is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Het klinkt sympathiek: eten van wilde planten en gevonden dode dieren. Het mag alleen niet. En die grauwe gans op de barbecue zal toch geen vogelgriep hebben gehad?
Zelf oermens willen zijn, kent u dat gevoel? Daan Timmers wel. In de media timmert zij aan de weg als hedendaagse ‘jager-verzamelaar’, die louter leeft van wilde planten en dieren die ze in en om de stad (Amsterdam) vindt.
In de Volkskrant vertelde de ‘pezige vijftiger met dreadlocks’ hoe ze smult van zelfgeplukt zeepkruid en guldenroede, en hoe ze dood gevonden dieren meeneemt en bereidt. ‘Het liefst dip ik een plakje gans in wildzwijnvet. Zó lekker.’
Ook raapte ze een doodgereden das uit de berm, meldde de krant. In Amsterdam? Dat smaakt naar broodje aap: ‘De das ontbreekt vrijwel geheel in het westen van Nederland’, stelt de Zoogdiervereniging.
Los van praktische bezwaren: tussen jagen en verzamelen staan wetten in de weg. Na de publicatie kwam een schrijven binnen van dierenbeschermingsorganisatie Fauna4Life. Mevrouw maakt zich schuldig aan strafbare delicten, zoals het overtreden van de Omgevingswet, was de conclusie. Het is in Nederland niet toegestaan om beschermde dieren of delen daarvan ‘onder je te houden’. ‘Aanrijdingen moeten altijd gemeld worden, waarna de kadavers worden afgevoerd. Je mag dus onder geen beding dode dieren meenemen om thuis te slachten en te consumeren.’ Fauna4Life kondigt aan melding te doen bij de bevoegde instantie.
Timmers liet zich inspireren door de Schotse ‘herbalist’ Monica Wilde, die dezelfde levensstijl propageert. Het leven als oermens is een ‘daad van verzet tegen de geasfalteerde wereld’ en de verkeerde weg die de landbouw is ingeslagen.
Het past in de trend van preppers en autonomen, die zich afzetten tegen ‘het systeem’ en zich op onheil voorbereiden met zelfbedachte regels en recepten vol bushmeat en roadkills.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Omdat ze meedoet aan een experiment, heeft Timmers monsters van haar nagels, haar en bloed op de post gedaan. De uitslag zal me benieuwen. Zaten de eieren van onze vrij scharrelende hobbykippen al niet vol pfas, net als de regenwormen die zij eten? Regenwormen die ook het hoofdmenu vormen van de das die Timmers zo smaakvol oppeuzelde?
De botsing met een auto op het asfalt lijkt me een weinig hygiënisch concept, zeker wanneer het dier al even dood lag tussen de uitlaatgassen. Was het niet al verzwakt door bacteriële besmettingen of enge ziekten? Die grauwe gans op de barbecue zal toch geen vogelgriep hebben gehad?
Timmers wil wijzen op de overvloed, gratis beschikbaar voor ieder oermens: ‘De berm staat vol met eten en iedereen loopt er straal voorbij.’ Dat is maar goed ook, zegt de geciviliseerde cultuurmens in mij. Zodra 18 miljoen oermensen aan het plukken en rapen slaan, is de natuur snel kaduuk.
Timmers plukt ‘eervol’, zei ze. ‘Nooit meer dan een vierde van de vruchten, nooit de eerste en nooit de laatste van een soort.’ Dat is de fijne paradox waarmee de moderne oermens moet overleven: het is een luxe die enkel kan bestaan doordat anderen binnen het systeem blijven, anders is de poet snel op. Het systeem: dat is de supermarkt op de hoek (of liever de bioboer die op verantwoorde wijze omgaat met de natuur, maar dat zal de verdorven opvatting zijn van een verweesde Randstedeling).
Timmers had een onvervalste drogreden voor wie denkt dat dit slecht is voor de natuur. ‘Weet je wat pas slecht is voor de biodiversiteit? De landbouw.’ Een andere navolger verdedigt zich op zijn site: ‘In Nederland hebben we geen natuur. Alle ‘natuur’ is man-made. Dus er is ook niets te verstoren.’
Sommige oermensen hebben geen natuur meer nodig.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant