Nederland heeft de juridische plicht om genocide te voorkomen, stelt de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) maandag. Als Nederland niet meer doet, zou het medeaansprakelijk zijn als genocide uiteindelijk wordt vastgesteld.
De CAVV brengt het advies uit eigen beweging, omdat het duidelijkheid wil scheppen over de verplichting die is vastgelegd in het Genocideverdrag dat in 1948 ook door Nederland werd ondertekend.
"Aanleiding voor het advies is de juridische onduidelijkheid die bestaat in het politieke en maatschappelijke debat", schrijft het onafhankelijk adviesorgaan dat de regering en het parlement adviseert over vraagstukken van internationaal recht.
De commissie gaat in op de betekenis en omvang van de verplichting van derde staten om genocide nu en in de toekomst te voorkomen. Derde staten zijn landen die niet direct betrokken zijn bij genocide, maar wel het Genocideverdrag hebben ondertekend.
"Deze verplichting gaat in op het moment dat een staat zich bewust is van een ernstig risico dat genocide wordt gepleegd", stelt de commissie. De tussentijdse uitspraak van het Internationaal Gerechtshof is al voldoende. Daarin stelde het Gerechtshof dat er op zijn minst een genocide dreigde in Gaza. De ondertekenaars van het Genocideverdrag moeten dus ook iets doen als genocide nog niet wettelijk is vastgesteld.
De CAVV noemt een aantal maatregelen die een land kan nemen. Van diplomatieke stappen zoals het terugroepen van ambassadeurs tot een zaak starten bij het Internationaal Gerechtshof. Ook noemt het inreisbeperkingen voor bepaalde individuen, zoals demissionair minister Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken) vorige week besloot voor de extremistische Israëlische ministers Bezalel Smotrich en Itamar Ben-Gvir.
De commissie noemt ook de weigering om wapens of ander militair materiaal te leveren en "het opschorten van een verdrag (bijvoorbeeld als het verdrag een mensenrechtenclausule bevat)" als mogelijkheden.
Dat laatste verwijst naar het associatieakkoord tussen de Europese Unie en Israël. Israël zou zich niet houden aan de voorwaarden voor het beschermen van mensenrechten die zijn afgesproken in het akkoord. Maar de EU-buitenlandministers zijn verdeeld over maatregelen. De opties variëren van het (deels) opschorten van het akkoord tot het schrappen van handelsvoordelen.
Dat de EU (nog) geen maatregelen heeft genomen, ontslaat een individueel land niet van de verplichting iets te doen, benadrukt het CAVV. "Welke maatregelen van een staat worden verlangd, hangt af van de mate van invloed die een staat heeft op de staat die genocide pleegt", stelt het CAVV. Hoe beter de band tussen landen, hoe groter de impact.
De CAVV benadrukt dat staten ook transparant moeten zijn over hun keuzes. "Zo zouden zij publiekelijk kunnen uitleggen hoe ze een risico op genocide inschatten, welke maatregelen zij nemen en waarom deze naar hun mening effectief zijn." Daarnaast benadrukt de commissie dat staten zich in vergelijkbare situaties op
vergelijkbare wijze moeten uitspreken of moeten optreden.
De commissie noemt Gaza alleen in de voetnoten van het advies. Maar het is duidelijk dat het advies betrekking heeft op de manier waarop Israël te werk gaat in Gaza en de rol van Nederland daarin. De vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken keert donderdag terug van zomerreces voor een debat over Gaza.
Source: Nu.nl algemeen