Schoonspringster Else Praasterink is nog steeds in de running op de WK in Singapore, waar ze haar zinnen heeft gezet op een plek bij de beste acht. Na de WK gaat ze aan de slag met nieuwe sprongen, met het oog op de Olympische Spelen in 2028. ‘Daarvoor moet ik een stuk sterker worden.’
schrijft voor de Volkskrant over zwemmen, hockey en golf.
Ze heeft chronische pijntjes aan schouder en rug, maar dat weerhoudt Else Praasterink er niet van om vanaf het 10-meterplatform te blijven springen. De liefde voor het torenspringen, waarbij ze met snelheden van 55 kilometer per uur het water in duikt, zit diep bij de schoonspringster. ‘Iedere keer als ik de trap oploop naar het platform denk ik: ‘Ai, wat is het toch hoog. Ik vind het altijd spannend, maar dat maakt deze sport ook zo leuk. Het geeft een grote adrenalinekick als het goed gaat.’
Op de WK in Singapore overleefde Praasterink woensdag de kwalificatie van het 10-meterspringen. Donderdag hoopt ze zich via de halve finales te plaatsen voor de finale (top twaalf van het veld), later die dag. De 22-jarige schoonspringster, dit voorjaar goed voor een bronzen medaille op de EK in Turkije, gaat op de WK voor een plek bij de beste acht. ‘Maar dan moet ik wel net zo goed springen als op de EK.’
In het OCBC Aquatic Centre van Singapore borduurt Praasterink voort op haar vertrouwde repertoire. De vijf sprongen op haar lijst kan ze inmiddels dromen. ‘Ik doe al vier jaar dezelfde sprongen. Eigenlijk zijn het relatief makkelijke sprongen in vergelijking met de rest van het veld. Na de zomer ga ik aan de slag met nieuwe, moeilijkere sprongen, maar daarvoor moet ik een stuk sterker worden.’
Kracht en techniek vormen de toverwoorden bij het aanleren van nieuwe sprongen. Doorgaans beginnen schoonspringers bij de start van een nieuwe olympische cyclus aan een vernieuwde lijst, maar Praasterink heeft dat een jaar uitgesteld. De schoonspringster, die sinds vijf jaar in de Verenigde Staten sport en studeert, had het afgelopen seizoen een druk competitieprogramma. Voor haar universiteit in Texas sprong ze niet alleen vanaf de 10-metertoren maar ook vanaf de 1- en 3-meterplank.
Na de zomer komt Praasterink niet meer in aanmerking voor de studentencompetitie, waardoor ze volop kan investeren in haar nieuwe repertoire. Van haar vijf huidige sprongen is ze van plan om er ‘zeker twee en misschien drie’ te vervangen door alternatieven met een hogere moeilijkheidsfactor. ‘Ik wil in ieder geval van tweeënhalve salto achterwaarts gehoekt naar drieënhalve salto achterwaarts gehurkt gaan. En mijn sprong van tweeënhalve salto voorwaarts met een hele schroef wil ik vervangen door tweeënhalve salto achterwaarts met anderhalve schroef’, aldus de schoonspringster die met haar kleine postuur (1,60 meter) makkelijk kan roteren.
Praasterink is benieuwd hoelang het duurt voordat ze haar nieuwe sprongen in wedstrijdverband durft uit te voeren. ‘Het zijn fysiek echt pittige sprongen. Normaal gesproken is het een proces van enkele maanden voordat je een nieuwe sprong echt onder de knie hebt. Je deelt het vluchtmoment op in verschillende stapjes. Pas als je een bepaald onderdeel helemaal hebt geperfectioneerd en er vertrouwen in hebt, ga je door naar de volgende stap.’
Haar nieuwe sprongen gaat ze straks eerst oefenen in een droogruimte op haar trainingslocatie in Texas, waarbij ze vanaf een hoogte van 2,5 meter neerkomt in een bak met schuimrubber. Vervolgens werkt ze vanaf de laagste duikplank via de 3-, 5-, en 7-meterplank naar het 10-meterplatform toe. ‘Dus iedere keer een saltootje meer’, zegt Praasterink met een glimlach.
Trainen vanaf 10 meter doet ze sowieso niet al te vaak. De impact van de klappen op het water is veel te belastend voor haar rug en schouders. ‘Ik sta meer niet op de toren dan wel’, vertelde Praasterink vorige maand toen ze even in Eindhoven trainde.
Het leren van nieuwe sprongen vormt de komende tijd niet haar enige uitdaging. Financieel gezien moet ze al jaren de eindjes aan elkaar knopen. De schoonspringster die vorig jaar debuteerde op de Olympische Spelen (twaalfde plek in de finale) heeft nooit een A-status van NOCNSF gehad en derhalve ook geen recht op een stipendium.
Praasterink heeft naast haar topsportcarrière – met zo’n 25 trainingsuren per week – en haar studie altijd bijbaantjes gehad. In Nederland zat ze achter de kassa bij Albert Heijn, in de VS was ze baliemedewerker van een tenniscentrum en werkte ze (in het verlengde van haar studie biologie) in een insectenlaboratorium. Na de zomer gaat de masterstudent aan de slag als onderwijsassistent.
Een tegenvaller voor de schoonspringsport in Nederland was dat sportkoepel NOCNSF vanaf dit jaar fors heeft gesneden in het topsportbudget. Waar de sport voorheen kon rekenen op een jaarlijks bedrag van 120 duizend euro is dat nu teruggeschroefd tot 30 duizend euro. Dit budget is grotendeels bestemd voor de ondersteuning van Praasterink richting de Olympische Spelen van Los Angeles in 2028.
Praasterink: ‘Ik heb het heel fijn en zie mijn sport nog altijd als een hobby. Natuurlijk zou wat meer financiële armslag heel prettig zijn.’ Het was zuur dat ze op de EK in mei genoegen moest nemen met de derde plaats, aangezien ze bij een tweede plek verzekerd was geweest van een A-status. Op de WK volgt donderdag een nieuwe kans. Praasterink moet dan wel boven zichzelf uitstijgen op de toren en bij de beste acht zien te eindigen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant