Home

De plasticindustrie tracht op allerlei manieren een historisch akkoord tegen plasticvervuiling tegen te werken

Plastictop In Zwitserland begint deze dinsdag het overleg tussen 175 landen dat kan leiden tot een historisch akkoord tegen plasticvervuiling. Maar de industrie tracht dit te blokkeren, onder meer met intimidatie en door de nadruk te leggen op recycling.

‘Plastic soep’ in Lhokseumawe in de provincie Atjeh, op het Indonesische eiland Sumatra.

De Zweedse Bethanie Carney Almroth is een wetenschapper die het effect van microplastics op het waterleven onderzoekt. Geen baan waarvan ze van tevoren had gedacht dat die intimidatie zou uitlokken.

Maar de tegenwerking en laster vanuit de plasticindustrie begon eigenlijk al nadat haar eerste wetenschappelijke publicatie over plastic verscheen, nu veertien jaar geleden, vertelt ze. Haar betrouwbaarheid werd in twijfel getrokken en ze werd een activist genoemd. Nu landen onder leiding van de Verenigde Naties proberen een akkoord te sluiten tegen plastic vervuiling, is de intimidatie extremer geworden.

Dat bleek ook bij een onderhandelingsronde vorig jaar in Canada. Een lobbyist van de plasticindustrie kwam ongenodigd naar een bijeenkomst, vertelt Almroth, en mocht van de gespreksleider blijven zitten. „Hij kreeg de microfoon en schreeuwde tegen me, intimideerde me en deed ongefundeerde beschuldigingen over dingen die ik niet had gezegd, en over onderzoek dat ik niet had gedaan.”

Carney Almroth diende een klacht tegen de man in. Maar een volgende bijeenkomst mocht hij weer aanschuiven.

Dinsdag begint de laatste top om tot een akkoord te komen tegen plasticvervuiling. In 2022 namen de lidstaten van de Verenigde Naties unaniem een resolutie aan waarbij werd afgesproken dat er een juridisch bindend akkoord zou komen dat vervuiling aanpakt „over de gehele levenscyclus van plastic”. Nederland en ruim negentig andere landen vinden (samen met honderden wetenschappers) dat de productie en consumptie van plastic moet worden teruggebracht naar een duurzaam niveau. De exponentiële toename van de productie van plastic is „onhoudbaar”, vinden ze.

Wat afgelopen december in Zuid-Korea de laatste top had moeten zijn, liep uit op een mislukking. Vooral oliestaten als Saoedi-Arabië en Rusland lagen dwars – plastic wordt gemaakt van olie of gas – naast grote plastic producerende landen zoals China. Terwijl net als bij klimaatonderhandelingen consensus belangrijk is voor een VN-verdrag.

Dinsdag begint een herkansing in Zwitserland, waar tien dagen voor is uitgetrokken. Het is een top die volgens wetenschappers waarschijnlijk weer belobbyd zal worden door de industrie. Bij de laatste top in Zuid-Korea hadden liefst 220 lobbyisten van de olie- en chemische industrie zich aangemeld, meer dan alle gedelegeerden van de EU bij elkaar.

De argumenten waarmee de olie- en chemische industrie ingrepen in hun sector probeert te voorkomen, zoals recycling presenteren als dé oplossing, zijn al decennia hetzelfde. En hoewel er nog nooit zoveel momentum was voor een serieus akkoord tegen plasticvervuiling, vrezen betrokken wetenschappers en activisten toch dat de belangen van de industrie de onderhandelingen weer laten ontsporen.

Gevaren voor menselijke gezondheid

Over de noodzaak van actie tegen plastic vervuiling bestaat amper discussie. Plastic is gevonden in vers gevallen sneeuw op Antarctica, in placenta’s en in de diepzee. Al minstens zestig jaar worden vondsten van plastic in de natuur gedaan. In 1966 vonden biologen op een onbewoond eilandje boven Hawaï plastic in driekwart van de onderzochte magen van pas uit het ei gekomen kuikens van albatrossen. Sinds de jaren zeventig worden kleine plasticdeeltjes (later microplastics genoemd) in vissenmagen aangetroffen. Inmiddels wordt elke dag het equivalent van tweeduizend vrachtwagens aan plastic in oceanen, rivieren en meren gedumpt.

In aanloop naar de top wezen wetenschappers er in een nieuw rapport nog eens op dat microplastics bij mensen kunnen leiden tot hart- en vaatziekten, kanker, diabetes en luchtwegaandoeningen. „Over de impact van plastic op de menselijke gezondheid is veel minder bekend bij het grote publiek dan over klimaatverandering en luchtvervuiling, maar er komen nu bewijzen naar boven die aantonen hoe groot die is”, aldus Philip Landrigan, Amerikaanse epidemioloog en kinderarts.

Wetenschappers wijzen erop dat de motor achter plasticvervuiling het onhoudbaar hoge productieniveau is. In 2022 werd meer dan 400 megaton plastic geproduceerd, ofwel 400 miljard kilo. De OESO, een economisch samenwerkingsverband van 38 landen, voorspelt dat de hoeveelheid plastic afval die we produceren in 2060 verdrievoudigd zal zijn. Ongeveer 40 procent van het wereldwijd geproduceerde kunststof is wegwerpplastic.

Oliebedrijven willen honderden miljarden dollars investeren in plasticproductie, blijkt uit een berekening uit 2020 van Forbes. Dat doen ze deels in de VS, waar plastic te maken is van goedkoop schaliegas. Maar China spant de kroon als het gaat om plastic, waar de productie tussen 2020 en 2025 met 40 procent toenam. Ongeveer 10 procent van de omhoog gepompte olie wereldwijd gaat nu naar de productie van plastic. En dat aandeel stijgt.

Zulke grootschalige productie drukt de prijs van plastic omlaag. Dat maakt het goedkoper en dus aantrekkelijker om plastic voor wegwerpproducten te gebruiken. En het maakt recycling economisch oninteressant. Veel wetenschappers zien het groeiende productieniveau van plastic als onhoudbaar. Maar de fossiele industrie ziet dat anders.

„Een beperking van de plasticproductie zal ons niet helpen in termen van vervuiling en het milieu”, aldus Karen McKee, topvrouw van oliegigant ExxonMobil vorig jaar tegen de Financial Times. „Plastic is niet het probleem. Dat is vervuiling.”

‘Mensen bewust maken’

Olieconcerns en chemiebedrijven leggen graag de nadruk op vervuiling. Alice Mah, een Schotse hoogleraar, citeerde in haar boek Plastic Unlimited een leidinggevende uit de petrochemische industrie: „Ik denk dat we nog veel werk te doen hebben om mensen ervan bewust te maken dat als er een plastic zak op straat ligt, iemand die daar heeft achtergelaten.”

Deze concerns schermen zelf vaak met het opruimen dat ze doen. Zo is er de Alliance to End Plastic Waste, waar tientallen bedrijven als ExxonMobil, Shell en chemieconcern BASF achter zitten. Volgens Greenpeace heeft die organisatie in vijf jaar net zoveel plastic opgeruimd als de olie- en chemiegiganten die zijn aangesloten in twee dagen produceren.

Ook leggen olieproducenten sterk de nadruk op recycling. Plastic wordt vaak verbrand (wat veel CO2-uitstoot tot gevolg heeft), gestort op vuilnisbelten of belandt in de natuur. Slechts ongeveer 10 procent wordt wereldwijd gerecycled. Maar dat is, betoogt de industrie, wél de oplossing. Papier is goed te recyclen. Metalen zijn goed te recyclen. Glas is goed te recyclen. Dus waarom plastic niet?

Veel recycling scheelt inderdaad vervuiling en CO2-uitstoot. Alleen: deze bedrijven hebben de neiging het potentieel van recycling te overdrijven, wat een veel complexer proces is dan het omsmelten van glas of metaal. Eigenlijk is ‘plastic’ een verzamelnaam voor duizenden verschillende combinaties van synthetische polymeren. Die verschillen in chemische complexiteit en in de hoeveelheid additieven. En al die verschillende soorten belanden samen in de afvalbak. Smelt je die allemaal samen zonder het goed te scheiden en te reinigen, dan is er hoogstens nog een grijs bermpaaltje van te maken. In het dit jaar verschenen boek Grof Vuil wordt plastic vergeleken met kaas: je kunt geen mozzarella omsmelten om er parmezaanse kaas van te maken.

Moeilijk verhaal

Bij het versnipperen en omsmelten van dat afvalplastic gaat de kwaliteit achteruit. Daardoor is het bijmengen van nieuw geproduceerd (dus fossiel) plastic altijd nodig. Bovendien kan plastic dat mechanisch wordt gerecycled vervuild zijn. Veel belangrijke plastics mogen eenmaal gerecycled niet meer worden gebruikt als voedselverpakking. Een alternatief waarbij dat wel mag (en dat vaak wordt genoemd door de industrie) is chemische recycling, waarbij plastic wordt afgebroken tot de bouwstenen (‘monomeren’) om het daarna opnieuw op te bouwen. Maar dat is duur, kost veel energie en gebeurt amper in de praktijk.

Dat recycling een moeilijk verhaal is, weet de olie- en plasticindustrie ook al decennia. Journalist Alexander Clapp (actief voor The Guardian) vond voor zijn boek Grof Vuil een voorbeeld daterend van eind jaren zestig waarin de Amerikaanse chemische industrie zelf twijfelde of recycling wel winstgevend te maken was. In 1986 schreef het Amerikaanse Vinyl Institute, een brancheorganisatie voor kunststofproducenten: „Recycling kan niet worden beschouwd als een permanente oplossing voor het afvalprobleem, aangezien het moment waarop een voorwerp wordt weggegooid slechts wordt uitgesteld.”

De ngo Climate Integrity Research deed onderzoek naar interne documenten uit de fossiele industrie en wist veel ongemakkelijke citaten boven te halen. Een werknemer van de Eastman Chemical Company zei in 1992 dat recycling een optie kan zijn, maar dat „het waarschijnlijker is dat we wakker worden en ons realiseren dat we onze weg uit het afvalprobleem niet gaan recyclen”. Een medewerker van Exxon Mobil zou volgens aantekeningen op een bijeenkomst van industriële bedrijven over recycling hebben gezegd: „We zijn gecommitteerd aan de activiteiten, maar niet aan de resultaten.”

Veel olieconcerns hebben het zelf geprobeerd. ExxonMobil, DuPont en Union Carbide investeerden zelf volop in de recyclingindustrie, maar rond de eeuwwisseling haakten veel bedrijven gedesillusioneerd af. „De recyclingmarkt deed het niet zo goed als verwacht en we zien het voorlopig ook niet beter worden”, zei een woordvoerder van het voormalige Amerikaanse oliebedrijf Phillips Patroleum in 1998 in een artikel over de „exodus” van olie- en chemiebedrijven uit de recyclingbranche.

In de jaren tachtig overwogen verschillende Amerikaanse staten wetgeving om het gebruik van plastic verpakkingen in te dammen vanwege de milieuvervuiling. Dat riep weerstand op van de industrie. „Laat er geen twijfel over bestaan, wetgeving is de belangrijkste reden om ons met recycling bezig te houden”, citeerde The New York Times in 1988 Wayne Pearson, directeur van de Plastics Recycling Foundation, een consortium van bedrijven als Du Pont, Coca-Cola en Pepsi.

Argumenten worden herhaald

Heeft de lobby effect? Volgens ngo’s wel. Rachel Radvany van de Amerikaanse milieuorganisaite Ciel ziet dat argumenten van de industrie tijdens de onderhandelingen van de VN worden herhaald door lidstaten. „Net als bij discussies over het reguleren van chemicaliën die in plastic worden gebruikt, waarbij ze claimen dat zulke chemicaliën al worden gereguleerd in andere multilaterale milieuovereenkomsten. Terwijl minder dan 1 procent van de meer dan 16.000 plastic chemicaliën tijdens hun hele levenscyclus wordt gereguleerd.”

Volgens Radvany krijgt de industrie te veel inspraak bij de onderhandelingen. „In theorie worden betrokkenen uitgenodigd omdat ze een bijdrage leveren aan het doel van de onderhandelingen. Maar de kunststofindustrie is, zoals we hebben gezien in hun bijdragen en verklaringen, niet geïnteresseerd in het aanpakken van de volledige levenscyclus van plastic – ze willen zich richten op afvalbeheer.”

Niet de hele industrie stelt zich zo op. Een groot aantal verpakkingsbedrijven, recyclers en retailgrootmachten als Unilever trekt samen op. Zij noemen niet alleen recycling als oplossing, maar ook reductie – zoals beleid om wegwerpplastic te vervangen door herbruikbare alternatieven (zoals steviger plastic).

Oneerlijke strijd

Wetenschapper Carney Almroth gaat ook naar Zwitserland, ondanks de weerstand die ze ervaart. Die niet alleen merkbaar was bij de VN-bijeenkomst die ze beschreef. „Een wetenschappelijke tijdschrift kreeg e-mails vanuit de industrie waarin mijn betrouwbaarheid in twijfel werd getrokken. Of ik krijg zelf zulke e-mails.” Ze kent veel wetenschappers met vergelijkbare ervaringen, zegt ze, maar die durven zich niet uit te spreken.

Uiteindelijk is het een oneerlijke strijd, vindt ze. „Bedrijven hebben overduidelijk veel meer geld dan wij. Wij werken met een heel beperkt budget en doneren onze tijd aan deze zaak. Zij bereiken de oren van mensen waar wij niet in de buurt kunnen komen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Economie

Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt

Source: NRC

Previous

Next