Home

‘Tijdens een uitstapje haalde Soekarno een grap uit met mijn man’

Meriyati is 100 jaar. Hoe kijkt de Indonesische aan tegen de eeuw die achter haar ligt?

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont in Indonesië.

De 100-jarige Meriyati (met, zoals veel Indonesiërs , maar één naam) is nog aan het bijkomen van alle aandacht voor haar verjaardag. Nu zijn eeuwelingen sowieso bijzonder in Indonesië, waar de gemiddelde levensverwachting 71 jaar is, maar ‘Oma Meri’ heeft ook nog een bijzonder leven achter de rug. Daarom stonden er eind juni niet alleen familieleden rond haar bed op wielen, in de ruime en lichte woonkamer in Depok (West-Java), maar ook machtige politici, politiebazen en journalisten. Haar kleinzoon presenteerde die dag een fraaie biografie over zijn elegante en helder formulerende grootmoeder. Meriyati stond de Volkskrant urenlang te woord in vlekkeloos Nederlands. Haar devies: ‘Leef gewoon vredig samen, blijf kalm.’

Hoe komt u de dag door?

‘U moet niet schrikken, maar ik lig al vijfenhalf jaar op dit bed. Al vijfenhalf jaar! Ik ben gevallen en de artsen durfden mij niet meer te opereren. Daarvoor leidde ik een heel ander leven. Ik hou van sport, orchideeën kweken in de tuin, schilderen, zingen, naaien, mensen opzoeken. Nu is mijn enige plezier nog televisie. Ik probeer een beetje het nieuws te volgen, maar meestal kijk ik naar kookprogramma’s.’

100 in het buitenland

De serie met interviews met 100-jarigen gaat deze zomer de grens over. In juli en ­augustus vertellen eeuwelingen uit onder andere Turkije, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

Hoe was het om op te groeien in de jaren dertig in Nederlands-Indië?

‘Ik kom uit een gebroken gezin. Mijn vader was een Nederlander die een secretaresse-opleiding leidde in Tegal. Hij vertrok toen ik 2 jaar oud was. Mijn moeder hertrouwde met een Indonesische dokter. Die was in Nederland opgeleid en thuis spraken we Nederlands met elkaar. Mijn kinderen en kleinkinderen spreken die taal niet meer. Mijn stiefvader heeft mij zo goed mogelijk opgevoed, we woonden in Pekalongan waar iedereen goed met elkaar omging. Het was een prettige tijd.

‘Ik was bijna 17 toen de Japanners kwamen. Die hebben mijn stiefvader verschrikkelijk behandeld! Omdat hij Nederlands sprak en leiding gaf aan de provinciale artsenorganisatie. Hij werd opgesloten in een hondenhok en zo hard geslagen dat hij de rest van zijn leven hardhorend was. Voor mij was het ook niet meer veilig op straat, want de Japanners vielen vrouwen lastig. Ik werd van school gehaald, en zodra soldaten in de buurt waren, zette mijn moeder alle spullen klaar om te batikken, dan bleef ik zoet thuis. Als ik de straat opging, bedekte ik mijn hoofd met een laken.’

Herinnert u zich de eerste Hari Kemerdekaan (Onafhankelijkheidsdag) op 17 augustus 1945?

‘Er werd gefeest. Maar ik durfde niet naar buiten. De Japanners waren er nog en er liepen ook pemuda’s rond; dappere jongeren met een bambu runcing (geslepen bamboestok, red.). Er volgde nog een vreselijke tijd. De kali (rivier, red.) voor ons huis was vol bloed. In oktober opende de Kempeitai (Japanse militaire politie, red.) het vuur op een menigte jongeren op het grote plein. De pemuda’s vroegen mijn stiefvader of hij de overlevenden kon helpen. Ik ging mee als vrijwilliger van het Rode Kruis. Het was verschrikkelijk! Voetje voor voetje liepen we met brancards het plein op, toen de Japanners ons vlaggetje zagen – van de Rode Kruiswagen gehaald en aan een stok gebonden – legden ze hun wapens neer. Overal lagen lichamen. Ik zag jongens die doorboord waren met hun eigen bamboestok, alles hing uit hun buik. Ik heb dagen niet kunnen eten. Ik denk daar nog aan terug.’

Hoe heeft u uw man ontmoet?

‘Na de oorlog werd ik omroeper bij Radio Republik Indonesia. Ik werd gevraagd omdat ik Hollands sprak. De uitzending gericht op Nederland begon om twee uur ’s nachts! Soekarno (de leider van de onafhankelijkheidsbeweging, red.) wilde dat we het verhaal van Saïdjah en Adinda van Multatuli uitzonden als hoorspel (een tragisch liefdesverhaal waarin gewone dorpelingen worden onderdrukt door de koloniale bezetter én door het Javaanse bestuur, red.). De marine schoof een jonge officier naar voren die muzikaal was, genaamd Hoegeng, en ik werd zijn Adinda. Ik had Hoegeng weleens gezien in Pekalongan; hij was mij niet echt opgevallen. Maar we speelden een liefdesverhaal, hè. Haha! Na zes maanden waren we getrouwd. Hij was totaal niet romantisch, maar ik viel voor zijn eerlijkheid. En we hadden dezelfde hobby’s, muziek en schilderen, dat maakte het makkelijker.’

Uw man was politiegeneraal Hoegeng (1921-2004), die bekendstaat als de meest onkreukbare diender van Indonesië. De jaarlijkse integriteitsprijs voor agenten draagt nog zijn naam. Hoe verliep uw huwelijk?

‘We trouwden in 1946. Het was een moeilijke tijd, we hadden geen geld. Onze huwelijksnacht was in een garage op een matras op de grond. De volgende ochtend hadden we zwarte neusgaten van de petroleumlamp. Hoegeng was trots en principieel. Hij wilde van niemand afhankelijk zijn. Ik mocht bijvoorbeeld niks aannemen van mijn ouders. Toen mijn moeder toch een bed liet afleveren, wilde hij dat terugbetalen. Ik verkocht saté op straat om bij te verdienen.

‘Toen mijn man in de jaren vijftig werd overgeplaatst naar Medan, bleek de dienstwoning vol te staan met nieuwe meubels. ‘Ik kruip daar niet in voordat al die spullen zijn weggehaald’, zei hij. Ik begreep dat wel, het waren geschenken van invloedrijke zakenmannen. Maar ik moest het uitleggen aan onze drie kinderen. Die hadden de brommer al zien staan voor de deur. We moesten daar later vluchten toen Sumatraanse vrijheidsstrijders het op mijn man hadden voorzien.

‘Weer later werd hij de baas van de immigratiedienst in Jakarta. Aan de ene kant was ik blij dat mijn man zo’n belangrijke baan had gekregen, aan de andere kant was ik triest. Want Hoegeng zei dat ik mijn bloemenzaak, waar ik met veel plezier orchideeën kweekte, moest sluiten. Hij wilde niet dat mensen bij mij zouden kopen omdat ze iets van hem wilden. Later werd Hoegeng directeur-generaal, minister, politiechef. Toen ging ook zijn salaris omhoog. We lieten dit huis bouwen, waar we nog vier jaar samen hebben gewoond.’

Soekarno, de eerste president van Indonesië, werd een huisvriend. Wat deden jullie zoal samen?

‘Mijn oudste dochter zat in de klas bij Megawati, de dochter van Soekarno. We gingen vaak bij ze eten in het paleis. Ik herinner me een uitstapje op zondag met de jeep. Soekarno reed de stad uit en wees op het groene landschap en de Soendanese vrouwen die daar aan het werk waren in hun kleurrijke sarongs. ‘Prachtig, hè’, zei hij. Soekarno stopte bij een huisje waar volgens hem een lieve vrouw heerlijke tempé verkocht. Of Hoegeng dat even wilde halen. Nou, die vrouw bleek doofstom. Dat vond Soekarno een geweldige grap. Haha!’

Heeft u uw Nederlandse vader nog terug gezien?

‘Hij schreef mij een brief in de jaren zestig vanuit Nederland. Het ging niet goed met hem, hij wilde me graag nog één keer zien. Ik zat in een lastig parket, mijn moeder lag in het ziekenhuis met kanker en ik wilde haar verzorgen. En mijn man was bang dat er vragen zouden komen over zo’n dure reis door de vrouw van een politieagent. Kort daarop overleed mijn vader. Veel later heb ik nog wel zijn graf bezocht. Ik werd aangewezen als tolk voor een Javaanse dansgroep die ging optreden voor koningin Juliana in Nederland. Na afloop heb ik het tweede gezin van mijn vader ontmoet. Ze waren heel lief voor mij.’

De tweede president van Indonesië, Soeharto, ontslaat al snel zijn onkreukbare politiebaas. Hoe ging dat?

‘‘Moeder, ik heb geen werk meer’, zei mijn man toen hij thuiskwam. Zijn moeder – die naast me zat – antwoordde in typische Hoegeng-stijl: ‘Blijf kalm. Wie eerlijk is, kan altijd nog rijst met zout eten!’ Ik zag opluchting op zijn gezicht. Soeharto was zó gebeten op Hoegeng. Als Soeharto’s vrouw bijvoorbeeld wat wilde, stuurde Hoegeng haar weer weg. Ze moest eerst een handtekening halen van de president.

‘Mijn man sloot ooit een zakenman op, die even later weer vrij het huis van Soeharto verliet! Na drie jaar kreeg mijn man een suikertje. Zo ging dat als Soeharto van je af wilde. Hoegeng kon ambassadeur in Nederland en België worden, maar dat weigerde hij. ‘‘Daar heb ik niet voor geleerd. Ik ben politieman’, zei hij.

‘Het was een traumatische tijd. We mochten ons niet meer vertonen op evenementen waar de familie Soeharto aanwezig kon zijn. Mijn man begon te piekeren. Een oude vriend, de baas van het nationale radio- en tv-station, stelde voor om samen muziek te maken. Zo begonnen we onze band The Hawaiian Seniors. Ik houd van Hawaïaanse muziek, het is heel melancholisch en lief. Mijn man kreeg ook een talkshow, Little Things Mean A Lot, waarin hij actuele gebeurtenissen besprak en allerlei onrecht aan de kaak stelde. Afsluitend zongen we een duet. Ik genoot ervan, het was romantisch. Dat deden we een keer per maand, tien jaar lang, op nationale televisie. Totdat Soeharto ons van de buis haalde. Zogenaamd omdat Hawaïaans niet Indonesisch is. Na tien jaar!’

Het was druk op uw verjaardag. Hoe verliep die dag?

‘O, iedereen was heel lief. Megawati (dochter van Soekarno, red.) kwam langs, en haar dochter Puan (voorzitter van het Indonesische parlement, red.) en de huidige baas van de politie. Ze zijn me niet vergeten.’

Voelt u zich nog thuis in het Indonesië van vandaag?

‘Ik hou van dit land. Indonesië is een paradijs en heeft alles om een grote natie te kunnen worden. Maar het kan beter. Nu gelden voor machtige mensen in Indonesië andere regels dan voor de rest. Ik vind dat niet goed; regel is regel, dat zou de afspraak moeten zijn. Ik maak me ook zorgen over een groeiende ontevredenheid en intolerantie. Ik heb mijn kinderen altijd voorgehouden: wees tevreden met wat je hebt. Kijk naar beneden, niet naar boven, dan ben je altijd tevreden! Dat geldt voor iedereen. Laatst nog eisten moslims dat een kerk in hun buurt werd afgebroken. Dan denk ik: waarom? Leef gewoon vredig samen, blijf kalm.’

Meriyati

Geboren: 23 juni 1925, Tegal
Beroep: satéverkoper, omroeper, huisvrouw, bloemist, zangeres
Familie: 3 kinderen, 4 kleinkinderen en 8 achterkleinkinderen.
Weduwe: sinds 2004

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next