Uit de hele wereld – en dan vooral uit de VS – komen mensen naar Ierland, om in kleine pubs vol virtuoze muzikanten het authentieke Ierse gevoel te ervaren. Ierland raakt aan emoties, het raakt aan mystiek, het raakt aan rechtvaardigheidsgevoelens.
is redacteur van de Volkskrant.
Alles is aanwezig zodra het eiland opdoemt in een sluier van regen en mist. Het glooiende landschap in smaragdgroen, de niet aflatende dunne druppels en de menselijke warmte die alle nattigheid compenseert. Het mooie van zeereizen is dat ze je doordringen van de ligging van een plek. Voor ik voet op Ierse bodem zet, is bij mij al een besef ingedaald: twéé zeeën scheiden ons van het paradijs met de bijnaam Emerald Isle.
Minder fijn aan zeereizen is dat sommigen van ons aan doodgewone hoge golven al genoeg hebben om zeeziek te worden. Een rosse bebaarde man treft mij op het dek van de veerboot tussen Wales en Ierland in een toestand die, nu ja, geen reisplezier uitdrukt. Hij legt een arm om mijn schouder: ‘Nog even kerel. Als we in de haven van Rosslare zijn, gaan we wat drinken.’ Ik moet op dat moment niet aan Iers drinken denken, maar ik waardeer het gebaar. Als er na vier uur op de Ierse Zee land in zicht is, kan ik mijn vreugde niet op.
ChatGTP recyclet eindeloze lofzangen op Ierland als volgt: ‘Wat Ierland bijzonder maakt, is de combinatie van adembenemend groene landschappen, oud Keltisch erfgoed en warme gastvrije mensen. Wat Ierland gelukkig maakt, is de combinatie van gemeenschapsgevoel, hulpvaardigheid en een positieve levenshouding.’
Wordt hier iets vergeten omdat ChatGTP niet drinkt? Vergelijk kunstmatig intelligente liefde voor Ierland met die van de legendarische folkband The Dubliners. Die verkochten veertig miljoen platen en die draaien er nooit om heen: Seven Drunken Nights, Whiskey in the Jar, Drink It Up Men (It’s long after ten), om maar een paar beroemde nummers te noemen.
In het magnum opus Song For Ireland zingt Dubliner Luke Kelly:
Drinking all the day in old pubs where fiddlers love to play
Talking all the day with true friends who try to make you stay
Je kunt de Ierse plaatsjes zo afgelegen niet bedenken of er zijn pubs waar muzikanten van vlees en bloed spelen. Hun vaste plek is rechts naast de voordeur. Ze zitten meestal in een halve cirkel en begeleiden zichzelf op banjo’s, gitaren en accordeons. Ze worden betaald in drank en fooien. Die kunnen, zie je aan de mandjes naast de glazen Guinness, genereus zijn. Er is nauwelijks een plek waar tegenwoordig zoveel reizigers uit zoveel landen een aards paradijs aantreffen.
Bezoek een afgelegen oord aan Ierlands woeste westkust en neem plaats in een pub: het duurt zelden lang voor er doorweekte reizigers binnenkomen. Eindelijk droog, eindelijk warm, eindelijk muziek, eindelijk drank. Een plaatselijke vertolking van Seven Drunken Nights en een halve liter Guinness zijn meestal genoeg om gelukzalige uitdrukkingen op gezichten te toveren. Laten we eerlijk zijn: veel toegangswegen naar aardse paradijzen uit deze serie waren stukken ingewikkelder.
‘Hibernofilie’ is de officiële naam voor de liefde voor Ierland en alles wat Iers is. Dat is een liefde die, leer ik ter plekke, flink wat dieper kan gaan dan anglofilie of francofilie. Ierland raakt aan emoties, het raakt aan mystiek, het raakt aan rechtvaardigheidsgevoelens.
Hibernofilie is niet van vandaag of gisteren. Het is alweer zestig jaar geleden dat de illustere Nederlandse stripauteur Marten Toonder zijn benepen boekhoudersland verruilde voor een smaragdgroen eiland waar magie nog in de lucht hing en mythen nog kracht hadden. Kijk naar het landschap achter de heer Bommel en Tom Poes: de heuvels, de knokige bomen, de verweerde stenen en de mist die overal tussen hangt, dat kan maar één plek zijn.
