Streetart Ooit zaaiden kunstenaars sporen van paddenstoelen, die door het asfalt heen zouden breken. Nu is streetart in musea te zien, of moeten kunstenaars letterlijk ondergronds de tunnels in, omdat bovengronds dezelfde kleurige vrolijke streetart verschijnt.
Nee, zeiden een paar bewoners van de Bredase wijk Heusdenhout vorige maand. Niet nóg een muurschildering. „Als ik kunst wil zien, dan ga ik wel naar een museum,” tekende BN De Stem op van iemand die bezwaar maakte. Eén van de bezwaren was dat de schildering, gepland op de zijgevel van een flatgebouw, afbreuk zou doen aan het imago van de wijk. De bewoner vergeleek het met de banlieues in Frankrijk waar muurschilderingen volgens hem „karakteristiek” zouden zijn voor buitenwijken met „sociale problemen, drugshandel en rellende jongeren”. Door muurschilderingen in zijn wijk aan te brengen, zou de indruk ontstaan dat Heusdenhout ook een probleembuurt is. „En dat gaat ten koste van de huizenwaarde.”
Dat is een opvallend tegengeluid tussen alle optimistische graffiti-en-street-art-nieuwsberichten door. Vooral nu, in de zomer, verschijnen deze wekelijks in lokale media. De berichten gaan over nieuwe schilderingen in bijvoorbeeld Oss of Utrecht, of over aanverwante exposities en festivals zoals in Leeuwarden. Daar presenteert kunstorganisatie Writer’s Block deze zomer dertig kunstenaars die er muren, rolluiken, containers en elektriciteitskasten beschilderen. En Amsterdam brengt vanaf 14 augustus schilderingen van Braziliaanse kunstenaars in de loods van het Straat Museum ‘voor street art en graffiti’, op het NDSM-terrein.
De keerzijde waar de Bredase bewoner naar verwijst, is onderdeel van de wat weggeëbde discussie over kunst als middel tegen verloedering en voor gentrificatie. Berucht werd de Tweebosbuurt in Rotterdam waar de bewoners uit hun huizen gezet werden omdat de buurt geüpgraded werd. De sloop werd in 2021 veroordeeld door de Verenigde Naties: het verhoogde de kans op armoede en dakloosheid, zo schreven de VN-rapporteurs na onderzoek in een spraakmakend rapport. Juist daar, rond de Tweebosbuurt waren in de paar jaar ervoor vele nieuwe muurschilderingen verschenen, waarmee die upgrade alvast werd aangekondigd. Intussen zijn de huizen gesloopt, de bewoners verdreven. De omringende muurschilderingen, die zijn er nog.
Tweebosbuurt in Rotterdam.
Dat is oud nieuws, terwijl nieuwer nieuws juist optimistisch klinkt. Het is afkomstig van de PR-afdelingen van gemeenten en andere opdrachtgevers van muurschilderingen. Ze verfraaien wijken, verlevendigen buurten, mensen vinden het mooi en feestelijk. Dat levert begrijpelijkerwijs optimistische berichten op en toch, als je die naast elkaar legt, zie je ook hieraan dat een lastige situatie is ontstaan, namelijk een artistieke impasse. Want ondanks plaatselijke thema’s verschilt de stilistische uitvoering nauwelijks. Telkens zie je eenzelfde kleurrijke figuratie op muren verschijnen: heel instagrammable, heel inwisselbaar. Street art wordt zó innig omarmd, dat het artistieke leven eruit geperst is.
Hoe geaccepteerd de ooit illegale graffiti en street art nu zijn, blijkt alom. Er zijn museale exposities, je kunt er subsidie voor aanvragen en het Mondriaan Fonds liet er een essaybundel over schrijven, Scratching the Surface, die vorig jaar verscheen. Deze publicatie legt onder meer uit hoe musea deze straatkunsten, zonder de juiste geschoolde kunstenaars, vorige eeuw vooral op afstand hielden. Maar intussen zijn musea 180 graden gedraaid. Ze zetten de deuren graag open voor street art en graffiti, die gelden als jong, hip, urban (al gelden ze al zo lang als jong en hip dat veel makers intussen de vijftig gepasseerd zijn).
Ook deze zomer zijn er tentoonstellingen van buitenkunst binnen in musea. Vaak is die kunst figuratief, de expositie Bold & Gritty in het Stedelijk Museum Schiedam daarentegen is gevuld met abstracte schilderingen van internationale makers die doorgaans buiten opereren. Een tweede zomertentoonstelling over buitenschilderkunst is te zien in het Stedelijk Museum Breda. Ze leiden tot de onvermijdelijke vraag: hoort dit soort kunst ook in een museum?
Die vraag wordt niet met een overtuigend ‘ja’ beantwoord. Want zo eenvoudig is dit niet. Er zitten monumentale composities bij. Maar zelfs wat op straat edgy is, oogt al snel tam decoratief tegen witte museummuren zonder die ruwe stedelijkheid eromheen.
Dus musea passen niet per se, de straat is ook niet meer die artistieke motor. En dat terwijl graffiti en street art vorige eeuw juist opvlamden als zulke interessante artistieke tegenbewegingen. Ze ontsprongen op verschillende plekken in de wereld. Broedplaatsen in de VS waren Philadelphia in de jaren zestig en New York in de jaren tachtig, als onderdeel van de hiphopscene aldaar. In Europa gebeurde veel in Parijs in de jaren zestig en in Londen in de jaren negentig. De straat was een podium om gehoord te worden, om te laten weten welke maatschappelijke kwesties in een buurt speelden. In Latijns-Amerikaanse landen bestond muralismo, wandschilderkunst, waarmee bijvoorbeeld schildersbrigades in Chili politieke boodschappen verbeeldden. Toen ze na de coup van Pinochet vluchtten, belandden sommigen in Rotterdam. Daar vormden hun antifascistische buitenschilderingen brandstof voor een hausse aan town painting, waar de huidige street art schatplichtig aan is.
De straat was politiek, de straat was kunst – ook begin deze eeuw nog. Toen toonde met name Showroom Mama in Rotterdam de ene interessante nieuwe street of guerrilla artist na de andere. De tegeltjes van Space Invader die van de stad een spel maken, Zevs die schaduwen van straatmeubilair aftekende, Klaus Weber die bij wegwerkzaamheden sporen zaaide van paddenstoelen die door asfalt heen konden breken. Zo zouden die het adagium, van de internationale beweging Situationisten (1957-1972), ‘onder de stoep ligt het strand’ waarmaken.
Deze clandestiene uitingen en anti-kunst waren manieren van vaak jonge creatieven om zich te verzetten tegen de macht, om ruimte op te eisen en zich de stad toe te eigenen. Maar de tegenkrachten bleken groter. Stickerkunst was een nieuwe beeldtaal, tot ook biermerken stickers gingen plakken als reclamemiddel. Ook de terminologie werd gekaapt. Voormalige street artists mijden de term ‘street art’ die wordt gebezigd door galerieën die graffiti-variaties vercommercialiseren voor schildersdoek. Steden doen aan street art festivals en muurschilderingen worden in opdracht gemaakt, soms door gespecialiseerde bedrijfjes.
Muurschildering van het Philharmonisch Orkest, aan de Kruiskade in Rotterdam.
Zo lieten Specsavers, Canal+, Amazon, de sponsor van Femke Bol, KPN, het Rotterdam Philharmonisch Orkest, Nike, NOC-NSF, Omroep Max, Organon en het Oranjefonds de afgelopen paar jaar muren in de openbare ruimte beschilderen, met of zonder logo’s. Het ziet er vrolijk uit. Bedrijven houden van de heldere communicatiestijl van vooral figuratieve muurschilderingen en het nog altijd coole imago, ontstaan doordat het ooit wel clandestien was. Andere buitenkunst delft het onderspit: doe liever een muurschildering, die zit er zo op en kan ook zo weer weg. Zo is deze hausse uiteindelijk nadelig voor de kunst.
Terwijl zulke krachten oprukken, verlaten andere kunstenaars daarom de straat. Ze gaan online werk maken, ook een openbare ruimte. Of ze gaan ondergronds: sommigen doen bijdragen aan de stad die je niet duidelijk als kunst kunt duiden. Kunstenaar Jeroen Jongeleen ging vorig jaar zelfs letterlijk ondergronds, tunnels in, waar niemand het werk kan zien en hij een onzichtbare spookwereld op muren laat verschijnen. Een handjevol ingewijden mocht mee en bezocht deze geheime muurkunstroute over failliete ideologieën, op voorwaarde dat we de locatie geheim hielden. Want gentrificatie ligt overal op de loer.
Toch maar het museum in dan, als reservaat van de artistieke vrijheid? Het Stedelijk Museum Schiedam bracht in 2021 al een zogeheten ‘post-graffiti’-tentoonstelling in een open loods, met enorme muurschilderingen, in situ gemaakt. Er was geen klimatologische bescherming, dat heeft buitenkunst ook niet. Toch riep dat bij sommigen vragen op: was deze kunst dan minder belangrijk? Waarom toont het museum het dan?
Werk van beeldend kunstenaar Handiedan
Zaaloverzicht Stedelijk Museum Breda
Dit keer staat de expositie wel in het museum zelf en halen de tentoonstellingsmakers, kunstenaarsduo Opperclaes, museale inspiratie aan: tussen grote ingrepen van zeven kunstenaars hangt werk van Katharina Grosse, een internationaal bekend schilder. Zo laten ze ook die wortels zien: niet alleen de straat, maar ook geïnstitutionaliseerde abstracte kunst ligt aan de basis.
Ruw, groot, is het een verkenning van schilderkunstige principes rond vorm en kleur. Interessant is de installatie van het duo Thomas en Jurgen. Dat bestaat uit werk op glas en monitors waarin schilderbewegingen telkens elkaar tegenwerken: een boeiende palimpsest, een dynamische reflectie op de continue beweeglijkheid van deze kunst. Minder geslaagd zijn de tentoonstellingsteksten, die klinken als persberichten over street art. ‘Intuïtief, fysiek’ en ‘explosies van vrijheid’ en het kleuren ‘buiten de lijntjes’ zijn ronkende kreten over kunst die ‘indrukwekkend’ of ‘krachtig’ wordt genoemd, alsof deze kunst ook vooral PR is en bezoekers niet zelf hoeven interpreteren.
Werk van Monos Sotos in de tentoonstelling ‘Straat Kunst Museum’
De tentoonstelling ‘Straat Kunst Museum. De Boschstraat in 13 Blind Walls’ in Breda is meer ludiek aangepakt, met echte straatbankjes met tags en stickers erop in de museumzaal. De expositie viert het tienjarig bestaan van Blind Walls Gallery, dat in Breda verschillende muren laat beschilderen (ook in Heusdenhout). Tussen de bankjes staan wandjes waarop kunstenaars stukjes geschiedenis hebben verbeeld van de Boschstraat, waar het museum staat. Zo maakte Monos Sotos een intrigerende, gelaagde schildering van een historische moord. Maar veel bijdragen zijn vooral illustraties bij de anekdotes uit de zaalteksten. Zo is de expositie overwegend een invuloefening zoals kunstenaars die buiten ook vaak krijgen – voor een gevel, rolluik, elektriciteitskastje.
Het onderliggende idee is natuurlijk dat buitenschilderingen verhalen kunnen vertellen. Dat is ook zo. Ze zijn van oudsher een democratisch medium, om aandacht te vragen voor onderwerpen, politieke kwesties. Toen onlangs Judith de Leeuw in het Franse Roubaix een zich schamend Vrijheidsbeeld op een blinde muur zette, als kritiek op Trumps vreemdelingenbeleid, was dat wereldnieuws.
En in Feijenoord, Rotterdam, bracht de Braziliaanse kunstenaar Eneri twee jaar geleden in harde grafische letters de kreet How Big is the Debt of Developed Countries With the 3rd World aan, op de betonnen toren van het voormalige Unilevergebouw. Tekst, beton, formaat: alles klopte visueel. Een ijzersterk kunstwerk, mogelijk gemaakt door een street art festival, All Caps, ver voorbij zoiets als windowdressing.
Gelukkig. Het kan dus nog steeds. Dat moet ook. De straat moet een podium kunnen blijven. Zo niet, dan zijn burgers daarin hun macht kwijt.
Tentoonstellingen:
Bold & Gritty. Abstracte kunst uit de publieke ruimte is t/m 9 november in het Stedelijk Museum Schiedam. Infö: stedelijkmuseumschiedam.nl
Straat Kunst Museum. De Bosch Straat in 13 Blind Walls is t/m 21 september in het Stedelijk Museum Breda, Boschstraat 22, Breda. Info: stedelijkmuseumbreda.nl
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC