Volgens rugbyster Elena King is haar ernstige knieblessure te wijten aan het feit dat haar tegenstander een transgender speelster was. Die bewering valt niet te bewijzen, maar leidt wel tot vragen in een oververhit debat. Hoe passen transgender personen in de binair ingedeelde sportwereld?
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.
Op een Amsterdams terras stroopt Elena King haar linkerbroekspijp omhoog. Drie paarskleurige ritssluitingen worden zichtbaar, op en rond haar knie. Het is een heuglijke dag: de hechtingen zijn er die ochtend uitgehaald.
Voor King (20) is elke stap er een in haar lange revalidatie, want na zes maanden van vooral thuis op bed herstellen heeft ze er nog zeker twaalf te gaan. En dat is het gunstigste scenario. Het kan ook nog twee jaar duren voor ze volledig is hersteld van de zware knieblessure die ze in januari op het rugbyveld opliep, tijdens een competitiewedstrijd met haar club AAC uit Amsterdam.
Blessures horen bij het rugby, een contactsport waarin fysieke kracht (naast techniek) het verschil kan maken tussen winnen of verliezen. Maar de ernst van Kings kwetsuur is bijzonder: ze scheurde tegelijk haar binnenband en haar voorste kruisband en haar knie raakte uit de kom.
Daarbij windt ze er geen doekjes om wie er volgens haar voor verantwoordelijk is dat haar knie in gruzelementen ligt: een transgender persoon.
Hoewel dat laatste niet te verifiëren valt, vertelt de Nederlands-Engelse King er onomwonden over in de media, zoals in de Britse krant The Sunday Times. Het weblog dat ze tijdens haar revalidatie is begonnen, Elena’s Pretty Little Knee, staat in het teken van haar gevecht voor meer veiligheid in het rugby. Ze wil dat niemand overkomt wat zij heeft meegemaakt. Daartoe zou er, zo is haar stellige overtuiging, in het vrouwenrugby geen plaats mogen zijn voor transgender vrouwen.
1936
Bij de Zomerspelen van 1936 in Berlijn wordt de vrouwelijkheid van drie atleten vanwege hun uiterlijk openlijk in twijfel getrokken: Dora Ratjen (linksboven), Helen Stephens (linksonder) en Stella Walsh (rechts). De voorzitter van het Amerikaans olympisch comité, Avery Brundage, roept op tot de invoering van een geslachtstest voor alle vrouwelijke deelnemers.
King staat daarin niet alleen. Er woedt een steeds feller debat rond de vraag of transgender vrouwen mogen meedoen aan vrouwencompetities. Voor de sport voelt het vraagstuk als een molensteen om de nek. Waar meerdere sporten al maatregelen hebben genomen, wikken en wegen andere nog. De spagaat: als sport wil je inclusief zijn én tegelijk regels opstellen om oneerlijk voordeel voor bepaalde sporters te voorkomen.
Het punt dat Elena King wil aansnijden: gaat inclusie in de sport boven veiligheid, of andersom? Ze is teleurgesteld in de rugbybond, waarmee ze sinds haar blessure meerdere gesprekken heeft gevoerd. En ze vindt het onbestaanbaar dat er in het vrouwenrugby in Nederland geen regels zijn voor speelsters die bij de geboorte als jongen werden aangemerkt, al onderzoekt een werkgroep van de rugbybond of die er naar aanleiding van Kings blessure wellicht toch moeten komen.
1950
Het Friese hardlooptalent Foekje Dillema weigert mee te werken aan een gynaecologisch onderzoek in aanloop naar de EK in Brussel. Ze wordt daarop levenslang geschorst door de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie. Pas in 2007, als ze is overleden, krijgt Dillema eerherstel van de atletiekbond.
Waarom is de discussie zo hoog opgelopen? En (hoe) kan de sport een evenwicht vinden tussen inclusief zijn en beschermen?
