De Nederlandse rabbijn Edward van Voolen is een van de ondertekenaars van een brief die premier Netanyahu oproept het geweld in Gaza te stoppen. ‘Het herinnert mij aan hoe vreselijk de situatie was voor Joden tussen 1939 en 1945.’
is verslaggever van de Volkskrant.
‘Het Joodse volk kampt met een ernstige morele crisis, die de basis van het jodendom bedreigt als de ethische stem die het sinds de tijd van de profeten van Israël is geweest. We kunnen hierover niet blijven zwijgen.’
Dit zijn de eerste zinnen van de ‘Brief van rabbijnen wereldwijd’, een petitie die de Israëlische premier Benjamin Netanyahu oproept tot het beëindigen van het geweld in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, het terughalen van Israëlische gegijzelden en het aangaan van een dialoog die leidt tot ‘een vreedzame toekomst voor de hele regio’.
De brief is door meer dan 1.200 mensen ondertekend. Een van hen is de 76-jarige rabbijn Edward van Voolen, onder meer oud-conservator van het Joods Museum, medeoprichter van het Overlegorgaan van Joden en Christenen, en een ‘liberale, progressieve Jood’.
Waarom heeft u deze petitie ondertekend?
‘Dit protest reflecteert precies waar ik problemen mee heb en waar veel Joden mee worstelen. We hebben een lange geschiedenis van vervolging, discriminatie, van vluchten. Ik heb dat als kind van Holocaust-overlevenden zelf meegekregen. Nu zien we beelden uit Gaza van uitgehongerde kinderen, van mensen die bedelen om voedsel, die keer op keer worden verdreven. Ik zie beelden van vernielde steden, een totaal verwoest landschap. Ziekenhuizen zijn vernietigd, er zijn geen scholen meer.
‘Gaza verkeert in een vreselijke toestand, die mij herinnert aan hoe vreselijk de situatie was voor Joden tussen 1939 en 1945. Als destijds dergelijke beelden de wereld waren overgegaan – dat kon toen nog niet – had de Holocaust misschien kunnen worden verhinderd.’
Zegt u nu eigenlijk: de Israëliers doen wat de Joden zelf is overkomen?
‘Het is aan juristen om te bepalen in hoeverre mensenrechten worden geschonden en of er genocide wordt gepleegd. Maar het zit er dicht tegenaan. Ik zie dat de Israëliers dingen doen die indruisen tegen alle joodse waarden.
‘In de Hebreeuwse Bijbel staat dat alle mensen naar Gods evenbeeld zijn geschapen, en dus allemaal gelijk zijn. Die hebben recht op alle vormen van menselijke waardigheid. Ook is een centrale opdracht dat je je naasten liefhebt, want zij zijn zoals jijzelf bent. Verder hebben de Bijbelse profeten altijd opgetreden tegen onrecht en zich ingezet voor recht en rechtvaardigheid. Dat zijn de waarden waar ik voor sta en die ik als rabbijn uitdraag. En die waarden worden in Gaza, op de Westbank, in Zuid-Libanon en in Syrië door de Israëliers op schandalige wijze beschaamd.’
Het emotioneert u.
‘Ja, het gaat me aan het hart. Veel Joden zijn, net als ik, in Europa opgevoed in gezinnen die de Holocaust hebben meegemaakt. Voor ons was Israël een blanco cheque. We dachten: als het nóg een keer fout gaat, kunnen we daar zonder problemen naartoe emigreren. Maar dat idee is mij volkomen afhandig gemaakt. In de door Israël bezette gebieden zijn géén gelijke rechten.
‘Ik ben veel in Israël geweest en heb daar afschuwelijke dingen gezien en meegemaakt. Ik reisde eens met een groep moslimstudenten door de Palestijnse gebieden en ben met hen in Bethlehem naar een moskee geweest. Door de wegblokkades kunnen zij niet, zoals wij, van A naar B reizen. Die grensovergangen zijn afschuwelijk, zij staan uren in de rij, als ze er al doorheen komen. In de bezette gebieden hebben mensen moeilijker toegang tot water, tot scholing. Dat is onverdraaglijk. Er zijn regels voor wat je mag doen in een bezet gebied. Die worden door de Israëliers voortdurend geschonden.
‘Ik vind dat niet te verteren, want door de geschiedenis van de Holocaust weet ik wat het betekent om te worden uitgesloten van je burgerrechten. Dat je geen fiets mag hebben. Niet naar de radio mag luisteren. Dat Joden niet in bioscopen, in musea, op speelplaatsen of in de dierentuin mogen komen. En dat was nog maar het begin. Een soortgelijke geschiedenis speelt zich daar af.’
Veel mensen die kritiek hebben op de Israëlische regering wordt verweten dat ze antisemitisch zijn.
‘Haha, ze kunnen van mij niet zeggen dat ik antisemiet ben. Maar de controverse is inderdaad groot, ook tussen Joden onderling. Ik word weleens uitgescholden, of hoor dat ik met mijn kritiek verraad pleeg. Zodra mensen merken dat ik Joods ben, krijg ik de steevast de vraag: ‘Edward, wat vind je van Israël?’
Wat antwoordt u dan?
‘Dat ik de situatie afschuwelijk vind, maar dat ik niet voor deze regering heb gestemd.
‘Juist nu vind ik het heel belangrijk om me uit te spreken, en dat moslims en Joden met elkaar in gesprek gaan. Want we worden beide beschuldigd. Joden worden er vaak van beschuldigd dat ze aanhangers van de Israëlische regering zijn, en moslims leven onder de generale verdenking dat ze terroristen zijn. Dat is allebei onjuist.’
Wat moet er volgens u gebeuren?
‘Ik ben geen politicus, maar een tweestatenoplossing is een mogelijkheid. Wat al veel eerder had moeten gebeuren, is meer internationale druk, ook door de Europese Unie, op de Israëliërs en de Palestijnen voor een vredesproces. Maar: vrede sluit je niet met vrienden, maar met tegenstanders. Dat is altijd moeilijk.
‘Na de Tweede Wereldoorlog zeiden we: ‘Dit nooit weer.’ Het wordt tijd dat iedereen zich realiseert dat die woorden niet alleen over de Holocaust gaan, maar over schandelijke schendingen van mensenrechten in het algemeen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant