Home

Politiek is voor vrouwen een vijandige omgeving, en daar doen de media aan mee

Moet een premier een maximale zittingstijd hebben? Waarom heeft Nederland nog nooit een vrouwelijke regeringsleider gehad? Wetenschappers belichten het ambt van minister-president, maar hadden dichter bij de dagelijkse praktijk mogen komen.

schrijft voor de Volkskrant over politiek Den Haag, waar hij tot 2022 verslaggever was.

Weinig posities in het landsbestuur zijn zo zwak omschreven als die van de minister-president. Pas sinds 1983 staat de functie in de Grondwet. Hun plek aan tafel bij de Europese Raad moesten premiers jarenlang bevechten op Buitenlandse Zaken. We kunnen niet op ze stemmen, hun benoeming is een schimmig proces, ze mogen niet bepalen wie hun ministers zijn en de helft van de Nederlanders lijkt, puur op grond van hun geslacht, geen kans te maken op het ambt.

Sinds Mark Rutte heeft het ambt een semi-presidentiële status gekregen, al is die met het aantreden van Dick Schoof weer tenietgedaan.

Alle reden dus om de rol van de minister-president nader te onderzoeken. Het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en de Hans van Mierlo Stichting, het wetenschappelijke bureau van D66, vroegen een kleine twintig wetenschappers een aspect van de minister-president te belichten.

Veel zitvlees

Terwijl de omloopsnelheid van Kamerleden duizelingwekkend is (hun zittingsduur is gemiddeld minder dan vier jaar), heeft Nederland een traditie van minister-presidenten met veel zitvlees; in de Europese Raad zien ze hun buitenlandse collega’s komen en gaan.

Verschillende bijdragen in de bundel De minister-president – Een ambt in ontwikkeling laten zien dat hun effectiviteit daarbij allengs afneemt. Historicus Henk te Velde pleit dan ook voor een limiet aan het premierschap: maximaal acht jaar of twee termijnen. ‘Bovendien versterkt een lange zittingsduur de neiging om politiek tot bestuur en politieke handigheid te reduceren.’ Een motie met die strekking werd in 2021 al ingediend door Sylvana Simons van Bij1.

Eva van Vugt en Sarah Eggen betogen het tegenovergestelde: ‘Maximale ambtstermijnen zijn ongebruikelijk in parlementaire stelsels’, schrijven zij. Dat komt doordat de minister-president het mandaat niet rechtstreeks ontleent aan de kiezer, maar aan het parlement. Een beperking van het aantal ambtstermijnen zou volgens hen ‘vooral blijk geven van het onvermogen van het parlement om die minister-president in het gareel te houden.’

De combinatie van partijleider en minister-president wordt als een probleem gezien. Verschillende auteurs vinden dat Rutte de grenzen van zijn bevoegdheden opzocht toen hij in 2021 als demissionair premier staatssecretaris Mona Keijzer ontsloeg. Dat besluit legde hij alleen voor aan de vice-premiers, en niet aan de ministerraad. Dan wint partijpolitiek het van staatsrecht. De Tweede Kamer liet het passeren, waarmee de positie van de minister-president werd versterkt.

Vrouwen in de politiek

Waarom behoort Nederland – met Malta, Tsjechië, Spanje en Luxemburg – tot de vijf landen van de EU die nog nooit een vrouwelijke regeringsleider hadden? Myrte van der Zwet en Liza Mügge zoeken het antwoord deels in kwesties als huishoudelijke taken, kort zwangerschapsverlof, geringe vergoeding voor lokale volksvertegenwoordiging en haatcampagnes.

Interessant is hun observatie dat vrouwen pas een kans krijgen – denk aan Merkel, Thatcher of Yesilgöz – als hun partijen in zwaar weer zitten. Hun conclusie: politiek is voor vrouwen een vijandige omgeving.

Loes Aaldering en Daphne van der Pas constateren dat de kiezer steeds minder moeite heeft met vrouwelijke kandidaten, maar dat het probleem bij de media zit. Vrouwen krijgen veel minder aandacht, en de aandacht die ze krijgen gaat vaak over uiterlijk en gezin. ‘Er is overtuigend empirisch bewijs dat vrouwelijke politici benadeeld worden door de media.’

Toch zijn ze optimistisch. ‘De mismatch tussen politiek leiderschap en vrouwelijkheid is grotendeels verdwenen’, ook omdat het gepolariseerde en wantrouwige politieke klimaat vooral mannelijke politici wordt aangerekend.

Een rol zonder script, wordt het premierschap ergens genoemd. Wim Kok sprak van ‘koken met 25 pannetjes tegelijk op het vuur’. Jan-Peter Balkenende voelde zich vooral ‘een representant van zijn tijd’.

Balkenende ongelukkig

Diezelfde Balkenende mocht in het Haagse café Dudok het eerste exemplaar in ontvangst nemen en bleek nog steeds de helft van zijn woorden in te slikken. Toch werd duidelijk dat hij ongelukkig was met de manier waarop hij figureerde in het boek. Te weinig aandacht, vond hij. En als hij al genoemd werd, deugde het niet. Zo had hij het borstbeeld van Willem Drees van het Torentje niet naar de gang verplaatst, maar ‘naar een mooie plek in de Thorbeckezaal’.

Er klonk ook wezenlijker kritiek. Een paar hooggeleerden vonden dat de relatie tussen vorst en minister-president meer aandacht had moeten krijgen. Een terecht punt. Bij de behandeling van de begroting van het Koningshuis blijkt jaarlijks hoe kwetsbaar die verhouding is, waarin bovendien de afgelopen decennia het nodige is veranderd.

Nederland heeft een prachtige traditie van historici als verhalenvertellers. Denk aan Johan Huizinga, het echtpaar Romein, Frits van Oostrom. Ook Remieg Aerts heeft met zijn Thorbecke-biografie bewezen een echte verteller te zijn. Zo’n bijdrage had ik graag in deze bundel gelezen: aan de hand van de minister-president naar de Trêveszaal voor een ministerraad over asielbeleid, naar de Tweede Kamer voor een debat over ‘functie elders’ of op werkbezoek naar toeslagenouders.

Daarmee had de minister-president vlees op de botten gekregen en het boek meer samenhang. Het materiaal voor zo’n aanpak is ruimschoots voorradig, de auteurs zijn dat ook.

Jasper Dekker, Alexander van Kessel en Afke Groen: De minister-president – Een ambt in ontwikkeling. Boom; 285 pagina’s; € 24,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next