In Toonders tijd was Ierland arm. Alleen ingewijden kenden de onverharde wegen naar de mooiste nevelige rotspartijen aan de Atlantische kust. De beroemde enchanted way, ‘de betoverde weg’ van de Ierse dichter Patrick Kavanagh, was niet geasfalteerd. Tegenwoordig is Ierland een van de rijkste landen van de Europese Unie. Jaren nadat de Ierse regering de Britse had afgetroefd met gunstige vestigingsvoorwaarden voor Amerikaanse techbedrijven en de farmaceutische industrie, streefde Ierland de voormalige Britse kolonisator in bnp per capita voorbij. Nederlanders die in 2025 speciale Marten Toonder-reizen boeken, bereiken magische plekken in een paar uur over nieuw asfalt.
Om de hoeveelheid Amerikaanse toeristen onder te brengen die zich te goed doen aan de mysterieuze rotspartijen van het schiereiland Kerry, zijn enorme hotels verrezen. De buitenwijken van het ooit armoedige gat Killarney ogen als Florida waar het regent. In een stuk of vijftig pubs geven vroeg op de dag al reizigers uit bijna alle vijftig staten van de VS acte de présence. Uit EU-statistieken blijkt dat de alcoholinname van de Ieren tegenwoordig nog maar ietsje boven het Europese gemiddelde ligt – maar in zulke cijfers wordt wat de buitenlandse bezoekers van Ierland drinken nooit meegeteld.
Ach, er is ook geen enkel ander land waar drank zo belangrijk is voor de toeristische marketingmachine. In Killarney lopen mannen uit Wisconsin en Kentucky rond met T-shirts met het opschrift: ‘Irish today, hungover tomorrow’. De Keltische harp en het woord Guinness sieren ook talloos veel buiken. In de souvenirwinkels vinden speciale Ierse drinksokken gretig aftrek. Op tegeltjes en kaarten staan de kwalen waar Guinness allemaal tegen helpt (bijna alles). Vier schapen met natte paraplu’s sieren jurken en sjaals met het opschrift ‘The four seasons of Ireland’.
De jonge schrijver en Instagram-ster Brinsley MacNamara zegt het zo: ‘Het moderne Ierland is een sterk merk.’ MacNamara is de horecagelegenheid in Dublin waar we hebben afgesproken nog niet binnen, of hij wordt al door een fan herkend. Alleen zijn Ierse fans weten dat ‘Brinsley MacNamara’ een pseudoniem is, geleend van de lokaal gevierde 20ste-eeuwse auteur. De 21ste-eeuwse Brinsley MacNamara studeerde een blauwe maandag geschiedenis en archeologie, had daarna ‘een stuk of honderd baantjes’ en besloot zijn passies te combineren op het Instagramkanaal Weird Ireland: The Unofficial Guide to the Island.
‘Waar je ook in Ierland bent, je hoeft nooit lang te lopen voor een ruïne waar een magisch verhaal aan kleeft. Ik begon op Instagram in januari 2024. Ik wist niet wat me overkwam: na twee maanden had ik al tweehonderdduizend volgers uit meer dan vijftig landen.’
Op Instagram maakt MacNamara volgers deelgenoot van eeuwenoude muzikale bruggen, fluisterende kerkportalen en magisch geconserveerde hoofden van door Engelsen onthoofde katholieke geestelijken. Handig en mooi beschreven in MacNamara’s boek Weird Ireland: water uit de bron van een kerkhof dat een mens in seconden verlost van een ‘hoofdpijn’ die ze ook wel ‘kater’ noemen.
‘Als je Iers bent, heb je tegenwoordig een design nationality’, zegt MacNamara. De wereldwijde populariteit van Ierland verklaart een deel van zijn succes. Het andere deel: ‘Folklorespecialisten en archeologen hebben de neiging leuke dingen saai te maken. Makers van komische filmpjes missen vaak historische kennis. Bij mij heb je inhoud, maar kun je ook lachen. Het tragische en het komische gaan nu eenmaal samen. In Ierland lopen ontberingen en geluk in elkaar over.’
Want laat dáár geen twijfel over bestaan: alles wat Ierland bijzonder, uniek of magisch maakt is verstrengeld met brute geschiedenis. Een interessante vraag voor fans van The Dubliners is wat in de folksongs die zij wereldberoemd maakten de overhand heeft: Iers geluk of Iers leed.
Noem het de ironie van de geschiedenis dat een eiland waar eeuwen meer ontberingen zijn geleden dan waar ook in West-Europa, tegenwoordig een paradijsbestemming is. ‘Dat Ierland wordt overspoeld door Amerikaanse toeristen en ik nu al meer boeken in de VS heb verkocht dan in Ierland zelf’, zegt MacNamara, ‘heeft te maken met de zwartste bladzijde uit de Ierse geschiedenis.’ Hij laat de statistieken op zijn telefoon zien. Zijn volgers komen overal vandaan, maar de nummer één is onbetwist: ‘49,7 procent United States’.
-------
Against the famine and the crown
I rebelled; they cut me down
Now it’s lonely round the fields of Athenry
(The Dubliners, The Fields of Athenry)
De voordracht van The Fields of Athenry in een pub in Dingle is niet zo loepzuiver als die van The Dubliners, maar de boodschap komt over. De hoofdpersoon in dit lied wordt tijdens de Ierse hongersnood in het midden van de 19de eeuw ingerekend omdat hij eten van de Britse autoriteiten steelt. Dat het eenzaam wordt in de Ierse velden, komt doordat mensen de keuze hebben tussen sterven of vluchten naar de Nieuwe Wereld.
Dingle heeft zo mogelijk nog meer pubs vol Amerikanen dan Killarney. Maar in een achterafstraatje zit een antiquariaat waar de klandizie ‘voor 95 procent Iers’ is. Daar kun je ook koffiedrinken. En daar keert de bejaarde eigenaar voor mijn neus een plastic zak om met oude prenten, onderwijl snuivend: ‘En dan beweren de Engelsen dat zij de Ieren beschaving brachten!’
De fotografie was net uitgevonden toen de aardappelziekte (Phytophthora) vanaf 1845 hongersnood veroorzaakte onder miljoenen Ierse landarbeiders die voor Engelse grootgrondbezitters moesten werken en vrijwel alleen aardappels aten. Ieren die uitgemergeld langs de weg lagen, Britse vrachtschepen die tijdens de hongersnood graan uit Ierland bleven exporteren en overvolle schepen vol hongerige vluchtelingen naar Noord-Amerika: ze zijn vastgelegd.
Aan het begin van de 19de eeuw had Ierland meer dan acht miljoen inwoners, aan het eind nog maar de helft. Amerikaanse toeristen worden hier anders gezien dan elders in Europa. In die menigtes met die Guinness- en whisky-T-shirts lopen verre nakomelingen van Ieren die toen op de overvolle schepen zaten.
Je kunt eindeloos over een land lezen, maar hoe de geschiedenis er doorwerkt leer je pas als je er rondloopt. In Skibbereen in Zuid-Ierland zie ik een grote grafsteen, even later sta ik midden in een herdenkingscentrum voor slachtoffers van de hongersnood. In de straten van Dublin lopen studenten met borden om toeristen te werven voor een Great Irish Famine Exposition, met schokkende foto’s én uitspraken van toenmalige Britse machthebbers.
Ik wist dat het superioriteitsgevoel van de Engelse upper class adembenemend kon zijn, maar het dedain dat 19de-eeuwse premiers en ministers aan de dag legden voor ‘de Ieren’ ging zelfs voor de hoogtijdagen van het imperialisme ver. De met ‘het probleem Ierland’ belaste Charles Trevelyan vond de aardappelziekte een prima straf voor ‘luie, ondankbare en opstandige Ieren’ en ‘een hard maar effectief middel’ tegen de uitdijende omvang van een lamlendige bevolking.
Minachting van Ieren combineerde de regering in Londen met een rotsvast geloof in laisser-faire. Noodhulp zou de schatkist maar legen en de marktwerking verstoren. Geen modern historicus betwist nog wat op het laatste paneel staat van de tentoonstelling in Dublin: de aardappelziekte kwam op het conto van de natuur, maar de één miljoen doden kwamen op het conto van de Britse koloniale autoriteiten.
Een van de dingen die je merkt als op dit eiland de geschiedenis ter sprake komt, is dat Ieren over ‘Engelsen’ (nooit: ‘Britten’) praten zoals Polen of Oekraïners over ‘Russen’. Dat Ierland, met een bevolkingsomvang van vijf miljoen, sinds 2022 meer dan honderdduizend Oekraïners binnenliet, heeft te maken met ‘dubbele identificatie’, leer ik. Zowel Ierland als Oekraïne was eeuwen onderworpen door een groot naburig imperium. En zowel Ierland als Oekraïne werd gestraft met hongersnood. Vergelijkbare identificatie is er met de Palestijnen. Vorig jaar joeg Ierlands finalist in het Eurovisiesongfestival de organisatie tegen zich in het harnas door in vroegmiddeleeuws Iers alfabet teksten als ‘vrijheid voor Palestina’ en ‘staakt-het-vuren’ op haar lichaam te laten aanbrengen.
In een boekhandel in Ierlands tweede stad Cork raak ik aan de praat met eigenaar Roisin. Zij legt uit dat de Ierse beleving van de 19de eeuw ertoe leidt dat de Ierse kijk op de wereld in de 21ste eeuw anders is dan elders in West-Europa.
Er zijn drie dingen die je moet weten als je Ierland wilt begrijpen, zegt zij: ‘Ierland is het enige West-Europese land dat de geschiedenis heeft beleefd als kolonie. Ierland is het enige West-Europese land waar ze weten wat het is om te moeten vluchten. En Ierland is het enige West-Europese land waar ze weten hoe het voelt als er op je wordt neergekeken.’
Voor wie het dreigde te vergeten: in de jaren tachtig van de vorige eeuw zag je in Engeland nog bed & breakfasts met ‘stoute’ bordjes: ‘No dogs, no blacks, no Irish.’ Tot ver in de 20ste eeuw werden daar toneelstukken opgevoerd waarin de ‘stage Irishman’ Paddywhackery opduikt: die is altijd onbehouwen, altijd dom en doet weinig anders dan raaskallen.
De andere kant van dit verhaal is de lange geschiedenis van Engelse liefde voor alles wat Iers is. Het woord hibernophile komt van het Britse eiland: de Britse koning George V, grootvader van Elizabeth II, wordt beschouwd als de eerste in een lange stoet. Véél van de mooiste lofzangen op Ierland zijn van Engelse hand. Van de eigentijdse hibernofiel Ginny Smith is een prachtige liefdesverklaring aan ‘het land van de herboren hoop’, A Love letter to Ireland and The Irish. Zij getuigt daarin van ‘dat vreemde gevoel dat wij de openhartigheid en goodwill die ons altijd in Ierland ten deel valt eigenlijk niet verdienen’. Ieren, weet zij, hebben geen hekel aan Engelsen, die hebben een hekel aan het superioriteitsgevoel van een bepaald soort Engelsen.
De eigenaar van mijn pension in Dingle, Skye (‘net als het Schotse eiland’), blijkt niet Iers, maar half-Engels, half-Schots, afkomstig uit Liverpool. Zij zegt: ‘Ik houd van Ieren omdat ze open zijn en progressief. In Engeland is altijd de eerste vraag: ‘Naar welke school ben je geweest?’ Ierland is nooit een klassenmaatschappij geweest, ze kijken naar wie je bent als mens.’
Skye was al ‘een echte hibernofiel’ vóór een nipte meerderheid van de Britten in 2016 voor het verlaten van de EU stemde, maar tien maanden na de Brexit was het besluit naar Ierland te verhuizen snel genomen. ‘De belangrijkste klanten van de firma van mijn man zitten in Frankrijk en Nederland. Ik doe de administratie. Wat vóór de Brexit tien minuten duurde, kostte me na de Brexit ineens een week.’
Of de Brexit goed of slecht is geweest voor de Ierse economie, is onderwerp van discussie. Waarom het woord ‘Brexit’ Ierse gezichten doet betrekken, kan Skye prima verklaren: ‘Die Brexit vloeit voort uit precies dat superioriteitsgevoel dat Ieren haten. Geen Ier gelooft dat de Brexit te maken had met Engelse zorgen over gebrek aan democratie in Brussel. De gangmakers van de Brexit, mensen als Boris Johnson, straalden diezelfde arrogantie uit. De Brexit heeft in Ierland oude wonden opengereten. Als Ieren dat type Engelsen op tv zien, upper class, gefortuneerd en hautain, dan zie je ze echt walgen.’
Verrassend weinig in Ierland wat niet is terug te voeren op die eeuwen onder het Britse juk. Begin deze eeuw streefde Ierland in bnp per hoofd van de bevolking Groot-Brittannië voorbij. In de Britse pers was het geen nieuws, in de Ierse werd het gebracht als triomf. Ook een gevolg van het verleden: dat de Ierse regering bereid was ver te gaan met gunstige vestigingsvoorwaarden om techbedrijven te lokken, plus de farmaceutische industrie (Ierland is, onder meer, ’s werelds recordproducent Viagra). De stemming was: ‘Kijk eens Engelsen, Big Pharma en Big Tech kiezen voor het land dat jullie dom en primitief vonden.’
Lange tijd waren Ieren blij met hun status van ‘Keltische Tijger’. Dat is voorbij. In het kielzog van de economische groei werden huizen onbetaalbaar. Nergens in Europa zijn mensen zo’n groot deel van hun inkomsten kwijt aan torenhoge huren. In pubs kun je nu horen dat privileges die Big Tech geniet ‘on-Iers’ zijn en dat ‘Ieren van nature een afkeer hebben van neoliberalisme’.
For the rich must help the poor, so must I, so must I
For the rich must help the poor, so must I
(The Dubliners, Sam Hall)
De eeuwen onder het Britse juk zie je óók terug aan de ferventie waarmee Ieren hun beroemdheden eren. Van schrijvers als Oscar Wilde en James Joyce tot rockers als Phil Lynott en Rory Gallagher: ze hebben standbeelden. De muren van de pubs zijn behangen met citaten van Wilde, Joyce, Shaw, Yeats en Beckett, en met foto’s van onder meer The Dubliners, Taste, Thin Lizzy, U2 en The Pogues. U2-zanger Bono leeft nog, maar in The National Gallery of Ireland hangen nu al portretten van hem.
Voor ik op de boot naar Ierland stapte, vroeg ik twee Ieren die ik uit Oost-Europa kende welke Ierse beroemdheid volgens hen aanspraak maakt op het predicaat ‘meest Ierse beroemdheid’. Als ze over dat antwoord hadden moeten nadenken, had ik het hier niet genoemd. Ze zeiden meteen: Luke Kelly, de zanger en banjospeler van The Dubliners, want in hem ‘komt alles samen’.
Luke Kelly kwam uit een straatarm arbeidersgezin, begon als tiener met de banjo in de pub en had behalve muzikaal ook literair gevoel: hij vernoemde The Dubliners naar James Joyce’s gelijknamige verhalenbundel. Luke Kelly was óók een onvermoeibare strijder tegen ongelijkheid, ze noemden hem niet alleen vanwege zijn haardos en baard ‘rode Luke’. Hij bleef toen hij al wereldberoemd was optreden op demonstraties tegen armoede en onderdrukking. En hij dronk veel en overleed jong. ‘Luke Kelly: 1940-1984’, staat op zijn standbeeld in Dublin.
Een zinnetje dat je in Ierland om de haverklap hoort, in het kielzog van ‘mijn ouders hadden niets te makken’, luidt: ‘mijn ouders waren op mijn leeftijd al dood’. Nergens in West-Europa ging de levensverwachting zo omhoog, want nergens was die tot ver in de 20ste eeuw zo laag.
Wat zou Luke Kelly vinden van het Ierland van nu? Dat er overal regenboogvlaggen wapperen, dat een arm traditioneel land in een paar decennia zowel rijk als vooruitstrevend werd, dat het homohuwelijk per referendum kon worden gelegaliseerd, dat er zelfs een homoseksuele premier van Indiase origine kon aantreden – daar was hij trots op geweest. Dat Ierland een land is waar mensen graag naartoe willen in plaats van wegtrekken, dat had hem goed gedaan.
Het is snel gegaan. Om en nabij de 10 procent van de huidige beroepsbevolking is niet in Ierland geboren. Behalve met Oekraïners raakte ik in Ierland aan de praat met Polen, Litouwers, Mexicanen, Argentijnen, Brazilianen en Pakistanen. Ik was nog niet aan boord bij Irish Ferries of ik hoorde de bemanning al overleggen in de enige Romaanse taal van Oost-Europa. Snel vernam ik dat de helft van het personeel van Irish Ferries Roemeens is.
In de pub waar The Dubliners ooit begonnen, O’Donoghues aan de Merrion Row in Dublin, wordt de Guinness getapt door Poolse en Braziliaanse barkeepers. Iets verderop ligt de beroemde pub Doheny & Nesbitt, ook geliefd vanwege de traditionele Ierse keuken. Van barkeeper Ana, uit het Roemeense Vaslui, hoor ik dat de twee chef-koks die zorgen dat die Ierse keuken hier van hoog niveau blijft, ook Roemeens zijn. Ana krijgt van Amerikaanse gasten dagelijks complimenten voor haar ‘echte Ierse gastvrijheid’ en haar ‘mooie Ierse ogen’. Nadat ze zich heeft omgedraaid, hoort ze zichzelf vaak omschreven als ‘typical Irish girl’.
Dat is het Ierland van 2025: mensen uit de hele wereld gaan op in ‘die echte Iers sfeer’ in pubs, waar mensen uit de hele wereld werken. Zelfs onder de pubmuzikanten wemelt het van de nationaliteiten.
Wat ‘rode Luke’ zeker minder was bevallen aan het Ierland van nu, is dat het er wemelt van de puissant rijken die bijna geen belasting betalen, en dat gewone mensen er geen woonruimte meer vinden. Symbolisch voor steden als Dublin zijn rijen arme arbeidershuisjes waarachter enorme nieuwe kantoortorens verrijzen. Dat krijg je in een land dat zichzelf in amper dertig jaar van de economische marge naar het centrum van de wereld wist te verplaatsen.
Claire McGowran, sociaal activist en hoofd van de campagne We Act, zet zich in voor ‘het allerbelangrijkste Ierse erfgoed’, de gemeenschapszin. Zij zegt: ‘Dat de Europese Commissie de Ierse regering moest dwingen belasting te innen van Apple, daar had Luke Kelly zich voor geschaamd.’
McGowran spreekt graag af in een koffiebar in plaats van een pub: ‘Ierland heeft behoefte aan méér niet-alcoholische sociale ruimtes.’ Op een kaart van Dublin wijst zij de straten aan met noodopvang voor mensen die geen woning hebben. ‘Mensen die op straat liggen’, zegt zij, ‘zorgen in Ierland voor groot ongemak, want het doet mensen denken aan de beelden van de hongersnood.’
En helaas, je hebt steeds meer Ieren met een baan die hun huur niet meer kunnen ophoesten. Dat biedt kansen aan politici die graag zondebokken aanwijzen. Radicaal-rechts is in Ierland nog steeds klein, maar wel, zegt McGowran, ‘steeds luidruchtiger aanwezig’. Eén van de kopstukken, oud-journalist John Waters, is nota bene een ex van wijlen zangeres Sinéad O’Connor. McGowran glimlacht: ‘Wil je nóg meer redenen horen waarom Ierland geen aards paradijs is?’
Ik vertel dat de migranten met wie ik aan de praat raakte, mij zonder uitzondering vertelden dat ‘Ieren aardig zijn’. Een jonge Argentijn zei: ‘Als het weer net zo goed was als de mensen, dan was het een aards paradijs.’ Wat bijzonder is aan Ierland, zegt McGowran, ‘zijn alle kleine gemeenschappen die het land dragen. Die zijn open en veerkrachtig. Ik heb net voor een project een paar honderd Oekraïners geïnterviewd. Ik ben van nature optimistisch, maar toch was het ook voor mij een verrassing hoe snel ze in lokale gemeenschappen zijn opgenomen.’
Ieren kijken anders naar migranten omdat hun eigen land voortdurend werd verlaten, denkt zij. Nog iets: Ieren voelen zich minder door nieuwkomers bedreigd omdat ze eeuwenlang hun cultuur en identiteit tegen de Britten moesten beschermen. Omdat ze weten dat hun cultuur tegen een stootje kan, zitten ze niet de hele tijd in de verdediging.
In Westport aan de Atlantische noordwestkust regent het nog meer dan in Dublin. In een bomvolle pub met een Mexicaanse barkeeper barst een daverend applaus los na de lokale vertolking van Whiskey in the Jar. De drie muzikanten blijken Amerikanen, ‘diehard fans van Ierland’ die ‘de mooiste folksongs die er bestaan’ graag uitvoeren ‘op de plek waar ze vandaan komen’.
Instagram-ster MacNamara zegt: ‘Dat is toch prachtig? Wat mij betreft is ‘Iers zijn’ een levensgevoel. Iedereen die het kan waarderen, mag er van mij in delen.’ Al sinds zijn kanaal Weird Ireland een succes werd, hoort hij dat hij de mooiste geheimen van Ierland op straat gooit. Hij antwoordt dan altijd dat je mooie dingen niet voor jezelf moet houden. ‘Je hebt een mensensoort die denkt dat iets verdwijnt als je het deelt.’ Die moeten maar eens gaan kijken bij de muzikale bruggen, de fluisterende kerkportalen en de anti-katerfonteinen, die ‘speciale Ierse instituten die al eeuwen hun werk doen’: die vallen niet zomaar stil.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant