Home

Maakt de wereld een vuist tegen de plasticsoep? Genève kan baanbrekend verdrag opleveren

Vanaf dinsdag buigt de wereld zich in VN-verband over een van de grootste vervuilingsproblemen van deze tijd: plastic. Halverwege augustus moet er een historisch akkoord liggen, vergelijkbaar met het Klimaatakkoord van Parijs. Heeft dat kans van slagen?

is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.

1. Wat staat er in Genève op het spel?

Van plastic zakken in de magen van zeeschildpadden tot microplastics in moedermelk bij vrouwen: plastic is doorgedrongen tot in de smalste naden en kieren van de planeet. Het is gevonden in de diepzee en in de sneeuw op de Mount Everest, het drijft mee met noordpoolijs en zweeft als kleine deeltjes rond in de wolken.

Om iets aan dit enorme milieuprobleem te doen, onderhandelen 175 landen in het Zwitserse Genève vanaf dinsdag over een internationaal verdrag om de hoeveelheid plasticvervuiling drastisch te verminderen. Na een kleine twee weken moet er een juridisch bindend verdrag onder VN-vlag liggen, een doorbraak vergelijkbaar met het Klimaatakkoord van Parijs.

Want gaat de wereld op de oude voet verder, dan groeit het plasticprobleem alleen maar. En dat terwijl plastic dat nu al rondzwerft er tientallen tot honderden jaren over zal doen om helemaal af te breken. De langetermijngevolgen hiervan kunnen wetenschappers nog niet goed overzien.

Zeker is dat in mensen kleine stukjes plastics onder meer zijn aangetroffen in het bloed, de testikels, de lever en het brein. Een open vraag is nog hoe schadelijk dat is, al zijn er aanwijzingen dat de minuscule deeltjes het immuunsysteem kunnen beïnvloeden.

Intussen is er steeds meer bewijs voor ecologische schade. Zo kunnen opgegeten microplastics bij kleine diertjes, zoals watervlooien, opstoppingen veroorzaken en de voedselinname verdunnen.

Dan is er nog de keur aan (potentieel) giftige stoffen die aan sommige plastics worden toegevoegd. Plus de CO2 die vrijkomt bij de productie en de verwerking van kunststoffen, in totaal goed voor ongeveer 3 procent van de wereldwijde broeikasgassenuitstoot. Dat aandeel zal naar verwachting groeien.

2. Kan een VN-verdrag het omslagpunt vormen?

Dat was zonder meer de hoop, toen de wereld tijdens een VN-milieutop in het voorjaar van 2022 besloot dat er een internationaal verdrag over plasticvervuiling moest komen. ‘Historisch’, jubelde directeur van het VN-milieubureau Unep. ‘Een grote, stoutmoedige stap om een einde te maken aan plasticvervuiling’, aldus het hoofd plasticcampagnes van Greenpeace.

Inmiddels is er van dat optimisme weinig meer over. De onderhandelingen die dinsdag in Genève beginnen, zijn eigenlijk al een herkansing. Eind vorig jaar had er al een verdrag moeten liggen, na een bijeenkomst in het Zuid-Koreaanse Busan.

Dat mislukte. Het belangrijkste twistpunt: olieproducerende landen als Saoedi-Arabië, Iran en Rusland deden alles om te voorkomen dat het verdrag paal en perk stelt aan de razendsnel groeiende productie van plastic.

Voor de fossiele industrie is plastic, dat onder meer gemaakt wordt van aardgas en olie, extreem lucratief. Jaarlijks gaan er honderden miljarden euro’s in om. En het belang van de kunststoffenindustie voor oliebedrijven neemt alleen maar toe als het gebruik van fossiele brandstoffen afneemt, voorziet het Internationaal Energie Agentschap.

De afgelopen twintig jaar is de plasticproductie al grofweg verdubbeld. Zonder ingrijpen komt er tussen nu en 2060 nog eens een verdrievoudiging aan, schat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).

Een onhoudbare situatie, vindt de meerderheid van de betrokken landen, aangevoerd door een groep van ruim zeventig die zichzelf de ‘high ambition coalition’ noemen. Daaronder bevinden zich de EU-lidstaten en veel Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen. Zij wilden alleen een handtekening zetten onder een verdrag dat wél grenzen stelt aan de productie. En dus werd na twee weken vruchteloos onderhandelen in Busan besloten om dan maar in 2025 door te praten.

3. Lijkt er nu meer schot in de zaak te zitten?

Met de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaanse president is de situatie er alleen maar ingewikkelder op geworden, zegt jurist Esther Kentin, gespecialiseerd in plasticvervuiling en verbonden aan de Universiteit Leiden. Zij was er tijdens de onderhandelingen in Zuid-Korea bij, als juridisch adviseur van de Plastic Soup Foundation.

Hoewel de Verenigde Staten ook onder de toenmalig president Joe Biden al weinig voelden voor strenge productiebeperkingen, hielden ze zich net als China enigszins op de vlakte, zegt ze. ‘Dat is nu veranderd.’ De Amerikanen verzetten zich actief tegen het inperken van de plasticproductie, meldde nieuwssite Climate Home onlangs op basis van een statement van Amerikaanse functionarissen.

De VS zijn niet alleen een economische grootmacht, specifiek zijn ze ook groot in de productie van kunststoffen. Kentin: ‘Trump heeft al wetgeving teruggedraaid die het gebruik van plastic rietjes tegenging. Dat laat zien dat hij zelfs laaghangend fruit niet wil plukken.’

4. Waarom die nadruk op de productie van plastic? We kunnen toch recyclen?

Dat is een van de belangrijkste argumenten van de coalitie met olielanden die zichzelf de ‘like-minded group’ noemen. Plastic op zichzelf is het probleem niet, klinkt het, dat is de gebrekkige afvalverwerking. Daarbij wijzen ze op de vele voordelen van plastic, dat licht, goedkoop en stevig is. Hun standpunt: hinder de productie niet en richt je op betere inzameling en recycling.

Nu is dat laatste inderdaad cruciaal om iets aan de vervuiling te doen, maar er is een brede wetenschappelijke consensus dat ook de razendsnel groeiende productie niet ongemoeid kan blijven.

De Oeso voorziet dat de hoeveelheid gerecycled plastic flink zal groeien, maar lang niet snel genoeg om de verwachte productiegroei bij te benen. Volgens een analyse van deze economische samenwerkingsorganisatie wordt wereldwijd ongeveer 10 procent van het geproduceerde plastic gerecycled. Het meeste belandt nog op vuilstorten, waar het risico op wegwaaien of -spoelen aanzienlijk is.

Tot nu toe is de praktijk om dit te veranderen weerbarstig. Kijk naar Nederland: in plaats van een bloeiende recycle-industrie op te tuigen, gingen hier de afgelopen anderhalf jaar meer dan tien recyclebedrijven failliet. Ze kunnen met hun gerecyclede plastic niet concurreren met goedkoop nieuw plastic uit met name China en de VS.

Hoewel Nederland momenteel het grootste deel van zijn plasticafval verbrandt – beter voor het milieu dan storten – exporteert het ook veel plasticafval naar landen waar dit niet de praktijk is. Hoeveel op die manier alsnog in het milieu terechtkomt, is moeilijk in te schatten. Volgens een Nederlandse modelstudie van onder meer de Universiteit Utrecht gaat het om miljoenen tot tientallen miljoenen kilo’s plastic per jaar.

5. Ligt er in Genève nog meer op tafel dan het terugdringen van plasticproductie?

Zeker. Zo voegen fabrikanten tal van chemicaliën aan plastic toe om het de ideale eigenschappen te geven, zoals brandvertragers en stoffen die het plastic beschermen tegen uv-licht. Bij duizenden van dit soort stoffen bestaan zorgen over mogelijke gezondheidsrisico’s, nog eens duizenden andere zijn nooit goed onder de loep genomen.

Gebruik van schadelijke chemicaliën is binnen de Europese Unie deels aan banden gelegd, maar niet alle landen zijn even streng. Hierover moeten afspraken te maken zijn, denkt Esther Kentin. ‘In elk geval voor de schadelijkste stoffen. Maar er zijn heel veel randgevallen, waarbij nog niet vaststaat dat ze echt schadelijk zijn. Daarvan kan de industrie nog lang volhouden: zolang niet bewezen is dat het zo slecht is, moeten we het kunnen gebruiken.’

Een ander heet hangijzer is in hoeverre rijkere landen bereid zijn mee te betalen aan de verbetering van afvalverwerking in ontwikkelingslanden. Kentin: ‘Daarover is ook nog niks concreets afgesproken. Ontwikkelingslanden zeggen: zonder afspraken hierover gaan we niet akkoord.’

6. Is er nog enige hoop op een akkoord in Genève?

Afgelopen juni deden 95 landen een oproep tot een ‘ambitieus’ en bindend akkoord, inclusief beperkingen aan de productiekant. Een meerderheid van de deelnemers aan de top in Genève, dus. Maar er zijn geen aanwijzingen dat de tegenstribbelaars van zins zijn hun verzet te staken, zeker niet nu ze Trump aan hun kant lijken te hebben.

Als de situatie zo blijft, is de vraag wat er deze week mogelijk is in Genève. Gaan de ‘ambitieuzen’ akkoord met een in hun ogen ondermaats verdrag, onder het mom dat iets beter is dan niets? Komt er op een later moment nog een nieuwe gespreksronde?

Een derde optie is dat de bijna honderd landen op eigen houtje een akkoord smeden. ‘Dat zal dan niet onder de VN-vlag zijn’, zegt Kentin. ‘Ze zouden daarvoor een nieuwe onderhandelingsprocedure moeten beginnen.’ Bovendien is een plasticverdrag zonder de handtekening van landen met een grote rol in de productie per definitie gemankeerd.

Volgens Kentin speelt mee dat de aandacht voor milieuproblematiek de laatste tijd is verslapt door geopolitieke rivaliteit, oorlogen en economische zorgen. ‘Ook de EU is minder ambitieus geworden op het gebied van klimaat en vervuiling. Kijk naar het afzwakken van regulering over greenwashing en rapportageverplichtingen.’

Toch houdt de jurist hoop. ‘Ik ben met het onderwerp bezig sinds 1992, het gaat altijd in golfbewegingen. Soms zit het tij mee. Dit is niet zo’n moment.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next