Toen de vader van Sarah Janneh overleed in Sierra Leone, liet hij haar achter met existentiële vragen. Wie was hij? En wie is zijzelf? In haar voorstelling Brabo Leone gaat ze op zoek naar antwoorden. ‘Mijn vader moest dealen met een dorp dat niet zat te wachten op zwarte mensen.’
Door Esma Linnemann
Fotografie Coco Olakunle
Toen actrice, theatermaker en zangeres Sarah Janneh (31) afgelopen juni op weg was naar het graf van haar vader, even buiten Freetown, zag ze het allemaal even niet meer zitten: deze reis naar Sierra Leone, de ontmoeting met familieleden die ze niet kende, het islamitische grafritueel waaraan ze zou deelnemen.
Een dag eerder had Janneh voor het eerst haar oom ontmoet. Ze had hem gevraagd of haar vader op zijn sterfbed nog iets had gezegd over haar en haar halfbroer. ‘Nee, niet echt’, had de oom gezegd. Dreun. Dolksteek. Kras. ‘Ik belde mijn moeder, en ik zei: ‘Mam, wat doe ik hier? Kom me halen!’ Ik kan dan echt even dat meisje van 6 zijn, dat zo hunkerde naar bevestiging van haar vader, en het weer niet kreeg. Ik was boos.’
Ze zat dus chagrijnig in de auto. Toen zag ze opeens een gigantisch spandoek aan de kant van de weg, een grote kleurrijke banner met haar afbeelding erop en gele WordArt-letters die zeiden: ‘Welcome home Sarah Janneh.’ Hese lach: ‘Die banner was zo absurd en grappig tegelijk. Toen ik aankwam in het geboortedorp van mijn vader, stond er een band die voor mij begon te spelen, ze droegen T-shirts met mijn foto erop. Mijn oom was daar ook. ‘Surprise’, zei hij ietwat onzeker, want hij zag de schrik in mijn ogen. Het hele dorp was uitgelopen om mij te zien, ze stonden op de daken en om de auto heen en zwaaiden naar me.’
In het Amsterdamse café-restaurant de Plantage laat Janneh de foto’s zien van haar West-Afrikaanse homecoming. Met een aanstekelijke giechel en Brabantse tongval: ‘En kijk, hier moest ik achter een stoet aanlopen. Bij het huis van mijn vader hadden ze weer een spandoek opgehangen: ‘Welcome to the presence of Sarah Janneh’. En dit was een groep schoolkinderen, die ging voor mij dansen. Het was zo schattig.’
Voelde Janneh zich ook thuis, op de geboortegrond van haar vader, die man die altijd een vreemde voor haar was, totdat hij vier jaar geleden overleed? Ja en nee. ‘Ik ervoer Sierra Leone als een gigantische shock. Ik had gehoopt samen te vallen met de cultuur van mijn vader’, vertelt ze. ‘Maar dat was niet zo. Neem nou het eten: ik blijk toch heel Brabants te zijn, ik verlangde naar huzarensalade en leverworst, en heb een blok jonge kaas laten invliegen.’
Wat er ook gebeurde tijdens die reis, die diende als research voor haar solovoorstelling Brabo Leone: Janneh zag zichzelf weerspiegeld in de mensen op straat. ‘Ik was zo comfortabel in mijn lijf. In West-Afrika voldoe ik wél aan het schoonheidsideaal: zelfs de paspoppen hebben grote heupen en billen. De mensen in Sierra Leone zijn zo luid en extravagant, dat zit ook in mijn DNA. Hier moet ik mezelf kleiner maken. Dan nog vinden mensen me nog steeds te veel: ‘Zing maar een toontje lager, Sarah.’
Janneh geldt als een van de grootste theater- en acteerbeloftes van Nederland. Ze kwam de afgelopen jaren voorbij in series als Anne+ en Tropenjaren, in de satirische televisieserie Koningshuis the Musical van Diederik Ebbinge. Janneh is een van de vaste gezichten van kinderprogramma Het Klokhuis, ze speelde in (tele)films als Soof 3 (2022), De z van zus (2024) en Wheelie (2025). Sinds 2022 maakt Janneh deel uit van het vaste ensemble van NITE (Nationaal Interdisciplinair Theater Ensemble), waar ze opvalt door haar energieke spel en soulvolle zangpartijen. Vanwege die stem en dat spel riep de Volkskrant Janneh uit tot acteertalent van 2025.
Nu komt ze met haar eerste solovoorstelling, Brabo Leone, die in november in première gaat. Brabo Leone is zowel een blues als een lofzang op het leven tussen twee werelden. Janneh is een trotse Brabantse. Haar vader, een vluchteling uit Sierra Leone, was soms wel en soms niet in haar leven, totdat hij vier jaar geleden overleed, en Janneh achterliet met existentiële vragen. Wie was haar vader? En wie is zijzelf?
De voorstelling is op theaterfestival Oerol nog work in progress: Janneh zong de eerste zeven nummers, waaronder het aangrijpende Om Wie, geschreven door Jurrian van Dongen, over het sterfbed van haar vader en het ingewikkelde rouwproces dat volgde.
‘Natuurlijk kwam ik naar je toe / Toen je uiteindelijk om me vroeg. Laatste kans, veel te laat / Maar ik was niet kwaad genoeg.
Daar, onder de ruisende naaldbomen, bleek dat zij zich kan meten aan de grootheden van de kleinkunst: Jenny Arean, Adèle Bloemendaal, Simone Kleinsma. Haar hese stem is vol bezieling en vibrato, en in haar dictie is Brabant altijd dichtbij.
Ja, haha. Ik was helemaal in de ban van Paul de Leeuw en van Kleinsma, die wilde ik echt zijn. Ik moest en zou naar elke musical waar zij in speelde. En dan stond ik altijd te wachten bij de artiesteningang, in de hoop dat ik backstage mocht. Ik kan me nog herinneren dat Kleinsma een keer in een musical speelde met Pia Douwes en Stanley Burleson, ik was een jaar of 6 en ik mocht na afloop naar haar kleedkamer om haar handtekening te vragen. Pia vroeg: ‘Wil je er ook een van mij?’ ‘Nee’, zei ik. Ik wilde echt alleen een handtekening van Simone.’
‘Ik woonde met mijn familie in de wijk De Pannenschuur. Iedereen woonde bij elkaar om de hoek. Mijn oma stond aan het roer van de familie. Ze maakte schoon, later verdiende ze haar geld met het strijken van was uit de buurt. Dat beeld staat op mijn netvlies gebrand: mijn oma achter de strijkplank, altijd met een zelfgerolde peuk in haar hand. Mijn oma had een sigarettenroller in huis. Ik deed die sigaretten als puber stiekem in mijn bh, dat heb ik op haar begrafenis opgebiecht, maar ik denk dat mijn oma dat altijd heeft geweten.
Zij heeft veel meegemaakt. Haar eerste man is onder een trein gekomen, in een tijd dat er nog geen slagbomen waren. Daarna trouwde ze met de vader van mijn moeder, opa Ties. Die was heel ziek en had geen benen meer.’
Begint te lachen. ‘Ja, dit is dus echt zo Brabants, dat weet ik dus niet. Nu denk ik ook: wat had hij eigenlijk? Maar daar werd nooit over gesproken. Mijn opa maakte altijd grapjes. Als mijn moeder of mijn tantes met een vriendje thuiskwamen, dan zei hij: ‘Ga mijn sloffen eens pakken’, en dan waren die jongens heel lang aan het zoeken.’ Krijgt de slappe lach: ‘Want hij had geen benen.’
‘Dat is echt mijn familie. Er is veel ziekte en weinig geld, maar wel altijd humor en warmte. Ik ben opgegroeid met twee tantes, die zijn ook allebei ziek: de ene heeft kanker, de andere MS. We kunnen daar om huilen, maar we kiezen ervoor om dankbaar te zijn dat ze in leven is. De familiecultuur is ook wel hard, hoor. Mijn moeder zei altijd: ‘Niet mauwen, gewoon doorgaan.’
‘Zij moest zich een slag in de rondte werken om mij te onderhouden, om mijn zanglessen te kunnen betalen, en later mijn vooropleiding voor het conservatorium in Tilburg. Ze werkte in een lingeriezaak, stond achter de bar, gaf tupperwareparty’s bij ons thuis. Nu heeft ze een eigen kledingzaak. Ze is ook een workaholic: lekker bezig zijn om zo niet in je hoofd te zitten, dat herken ik.
‘Als mijn vader langskwam, gaf hij me een paar honderd euro. Maar ik kon dat niet aannemen, ik wist hoeveel hij had moeten doorstaan om hier te komen, hoe moeilijk Oisterwijk het hem had gemaakt. Dan zei ik: hou je geld maar. Terwijl: mijn moeder vond ik nooit zielig. Ik nam voor lief dat ze zo hard werkte.’
‘Mijn vader is vlak voor de burgeroorlog in Sierra Leone naar Nederland gevlucht. Toen kwam hij in het azc in Oisterwijk terecht. Mijn moeder werkte daar als vrijwilliger, zij was 29 en hij 27 toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten.’ Stralend: ‘In mijn hoofd heb ik daar een hele romantische scène van gemaakt. Ik zie voor me hoe zij daar bolognesesaus stond op te scheppen, toen mijn vader binnenkwam door de klapdeuren van de eetzaal. Hoe mijn moeder één blik op hem wierp en dacht: holy smoke, wie is deze man?
‘Mijn vader was een knappe, grote verschijning; mooie huid, goede kledingstijl. Als ik foto’s zie van vroeger, dan snap ik het totaal. Hij was gewoon een stuk. Achter die gebroken ogen had hij zo’n lieve blik. Het was een hele charismatische, zachtaardige man. Wel met veel issues, want hij was toen al schizofreen, maar daar kwam ze later pas achter.’
‘Mijn vader werd al snel overgeplaatst naar een ander azc, toen reed mijn moeder telkens op en neer. Ze waren zo verliefd op elkaar. Mijn moeder wilde graag kinderen, dat lukte in haar vorige relatie niet. Toen ze een keer met mijn vader naar bed ging, was ze meteen zwanger. Hij wilde eerst zijn verblijfspapieren regelen, daarna zijn ze getrouwd. Mijn vader had psychische problemen en een enorm oorlogstrauma. Ook moest hij dealen met een dorp dat niet zat te wachten op asielzoekers of zwarte mensen. Hij werd gediscrimineerd. Hij heeft altijd gewerkt: aardbeien plukken, aan de lopende band staan. De laatste jaren werkte hij bij de plantsoenendienst van de gemeente Ede. Voor veel banen werd hij niet aangenomen. Je krijgt als asielzoeker niet dezelfde kansen, ik kan daar echt om huilen.’
‘Toen ze trouwden, kwam het hele dorp kijken. Alsof het een soort circus was. Mijn vader heeft altijd gevoeld: ze moeten me hier niet. Daardoor werd hij nog meer paranoïde, hij kreeg psychoses. Dan wilde hij opeens het gemeentehuis in de fik steken. Mijn moeder zat in een tweestrijd; het was de liefde van haar leven, en ook haar familie was gek op hem, want hij was heel lief en leuk. Maar er viel niet met hem te leven. Hij weigerde medicatie en blowde als een ketter.’
‘Dat gebeurde rondom mijn geboorte. De bevalling liep niet goed, ik wilde er maar niet uitkomen. Mijn vader heeft toen het hele ziekenhuis afgebroken, hij was knetterstoned, de bewakers hebben hem uit de verloskamer moeten zetten. Mijn moeder is toen alleen bevallen en is daarna nog lang in een kraamkliniek verbleven, waar mijn vader niet bij mocht komen. Iedereen was bang dat hij mij zou komen halen en ontvoeren naar Sierra Leone, daar had hij tijdens een psychose een keer mee gedreigd. En dus, toen mijn moeder aan het werk ging, verbleef ik altijd bij mijn oma of mijn tantes, en steeds weer op andere adressen, zodat hij me niet kon vinden. Er lag altijd een vluchtkoffer in onze auto. In die tijd werd mijn vader vaak opgenomen. Dan kreeg mijn moeder een telefoontje, en ging ze toch naar hem toe. Ze hadden ondanks alles een hele sterke band met elkaar, dat bleef.’
‘Ik zag hem altijd bij mijn oma. Mijn vader was gek op haar en vroeg tijdens die bezoeken altijd uitgebreid naar alle ooms en tantes, neven en nichten. Toen ik ouder werd, haalde ik hem altijd op van het station. Dan was hij nog nuchter, maar thuis bij mijn oma stak hij een joint op en dan kon je al snel geen gesprek meer met hem voeren. We haalden ook altijd haring, dat vond hij lekker. Als ik met hem vis ging halen voelde ik de blikken op straat, mijn vader was nou eenmaal een imposante zwarte man in een heel wit dorp. Ik voelde me bekeken, terwijl ik tegelijkertijd niet wist wat ik van hem vond. Ik hield zijn hand maar vast, ook al voelde hij niet echt als mijn vader.’
‘Hij kwam ook vaak niet opdagen. Dan ging ik helemaal kapot. Ik heb dankzij mijn moeder een goede jeugd gehad, maar ze kon die vaderrol niet innemen. Ik zag om me heen ouders die wel bij elkaar waren. En ik had zes schreeuwende Brabantse vrouwen als familie: oma, tantes, twee nichten. Ook geweldig, maar ik miste een vader. Ik heb daar met mijn moeder niet altijd goed over kunnen praten. Zij vindt het heel moeilijk om me verdrietig te zien, ze dacht mij te troosten door te zeggen: ‘Ach, je weet toch hoe je vader is.’ Maar ik liep met een groot gat in mijn hart. Tegelijkertijd is zij de enige aan wie ik al mijn emoties laat zien. Als ik me verdrietig voel en het lukt me niet om te huilen, dan bel ik haar.’
‘Oh ja! Ik had hem gegund dat mensen geen aapjes kwamen kijken op zijn bruiloft. Dat ze aan hem hadden gevraagd waar hij allemaal doorheen is gegaan. Hij heeft hier dertig jaar gewoond en gewerkt, maar toen hij ziek werd, wilde hij doodgaan in zijn geboorteland, zo onwelkom voelde hij zich. Dan vind ik echt dat Nederland zich eens achter de oren moet krabben. Ik hou van Brabant, ik hou van Oisterwijk. Ik heb in Brabant geleerd om het kleine te eren. Een worstenbroodjes eten met mijn familie is net zo meeslepend als tongen op de Magere Brug. Maar als ik naar de geschiedenis van mijn pa kijk, dan word ik weer kwaad.’
‘Verdriet natuurlijk. Want wat ze in mijn vader verafschuwen, dat ben ik ook. Ik ben ook zwart en als dat niet wordt geaccepteerd, dan doet dat pijn. Ook ik krijg te horen: ga terug naar je eigen land. Moet ik dan op de trein terug naar Brabant? Daar kom ik vandaan. En wat ik soms moeilijk vind: nu ik succes heb, word ik omarmd als een echte Oisterwijkse. Maar mijn vader moesten ze niet. En ik voelde als tiener ook de afwijzing.’
‘Op de middelbare school werd ik ‘Sarah zululip’ genoemd. Met jou wil ik echt niet zoenen, zeiden de jongens dan. Terwijl: als pubermeisje wil je zo graag gezien worden. Ik kreeg in mijn puberteit ook grote heupen en zo’n reet. Ik wist niet hoe ik om moest gaan met dat lijf.’
‘Van mijn 5de tot mijn 15de had mijn moeder een relatie, hij woonde bij ons in huis. Toen hij vreemdging, had ik dat eerder door dan mijn moeder; ik vertrouwde hem niet en had zijn chatgeschiedenis gehackt, in die tijd was ik nog heel handig met computers. Mijn moeder geloofde me niet, maar ze heeft hem vervolgens op heterdaad betrapt in haar eigen huis. ‘Ik zal je altijd blijven volgen’, zei mijn stiefvader, maar ik heb daarna nooit meer iets van hem gehoord. Dat was zo’n kras op mijn hart. En dus werd ik vervelend: fucking veel blowen. Destructief zijn. Veel stappen. Grofgebekt: ik wilde de kritiek en de afwijzing voor zijn. Altijd de clown zijn, om mijn onzekerheid te maskeren.’
‘Dat gebeurde pas op de toneelschool in Amsterdam, waar ik na de conservatoriumvooropleiding heen ging. Ik hield van zingen, maar die opleiding was mij iets te technisch, ik stond om de hoek van het conservatorium stiekem Marlboro’s te paffen, terwijl ik mijn stem juist moest sparen. Het kleinkunstrepertoire is toch mijn grote liefde, dus waagde ik de sprong naar het grote Amsterdam.
‘Op de toneelschool kwam ik er niet meer onderuit: ik moest mijn emoties onder ogen komen. Ik kan me nog een oefening herinneren waarbij je tegenover elkaar moet staan en vragen: wil je alsjeblieft dichterbij komen? Pas als de ander het gelooft, doet die een stap jouw kant op. Ik stelde die vraag met zo’n sarcastische ondertoon, dus zette de ander geen stap. Het zweet brak me uit. Totdat ik op een gegeven moment brak en huilde: ‘Wil je als-je-blieft dichterbij komen.’ Lacht: ‘Mensen zullen nu wel denken: geen geld meer naar de kunsten, het zijn allemaal gekken daar. Maar dit soort oefeningen zetten iets in beweging bij mij. Ik leerde daar voor het eerst echt praten, en niet altijd alleen maar boos zijn.’
‘Die relatie kostte ontzettend veel energie. Hij kwam vaak zijn afspraken niet na, weigerde medicijnen te nemen. Ik had toen inmiddels ook een halfbroer. Hij heeft de wanen van mijn vader nog intenser meegemaakt. Dan vertelde mijn vader dat hij heel rijk was en in een villa woonde. Hij liet mijn broertje in de achtertuin van die villa op de trampoline springen, totdat de echte bewoners thuiskwamen en mijn vader in de boeien werd geslagen. Ik was zo kwaad over het feit dat mijn broertje door dezelfde pijn ging, dat ik op een gegeven moment tegen mijn vader heb gezegd: je hoeft me niet meer te bellen. Als hij dat toch deed, nam ik niet op. Tegen mensen zei ik: ‘Ik heb geen vader.’ Pas na zijn dood hoorde ik dat mijn moeder hem al die jaren op de hoogte heeft gehouden van mijn werk.’
‘Nee. Toen kwamen de jaren dat ik constant dacht: waar is hij? Leeft hij nog? Is hij weer opgenomen? Eigenlijk loste dat breken met mijn vader niets op, ik was alsnog de hele tijd met hem bezig. Mijn vader is geen slechte man, ik begrijp waar zijn gedrag vandaan kwam, en ik wil daar nu zachter naar kijken. Maar het heeft me wel trauma’s gegeven. Ik heb een destructieve kant ontwikkeld. Ik hou van de nacht. Ik wil niet dat de avond stopt, ik wil in een roes blijven om niet terug te hoeven naar mijn gevoelens. En ik kreeg steeds meer last van paniekaanvallen.’
‘Het is alsof ik doodga. Ik krijg de fysieke klachten van een hartaanval: pijn in mijn arm, pijn in mijn hart. Koud zweet dat uitbreekt. Ik kan een paniekaanval hebben zonder dat iemand het ziet en op het dieptepunt, rond 2019, had ik er soms om het uur wel een. Dan wilde ik om elf uur al een wijntje drinken, om de paniek tegen te gaan. Mijn vrienden hebben me toen teruggefloten. Inmiddels weet ik dat ik op de bank moet liggen en juist niet drinken. Werken biedt ook houvast. Op het podium of voor de camera weet ik wat ik moet doen, omdat er een script is.’
‘Ik was net met twee vrienden een weekendje weg, we hadden een pipowagen in Limburg gehuurd, toen ik werd gebeld door mijn broertje. ‘Papa is heel ziek’, zei hij. ‘Je moet beslissen wat je wil doen, of je hem nog wilt zien.’ Ik zei: ik kom eraan.
‘Toen ik bij mijn vader binnenkwam, slaakte hij een soort oerkreet, een heel intens geluid. Hij dacht dat hij mij nooit meer zou zien. Mijn vader lag op een ziekenhuisbed in een studiootje, de vloer was bezaaid met van die pakjes sondevoeding, want mijn vader had een tumor op zijn slokdarm en kon niet goed meer eten. En toen zei hij alles wat ik al die jaren had willen horen: ik hou van je, ik heb het niet goed gedaan, ik heb het fout gedaan, het was mijn onvermogen. Hij bleef maar zeggen: ‘I’m sorry, I’m so sorry.’ En ik zei: ‘It’s okay, daddy.’ En toen zei hij: ‘Maar ik kan niet hier sterven, ik moet terug naar Sierra Leone. Toen zakte de grond onder mijn voeten weg. Ik dacht: ik had je heel even, maar nu raak ik je weer kwijt.’
‘Vervolgens kwamen we in een mallemolen terecht. We moesten contact leggen met de ambassade in Sierra Leone, regelen dat hij daar werd opgehaald. Eind december ben ik voor de laatste keer naar hem toegegaan. Stond ik daar weer in dat kamertje, met schuldgevoel omdat ik hem al die jaren niet had willen zien. Ik heb toen Is this Love voor hem gezongen, hij was te verzwakt om mee te zingen. Op zeker moment zei mijn vader: ‘Walk away, don’t look back.’ Dat heb ik toen gedaan. Het was het pijnlijkste moment van mijn leven. In Sierra Leone kreeg hij nog een opleving, daar was hij eindelijk thuis. Op 16 januari is hij overleden.’
‘Lang voelde het heel abstract, omdat ik er niet bij was toen hij doodging, en ik niet naar zijn graf kon. Mijn vrienden hebben mij meegenomen naar Bergen aan Zee, om daar bloemen in de zee te gooien, en zo toch een plek te hebben om te rouwen. Maar het is niet hetzelfde als een grafsteen. Er komen ook steeds nieuwe verhalen tot mij, waardoor hij weer een ander wordt dan de man van wie ik afscheid nam in de deurpost.’
‘Nou, ik heb mijn vaders bijbel gekregen, daarin heeft hij zijn hele stamboom uitgeschreven, mijn broertje en ik staan erin, maar ook ‘kind in Barcelona’. Dus waarschijnlijk heb ik ergens nog een broer of zus. Mijn eerste impuls is om daarover te lachen, om zo de paniek te bedwingen. Het boek over mijn vader is nog lang niet gesloten.’
‘Die homecoming was natuurlijk bizar. Mijn oom, die alles had geregeld, zei: ‘We willen je laten voelen hoe welkom je bent. Je hebt veel moeite gedaan om hier te komen, ondanks alle pijn. Dat vergt moed en kracht.’ Toen ik zijn steen zag, met zijn naam erop, werd zijn dood opeens concreet. Ik ben toen tegen hem gaan praten. Ik heb hem gevraagd of hij eens wat wind in de zeilen van mijn liefdesleven kon blazen. Dat is toch het minste wat hij kan doen.’
‘Ik moet daar nog goed over nadenken. Sommige teksten uit Brabo Leone voelen nu zo anders aan. Voordat ik naar Sierra Leone ging, voelde ik me vooral erg Brabants, maar nu denk ik: Sierra Leone zit ook in me. Ik heb een antwoord gekregen op de vraag wie ik ben. Ik merk dat ik een stuk rustiger ben. Ik heb ook een paar nummers opgenomen in Ghana, met een stel fantastische muzikanten, dat wil ik ook nog verwerken in mijn voorstelling. Ik vind het allemaal heel spannend, het is zo’n persoonlijk project.’
‘Nee, nog niet.’ Serieuze blik: ‘Maar ik heb ook echt issues hoor. Als ik ook maar even het gevoel krijg dat ik word verlaten, dan word ik ijskoud. Ik heb veel achterdocht: waarom wil je met mij zijn? Ik test mijn liefdespartners, ik vecht met ze uit wat ik met mijn vader had moeten uitzoeken. Terwijl: ik wil zo graag met iemand zijn. Volgens mij ben ik heel leuk om mee te zijn. Ik ben zorgzaam en geinig en goed in bed.’ Lacht: ‘Serieus. Ik heb veel te geven.’
‘Nou, therapie helpt wel. En ik heb een geweldige vriendengroep van zeventien man, we zijn in coronatijd hecht geworden, drie van ons hebben een vader verloren. Die vrienden lopen niet weg, ook niet als ik paniekaanvallen heb. Dat geeft mij het vertrouwen dat mensen blijven. Maar de stap naar een liefdesrelatie is ingewikkeld, hoe graag ik het ook wil. Je eerste grote liefde is je vader, dat zeggen ze toch altijd? Nou, die heeft mijn hart gebroken. En toen kwam mijn stiefvader en die brak hem nog een keer. En nu denk ik bij elke man: jij wordt vast de volgende. Ik ben nog steeds destructief, maar ik verlang naar een burgerlijk leven. Echt samenzijn met iemand. Gedragen worden. Ja, dat wil ik meemaken.’
2011-2012 Vooropleiding Conservatorium Tilburg
2012-2016 Amsterdamse toneelschool en Kleinkunstacademie
2016-2020 speelt bij- en gastrollen in series als Flikken Maastricht, Zwarte Tulp, Dokter Corrie, Jeuk, Anne+.
2017 Speelt Chava in musical Fiddler on the Roof
2018 - heden Klokhuis (onder meer de rol van Peggy)
2018 All Stars, The Musical
2018 Nominatie Dutch Musical Award voor rol als Chave in Fiddler on the Roof.
2020 All Stars & Zonen
2022 - heden vaste ensemble bij NITE2022-2024 tv-serie Tropenjaren I en II
2023 deelnemer Wie is de Mol?
2024 film De z van Zus
2024 Tv-serie Het Koningshuis, The Musical
2025 Televisiefilm Wheelie
Jaarlijks kiest de Volkskrant, bijgestaan door een vakjury, dé cultuurtalenten voor het aankomende jaar. Welke acteur, komiek, schrijver en popartiest gaan het beslist maken in 2025? De innemende Sarah Janneh speelde bijrollen in talloze series, maar nu ze is verkozen tot Volkskrant-acteertalent voor 2025 is het tijd voor het echte werk.
Wat zijn dit voor vragen? Acht dilemma’s voor actrice Sarah Janneh (30), die de show steelt met komische bijrollen in theater, film en op tv. Wordt het niet eens tijd voor een hoofdrol, of voor een solovoorstelling met eigen muziek?
De week van zangeres en actrice Sarah Janneh was er een van extremen: ontlading bij een geweldige theaterpremière en huilend in slaap vallen.
Source: Volkskrant