Home

De bewoners van zorgcentrum Brinkhoef gaan op vakantie in eigen tuin, terug naar ‘de goeie ouwe tijd’

Bij zorgcentrum Brinkhoef wanen bewoners met dementie zich deze zomer elke week in een ander vakantieland. Geuren, activiteiten en muziek halen vergeten herinneringen naar boven, al gaat niet iedereen op in het Franse campinggevoel. ‘Het is leuk, maar geen Frankrijk.’

is verslaggever van de Volkskrant.

Op de eerste dag van de Duitse week bij zorgcentrum Brinkhoef zat een bewoner boos voor zich uit te kijken. ‘We vroegen haar wat er aan de hand was’, zegt medewerker Rutger Lamers. ‘Ze zei: we moeten zes weken lang elke week naar een ander land. Maar dat wil ik niet, ik wil gewoon hier blijven.’

Zo zie je maar, zegt Lamers, iedere persoon met dementie is anders, en niet alle bewoners van het zorgcentrum in Hoef en Haag, een nieuw dorp ten zuiden van Nieuwegein dat in een oude stijl is gebouwd, hadden het concept van de ‘camping aan huis’ hetzelfde opgevat.

Uiensoep met stokbrood

Deze zomer wánen ze zich elke week in een ander land, zegt begeleider Danny van Kuil. Nu, tijdens de tweede week, doen ze alsof ze in Frankrijk op de camping staan. In de tuin van het zorgcentrum staat een grote Outwell-tent met de slogan ‘Explore the outdoors’. Badmintonrackets liggen klaar. De Marseillaise klinkt uit een JBL-speakertje, er wordt uiensoep met stokbrood gegeten. Een bordje wijst naar een zwembad dat er niet is.

Het initiatief past in een bredere trend van ‘reminiscentie’ bij dementie: het stimuleren van herinneringen via geuren, smaken, muziek en voorwerpen. Zo moet het Huis van Herinnering in het Openluchtmuseum in Arnhem, een doorzonwoning ingericht met jarenzestiginterieur, bezoekers terugbrengen in het verleden.

In de tuin delen medewerkers van het zorgcentrum koffie en zoetigheden uit: macarons, café noirs (‘neem maar, héél Frans’) en madeleines. De schelpvormige cakejes katapulteerden de Franse schrijver Marcel Proust ooit terug naar zijn kindertijd toen hij ze in de thee doopte. De overweldigende stroom herinneringen aan zijn tante Léonie die het koekje opriep, beschreef hij in zijn romancyclus Op zoek naar de verloren tijd.

‘Zal ik nog wat wijn halen?’

Op de tijdelijke camping ’t Kleine Vertier, zoals de zomerattractie in de tuin van het zorgcentrum heet, is alles erop gericht het brein te prikkelen om de verloren tijd terug te vinden. ‘Zal ik nog wat wijn halen?’, vraagt Van Kuil. Even later komt ze naar buiten met een aangebroken fles pinot grigio. Enkele bewoners vinden kwart over twee ’s middags een prima tijd voor een glaasje. ‘We zijn in Frankrijk, toch?’

Niet iedereen gaat volledig mee in het toneelstuk. ‘Ach, het is leuk, maar het is geen Frankrijk’, zegt Gerrie (82). Hij moet sowieso nog wennen aan het zorgcentrum waar hij nu enkele maanden woont, zegt hij. jarenlang woonde hij op zichzelf in Nieuwegein. ‘Nu sta je toch onder begeleiding.’

‘Vroeger als we naar de camping gingen, zagen we legio tenten, campers en vakken’, zegt Trees (82), gekleed in roze linnen. ‘Nu kom je op een kaal stuk grond met één tent. We proberen er wat van te maken voor de mensen die het hebben bedacht. Ik wil ze niet laten barsten, weet je. Ach, het is wel gemoedelijk. En anders zit je maar binnen.’

‘Dan verpieter je’, zegt Gerrie. ‘Het is goed om bezig te blijven.’

Goeie ouwe tijd

Maar na de eerste aarzelingen komen de herinneringen tóch. Gerrie ging vroeger elk jaar twee maanden aan het Gardameer staan. ‘Het was toen nog niet zo warm in het noorden van Italië. En je betaalde 600 gulden voor twee maanden op de camping. Nu is dat allemaal niet meer te betalen. Aan het eind van elke zomer verbeurden we onze tent en dan kochten we het volgende jaar een grotere. Dat was de goeie ouwe tijd.’

Trees ging als klein meisje nooit op vakantie. ‘Daar hadden we de centen niet voor. Ik was de jongste van zestien kinderen. ‘Katholiek zeker?’, vroegen mensen dan. Mijn moeder, die 96 is geworden, had ruim honderd kleinkinderen.’

Toen ze eenmaal getrouwd was en zelf kinderen kreeg, ging Trees soms naar Frankrijk of Italië, maar het liefst stond ze op de camping in Kesteren, een dorp in de Betuwe. ‘We stonden daar tussen de fruitbomen, we konden de bessen zo van het tentzeil rapen.’

Leven in het moment

Het idee was om deze mensen, die niet meer op vakantie kunnen, toch nog een vakantiegevoel te geven, zegt medewerker Lamers. En zo het gesprek te stimuleren. ‘Het zijn bijna altijd leuke herinneringen die boven komen drijven tijdens de themaweken.’

‘Ze gaan terug naar de kindertijd. Heel soms beginnen mensen over hun ouders of broers of zussen die ze missen’, zegt Van Kuil. ‘Dan zijn ze even verdrietig.’ Lamers: ‘Maar daar blijven ze nooit lang in hangen. Dat is’ – hij maakt aanhalingstekens in de lucht – ‘het voordeel van dementie.’

Het begeleiden van mensen met dementie is zwaar werk, zegt hij. ‘Maar je kunt echt een verschil maken.’ Van Kuil: ‘Ze vinden het zo fijn als als ze zich gehoord voelen, ze willen het gevoel hebben begrepen te worden.’

‘Mensen met dementie leven erg in het moment’, zegt Lamers. ‘Ze onthouden een emotie veel beter dan een droge mededeling. Dus daar moet je ze op aanspreken.’

Intussen speelt Non, je ne regrette rien op de speaker. Édith Piaf geeft niet om haar verleden, zingt ze, heeft haar herinneringen niet meer nodig. Bij de Brinkhoef wordt daar anders over gedacht zolang ze nog binnen bereik liggen, worden ze gekoesterd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next