Een wetsvoorstel van de Hongaarse regeringspartij Fidesz richt de pijlen op de financiering van onafhankelijke media en ngo’s. Op de redactie van het populaire YouTube-kanaal Partizán maken ze zich zorgen. Er is één voordeel: ‘Als journalist zijn dit hele spannende tijden.’
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
In een vervallen fabrieksgebouw aan de rand van Boedapest zit de redactie van Partizán klaar voor een nieuwe uitzending. Márton Gulyás (39), hoofdredacteur en vaste presentator, neemt plaats aan tafel. Achter hem staat een muur van oude televisietoestellen, het decor van zijn interviewshow die meerdere keren per week verschijnt. Op YouTube wel te verstaan. Kritische noten kraken over de regering van Viktor Orbán kun je vergeten op de klassieke beeldbuis. Meer dan 80 procent van de media in het land staat onder directe of indirecte controle van de regering.
Net als veel onafhankelijke Hongaarse media is Partizán voor zijn bereik afhankelijk van het internet. De programma’s worden maandelijks ongeveer zeven miljoen keer bekeken, een half miljoen mensen zijn abonnee van het kanaal (Hongarije telt negen miljoen inwoners). Ondanks de doe-het-zelfachtige uitstraling – op de banken in de regiekamer ligt gruis dat van de muren kruimelt – is Partizán geen liefdewerk oud papier. Het redactieteam telt ruim zeventig medewerkers. Om hen te kunnen betalen, werft Partizán donaties en beurzen, uit binnen- en buitenland.
In mei kwam regeringspartij Fidesz met de zogenoemde transparantiewet, die ‘de nationale soevereiniteit moet bewaken door verborgen buitenlandse invloed tegen te gaan’. De wet verbiedt organisaties niet om geld uit het buitenland aan te nemen, maar geeft de autoriteiten de mogelijkheid om media of ngo’s op een zwarte lijst te zetten. Vervolgens kan hun financiering worden beperkt: donaties, beurzen en ook de populaire regeling waarmee Hongaren 1 procent van hun inkomstenbelasting kunnen doneren aan een maatschappelijke organisatie. Donoren moeten bewijzen dat hun geld niet van buitenlandse herkomst is, ook als het van Hongaarse burgers komt.
Eerder dit jaar sprak premier Orbán in een toespraak al over een ‘schaduwleger’ van door het buitenland gefinancierde ‘politici, rechters, journalisten, nep-ngo’s en politieke activisten’ die vragen om een ‘voorjaarsschoonmaak’.
Het voorstel van Fidesz oogstte een storm van kritiek en is vergeleken met wetgeving in Rusland. Journalisten en ngo’s schreven in een open verklaring dat de wet erop is gericht ‘alle kritische stemmen het zwijgen op te leggen en de restanten van de Hongaarse democratie te vernietigen’. Tienduizenden Hongaren gingen de straat op. De Europese Commissie vroeg de regering het voorstel in te trekken, wat uitzonderlijk is bij wetten die nog niet door het parlement zijn aangenomen.
De stemming werd uitgesteld naar komende herfst. Na twee maanden over de wet te hebben gezwegen, zette premier Orbán donderdag de hakken opnieuw in het zand. ‘We zúllen deze wet in Hongarije invoeren.’
De schrik zit er goed in, vertelt hoofdredacteur Gulyás. ‘Heel eng. Voor ons is het een serieuze bedreiging. Met name de 1 procentregeling, dat zou rampzalig zijn.’ In 2024 was het nieuwskanaal het meest gekozen medium door Hongaarse belastingbetalers: dat is ongeveer 40 procent van de inkomsten van Partizán. Meer dan de helft van hun financiering komt van een buitenlandse stichting.
Dit jaar mogelijk weer: Partizán startte na de aankondiging van de transparantiewet een succesvolle campagne. ‘Duidelijk niet wat de regering voor ogen had’, zegt Gulyás. Maar hij maakt zich geen illusies. ‘Ze kunnen altijd nieuwe wetgeving maken en onze organisatie in een minuut opdoeken.’
In Hongarije tekent zich een trend van radicalisering af, waar ook het verbod op de Pride een voorbeeld van was (dat pakte averechts uit: het leidde tot de grootste demonstratie tijdens Orbáns bewind). Orbán staat onder druk door de verkiezingen volgend voorjaar. Voor het eerst sinds hij in 2010 aan de macht kwam, dient zich een serieuze uitdager aan. De conservatief Péter Magyar en zijn partij Tisza streven Fidesz voorbij in de peilingen, surfend op een golf van onvrede over economische stagnatie en corruptie.
De eerste plek waar veel Hongaren kennismaakten met de onbekende Magyar was aan tafel bij Márton Gulyás. In een gesprek van twee uur, inmiddels bijna 3 miljoen keer bekeken, hing Magyar, afkomstig uit Fidesz, de vuile was buiten over de corruptie en propagandamachine van de regering. Het spraakmakende interview was zijn springplank naar de Hongaarse politiek.
Behalve online is Partizán offline actief en, belangrijk in Hongarije, ook buiten de hoofdstad. Elk jaar organiseert het een tour door kleinere steden om daar met het publiek in discussie te gaan over hun land. Het succes verklaart Gulyás onder meer door het ‘pluralisme’ van de gasten, dat wil zeggen: ook mensen die dichter bij de regering staan.
‘Het is belangrijk om te praten met mensen die toegewijd zijn aan deze regering. Zelfs als je het oneens bent met iemand, moet je proberen de logica achter zijn redeneringen te begrijpen. Ik wil onze kijkers niet in een bubbel stoppen. De democratie is al genoeg verzwakt.’ Dat neemt niet weg dat de regering hen in een hoek probeert te duwen als ‘oppositiemedium’. ‘Overigens doet de oppositie dat zelf ook’, zegt Gulyás. ‘Tisza probeert ons als het ware te domesticeren, ‘voor de goede zaak’. Maar dat is niet onze rol.’
Ondanks de dreiging vanuit de regering zijn het lonende tijden voor de verslaggeving van Partizán, zegt redacteur Bálint Fabók. ‘Het is tijdens mijn leven nog nooit zo veel over politiek gegaan als nu, in elk gesprek steekt het de kop op. Als journalist zijn dit heel spannende tijden. Ik ben nu 40, ik was 26 toen Orbán aan de macht kwam. Het voelt alsof volgend jaar voor mij kan zijn wat het jaar 1989 betekende voor mijn ouders.’
Spannende tijden zijn het zeker. Live te volgen op het YouTube-kanaal van Partizán. Afhankelijk van hoe de ‘transparantiewet’ uitpakt.
Luister hieronder naar onze podcast ‘de Volkskrant Elke Dag’. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant