Home

Wat was het weer een fijne vakantie. Maar hoe houd je die herinneringen vast? Tip: maak niet té veel foto’s

Nog even en dan zit de zomervakantie van 2025 er weer op. Wat ga je er allemaal van onthouden? Veel, denk je vermoedelijk, maar dat valt tegen, want vergeten zit ingebakken in ons brein. Wat je wél onthoudt: eerste keren en, helaas, ook die voedselvergiftiging.

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Mijn eerste zomervakantieherinnering speelt zich af in Hoenderloo, waar mijn ouders een huisje hebben gehuurd, maar van dat huisje weet ik niets meer: ik herinner me alleen de zandverstuiving waar ik de hele dag met mijn zusjes van afgleed. Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet wat een zandverstuiving precies is, maar dat die in Hoenderloo uitermate avontuurlijk was, staat me haarscherp voor de geest. Ik was 6. Er zijn foto’s van, ergens.

Nog even en dan zit de zomervakantie van 2025 er weer op. Wat ga je er allemaal van onthouden? Veel, denk je nu, want alle details zitten immers haarscherp in het koppetje: het boek dat je las, de naam van dat leuke restaurant, de ruzie in de auto over niks, de triomfantelijke blik van de bijna 1-jarige toen ze heel even los op haar mollige beentjes stond.

Kun je memories createn?

Maar wat van dat alles beklijft, en wat niet? Waarom verwerft de ene ervaring de status van solide herinnering en belandt de andere in een duister hoekje van het brein, overwoekerd door stof en spinrag? Kun je memories wel createn, zoals reisorganisatie Sunweb beweert? Hebben we überhaupt enige regie over onze vakantieherinneringen?

Aan de antwoorden op die vragen gaat een andere vraag vooraf, namelijk hoe herinneringen tot stand komen. En het antwoord daarop kan weer niet worden gegeven zonder eerst te benoemen wat een herinnering ís.

Op die vraag zijn in de loop van de geschiedenis door de groten der aarde zeer uiteenlopende antwoorden gegeven, van Plato (‘een herinnering is de sleutel tot ideeën die de onsterfelijke ziel al kende vóór de geboorte’) tot Wikipedia (‘een herinnering is een ervaring uit het verleden die in het geheugen is opgeslagen en die men zich voor de geest kan roepen’).

Een even hartstochtelijk omarmde als betwiste rode draad in de herinneringsliteratuur is de overtuiging dat alles wat je in je leven meemaakt ergens in het brein wordt opgeslagen; de herinnering als wapen tegen de vergankelijkheid. Ook vakantieherinneringen gaan volgens die overtuiging dus nooit verloren. Ik dénk misschien dat ik geen flauw idee heb hoe dat huisje in Hoenderloo eruit zag, maar als ik in therapie zou gaan bij Griet Op de Beeck komt het er allemaal weer uit, compleet met de dikke leesmap met beduimelde tijdschriften die op tafel lag, en met de rare stoeltjes waarop je nauwelijks kon zitten omdat ze waren gemaakt van een soort rubberen draden… nou ja, daar is het al!

Theorie van Freud

De beroemdste aanhanger van de theorie dat alle gebeurtenissen in het brein worden opgeslagen, is Sigmund Freud (1856-1939), die alweer ruim een eeuw geleden het ‘onderbewuste’ introduceerde: je vergeet de dingen die je meemaakt niet, hooguit verdring je ze. Freud had eigenlijk neurowetenschapper willen worden, als jonge student zat hij in laboratoria in dode hersenen te wroeten. Maar de herinnering vond hij niet.

De ontdekking van de fysieke herinnering staat op naam van de eveneens in Oostenrijk geboren psychiater en neurowetenschapper Eric Kandel, nu 95 jaar oud. In 2000 werd hem de Nobelprijs voor Geneeskunde toegekend voor zijn onderzoek naar de werking van het geheugen. Hij gebruikte daarvoor onder meer de Californische slak, die over lekker grote en dus goed te bestuderen hersencellen beschikt. Kandel toonde aan dat hersencellen uitlopers kunnen vormen waarmee ze onderling communiceren. Zo leggen ze ook herinneringen vast.

Grillig en veranderlijk

Herinneringen zijn dus tastbaar. Maar grillig en veranderlijk zijn ze óók. Een herinnering wordt steeds opnieuw ter plekke gereconstrueerd, zegt neurowetenschapper Martijn van den Heuvel van de Vrije Universiteit in Amsterdam, gespecialiseerd in hersenverbindingen. ‘Vroeger dachten mensen dat er zoiets bestond als een ‘grootmoedercel’ of ‘Jennifer Aniston-cel’, waarin dan al je herinneringen aan oma of Jennifer Aniston lagen opgeslagen – voor elk van je herinneringen zou je zo’n hersencel hebben. Die theorie is inmiddels wel een beetje verworpen. Een herinnering zit niet in één cel of in één verbinding.’

De miljarden hersencellen in je hoofd, zegt Van den Heuvel, hebben allemaal kleine zuignapjes: de celverbindingen. Wat er gebeurt als een herinnering opduikt in je hoofd, is dat de miljarden verbindingen in je hersenen het beeld ter plekke reconstrueren.

Daarom kunnen herinneringen veranderen. Van den Heuvel: ‘Er zijn bekende onderzoeken gedaan met mensen die een filmpje zagen van bijvoorbeeld een ongeluk, en daarna moesten beschrijven wat ze hadden gezien. Volgens mensen die daarvóór een aantal gele objecten hadden gezien was de auto in het filmpje geel, mensen die eerder blauwe objecten zagen, wisten zeker dat hij blauw was en allemaal waren ze overtuigd van hun gelijk. In het echt was de auto groen.’

Emoties hebben invloed

Als Van den Heuvel terugdenkt aan zijn eerste zomervakantie, ziet hij zichzelf duidelijk op een camping in de Alpen staan. Hoewel: ‘Ik dénk dat ik me dat herinner, maar die herinnering wordt gedomineerd door een bepaalde vakantiefoto. En als ik aan mijn ouders zou vragen waar het precies was, zullen ze misschien zeggen dat het in de Pyreneeën was. In mijn hoofd zijn het de Alpen, want daar denk ik aan als ik aan hoge bergen denk.

‘En ik denk nú dat het tijdens die vakantie de hele tijd mooi weer was, maar als ik er in een sombere bui aan terugdenk, herinner ik me opeens de regen. Herinneringen zijn geen plaatjes op een harde schijf die er elke keer als je ze opent hetzelfde uitzien. Ze kunnen voortdurend veranderen en je emoties spelen daarin een belangrijke rol. Eigenlijk weten we nog steeds niet heel goed hoe op cellulair niveau herinneringen worden gemaakt, er is veel meer bekend over hoe het op conceptueel niveau werkt. Maar dat kun je beter aan een psycholoog vragen.’

Verwilderde tuin

In café Willem Albert aan de Grote Markt in Groningen bestelt psycholoog en geheugendeskundige Douwe Draaisma een glaasje karnemelk. Hij is nu 71, oud genoeg om veel vakantieherinneringen te hebben, en aangezien zijn leven sinds zijn pensioen één grote zomervakantie is, komen daar nog altijd nieuwe bij. Want het geheugen raakt nooit vol, zegt Draaisma opgewekt. ‘Er zijn zó veel hersencellen en verbindingen dat het onmogelijk is om dat vol te krijgen. Hoe meer herinneringen je hebt en hoe beter je die met elkaar kunt verbinden, hoe gemakkelijker nieuwe herinneringen er bovendien in zijn onder te brengen.’

Maar het geheugen onthoudt ook weer niet alles, zoals Freud en vele anderen hebben beweerd. Het is geen taperecorder die alles vastlegt. Draaisma: ‘De metaforen waarmee over het geheugen wordt gesproken, veranderen mee met de techniek. Mensen zijn pas over een fotografisch geheugen gaan spreken na de uitvinding van de fotografie, en sinds de uitvinding van de film over hoe ze het leven als een film aan zich zagen voorbijtrekken.’

Niet alles wordt opgeslagen

In onze tijd vergelijken mensen het geheugen graag met de harde schijf van een computer. Maar de meeste wetenschappers zijn er tegenwoordig wel van overtuigd dat het geheugen zo niet werkt. Dat we helemaal niet alles opslaan wat we meemaken en dat het ‘absolute geheugen’ dus niet bestaat.

Het is op neurofysiologische gronden ook zeer onwaarschijnlijk, zegt Draaisma. ‘Je herinneringen liggen opgeslagen in je hersencellen; dat is een orgaan. En in dat orgaan verdwijnen verbindingen of worden ze onbruikbaar. Als je een goede metafoor zoekt voor het geheugen, moet je niet in de mechanische hoek zijn. Je moet eerder denken aan een al aardig verwilderde tuin, waarin je iets plant. Een paar weken later ga je kijken en dan zie je dat een deel is verwelkt, en dat over een ander deel iets heen is gegroeid. Die vergelijking doet veel meer recht aan het organische karakter van herinneringen dan de computer, dat is echt een heel misleidende metafoor.’

Vergeten begint meteen al

Veel van Draaisma’s boeken gaan over het geheugen, maar in zijn in 2010 verschenen Vergeetboek staat niet zozeer wat we onthouden centraal als wel wat we vergeten. En dat is veel. Het geheugen wordt zelfs gedomineerd door vergeten, schrijft Draaisma: ‘Al direct na binnenkomst maakt het vergeten zich meester van de buitenwereld. De vijf ‘sensorische registers’ waar zintuiglijke prikkels in eerste instantie worden verwerkt zijn ingericht op een uiterst kort verblijf. Wat niet tijdig verder wordt geleid, verdwijnt.’ Herinneren en vergeten zijn geen tegengestelde processen, zoals vaak wordt gedacht: ‘In werkelijkheid zit het vergeten dóór onze herinneringen gemengd, als gist door het deeg.’

Over de vraag of hij niet graag een absoluut geheugen had willen hebben, moet Draaisma even nadenken. ‘Dat is echt een gewetensvraag. Ik denk het eigenlijk niet, omdat dan ook alle onaangename dingen reproduceerbaar zijn. Maar vakantieherinneringen had ik wel wat meer willen hebben. Die vormen toch een beetje een aparte categorie. Daarin heb je wat meer sturing dan in je dagelijks leven, waar je veel tijd doorbrengt met dingen die je nou een keer moet doen omdat ze bij je beroep horen. Op vakantie kies je zelf je bestemming uit en bepaal je ook zelf hoe je je dagen doorbrengt.’

Eerste keren

Dat vakanties over het algemeen wat beter lijken te beklijven dan het dagelijks leven, kan een paar oorzaken hebben. Om te beginnen moet een gebeurtenis worden ‘vastgelegd’ in het brein om überhaupt een herinnering te kunnen worden. ‘Het ene oor in, het andere oor uit’, bestaat echt: wat je geen aandacht geeft, beklijft niet. En het gewone dagelijks leven krijgt minder aandacht dan een spannende reis. Draaisma: ‘Maar je moet oppassen met het idee dat je helemaal kunt sturen wat je opslaat en wat je vergeet. Juist de dingen waarvan je denkt: dít heb ik niet gehoord, ga je onthouden.’

Dan is er de ‘wet van de eerste keren’. Eerste keren hebben een beduidend hogere herinneringspotentie dan latere keren. Speelt het feit dat zomervakanties veel ‘eerste keren’ bevatten wellicht een rol bij de relatief grote ruimte die ze in onze geheugens innemen? Het zou goed kunnen, zegt Draaisma: ‘Op vakantie ben je uit je normale omgeving, in een ander land, soms ook in ander gezelschap: dat overlapt inderdaad met eerste keren.

‘Anders wordt het als je steeds naar dezelfde plek teruggaat. Dan geldt de volgende wet van het vergeten: wat op elkaar lijkt, vervloeit. Herhaling is een van de mechanismen achter vergeten. Als je op vakantie een streekgerecht eet dat totaal verkeerd valt, onthoud je dat je hele leven; en ook waar je toen zat en met wie. Dat heeft een duidelijk evolutionaire achtergrond, het geheugen helpt je om niet nog een keer zo ziek te worden. Maar al die lekkere biertjes of glazen rosé die je jarenlang op zonnige Franse terrassen hebt gedronken, smelten samen tot een soort compositiefoto waarvan je niet meer kan achterhalen of wat je je herinnert zich nu tijdens de tweede of tiende vakantie afspeelde.’

Ook voor de uitvinding van de fotografie werden mensen geregeld overvallen door herinneringen. In Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust, een naam die in een stuk over herinneringen natuurlijk niet mag ontbreken, is het de geur van een in de thee gedoopte madeleine die een stroom herinneringen op gang brengt. Draaisma: ‘In die roman komt ook een scène voor waarin de ik-figuur terugkomt in zijn oude buurt. Hij herkent niks, het zien van de straten roept nauwelijks herinneringen op. Tot hij gedachteloos zijn hand langs zo’n spijlenhek haalt. Dat gebaar herinnert hem opeens aan hoe hij dat vroeger als kind ook al deed.’ Maar voor het oproepen van herinneringen zijn foto’s wel de krachtigst denkbare ‘prompts’, zegt Douwe Draaisma. ‘Dat is ook de reden dat mensen ze maken.’

Foto-overload

Rond 1827 legde de Fransman Nicéphore Niépce als eerste fotograaf een pittoresk uitzicht vast, vanuit een raam van zijn landgoed Le Gras nabij Chalon-sur-Saône (waar een mooi fotografiemuseum naar hem is vernoemd). Inmiddels heeft bijna iedereen dankzij de mobiele telefoon altijd een camera bij zich en wordt elk uitzicht overal vereeuwigd.

Dat moet de herinneringen een flinke lift geven, zou je denken. Maar in het geval van vakantie leiden die foto’s al direct tot vertekeningen in het geheugen, zegt Draaisma. ‘Je fotografeert als het mooi weer is, als je het naar je zin hebt, als er een mooie lunch voor je neus staat. Die totaal verregende dagen die je lezend op een hotelkamer doorbrengt: daar heb je geen foto’s van. En die momenten vergeet je.’

En inderdaad schrijven foto’s soms ook de herinnering over, beaamt Draaisma: ‘Als ik probeer mijn ouders voor de geest te halen toen ze een jaar of 40 waren, dan is de kans groot dat ik me een foto herinner; het portret heeft de echte herinnering verdrongen. Maar tegelijk heb je je eigen, natuurlijke geheugen nodig om te weten wat er op foto’s staat. Er zijn proeven gedaan met mensen die op vakantie een band om het hoofd kregen met een cameraatje erin, dat om de drie minuten een opname maakte. Na een paar maanden kregen ze de beelden te zien. Wat bleek: van het gros van de foto’s hadden ze geen idee waar en wanneer ze waren gemaakt, en ook niet van wat erop stond.’

Of de huidige foto-overload ertoe zal leiden dat mensen zich later meer van hun vakanties herinneren, is dus nog maar de vraag. Draaisma: ‘Wie voortdurend aan het fotograferen is, vergeet misschien te kijken en onthoudt uiteindelijk juist minder. Maar een mens leeft niet voor de herinneringen, hè. Je leeft ook om op het moment zelf iets plezierigs te beleven.’

(Die vakantie in Hoenderloo was trouwens helemaal niet mijn eerste vakantie, blijkt als ik de foto’s heb gevonden. En ik was geen 6, maar 8. Niet alleen mijn zusjes waren erbij, ook mijn broertjes. Wel lag er veel zand.)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next