is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.
Wat konden we ons toch verkneukelen aan het achtergrondartikel waarbij deze krant een halfjaar meeliep met deelnemers aan een morele-ambitiecirkel van Rutger Bregman. Wat konden we wentelen in White Lotus-achtige ironie bij die wortelsnack-etende ‘deugers’ (aldus Bregman) worstelend met hun WOOP op zoek naar multipliers, pledge en impact. Toch toonde die worsteling mij vooral hoe deelnemers zaken proberen te combineren die inherent tegengesteld zijn aan elkaar.
‘De toekomstige politieke strijd zal zich niet zozeer afspelen tussen arbeid en kapitaal, maar tussen groen en groei’, aldus sociologe en PvdA-politica Hilda Verweij-Jonker in 1998. Een saillante stelling, in het licht van het recent gecreëerde ministerie van Klimaat en Groene Groei. Groen en groei, ooit een gigantisch politiek breukvlak, is verworden tot een ministerieel neologisme. Maar ‘groene groei’ is niets minder dan een oxymoron, een samentrekking van tegenstellingen, en in de politiek is dat goud waard. Zo is er naast ‘Klimaat en Groene Groei’ ook ambtelijk schipholbeleid in het ‘Akkoord Duurzame Luchtvaart’ en moet de Klimaatwet nu een ‘Klimaat- en groeiwet’ worden volgens de VVD.
De oxymoron rukt op vanuit de private sector (‘human capital’, ‘riskless investment’, ‘clean coal’ en ‘safe smoking’) naar de publieke sector. En dat is geen toevalligheid. De oxymoron vormt namelijk een retorische neutraliserings- en depolitiseringstrategie, die twee politieke polen naar elkaar toe drukt, in de hoop op maximaal draagvlak. Daarbij is deze stijlfiguur de ultieme vorm van post-politieke retoriek, waarmee sociale tegenstellingen lijken te verdampen. Lijken, want het één gaat vaak ten koste van het ander. Het kan niet én-én. Maar velen doen wel net alsof.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het gevolg daarvan werd geëtaleerd in een interview met de zelfbenoemde ‘idealistische pragmaticus’ Zita Schellekens, oud-PvdA politicus en nu directeur duurzaamheid bij KLM. Een bedrijf dat qua CO2 vervuilender is dan Tata Steel. Ondanks dat ze stelde dat ‘klimaatverandering een veenbrand is’, is duurzaamheid nu lastig in dit ‘businessmodel’ want ‘mensen willen graag vliegen’. Dat laatste is een vintage corporate reflex, als een bedrijf wordt bevraagd over de door henzelf gestelde idealen. Zo reageerde oud-Shell topman Van der Veer na een gerechtelijke uitspraak, waarin Shell meer moest doen aan haar CO2-uitstoot: ‘mensen willen blijven tanken’ en ‘denk je dat KLM nu minder gaat vliegen? Nee, die kopen bij iemand anders’.
Deze reflex beperkt zich niet tot de private sector, maar rukt ook op bij een ministerie van Klimaat en Groene Groei, die recent het beleid voor windmolenenergie naar beneden moest bijstellen ‘want de vraag blijft achter’. Als je via de logica van een marktpartij opereert, dan ligt de morele verantwoordelijkheid vooral bij de vragende partij en kun je moraliteit altijd uitbesteden. Kom jij ineens tóch tot het Bregmaniaans inzicht dat je beschikt over ‘morele ambitie’? Dan is dat vooral een individuele ontwikkelingsroute, een ‘proces’ dat je zelf moet afleggen.
Want door een post-politieke bril is het onmogelijk om de juiste sociale tegenstellingen te zien. Dan kan je denken dat we Europa als markt kunnen zien en schrikken van verpauperde binnensteden waarvan vooral het grootkapitaal profiteert. Dan kan je denken dat jouw Tesla een redding is voor het milieu en schrikken als die vooral de auto-industrie redt. Of geloven in een ministerie van Groene Groei en schrikken wanneer het bijvoeglijk naamwoord ondergeschikt wordt bij windenergie. Het is de lege schrik van wortelsnack-etende deugers.
Iedere ‘idealistische pragmaticus’, iedere ‘duurzame vliegtuigdirecteur’ en iedere ‘Groene Groei-ambtenaar’ is rijp voor een Bregman kringetje. Een klassenblind en post-politiek cirkeltje waarbij ‘persoonlijke groei en verandering’ als rookgordijn fungeert om de bestaande orde onaangetast te laten, zoals Felienne Hermans al schreef. Waar ‘planet en profit’ onderdeel zijn van dezelfde Excelsheet en waar ‘lid worden van politieke partijen’ al onder idealisme valt.
Het is een teken des tijds. Morele ambitie is namelijk ook een oxymoron: ambitie is een hoogst individuele drijfveer terwijl moraliteit een politieke, en dus publieke aangelegenheid is en iedere vorm van individualisme ontstijgt. Daarmee is ‘morele ambitie’ eenzelfde misleidende, post-politieke suikerspin als ‘groene groei’ en ‘duurzaam vliegen’. Het lijkt van een afstandje heel wat, maar zet je tanden erin en er blijft onheilspellend weinig over; louter honger en leegte. Bitterzoete, morele leegte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant