In de grote vakantie komt er altijd een soort zomersomberte naar boven. Enerzijds omdat het nu móét, dat grote Leven en Genieten, anderzijds omdat de afleiding van deadlines, nakijkwerk en het antidepressivum van een vol sociaal leven even niet tot mijn beschikking staat. Of misschien is het wel de contrastwerking van een stralende zon in een wereld die, als je er te veel over nadenkt, alleen nog maar tot kalmeringsmiddelen stemt.
Wanneer deze seizoensdip zich aandient, staan de vrienden al klaar met raad: maak een boswandeling, schrijf het van je af, stop die vinger in je oor om je nervus vagus-zenuw in te drukken (dat schijnt de herstartknop van de menselijke stemming te zijn). Allemaal geprobeerd, maar de beste remedie blijkt toch keer op keer het maken van soep.
En zo sta je dan in de keuken knoflook te pellen en valt het je plotseling op dat de geelwitte kleur van de ontvelde tenen lijkt op glow-in-the-darkverf. Voorzichtig gaar je uien, rooster je amandelen, valt het bouillonblokje uiteen in water. Langzaam maakt de somberte zich van je los en loopt ze het balkon op terwijl jij achterblijft met kookwekkers, snijplanken, bloem en zeef.
Ergens weet je dat het symptoombestrijding is, al die toewijding aan een gerecht. Terwijl je opsomt hoe de ingrediënten stuk voor stuk je gemoed een oppepper kunnen geven weet je ook wel dat je jezelf voor de gek houdt, want ook al zou een gelaagde, diepe bouillon je serotoninepeil omhoog kunnen helpen, dan alsnog leef je in een wereld die met de dag hopelozer wordt.
En toch. Het feit dat iets tijdelijk is, maakt het niet onbelangrijk. Voorbijgaande troost is alsnog troost, en dus wordt je keuken een laadstation. De damp verandert de grijzende haartjes op je slapen in krullen, lessen biologie komen voorbij, dat de kruiden die je gebruikt dankzij fotosynthese deels zijn gemaakt van zonlicht en opeens roer je in een pan vol zonlicht.
Een flard Samuel Beckett komt voorbij: „I can’t go on, I’ll go on”. Het leidt je door de mijngangen van de zomerdagen heen. Net wanneer je denkt dat je een doodlopende weg bent ingeslagen, blijkt er alsnog een zijweggetje te zijn. Het voert je niet meteen naar de uitgang maar houdt je wel bezig tot je aan tafel kan, waar ten slotte iedere hap die je neemt het effect van een ja-woord lijkt te hebben.
Waarvoor weet je niet precies, maar je gaat door. Je moet door.
Ellen Deckwitz schrijft elke week op deze plek een column.
De laatste inzichten over eten de lekkerste recepten en slimme tips om gezond te leven
Source: NRC