‘Het is niet zo makkelijk als mensen buiten de sport soms denken’, zegt Agnes Elling van het Mulier Instituut. Ze doet al jaren onderzoek op het gebied van sociale ongelijkheid in en door sport.
‘Mensen zullen misschien zeggen: wat een onzin, die aparte gendercategorieën. Wat maakt het uit? Maar natuurlijk maakt het uit. Ik kan beide kampen wel een beetje volgen. De vrouwencategorie moet worden beschermd. Maar het is ingewikkeld (ook omdat wetenschappelijk bewijs ontbreekt, red.) onder welke voorwaarden trans sporters wel of niet kunnen meedoen.’
Politici, activisten en (oud-)sporters wijzen er in vaak felle bewoordingen op dat de prestaties van transgender sporters niet te vertrouwen zijn en dat zij een oneigenlijk voordeel hebben ten opzichte van cis vrouwen. Daarbij wordt de groep intersekse of DSD-atleten (vrouwen die zijn geboren met een van nature hoger testosterongehalte, zoals hardloopster Caster Semenya en boksster Imane Khelif) vaak over één kam geschoren met trans vrouwen.
2009
Nadat ze wereldkampioen is geworden op de 800 meter, wordt Caster Semenya verplicht een geslachtstest te ondergaan. Volgens de internationale atletiekbond is haar snelle progressie de aanleiding. Semenya is geboren met het XY-chromosoom, in plaats van het vrouwelijke XX-chromosoom, en maakt daardoor drie keer zo veel testosteron aan als andere vrouwen. Als wereldwijd middelpunt van een jarenlange controverse over haar uiterlijk en prestaties, wint Semenya goud op de Zomerspelen van 2012 en 2016.
Onomstotelijk wetenschappelijk bewijs dat trans vrouwen een fysiologisch voordeel hebben ten opzichte van cis vrouwen is er echter niet. En de weinige studies die ernaar zijn gedaan, stellen dat er geen reden is om transgender vrouwen na een hormoonvervangingstherapie uit te sluiten van deelname aan de vrouwencategorie, zo concludeerde het Erasmus Center for Sport Integrity & Transition (ESPRIT) in 2023 in een meta-analyse voor sportkoepel NOCNSF.
Toch komt de sport al bijna negentig jaar lang in het geweer tegen vrouwelijke atleten die er (te) masculien uitzien. Bij de Zomerspelen van 1936 in Berlijn werden om die reden drie sporters uitgesloten (zie tijdlijn). In de decennia erop stelden sporten controles en keuringen verplicht, zogezegd om eerlijke competitie bij de vrouwen te garanderen.
In 1966 moesten vrouwelijke deelnemers aan de EK atletiek hun genitaliën en secundaire geslachtskenmerken door een artsenpanel laten controleren. Sinds 2004 mogen trans vrouwen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) onder bepaalde voorwaarden meedoen in vrouwencategorieën. Toch is de discussie over masculien ogende vrouwelijke atleten nooit verstomd. Ook al zijn ze, zoals Semenya en Khelif, als vrouw geboren.
2012
Het Oegandese atletiektalent Annet Negesa (20) mag niet meedoen aan de Zomerspelen in Londen vanwege te hoge natuurlijke testosteronwaarden. Ze wordt als intersekse persoon onder druk gezet om die waarden te verlagen en laat zich opereren, terwijl haar was gezegd dat ze slechts een injectie zou krijgen. Ze komt nooit meer in de buurt van de snelle tijden die ze daarvoor liep.
De Zuid-Afrikaanse hardloopster Caster Semenya, die is geboren met het XY-chromosoom, waardoor ze drie keer zoveel testosteron aanmaakt als andere vrouwen, was jarenlang het wereldwijde middelpunt van een voor haar pijnlijke controverse over haar uiterlijk en prestaties. Het weerhield haar er niet van goud te winnen op de Zomerspelen van 2012 en 2016.
Bij de Spelen van vorig jaar in Parijs ontstond er een rel rond de Algerijnse boksster Imane Khelif. De olympische kampioen werd het mikpunt van een door desinformatie opgepookte lastercampagne. De voorzitter van de internationale boksbond IBA beweerde zonder bewijs zelfs dat Khelif zowel het X- als het mannelijke Y-chromosoom heeft.
2024
De vrouwelijkheid van Imane Khelif, een bokser die is geboren als vrouw en zich vrouw noemt, wordt ter discussie gesteld doordat ze zo goed presteert bij de Spelen in Parijs. Het jaar erop is de Algerijnse niet welkom bij de WK boksen in Eindhoven, tot ze een geslachtstest heeft ondergaan.
De verwachting is dat Kirsty Coventry, onlangs aangetreden als de eerste vrouwelijke voorzitter van het IOC, met strengere regels zal komen voor transgender sporters. De oud-topzwemster heeft al laten weten dat er op de Spelen geen plek voor trans vrouwen kan zijn op de vrouwenonderdelen. ‘Als voormalig atleet en moeder van twee dochters wil ik dat die categorie wordt beschermd.’
In de topsport volgen de bonden doorgaans de lijn van hun internationale moederbond. Zo is er voor Nederlandse trans vrouwen geen plek in onder meer de topsportcompetities van atletiek, zwemmen en rugby. Zwemmen en atletiek verbieden de deelname van transgender vrouwen die de puberteit als man hebben doorgemaakt.
In de Nederlandse breedtesport – zeg maar alles onder de topsport – bestaat er al sinds 2014 een richtlijn van NOCNSF die juist is gericht op meer inclusie van transgender personen. Want is de sport er niet voor bedoeld om ook minderheden een plek te geven waar ze zichzelf kunnen zijn?
In haar laatste onderzoek naar de sportdeelname en -ervaringen van transgender en intersekse personen concluderen Elling en haar collega-onderzoekers: ‘Hoewel de mate waarin er daadwerkelijk (groeiende) weerstand bestaat onder de Nederlandse bevolking lijkt mee te vallen, lijkt de zichtbaarheid en felheid van de weerstand tegen genderdiversiteit wel degelijk te groeien.’
De topsport wordt daarbij ingezet als middel om de angst te vergroten voor inclusie van sekse- en genderdiversiteit. ‘Met als argument dat deelname van intersekse en transgender vrouwen in de vrouwencategorie een bedreiging is voor de vrouwensport.’
De aanscherping van het huidige beleid beschouwt sportfilosoof Sandra Meeuwsen, die zich veel bezighoudt met inclusie in de sport, als niet minder dan de ‘lakmoesproef voor de sport’. Om de sport divers te houden en te laten meebewegen met de huidige tijd, is het volgens haar onontkoombaar dat de sport een manier vindt om ook ruimte te bieden aan mensen die zich niet thuis voelen in hun mannelijke of vrouwelijke lichaam.
‘Meisjes willen een jongen worden of jongens willen een meisje worden’, zegt Meeuwsen. ‘Ook de categorie non-binair groeit. Zijn die mensen dan in één keer klaar met sport? Omdat er in de sport een heel rigide aanpak gaat gelden?’
Aan de verantwoordelijken van TeamNL, waarin de beste Nederlandse sporters zijn vertegenwoordigd, stelde ze eens de prikkelende vraag: kunnen wij het ons als ambitieus sportland permitteren om een generatie talenten uit te sluiten, omdat ze met hun genderidentiteit worstelen?
‘Dat is een andere gedachtegang dan: ik moet vrouwelijke sporters beschermen tegen hulken. Mensen indelen als mannen of vrouwen is toch een vastgeroest model dat heeft postgevat in de moderne sport. Laten we niet vergeten dat de binaire categorisering in de sport – man of vrouw – ooit door mannen is ontwikkeld.’
Niets doen als sportbond is in elk geval geen optie, vindt Elling. ‘Dan doe je niet aan bescherming én je geeft ruimte aan mensen die het debat kunnen kapen. Want het gesprek erover is volledig gepolariseerd. Ik vind het gewoon eng wat er allemaal gebeurt.’
Onder aanvoering van (radicaal-)rechtse politici en activisten is de ‘gender trouble’, zoals Elling die al in 2002 in haar proefschrift noemde, in alle hevigheid losgebarsten. Zo perkt de Amerikaanse president Donald Trump de rechten van trans personen steeds meer in. Hij gaf bijvoorbeeld opdracht alle transgender personen uit het leger te ontslaan.
‘Biologisch reductionisme’, aldus Meeuwsen. ‘Trump zegt: er bestaan twee geslachten. En wat jij ook verzint in je vrije tijd moet jij weten, maar je hebt je te voegen naar de biologische test waaraan we je onderwerpen. Die bepaalt of jij mag meedoen of niet.’
Ook op het sportveld wil Trump geen transgender personen zien, getuige het door hem ondertekende decreet met de naam ‘Houd mannen weg uit vrouwensporten’. Hierdoor besloten het Amerikaans olympisch en paralympisch comité en de tientallen aangesloten bonden vorige week om trans vrouwen uit vrouwencompetities te weren.
Het leidde tot een scherpe reactie van NOCNSF. De Nederlandse sportkoepel bemoeit zich doorgaans niet met het beleid van andere olympische comités, maar hekelde in dit geval de ‘vermenging van politiek met het feitelijke, op onderzoek gebaseerde gesprek over eerlijke competitie’. Samen met de Erasmus Universiteit werkt NOCNSF aan een richtlijn over transgender personen in de topsport, die later dit jaar moet verschijnen.
Net als in de VS worden in het Verenigd Koninkrijk trans sporters geweerd door steeds meer bonden. Ze voelen zich gesterkt door een uitspraak van het hooggerechtshof in april, dat de definitie van een vrouw wordt bepaald door haar ‘biologische sekse’ en niet door gender. Transgender vrouwen in het VK zijn daarmee voor de wet geen vrouw meer.
Bij de Engelse voetbalbond staan twintig transgender vrouwen geregistreerd, op een totaal van miljoenen amateurs. In het profvoetbal doen ze volgens de FA helemaal niet mee. In de VS meldde de NCAA, die de sportprogramma’s van colleges en universiteiten organiseert, dat er op 530 duizend studenten nog geen tien transgender sporters actief zijn.
In Nederland is die situatie niet anders, constateert Elling jaar na jaar in haar eigen onderzoek. ‘We hebben hier al heel lang transgender klinieken, Nederland kent relatief veel trans vrouwen. Maar niet in de sport.’
Elling noemt als een van de uitzonderingen Noa-Lynn van Leuven, die in december als eerste trans persoon deelnam aan het WK darts. Die prestatie omschreef ze als ‘de ultieme middelvinger’ na alle haat en kritiek die haar ten deel was gevallen. Twee ploeggenoten, Anca Zijlstra en Aileen de Graaf, weigerden zelfs om nog voor Nederland uit te komen met Van Leuven, die op haar 17de in transitie was gegaan. ‘Het moment wanneer je je schaamt om voor het Nederlands team uit te komen omdat een biologische man meespeelt bij het vrouwenteam’, lichtte Zijlstra haar besluit toe op Facebook.
Hoewel Van Leuven ook steun kreeg, van onder meer de dartsbond en topspelers als Michael van Gerwen (‘Je moet iedereen in zijn of haar waarde laten, al kom je van Pluto’), kijkt een trans persoon met sportieve ambities volgens Elling wel twee keer uit. ‘Het is geen probleem, als je maar niet wint. Anders is het oneerlijk en mag je niet meer meedoen.’
Als getalenteerd meisje speelde Elena King jarenlang bij de jongens mee. De spelverdeelster blonk uit in haar overzicht en passing en was vaak aanvoerder van haar team. In haar laatste seizoen bij de jongens kon ze de 15- en 16-jarigen aanvankelijk nog wel aan. ‘Maar aan het eind klapten zij mij dubbel.’ De jongens waren door de puberteit in een paar maanden tijd te sterk voor haar geworden.
King stapte daarom vorig seizoen over naar Dames 1, waar ze al snel hoorde over een speelster bij een andere ploeg die door haar ruige, fysieke manier van spelen angst inboezemde bij tegenstanders. De naam van dat team blijft hier onvermeld en King noemt zelf ook bewust niet de naam van de tegenstander die haar blesseerde.
Tijdens de wedstrijd in januari, net voordat ze als invaller de bal wilde overspelen, tilden twee speelsters haar op. Daarop voelde ze hoe een tegenstander haar linkerbeen pakte, omklemde en hoe er met een enorme hoeveelheid kracht op haar knie werd geduwd. De schreeuw die volgde toen de banden van haar knie scheurden, was zo hard dat haar teamgenoten met de handen over de oren wegliepen.
Ze weet dat haar tegenstander haatreacties te verduren heeft gekregen, nadat de Britse tabloids Kings verhaal hadden ontdekt en zowel de identiteit van de speelster als haar Instagram-account in hun artikelen had genoemd. King verwijt haar tegenstander een hoop. ‘Maar ik ben opgegroeid met respect. Rugby is respect.’
King benadrukt ook dat ze niets tegen transgender personen heeft. ‘Rugby is juist heel erg lhbti. Rugby en de Pride gaan samen, teamgenootjes zitten openlijk met elkaar te zoenen. Het is ook best een contactsport: niet voor meiden die paardrijden.’
Maar in de optiek van King hebben trans vrouwen die bij de vrouwen spelen, simpelweg (te veel) voordeel van hun kracht en bouw. Wat ze daarom na drie gesprekken met de Nederlandse rugbybond niet begrijpt: waarom wordt er in heel het rugby voortdurend beoordeeld of je op een bepaald niveau of in een bepaald team thuishoort, en mogen trans personen probleemloos aan de vrouwencompetitie meedoen?
In een schriftelijk antwoord op een reeks vragen laat Rugby Nederland weten: ‘Een werkgroep bestaande uit personen met uitgebreide kennis en ervaring op het gebied van de rugbysport (regels en regulaties) en medische en juridische expertise, evalueert het huidige beleid van Rugby Nederland over deelname van transgender spelers aan de sport. Op basis van hun advies wordt het beleid waar nodig aangepast.’
Zo onderzoekt de werkgroep ‘of het nodig en mogelijk is om medische transitie-aspecten mee te wegen in het kader van het veiligheidsbeleid voor het amateur-rugby.’ De rugbybond zegt strikte regels te hanteren op het gebied van veiligheid en bij risicovol spel. ‘Denk daarbij aan gele kaarten, een speelverbod bij meerdere gele kaarten, verplichte training voor veiliger spel en begeleiding en monitoring bij volgende wedstrijden. Deze maatregelen zijn ook in dit specifieke geval (tegen de speelster die King blesseerde, red.) genomen.’
Rugby is een gevaarlijke sport, stelt Agnes Elling. ‘Maar er is echt geen bewijs voor dat het specifiek trans vrouwen zijn die het extra gevaarlijk maken. En het ingewikkelde is dat je ook nooit eenduidig bewijs zult krijgen. Je hebt eigenlijk alleen maar een paar individuele casussen, zoals deze.’
Het verhaal van Elena King kan daarom niet worden veralgemeniseerd, vindt Elling. ‘In het rugby lopen ook vrouwen van 2 meter rond of van 100 kilo. Dit had ook bij een andere vrouw kunnen gebeuren.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant