Een hele reeks westerse landen wil de Palestijnse staat erkennen, zoals driekwart van de landen in de Verenigde Naties al heeft gedaan. Heeft dit concrete gevolgen? ‘VN-lidmaatschap is niet de heilige graal die wij ervan maken.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Waarom erkennen steeds meer westerse landen de Palestijnse staat?
Lange tijd liepen landen in het Westen er met een grote boog omheen: erkenning van de Palestijnse staat. Sinds die in 1988 werd uitgeroepen door de Palestijnse leider Yasser Arafat gingen landen elders in de wereld en masse over tot erkenning. Maar voor het Westen was lang het mantra dat een Palestijnse staat de uitkomst moest zijn van de onderhandelingen over een tweestatenoplossing.
Nu de noodsituatie in de Gazastrook dusdanig groot is geworden en Israël vooralsnog weigert daar echte verandering in te brengen, zien ook enkele van diens trouwste bondgenoten geen andere mogelijkheid meer. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Canada en ook Portugal en Malta zegden de afgelopen week toe (onder voorwaarden) over te willen gaan tot erkenning.
Aan erkenning van Palestina zitten veel juridische haken en ogen. Voor westerse landen is die erkenning in de eerste plaats vooral een ‘politieke daad’, zegt Kiki Brölmann, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het is nu zo ver gekomen in de Gazastrook, dat de traditionele bondgenoten dit als drukmiddel willen gebruiken richting Israël om een einde te maken aan de misdaden tegen de menselijkheid.’
Welke juridische betekenis heeft erkenning voor de status van Palestina?
Voor erkenning wordt in het internationaal recht vaak gekeken naar de zogeheten Montevideo Conventie over Rechten en Plichten van Staten, uit 1933. Daarin zijn vier criteria opgenomen waar een soevereine staat aan kan worden herkend: een bevolking, territoriale grenzen, effectief gezag en de mogelijkheid om internationale relaties aan te gaan.
Of de Palestijnse staat voldoet aan die criteria, is een twistpunt onder politici en rechtsgeleerden. Is er bijvoorbeeld effectief gezag als Gaza wordt bestuurd door Hamas en de bezette Westelijke Jordaanoever door de Palestijnse Autoriteit?
En hoewel over het algemeen wordt aangenomen dat de Palestijnse staat Gaza en de Westelijke Jordaanoever moet omvatten, is ook daar het laatste woord nog niet over gezegd.
Met erkenning neemt die discussie in feite een vlucht naar voren, aldus Brölmann. Ze wijst op het voorbeeld van Bosnië en Herzegovina na het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig. ‘De grenzen van die staat werden ook betwist, maar toch gingen landen over tot erkenning.’
Daarmee dient erkenning van de Palestijnse staat ‘een strategisch proces’. ‘Het is geen noodzakelijk juridisch ingrediënt voor een staat om tot stand te komen, maar het kan er wel toe leiden dat Palestina sneller wordt opgenomen in de internationale gemeenschap van staten.’
Volwaardig Palestijns lidmaatschap van de Verenigde Naties wordt nogal eens als de ultieme vorm van erkenning en staatsvorming gezien. Hoewel daar in de Algemene Vergadering al jarenlang een meerderheid voor bestaat, loopt het vooralsnog stuk op het veto van westerse landen in de Veiligheidsraad. Nu Frankrijk en het VK van standpunt zijn veranderd, lijken de Verenigde Staten daar alleen komen te staan.
Maar vergeet niet dat Palestina al sinds 2011 lid is van Unesco en sinds 2012 de status van ‘permanente waarnemersstaat’ heeft in de VN, zegt Brölmann. ‘Daarin zit het woord ‘staat’ al gewoon. VN-lidmaatschap is niet de heilige graal die wij ervan maken. Uiteindelijk zit dit allemaal tussen onze oren.’
Wat heeft de Palestijnse bevolking concreet aan erkenning van Palestina?
Tot nu toe tappen rechtsgeleerden uit verschillende juridische kaders als het over Israëls daden in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever gaat, legt Brölmann uit. Aan de ene kant spreken ze van zelfstandige Palestijnse gebieden. Dan gaat het over bezetting door Israël en over het recht op een zelfstandige Palestijnse staat, zoals het Internationaal Gerechtshof vorig jaar deed.
Tegelijkertijd spreekt men ook over de Palestijnen als onderdeel van de bevolking van Israël, bijvoorbeeld als het gaat over de apartheid en grootschalige mensenrechtenschendingen waar de Israëlische overheid hen aan onderwerpt.
Worden Gaza en de Westelijke Jordaanoever tezamen beschouwd als een onafhankelijke staat, dan gelden er volgens Brölmann ook weer andere regels, op basis van het VN-handvest. ‘Dan hebben we het ook over een verbod op geweld van de ene staat tegen de andere, precies zoals bij de oorlog van Rusland tegen Oekraïne. Dat is een veel eenduidiger juridisch kader, en daarbij geldt bijvoorbeeld het recht op zelfverdediging en het recht van andere staten om daarbij te helpen.’
Los daarvan, zo betoogt Brölmann, heeft het Internationaal Gerechtshof al vastgesteld dat Israël oorlogsmisdaden pleegt in Gaza en dat er ‘steeds overtuigender te beargumenteren is dat er sprake is van genocide’.
Ook op andere vlakken kan erkenning consequenties hebben. De Europese Unie zou dan niet zomaar meer met Israël kunnen handelen in goederen die afkomstig zijn uit nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Op zijn beurt kan Palestina weer handelsovereenkomsten sluiten met andere landen.
Zover is het nog niet, onder meer omdat landen als Nederland en Duitsland nog de kaarten tegen de borst houden. Zij willen nog steeds niet vooruitlopen op onderhandelingen over een tweestatenoplossing.
Die opstelling vindt Brölmann problematisch. ‘Dat verschillende landen nu overgaan tot erkenning is vooral ingegeven door de grote humanitaire ramp die daar nu plaatsvindt. Daaraan is het bewaken van politieke onderhandelingsruimte ondergeschikt.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant