Home

Als Simon Kuper zijn koele pantser aflegt, volgt er een emotioneel geladen tv-avond

‘Iemand die soms emoties tekort komt’, zo luidt de zelfomschrijving van schrijver en journalist Simon Kuper ergens op een kwart van zijn optreden in Zomergasten. Een beetje kil zelfs.

De kijker had net gehoord hoe Kuper de dood van zijn moeder, jong gestorven aan de gevolgen van Alzheimer, zonder veel dramatisch vertoon van emoties had verwerkt.

Dit wordt het dan, verwacht je. Een verzameling interessante tv-fragmenten, behendig aan elkaar geknoopt door een onthechte verteller.

Maar dan breekt daar toch iets door dat koele pantser heen. Het gebeurt als Kuper, van geboorte Zuid-Afrikaan, het niet droog houdt bij het verhaal van een bediende van zijn grootouders, een zwarte vrouw die vanwege haar huidskleur een minder geprivilegieerd leven kon leiden dan hij en die hij uit morele plichtsgevoel altijd is blijven onderhouden, ook haar kleinkinderen.

Niks koele kikker, blijkt vanaf dat moment, en maakt Kuper er alsnog een emotioneel geladen tv-avond van, een die van het lichte (het genie van voetballer Johan Cruijff) langzaam opbouwt naar zwaardere kost over Zuid-Afrika, Hannah Arendt, George Orwell en hedendaagse genocides.

Van de vijftal gasten die deze editie aan de beurt komen in Zomergasten behoort Kuper samen met genocideonderzoeker Uğur Ümit Üngör wellicht tot de namen die niet direct een belletje doen rinkelen bij het grote publiek. Terwijl hij, aldus presentatrice Griet op de Beeck, al jaren ‘de beste columnist van de beste krant ter wereld’ is.

Reden voor die relatieve onbekendheid is wellicht omdat Kuper al enkele decennia in Parijs woont, werkzaam is voor de Britse krant The Financial Times, en maar een korte periode van zijn leven in Nederland gewoond heeft.

Omgekeerd kent Nederland nauwelijks geheimen voor Kuper, die in de jaren tachtig samen met zijn familie Zuid-Afrika inruilde voor Leiden, waar zijn vader, een antropoloog, een positie kreeg aan de universiteit.

Buitenbeentje

In nog altijd vlekkeloos Nederlands bouwt Kuper een tv-avond op rondom het thema ‘buitenstaanderschap.’ Hoewel afkomstig uit een gegoede omgeving, is Kuper altijd overal een buitenbeetje gebleven. Zuid-Afrikaanse jood in Nederland, later in Engeland en Parijs. Hij hangt overal boven, kan door niemand geclaimd worden.

Het leidt hem als vanzelf naar het meest gewichtige deel van zijn tv-avond, een heerlijk fragment uit een interview met de Duits-Amerikaanse joodse filosofe Hannah Arendt. De filosofe steekt de ene sigaret na de andere op en spreekt in krachtige Duitse volzinnen.

Wat ze precies betoogt is iets lastiger te volgen, maar Kuper haalt eruit dat buitenstaanderschap altijd te verkiezen valt boven dwingende groepsloyaliteit. Dat beweegt hem, zo vertelt hij, om fel stelling te nemen tegen het genocidale oorlogsgeweld van Israël in Gaza.

‘Als joodse journalist heb je de plicht om Israel te bekritiseren’ zegt Kuper, ‘omdat het moeilijk is om ons van antisemitisme te beschuldigen.’

Dit is waar buitenstaanderschap. Niet kil, niet behept met een tekort aan emoties, zoals Kuper over zichzelf aan het begin van de tv-avond beweerde, maar iemand die afgaat op wat zijn hart hem ingeeft.

Over de auteur
Hassan Bahara is tv-recensent voor de Volkskrant.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next