duwt zachtjes tegen de tenen: ‘Doet dit pijn?’ De man schudt van nee. Diyaa draait wat aan de knoppen en maakt de eerste foto.
De Syrische statushouder Diyaa Ghanem werkt sinds drie maanden als laborant in het radiologisch centrum van het HagaZiekenhuis. Drie keer per week stapt hij ’s ochtends in zijn woonplaats Noordwijk in de bus naar Den Haag, trekt daar zijn witte uniform en Crocs aan en gaat aan de slag. ‘Ik heb in Syrië ook röntgenfoto’s gemaakt’, vertelt hij, ‘maar de jaren voor mijn vlucht werkte ik op een hartafdeling.’
Naam: Diyaa Ghanem
Leeftijd: 53
Komt uit: Al Suwayda
Woont in: Noordwijk
Beroep: radiodiagnostisch assistent
In Nederland sinds: februari 2022
Diyaa zet zijn leesbril op en bestudeert samen met collega Jeanet de foto van de voet. Voor een completer beeld besluiten ze er nog een te maken. ‘Uw voet iets buigen alstublieft’, instrueert Diyaa. De patiënt is ondanks de pijn bijzonder opgewekt. Hij vertelt dat hij heeft gegoogeld, en dat het voelt als een gescheurde pees. ‘Pezen kunnen we niet zien op de foto’, zegt Jeanet. ‘De radioloog informeert uw huisarts. Die kan besluiten tot vervolgonderzoek.’
In Syrië gaat dat anders, vertelt Diyaa. ‘Daar krijg je meteen een hele reeks onderzoeken als je met iets onduidelijks bij de huisarts komt. Als je tenminste geld hebt. Hier in Nederland zijn huisartsen terughoudender, maar heeft wel iedereen een verzekering.’
Over deze serie
De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Alle afleveringen vindt u hier.
Terwijl ze wachten op de volgende patiënt, praat Diyaa zijn collega bij over de situatie thuis. Zijn vrouw en drie kinderen, die hij al bijna vier jaar niet heeft gezien, zijn enkele maanden geleden vanwege het oplaaiende geweld in Syrië naar Libanon gevlucht. ‘We hebben nu eindelijk toestemming gekregen voor gezinshereniging’, vertelt hij. ‘Eind oktober kunnen ze op de Nederlandse ambassade in Beiroet terecht voor hun visum. Daarna gaan we de vliegtickets kopen.’
‘Het zal wel wennen voor ze worden in Nederland’, zegt Jeanet. Diyaa knikt. Hij maakt zich zorgen over zijn moeder, die onlangs haar woonplaats Suwayda moest ontvluchten vanwege gevechten en Israëlische bombardementen. ‘Druzische families werden geliquideerd door troepen die loyaal zijn aan de regering, hun huizenzijn verbrand. De nieuwe machthebbers zien geen ruimte voor minderheden’, aldus Diyaa, zelf ook Druzisch. ‘Mijn moeder is nu weer thuis. Maar er is bijna geen elektriciteit en water in Suwayda.’
Aan het einde van de gang zit Diyaa’s teammanager Eliza van den Oever (42) in haar kantoor. Voor haar een computerscherm, achter haar een levensgroot menselijk skelet. Het liefst zou Van den Oever meer statushouders en andere migranten aannemen, maar er zijn een hoop hordes te nemen. ‘Ze moeten hun diploma laten waarderen bij het Nuffic’, legt ze uit. ‘Dat is logisch, maar ook daarna kunnen ze niet zomaar aan de slag.’
Ze somt de problemen op. ‘Sommigen krijgen van het Nuffic te horen dat hun diploma twee jaar hbo waard is. Het is dan onduidelijk welke modules ze waar zouden kunnen volgen om er een volwaardig hbo-diploma van te maken. Of ze worden op mbo-4 niveau gewaardeerd, lager dan in eigen land, en mogen dan bepaalde taken niet uitvoeren. Dat is erg frustrerend als ze wel de juiste ervaring hebben.’
Van den Oever onderstreept het belang van een zorgvuldig proces, het gaat immers om functies in de zorg. ‘Maar als iemands diploma niet precies overeenkomt met een Nederlands diploma, zou je sneller duidelijkheid willen hebben over wat wel kan.’ Niet op de laatste plaats omdat er enorme personeelstekorten zijn. ‘Het is zonde dat gemotiveerde en kundige mensen niet meteen aan de slag kunnen. We hebben het over mensen die in hun land van herkomst ook in de zorg werkten, het zijn geen kippenboeren.’
Zelf probeert ze hier, binnen de geldende regels, pragmatisch mee om te gaan. ‘Toen Diyaa op sollicitatiegesprek kwam met een mbo-4 diploma, vonden we het vanwege zijn gebrekkige Nederlands lastig te beoordelen hoeveel kennis en ervaring hij had’, vertelt ze. ‘We lieten hem een dagje meelopen en zagen direct dat hij het vak beheerst. Toen hij begon, hebben we hem aan een buddy gekoppeld die hem goed begeleidt.’
Van den Oever erkent dat taal een belemmering kan zijn bij het aannemen van niet-Nederlanders. ‘Vooral als patiënten stress of angst ervaren is heldere communicatie natuurlijk heel belangrijk.’ Diyaa heeft daarom drie uur per week Nederlandse les, en werkt vooralsnog veel op de pijnpoli, waar hij geen direct contact heeft met patiënten. Op de röntgenafdeling werken laboranten vaak in tweetallen, dus indien nodig kan een collega het woord doen.
Diyaa’s Nederlands gaat snel vooruit, merkt ze. ‘Je leert dingen door te doen. Hier spreekt hij de hele dag Nederlands met zijn collega’s.’ Bovendien levert zijn achtergrond ook voordelen op: ‘We hebben patiënten die alleen Arabisch spreken. Dan roepen we Diyaa erbij.’
Het is inmiddels kwart voor een, Diyaa en Jeanet worden afgelost zodat ze kunnen gaan lunchen. In de kantine haalt Diyaa, net als zijn collega’s, een plastic broodtrommel tevoorschijn met brood met kaas en een stuk komkommer. Zijn collega’s hebben het over het vakantierooster, zelf spaart Diyaa zijn vrije dagen op. ‘Voor als mijn gezin er straks is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant