Home

Als boven Beiroet de duiven vliegen,
dan leven de kashash hun droom

Nu de oorlog met Israël is geluwd, laten hobbyisten in de buitenwijken van de Libanese hoofdstad Beiroet hun duiven weer vliegen. Deze ‘duivendrijvers’ gaan tot het uiterste voor hun hobby. Vandaar hun slechte naam?

Door Jenne Jan Holtland

Fotografie en video Daniel Carde

Als het deurtje van het hok openzwaait, kort na 4 uur in de namiddag, lonkt ineens de vrijheid. De duiven dribbelen naar buiten en spreiden hun vleugels. Een ogenblik later scheren ze in formatie door de lucht, tientallen meters boven de Libanese hoofdstad Beiroet. De man die ze heeft vrijgelaten, Ali Safadi (22), kijkt vanaf het dakterras tevreden toe, een sigaret tussen zijn vingers geklemd.

Je kunt het een hobby noemen, het houden van duiven, maar dan doe je Ali en zijn vrienden tekort. In de Arabische wereld, en dan met name in landen als Libanon, Jordanië en Syrië, staan mannen (het zijn altijd mannen) zoals zij bekend als kashash al-hamam, wat zoveel betekent als ‘duivendrijvers’. Het is een hartstocht, zeggen ze, een manier van leven, ja zelfs een verslaving. ‘Ik word rustig van ze’, mijmert een van hen. Een soort drugs? ‘Nee joh’, zegt Ali. ‘Het is veel erger. Ik kan best een dag zonder hasj. Maar ik kan geen dag zonder de duiven.’

De daken van Beiroet zijn al eeuwen de plek waar de kashash al-hamam hun duiven houden. Ali Safadi (bordeaux T-shirt) heeft zich ontfermd over de duiven van een vriend. 'Ik kan geen dag zonder hen.'

Enthousiastelingen zoals hij genieten overal in het Midden-Oosten bekendheid. Iedereen kent de kashash. Een blik vanaf een willekeurig dak in een willekeurige buitenwijk of – in het geval van Ali – een Palestijns vluchtelingenkamp is genoeg om ze te spotten. Je herkent ze aan de geïmproviseerde houten schuurtjes, de netten waarmee ze de achterblijvers vangen, het liefdevol fluiten op twee vingers.

Maar dat is in vredestijd.

Toen het volop oorlog was in de Libanese hoofdstad, afgelopen najaar, namen zoemende Israëlische drones het luchtruim over. Bourj al-Barajneh, het Palestijnse kamp waar Ali woont, ligt in het gebied waar de militante beweging Hezbollah de dienst uitmaakt. Het werd een frontlinie vanwaar je de Israëlische bommen kon zien vallen. ‘Van onze duiven zijn er minstens vijftig gestorven’, vertelt een van Ali’s vrienden. ‘Ik denk door alle rook die vrijkwam bij de bommen.’ Op Ali had het ook effect. Hij zat dagenlang in de rats. ‘Ik dacht alleen maar: hoe kan ik ze eten geven?’

Toen het rustiger werd, keerde hij terug naar het dak om ze te voeren en te laten vliegen. Het is een ritueel dat zich iedere ochtend en middag herhaalt, ook al is het niet zijn eigen dak. Sterker: het zijn niet eens zijn eigen duiven, maar die van een vriend – verwarrend genoeg óók Ali geheten. Deze tweede Ali is tien jaar ouder, en begon al veel eerder met de hobby. ‘Sinds ik 12 was ofzo’, bromt hij terwijl hij een joint rolt. ‘Na een tijdje weet je het wel.’ De Ali’s hebben een rolverdeling: senior betaalt het voer, junior doet het handwerk.

Beide mannen zijn derde generatie stateloze vluchtelingen. Halverwege de 20ste eeuw, rond de ‘Nakba’, de verdrijving van Palestijnen, van 1948 en de daaropvolgende oprichting van de staat Israël, vluchtten hun grootouders naar buurland Libanon. Ze belandden in een kamp dat er tegenwoordig uitziet als een doorsneesloppenwijk. Palestijnen zijn tweederangsburgers, en mogen bijna niks: geen land kopen, geen huis bouwen, geen normale banen uitoefenen. Ooit ging het over ‘terugkeer’ naar het land van hun voorouders, maar daar gelooft bijna niemand nog in. ‘Een Palestijn kan niet dromen’, zegt Ali nuchter.

Met zijn ogen volgt hij de sierlijke vlucht van de duiven, een kleine veertig in totaal. Op dit tijdstip, kort voor zonsondergang, is het vaak spitsuur in de lucht. De truc, zo vertelt Ali, is om duiven bij een andere drijver weg te lokken – hup, van de ene vlucht naar de andere. Er zijn regels voor. Een deel van de hemel geldt als neutraal terrein, maar wie zijn duiven daarbuiten laat vliegen, betreedt de arena van het stelen. Echt fanatiek is Ali niet, het is hem pas drie keer gelukt een duif weg te kapen. Glunderend: ‘Alsof ik een doelpunt had gescoord.’

Er zijn kashash die de gestolen duiven vervolgens kortwieken om te voorkomen dat ze naar hun eigenaar terugvliegen. Dat doet Ali niet. Hij plakt hun vleugels af te met tape. En dan? ‘Soms geef ik hem terug aan de eigenaar. Of ik vraag er losgeld voor.’ Met een schalkse lach: ‘Het is een oorlog, maar dan zonder het vechten.’ In de duivenwereld gaan serieuze bedragen om. Voor sommige duiven tellen hobbyisten grif 200 tot 300 euro neer, voor uitheemse, Europese soorten soms zelfs het drie- of viervoudige. Op Facebook zijn speciale onlinemarktplaatsen te vinden.

Een enkele keer wordt er niet betaald, maar gevochten. In het kamp circuleren verhalen over ruzies tussen kashash die ontaarden in vuurgevechten. Bendegeweld is een serieus probleem in de kampen. Door de uitzichtloze situatie vergrijpen veel jongeren zich aan wapens en drugs.

Het stelen (‘scoren’) van andere duiven heeft de hobbyisten sowieso de reputatie opgeleverd dat ze notoir onbetrouwbaar zijn – dieven of leugenaars. Ongure types. Volgens een wijdverbreide mythe die je in het hele Midden-Oosten kunt horen, is het kashash niet toegestaan om in een rechtbank te getuigen; hun getuigenis zou niet door de rechter worden geloofd. Hun blik is op de hemel gericht, ‘ze kijken nooit naar wat er op aarde gebeurt’, mopperde een man in Jordanië jaren terug tegenover antropoloog Perrine Lachenal. Dus hoe kunnen ze dan getuigen?

Volstrekte onzin, zegt de Libanese advocaat Ayman Raad desgevraagd aan de telefoon, er is in Libanon geen rechter die dit (nog) toepast. Maar, zo voegt hij eraan toe, er moet een tijd zijn geweest waarin kashash inderdaad zo behandeld werden. ‘Vóór de rechtspraak geformaliseerd werd wellicht, toen dorpshoofden in Libanon nog recht spraken.’ Het probleem is dat het stigma na al die jaren – eeuwen wellicht –verankerd is geraakt in de cultuur en de taal. Zie er maar eens vanaf te komen. ‘Onmogelijk’, denkt Ali. ‘Dat gaat nooit veranderen.’

Ook elders in het kamp kun je die opvatting horen, zelfs bij andere vogelaars. Neem de 70-jarige Mohammed Ali Hoessein, een tweede generatie Palestijnse vluchteling wiens dak zo vol vogelpoep ligt dat de walm alles overheersend is. Laat duidelijk zijn: de oude Mohammed houdt slechts een paar duiven, en richt zich vooral op kippen en kwartels – een wereld van verschil. De kashash noemt hij haram, verboden in de islam, en hij begint in één adem door over de clichés: het zijn dieven en leugenaars, ze bezorgen hun families trammelant. ‘Ik stond erop dat mijn zoon geen kashash werd.’

Heeft de verslaggever weleens een kwartelei geproefd? Bij de oude man beginnen de ogen te glinsteren. ‘Ik breek ze open en drink ze in één keer op. Het is een soort medicijn, het reinigt me van binnen. Ik neem er meer dan tien per week. Geloof me, het smaakt zo zoet als mango.’

Mohammed heeft vier kinderen, maar uit alles blijkt dat de vogels zijn echte kroost zijn. ‘Ze geven me energie’, zegt hij terwijl hij opstaat en voorgaat naar een van zijn zelfgebouwde hokken. Van zijn rechterhand maakt hij een kuipje, zodat er een kuiken in kan klimmen. ‘Toen het vorig jaar oorlog werd, drong iedereen eropaan dat ik het kamp ontvluchtte. Het was gevaarlijk. Maar ik wilde per se bij mijn dieren blijven.’

Mohammed Ali Hoessein moet niks van de kashash weten, hij noemt ze dieven en leugenaars. Nee, geef hem maar een kwartel, met haar heerlijke eitjes: 'Zo zoet als mango.'

Terug naar het dakterras van de twee Ali’s. De jongste is met een kartonnen bekertje vogelvoer bij het schuurtje gaan staan, terwijl een muezzin de oproep tot het gebed door het kamp doet schallen. Het is tijd om de duiven naar beneden te lokken. ‘Ta, ta, ta…!’, roept Ali, een afgeleide van het Arabische woord voor ‘kom’. Als kuikens naar hun kloek komen de duiven naar beneden gezeild. Voor vandaag zit het erop. Morgen mogen ze weer vliegen.

Goudkoorts moet Senegal deze keer meer opleveren

De stijgende goudprijs leidt in West-Afrika tot goudkoorts. ‘Landen willen de controle over hun natuurlijke rijkdommen terugpakken’

Religieuze buitenbeentjes in Senegal: het broederlijke leven van de Baye Fall

De Baye Fall in Senegal geloven heilig dat eindeloos Koranverzen reciteren het paradijs niet dichterbij brengt. ‘God houdt van mensen die hard werken.’

Examen doen in de natuur en geen cijfer: Chinese school onttrekt zich aan beruchte prestatiedruk

Voor Chinese kinderen vormt het onderwijs een twaalf jaar lange, stressvolle wedloop naar een allesbepalend examen. Zo niet op een alternatieve school in bergstadje Dali, waar het belangrijkste examen buiten in de natuur plaatsvindt.

Source: Volkskrant

Previous

Next