Home

Moet de overheid het verlies van de NS bijpassen?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

‘Goed idee, de trein’, zegt een automobilist tegen zijn medepassagier. ‘Het is weliswaar twee keer zo duur, maar het duurt ook drie keer zo lang.’ De kritiek op de NS is al zwarte humor geworden. De Nederlandse Spoorwegen verkeren in een permanente crisis. Er wordt structureel verlies geleden. Vorig jaar was dat 141 miljoen euro en in de eerste helft van dit jaar 60 miljoen.

De NS wil daarom passagiers dwingen in de daluren te gaan reizen en tegelijkertijd de prijs van de kaartjes verhogen. Dat zal ertoe leiden dat mogelijk nog meer mensen in de auto stappen, miljarden moeten worden gestoken in het verhelpen van knelpunten in het wegennet, en de doelstellingen voor verlaging van de CO2-uitstoot nog verder uit zicht raken.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een verlies van 60 miljoen euro kan beter worden verholpen met een rijksbijdrage, waarbij Den Haag het principe dat de NS zijn eigen broek moet ophouden even opzij moet zetten.

Het is tenslotte een bedrag van niks. Liefst 1,1 miljoen reizigers maken dagelijks gebruik van deze infrastructurele voorziening. De jaarlijkse bijdrage aan de culturele basisinfrastructuur – zeker ook belangrijk – is bijvoorbeeld 600 miljoen euro. Theaters en museums mogen blijkbaar wel verlies lijden, maar de NS moet meedoen aan de marktwerking.

Nu hoeft het niet uit de cultuurbegroting. Maar het zou heel gemakkelijk uit de defensiebegroting kunnen, want het spoorwegnet is van groot belang voor het verdedigen van het land. Manschappen zullen bij mobilisatie de trein nodig hebben.

Zelfs Trump stemt in. Van de 5 procent van het bbp die in de verdediging van het land moet worden gestoken, mag 1,5 procent naar infrastructuur. Dat is algauw 15 miljard euro, voldoende voor het inrichten van het beste spoorwegnet ter wereld, waar het land in vredestijd ook nog iets aan heeft.

Probleem is dat Brussel zich heeft opgeworpen als stokebrand. De Europese Commissie vindt dat Nederland het spoorwegnet moet openstellen voor concurrenten, zodat de chaos en de verliezen nog worden vergroot.

Maar de meeste Europese landen zondigen tegen Brusselse regels. Dat mag Nederland, dat zich keurig houdt aan het Stabiliteits- en Groeipact, ook best een keer doen.

Als gevolg van thuiswerken vervoert de NS minder passagiers, vooral in de dure eerste klas. Dat zou niet voor rekening mogen komen van de passagiers in de tweede klas, zoals zorgmedewerkers, horecapersoneel en musici die niet thuis kunnen werken. Die moeten direct 6 tot 9 procent meer betalen voor hun kaartje.

Gezien alle plannen op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid en verduurzaming, moet geïnvesteerd worden in het spoorwegnet. Het NS-personeel – machinisten en conducteurs hebben een van de zwaarste banen van Nederland, met de suïcides op het spoor en de korte lontjes in de coupé’s – moeten goed beloond worden, zodat de NS ook een van de meest aantrekkelijke werkgevers wordt met de allerbeste service.

Misschien wordt dan in de file gezegd: ‘Goed idee, de trein. Tegen de helft van de prijs in de helft van de tijd.’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next